zaanstreek

Pas in de 19e eeuw in zwang gekomen aanduiding van het gebied dat gewoonlijk als Zaans wordt beschouwd, daarvóór sprak men doorgaans van Zaanland of de Zaanlanden. Noch in het verleden noch tegenwoordig betroffen of betreffen deze aanduidingen een gebied met een eenheid van bestuur. Als gevolg hiervan zijn de grenzen niet officieel bepaald.

In 1897 heeft dr. G.J. Boekenoogen, Gerrit Jacob echter de volgende omschrijving gegeven: 'De hier beschreven kern van de bloeiende streek wordt gevormd door Zaandam, de Koog, Zaandijk en Wormerveer, die over een uitgestrektheid van anderhalf uur gaans langs de Zaan zijn gebouwd. De grenzen dezer plaatsen vloeien onmerkbaar ineen; het punt waar de ene gemeente eindigt en de andere begint is slechts voor de ingewijde kenbaar aan een stuk hardsteen naast of een dwarsstreep van anders gekleurde bakstenen over de straatweg. Verder behoren tot de Zaanstreek de een half uur gaans beoosten en bewesten gelegen dorpen Oostzaan en Westzaan, eertijds evenzeer belangrijke handelsplaatsen, doch wier handel zich grotendeels naar de gunstiger gelegen Zaandorpen heeft verplaatst. Westelijk ligt verder Krommenie, het middelpunt der zeildoekweverij, die ook aan vele inwoners van het naburige Krommeniedijk en Assendelft werk verschaft, alsmede het voornamelijk van veeteelt bestaande dorp Assendelft: terwijl men beoosten de Zaan nog vindt de dorpen Wormer en Jisp, en de drooggemaakte meren de Enge- en de Wijde Wormer'.

Van deze correcte gebiedsomschrijving valt overigens op, dat nog geen eeuw later zowel de gemeentelijke indeling als de economische bedrijvigheid - voor zover door Boekenoogen genoemd - aan verandering onderhevig was. Ook in het verleden hadden zich meermalen zulke veranderingen voorgedaan, hiervoor wordt verwezen naar het bij de trefwoorden Bestuur en rechtspraak en Economische geschiedenis geschiedenis behandelde.

Vormde de Zaanstreek administratief-politiek dus nooit een eenheid, in economisch-sociaal opzicht was er steeds meer samenhang, getuige het volgende citaat uit mr. D. Vis, De Zaanstreek (Leiden 1948): 'De economische samenhang werd in hoge mate bepaald door het verkeerswater bij uitstek, de Zaan. Die vormde het hoofdmotief van de vestiging van zoveel nijveren in de 17e eeuw en daarna. Een Zaanstreek zonder Zaan is ondenkbaar en zou in geen enkel opzicht een eenheid vormen. Niet economisch en niet sociaal, maar vooral ook niet karakterologisch. Het is het water dat de Noord-Hollander zijn karaktereigenschappen gaf of tenminste vormde. Het is de Zaan die deze eigenschappen bij de Zaankanter sublimeerde tot dat ondefinieerbare maar uit alles te herkennen karakter- en taalbeeld'.

Inmiddels is de betekenis van de Zaan afgenomen, kreeg de economische bedrijvigheid andere, minder streekgebonden accenten en zijn zowel het karakter- als het taalbeeld nog nauwelijks bepalend voor een veronderstelde eenheid onder de noemer Zaanstreek. De vraag kan rijzen of in de jaren negentig van de 20e eeuw de zelfbewuste afbakening van de eigen regio nog kan worden volgehouden. Is het niet juister de streek een plaats toe te denken in het zich mogelijk vormende gewest Groot-Amsterdam of zich te schikken in een regio Amsterdam-Schiphol?

Deze vraag blijft hier onbeantwoord. De uitgave van een Encyclopedie van de Zaanstreek vormt een aanwijzing dat initiatiefnemers en redactie althans zo streekbewust zijn dat zij op z'n minst de historische ontwikkeling van het gebied naast de huidige situatie ervan willen leggen. Moge het begrip 'Zaanstreek' dan al niet nauwkeurig te definiëren zijn, de in dit werk op meer dan 800 bladzijden bijeengebrachte tekst geeft een complexe samenhang aan, die niet kan worden genegeerd bij de beoordeling van zich nieuw aandienende structuren.

K. Woudt

  • zaanstreek.txt
  • Laatst gewijzigd: 2016/09/26 20:13
  • door han