romijn

Zaandam 4 januari 1907 - Amsterdam 26 oktober 1996

Aart Romijn, Nederlands romanschrijver. Was leraar te Amsterdam. Schreef een groot aantal kinderboeken. Zijn romans, onder andere over de problemen der opgroeiende jeugd werden of worden vooral gelezen in protestantse kring, waar zijn naam vaak op één lijn met die van schrijvers als Anne de Vries en W.G. van der Hulst wordt genoemd. Generaties protestantse kinderen groeiden na de oorlog op met de avonturen in 'Van Hollandse jongens in de Duitse tijd' uit 1952 en 'Ela de berendoder' uit 1955. Het eerste boek was baanbrekend, omdat Romijn daar al aandacht besteedde aan zowel kinderen uit 'goede' als 'foute' milieus en wilde laten zien dat de bevrijding meer was dan een feest alleen. Het individu was daarbij belangrijker dan de ideologie.

In de periode 1936-1984 stond hij garant voor ruim dertig romans en verhalenbundels en schreef daarnaast hoorspelen en gedramatiseerde documentaires voor de NCRV-radio en -televisie. De voor de oudere jeugd geschreven Geert Dammers-trilogie (1948-1953) handelt over een arbeidersjongen die als middelbare scholier van het ouderlijk milieu vervreemd raakt. Ook zijn nieuwe omgeving biedt hem geen thuisgevoel. Geert Dammers, die zijn gevoelens vooral verwoord ziet in poëzie van dichters als Vasalis, Leopold en Boutens, zien we terug in het werk van Maarten 't Hart en Gerrit Krol. De existentiële twijfel die Romijns werk kenmerkt, wordt duidelijk in het boek 'Ik ben die ik ben' uit 1979, waarin de hoofdfiguur gefascineerd door Rainer Maria Rilke is geraakt.

Een weerslag van Romijns loopbaan als onderwijzer en leraar in Amsterdam is te vinden in de verhalenbundel 'Schoolslag' uit 1976. Nadat hij voor de oorlog als onderwijzer en hoofd verbonden was aan scholen in de Spaarndammerbuurt en aan het Surinameplein, gaf hij na de oorlog Nederlands aan de Christelijke Scholengemeenschap Buitenveldert.

Werken:

  • De weg die wij gaan | 1946
  • Het smalste fundament | 1947
  • De achtergrond | 1948
  • Het wonder der jaren | 1949
  • Het beloofde land | 1950
  • Vijf en veertig | 1950
  • Voorgoed begonnen | 1951
  • Wie zonder zonde is | 1952
  • Geert Dammers | 1957
  • Bram Verhagen | 1959
  • Niet met goed fatsoen | 1961
  • Omnibus | 1963
  • Onze heer de Groot | 1963
  • Kerstverhalen | 1963
  • Bedreigde buurt | 1977
  • Als je alles wist | 1978
  • Ik ben die ik ben | 1979

1953 | Aart Romijn veroordeelt Christendommelijkheid

In de gecombineerde bovenzalen van hotel Spoorzicht was het op 10 oktober 1953 een druk gesjouw met stoelen. Er was veel te weinig plaats voor alle belangstellenden, die wilden luisteren naar de romanschrijver Aart Romijn, die voor de Protestantse Kunstkring zou spreken over de Stand van zaken in de Protestant-Christelijke letterkunde. Aart Romijn wilde over de Christelijke letterkunde trachten optimistisch te zijn, doch zijn eindconclusie was, dat hij niet erg hoopvol was, tenzij een groot publiek naar een goed genre zou vragen. Dit was echter niet het geval. Door de serieboeken in grote oplagen bereikt men de massa, doch niet het intelligente, Christelijke publiek. De oorzaak ligt in de Christendommelijkheid van de boeken. Christendommelijkheid, dat is de som van moraal, ethiek, traditie, enzovoorts. Het Christelijke boek wil goed vroom zijn. Dat brengt het benepene mee. Deze soort roman wil graag de wereld in wit-zwart weergeven, onder voorbijzien, dat die grauw is, of hoogstens als een zebra: zwart-wit. zwart-wit. En hij speelt liefst niet in deze tijd vol problemen, maar in dagen van voor de oorlogen, omdat alles toen zo knus, zo huiselijk en zo Christelijk was. Bijna geen auteur durft buiten het geijkte paadje te gaan omdat men dan zijn werk niet meer lust. Bovendien laat de grote Christelijke pers de Christelijke schrijvers in de steek. Na de pauze besprak Aart Romijn eigen werk. waarbij hij aangaf, hoe hij tot diverse typeringen was gekomen.

1959 | Bram Verhagen

Met Bram Verhagen is een derde jongensboek voor 14-jarigen en ouder van Aart Romijn verschenen. De schrijver heeft een poging gedaan om een verhaal te schrijven, dat anders is. Minder avonturen, meer problemen. Wan de HBS-er Bram Verhagen is een wat eenzelvige jongen die bovendien thuis de moeilijkheden niet gespaard blijven. Bram's vader drinkt teveel. Misschien is hetgeen dat met dit laatste samenhangt hier en daar wat overtrokken, toch is in zijn algemeenheid dit boek voor jonge mensen zeker geschikt. Vooral ook omdat zij er zichzelf nogal eens op één of andere wijze, in zullen herkennen.

1960 | Avondrust

De titel van dit boek zal velen niet onbekend zijn, want Aart Romijn schreef deze roman naar z'n gelijknamige serie-hoorspel, dat nog niet zo lang geleden door de N.C.R.V. in verschillende delen werd uitgezonden. Avondrust is de naam van een tehuis voor ouden van dagen. Ook zulk een gemeenschap heeft natuurlijk zijn problemen en nu heeft Aart Romijn zich er toe gezet de samenleving te tekenen van deze oudjes met hun eigenaardigheden, hun grote en kleine zorgen, hun deugden en gebreken. Hij heeft dat op niet onverdienstelijke wijze gedaan en het moet gezegd, dat de schrijver blijk geeft van een sterk medeleven met de nood, de sociale nood van zijn medemens. We zijn niet bepaald geestdriftig over de wijze waarop de schrijver ons in aanraking brengt met de geestelijke nood van zijn Avondrust-bewoners. Hier is te veel een vaagheid, die we nu juist in zulk een boek niet verwacht hadden. Een voorbeeld, zuster Lenie spreekt aan het slot twee mensen toe die 'het samen eens geworden zijn'. Ze zegt dan o.a.: „U hebt iets, nee, ik mag wel zeggen, veel gezien van het licht dat ook in de avond schijnt, en dat, veel inniger is dan het licht van de morgen en de hele dag“. Kijk, dat is aardig gezegd, het schept echt wel een zekere sfeer, maar niemand krijgt aan zulke woorden enig houvast. Waarom deze vaagheid? Met klare, schriftuurlijke geloofstaal zou deze zuster haar toehoorders, en Aart Romijn zijn lezers beter gediend hebben. C. J. d. K.

1960 | Seriehoorspel voor de jeugd over '40-'45

De NCRV is gistermiddag begonnen met een seriehoorspel over de oorlog, geschreven voor kinderen die na 1945 zijn geboren en voor wie, zoals op de scholen vaak blijkt, de jaren '40—'45 een nietszeggend stuk verleden tijd zijn. Jan Apon heeft het boek 'Van Hollandse jongens in Duitse tijd' van Aart Romijn voor de microfoon bewerkt. De oorlogsgebeurtenissen, beleefd in de Hollandse familiekring, zijn op een aansprekende manier verteld. Er gebeuren dingen die ieder gezin zijn overkomen: een kind nog niet thuis tijdens een luchtaanval, joodse vrienden die in moeilijkheden komen, buren die NSB'ers blijken te zijn. Hoewel dit luisterspel zelfs nauwelijks een vereenvoudigde geschiedenisles mag worden genoemd, kweekt het toch begrip voor de sfeer, waarin gewone mensen toen leefden. En begrip misschien tot werkelijke interesse.

1961 | Problemen van een teenager

Aart Romijn beschrijft in Niet met goed fatsoen de moeilijkheden van Carla de Bruwe, een meisje dat we vroeger een bakvis noemden en tegenwoordig een teenager. Tien mensen geven hun mening over Carla: een rector, zijn zoon, de werkster, een leraar, haar vader, haar moeder en nog een paar anderen. En ondertussen gaat het levensverhaal van Carla verder. Haar moeder en vader gaan scheiden, ze wordt van school gestuurd en behalve de werkster haar rector en een tekenleraar schijnt niemand zich om haar te bekommeren. Aart Romijn heeft een oprechte poging gedaan de jeugd van tegenwoordig te begrijpen en begrip te kweken. Af en toe werkt hij wel een beetje met zwart en wit, want dat haar ouders zo kortzichtig en dom zijn als hij ons wil doen geloven, kunnen we ons van volwassen mensen moeilijk voorstellen. Maar overigens laat het verhaal zich vlot lezen.

1963 | Aart Romijn behandelt het ouder worden

Aart Romijn's jongde pennevrucht is kortgeleden uitgegeven in de BK-serie van Bosch en Keuning NV. Aart Romijn is de schrijver van romans over het gewone, alledaagse leven: Levens met problemen die in ieder gezin, in iedere familie kunnen voorkomen. Zo ook in Onze heer De Groot. In deze roman vertelt Aart Romijn over een man, die ouder wordt, maar dit onloochenbare feit niet wil erkennen. Een man ook, die steevast gelooft, dat de jongere generatie de oudere afdankt, zelfs niet eens wil erkennen, dat die oudere generatie iets goeds heeft gedaan. Natuurlijk is dit niet zo, maar de heer De Groot heeft dit zo vaak gezegd en gedacht dat hij het gelooft. De mislukte wanhoopsdaad van de geestelijk verziekte oude man moge wat gemaakt lijken, aan het geheel van de beschrijving van het sociale vraagstuk van het ouder worden doet het niets af. Het is goed hier eens bij stil te staan.

1963 | Kerstverhalen

Blijkens aanvragen bij onze bibliotheken is er alle jaren in december grote belangstelling voor boeken met kerstverhalen, die men op kerstmiddagen en -avonden in allerlei kringen wenst voor te lezen. Thans is bij Bosch & Keuning NV, een nieuwe bundel verschenen onder de simpele titel Kerstverhalen, door de bekende schrijver Aart Romijn. Zes verhalen met een leesduur van tussen een klein halfuur en drie kwartier. Juist van pas dus. Ze zijn alle religieus getint, al ontbreekt hier en daar de humor niet, knap geschreven en boeiend verteld. Elk verhaal heeft zo zijn eigen sfeer met een diep menselijk ondertoon en gevoelige trekjes. Zeer geschikt voor het doel: zonder te veel sentimentaliteit een goede voorbereiding tot de kerststemming. Frits Gramberg tekende er een aantal vlotte schetsen bij.

  • romijn.txt
  • Laatst gewijzigd: 2017/12/03 01:46
  • door zaanlander