De Weerbaarheidsafdeling, Weerafdeling of Zwarthemden, kort gezegd de WA, was het zwart geüniformeerde paramilitaire legertje van de NSB, in 1932 opgericht om leider Mussert, NSB-colporteurs en NSB-leden te beschermen. De NSB, de Nationaal Socialistische Beweging, was de Nederlandse partij die de kant van de Nazi's koos. De colporteurs verkochten de NSB-krant Volk en Vaderland, het weekblad ook wel VoVa genoemd, op straat. Deze krant had een sterk propagandistisch karakter en werd uitgegeven door de uitgeverij Nenasu. De fascistisch getinte WA was ook verantwoordelijk voor de orde bij NSB-bijeenkomsten.

Op papier waren de weerafdelingen streng gedisciplineerd en werd uitgegaan van een defensieve opstelling; in de praktijk bleek het een vergaarbak voor uniformliefhebbers met een lage geweldsdrempel. Optredens veroorzaakten op talloze plaatsen stevige knokpartijen met tegenstanders, hetgeen aan beide kanten leidde tot ernstig gehavende slachtoffers.

Uit Volk en Vaderland:

Op 8 mei 1934, zo meldt Volk en Vaderland, vergaderde de groep Zaanstreek in Wormerveer in de Nieuwe Sociëteit. De bijeenkomst was ondanks een boycot, uitgeschreven door de Anti-Fascisten goed bezocht. Hieraan zal het feit, dat Swemmelaar het woord zou voeren, wel niet vreemd zijn geweest. De verslaggever van Het Volk verdween onder hoongelach uit de zaal, toen hem de gelegenheid werd geboden om vragen te stellen. Verscheidene nieuwe leden hebben zich na afloop,van de zeer goed geslaagde vergadering opgegeven. Op de terugtocht werden auto's met stenen bekogeld, maar gelukkig is niets ernstigs voorgevallen.

Op 16 mei 1934 beleefde Zaandam een zeer roerige avond. Voor de eerste maal hield de fascistengroep Zaanstreek er een huishoudelijke vergadering in het aan de Dam gelegen café Het wapen van Zaandam. Het gehele politiekorps was op de been ten einde de omtrek van de Dam af te zetten. De afzetting bleef gehandhaafd tot het einde van de vergadering waarna de politie de bezoekers naar huis begeleidde. Er verzamelde zich een grote menigte, die tot wanordelijkheden overging toen een groep Amsterdammers naar het station werd gebracht. Onderweg zag de politie zich genoodzaakt enige schoten in de lucht te lossen en toen op het station met stenen geworpen werd, waarbij één der Amsterdammers aan het hoofd werd gewond, voerden de politiemannen een charge uit, waarbij rake klappen vielen.

Op 22 december 1934 kopt Volk en Vaderland over de Rode terreur te Zaandam: ,,Het is wel onder bijzonder moeilijke omstandigheden, dat onze kameraden van de kring Zaanstreek hun propagandistisch werk moeten doen. Het zou te veel ruimte vergen om alle aanslagen op te noemen; wij volstaan dan ook met drie staaltjes van de laatste dagen.
Donderdagmorgen 8 uur: Onze kameraden trekken uit om in de arbeidersbuurt pamfletten in de brievenbussen te verspreiden. Kringpropagandist Voogd volgt met zijn auto. Plotseling komt een grote kerel op hem af en gooit van vlakbij een grote straatsteen dwars door de ruit van zijn auto. Kameraad Voogd dankt zijn behoud slechts aan het zware, onsplinterbare triplexglas van zijn voorruit, daar de steen precies voor zijn gelaat tegen de ruit kwam. De ruit was geheel vernield. Aanklacht wegens vernieling en poging tot zware mishandeling is ingediend.
Vrijdagnacht 1 uur: Weer trekken wij uit om een rode wijk te bewerken met pamfletten. De politie op de motor verkent eerst de straten, welke wij zullen doortrekken. In veel straten zien wij marxisten wegvluchten; de straten zijn opgebroken en de stenen netjes opgestapeld aan de kant, om als projectielen tegen ons dienst te doen. Schoten van de politie weerklinken en de lafaards reppen zich weg.
Zaterdagmiddag in Wormerveer: Bij het in de bus stoppen van een pamflet geeft één van onze kameraden plotseling een schreeuw: aan de binnenkant van de deur heeft de bewoner een gloeiende pook tegen zijn vingers gedrukt. Ziehier slechts een kleine greep. Er zou nog veel aan toe te voegen zijn, o.a. dat geen winkelier in Zaandam meer aan het kringhuis durft te leveren. Doch genoeg voor ditmaal. Ons ledental stijgt regelmatig en wij zullen volhouden.' Een eresaluut aan de politie te Zaandam, die een volkomen neutrale en correcte houding aanneemt. Men ziet ook hier zeer goed in, van welke kant de terreur komt.

Proefschrift Weerkorpsen

Gertjan Broek, historisch onderzoeker bij de Anne Frank Stichting, stelde een proefschrift samen onder de titel “Weerkorpsen. Extreemrechtse strijdgroepen in Amsterdam, 1923-1942”. De hierna volgende verwikkelingen in Zaanstreek rond de plaatselijke weerafdeling tot en met de activiteiten rond Hendrik van der Leur, zijn opgetekend op basis van dit proefschrift:

In Zaandam kwam het na enkele kleinere botsingen eind november ’34 tot een ernstig treffen. Eind oktober opereerden de Amsterdamse WA’ers al eens met hun indringende methoden in deze stad. Bij die gelegenheid werden drie van hen in de overwegend links georiënteerde arbeiderswijk rond de Rosmolenstraat volgens de Zaanlander van 13 september 1934 “op z’n allerhartelijkst afgeranseld.”

De Nationale Jeugdstorm en Weerafdeling voor Stationsstraat 61 het kringhuis van de NSB

Twee weken later waren ze er weer, en door een stevig politiegeleide bleven de gevolgen dit keer beperkt. In de laatste nacht van november liepen de zaken in Zaandam echter flink uit de hand. Enkele tientallen, vooral Amsterdamse, propagandisten verspreidden ’s nachts onder leiding van Wittkamp en Stevens drukwerk. De aanvoerders lieten de gealarmeerde politie weten “dat zij hun eigen paadje wel schoon zouden houden, en geen assistentie verlangden.” zo meldt het nachtrapport 1 december 1934 van Gemeentepolitie Zaandam.

Dakpannen Rosmolenstraat

Het kwam rond de Rosmolenstraat tot onenigheid met omwonenden, waarbij over en weer klappen vielen en buurtbewoners de WA’ers met dakpannen bekogelden. Eén van de verspreiders liep onder onduidelijk gebleven omstandigheden een zware, maar voorspoedig genezen hoofdwond op. Een Zaanse communist kreeg hiervoor zes maanden, op basis van verklaringen van onder meer het slachtoffer en de aanvoerders Wittkamp en Stevens.

De getuigen beweerden met een bij dit soort onoverzichtelijke incidenten zeldzame eensluidendheid dat de Zaandammer hun kameraad met een stuk hout had geslagen. Volgens de verdachte waren eerder enkele verspreiders in opdracht van Wittkamp zijn woning binnengedrongen om de door hem geweigerde pamfletten alsnog af te leveren. Hij verklaarde deze verspreiders uit zijn huis te hebben gezet, maar hij ontkende dat hij daarbij met een stok sloeg.

De ontlastende verklaring van een politieagent legde onvoldoende gewicht in de schaal. Het Gerechtshof bevestigde in hoger beroep de veroordeling, maar verminderde de straf omdat de WA door haar optreden het incident mede had uitgelokt.

Op 18 december 1934 bood de NSB met een vergadering in gebouw De Waakzaamheid Volksgenoten uit de Zaanstreek gelegenheid te protesteren tegen de mishandeling van de propagandist. Enkele dagen voor deze vergadering kwam de WA de rekening alvast vereffenen. Onopgemerkt door de politie wisten ongeveer veertig Amsterdamse NSB’ers om een uur ’s nachts opnieuw de buurt rond de Rosmolenstraat te bereiken. De buurtbewoners kregen daar dit keer, dankzij het wachtsysteem dat zij sinds de eerste botsingen onderhielden, snel lucht van. Ze konden echter niet verhinderen dat de aanvallers her en der ruiten ingooiden en dat twee buurtgenoten rake klappen opliepen.

Dit Zaanse offensief toont de dubbelzinnige positie van de Amsterdamse WA overduidelijk aan. Eind september had Hogewind aan zijn WA het “forceren” van colportage in als linkse bolwerken bekend staande buurten verboden. Hij oordeelde het totaal nutteloos en schadelijk voor de NSB op een dergelijke domme manier te trachten de Rode buurten te veroveren.

Met het luttele weken later juist op deze wijze opereren in Zaandam zetten Wittkamp en Stevens de hoogstgeplaatste in de formele bevelstructuur van de WA behoorlijk in zijn hemd. In het KNIL bekleedde Hogewind de rang van luitenant-kolonel. Het is niet waarschijnlijk dat hij in die functie een dergelijke insubordinatie van een paar onderofficieren zou tolereren.

Als inspecteur van de Weerbaarheid had hij met een andere realiteit te maken. Dat zijn verbod op zijn ondergeschikten in de WA weinig indruk maakte, is een duidelijke indicatie dat gehoorzaamheid aan de hiërarchie voor het weerkorps van Musserts beweging allerminst vanzelfsprekend was. Mede door de incidenten in Zaandam deed de Amsterdamse WA-formatie de noodzakelijke ervaring op. Zo konden ze een volgende stap wagen.

Zwart Front

De WA kende ook een concurrent; het Fascistisch Verbond Zwart Front dat zich vooral op het fascistische Italië richtte, fel antisemitisch was en trachtte het de NSB qua antisemitisme te overtreffen. Het Zwart Front was daarnaast ook fel antikapitalistisch en revolutionair. Meijer constateerde duidelijke overeenkomsten tussen het kapitalisme en het marxisme. Beide kwamen volgens oprichter Meijer voort uit het jodendom.

Hendrik van der Leur

Eén van de Zwart-Fronters was een Zaandammer die vaak aan de activiteiten van zijn Amsterdamse geestverwanten deelnam. Toen die geestverwanten een week na de Landdag een vergadering in gebouw ‘De Harmonie’ aan de Rozengracht belegden, zou deze Hendrik van der Leur weer van de partij zijn. Voor hij de reis naar Amsterdam kon aanvaarden viel echter de Zaanse politie bij hem binnen. De vrees voor wapenbezit bij de Zwart-Fronters was aanwezig. De agenten wilden weten of zijn organisatie over wapens beschikte. Van der Leur antwoordde bevestigend. Vervolgens wilde hij niet vertellen, maar wel aanwijzen waar deze wapens lagen. Onder bewaking leidde hij de speurders linea recta naar ’s Rijks wapenfabriek ‘Artillerie-inrichtingen Hembrug’, om vervolgens mede te delen dat “hier de wapens lagen die Zwart Front op den dag van de revolutie gebruiken zou.” Afdelingsleider Bervoets was erg ingenomen met de grap van kameraad Van der Leur, maar die miste hierdoor wel de vergadering.

In 1933 verbood de Nederlandse regering het dragen van uniformen. In 1935 dreigde zelfs een verbod voor eigen legertjes waarop de NSB de WA ophief omdat de NSB zich geen justitieel optreden kon veroorloven. Een wetgeving er ook werkelijk kwam: de nog altijd geldende Wet op de Weerkorpsen.

De diverse weerafdelingen kregen opdracht zich te organiseren als wandelclubs. De Duitse inval in 1940 kwam daarom voor de NSB en de WA als een bevrijding. De democratie werd afgeschaft, de NSB mocht mag blijven bestaan. De WA'ers konden weer trots in colonne marcheren, voorzien van grote zwarte petten en glimmende laarzen. Aanvankelijk waren vooral de activisten van de Nederlandsche Unie doelwit van de WA. Spoedig richtte de agressie zich echter ook tegen de joden.

Geen hoge pet

De Duitse bezetter had geen hoge pet op van de NSB. Vooral omdat de meeste Nederlanders de NSB'ers met hun WA verachten. Door steun van de NSB werd de bezetter niet populairder.

Jan Pieter de Vries, de tot commandant van de Zaanse Weerafdeling opgeklommen voormalige terreinopzichter van de Artillerie-Inrichtingen belandde in de winter van 1945 op een dodenlijstje van de Gewestelijke Sabotage Afdeling. In een briefje aan Jan Brasser verzocht Jan Jongh op 7 februari ‘met spoed opdracht om deze gevaarlijke provocateur uit de weg te ruimen’. ‘Enige maanden geleden is hij met een gebroken been in het ziekenhuis terechtgekomen na een schietpartij waarbij twee SS-lieden gedood werden. Nu hij opgeknapt is gaat hij om de dag naar de SD in Amsterdam.’ De reden is onbekend, maar deze Zaandammer zou ondanks Jonghs dringende verzoek aan de kogel ontsnappen.

Dat De Vries een fanatieke nazi was werd voor de buitenwereld duidelijk toen hij na de oorlog terechtstond voor het Bijzonder Gerechtshof. NSB’er Jan Pieter de Vries had zich schuldig gemaakt aan huiszoekingen, onder meer bij een Koogs echtpaar dat een joods meisje in huis verborg. De Zaandammer werd veroordeeld tot een lange gevangenisstraf.

Bron laatste twee alinea's: Erik Schaap

Zie: Tweede Wereldoorlog

  • wa.txt
  • Laatst gewijzigd: 2018/06/18 01:18
  • door zaanlander