zuivelfabriek_zaanstreek

De melkfabriek van de Coöperatieve Melkinrichting Zaanstreek (C.M.C.) stond aan de Wormerveerse Zaanweg; daarvoor stonden er huizen met de nummers 37 t/m 40. Na de Eerste Wereldoorlog ontstond in Wormerveer een ware melkoorlog, die de plaatselijke boeren stimuleerde tot de oprichting van een eigen fabriek, om niet langer van de melkslijters afhankelijk te zijn. De veehouders bouwden onder de naam Coöperatieve Melkinrichting 'Zaanstreek' een fabriek aan de Zaanweg, deze werd in januari 1919 officieel geopend.

In het voorjaar van 1967 zijn de C.M.C. melkfabrieken te Assendelft en Wormerveer, de N.V. Melkinrichting Velzen en de N.V. Melkinrichting en Zuivelfabriek Gebr. Schaft te Oostzaan opgegaan in de Melkcentrale Velzen Zaanstreek N.V. Het uitgiftestation voor melk- en melkproducten blijft nog bestaan. Er zullen geen ontslagen vallen. Eén van de directeuren de heer S.F. Akkermans van Melkcentrale Velsen-Zaanstreek zegt: de concentratie van de productie was onoverzichtelijk, we waren eigenlijk hard aan een kostbare verbouwing toe van de panden in Wormerveer.

De Coöperatieve Melkinrichting en Zuivelfabriek Zaanstreek G.A., te Wormerveer opgericht bij akte van 16 februari 1917. 3 Juni 1927, verschenen voor mij Nicolaas Cornelis Doncan, notaris ter standplaats Wormerveer: de heer Cornelis Busch, landman, wonende te Wormerveer, en de heer Simon Waal, landman en veehouder, wonende te Wormerveer, in hun hoedanigheid van voorzitter en bestuurslid en eerstgenoemde als gevolmachtigde van de heren:

  • Dirk Waal, wonende te Wormerveer,
  • Wybrand Groot, wonende te Akersloot,
  • Simon Helder, wonende te Akersloot,
  • Willem Noom, wonende te Uitgeest,
  • Gerrit IJff, wonende te Westzaan,
  • Muus Slooten, wonende te Zaandijk,
  • Frederik Engel, wonende te Koog aan de Zaan,

allen landlieden en veehouders en allen leden van en tezamen uitmakende het bestuur der coöperatieve vereniging: Coöperatieve Melkinrichting en Zuivelfabriek Zaanstreek, gevestigd te Wormerveer en opgericht bij akte van 16 februari 1917, waarvan de statuten zijn gewijzigd bij akten van 19 april 1918, 6 februari 1920 en 22 januari 1924, alle verleden voor den destijds te Wormerveer gevestigden notaris G. H. A. Tjeenk Willink, blijkende voormelde lastgeving uit een onderhandse akte van volmacht, welke, na vooraf door de lasthebber in tegenwoordigheid van mij, notaris, en de getuigen te zijn voor echt erkend en ten blijke daarvan door allen te zijn getekend, aan deze minuut-akte is vastgehecht en te gelijk daarmede ter registratie zal worden aangeboden.

De comparanten verklaarden: dat door hen, naar aanleiding van het bij art. 50 der statuten van gemelde vereniging in gemelde akte van oprichting bepaalde, een algemene ledenvergadering is belegd op 18 februari 1927, ter herziening en wijziging van gezegde statuten; dat ter vergadering op genoemde datum aanwezig waren 26 leden, welke tezamen 75 stemmen konden uitbrengen, en de wijziging der statuten werd aangenomen met algemene stemden, blijkens aangehecht extract der notulen; dat ingevolge het besluit dezer laatste vergadering de statuten van gemelde vereniging thans luiden als volgt.

Naam, doel en duur
  • Art. 1. De vereniging draagt de naam van: De Coöperatieve Melkinrichting en Zuivelfabriek Zaanstreek G.A.
  • Art. 2. De vereniging is gevestigd te Wormerveer, de buiten de gemeente Wormerveer woonachtige leden wordt als domicilie het kantoor der vereniging aangewezen.
  • Art. 3. Het doel der vereniging en het voorwerp harer onderneming is, in een door haar te drijven fabriek melk, afkomstig van gezonde koeien van haar leden, gemeenschappelijk te verwerken en de daaruit verkregen producten te verkopen, één en ander in de ruimste zin genomen. Ook kan het verkopen van melk en bijproducten van zuivelbereiding voorwerp harer onderneming zijn. De vereniging kan zich als lid of deelgenoot aansluiten bij verenigingen of ondernemingen, die bevordering van het zuivelbedrijf ten doel hebben. Het bestuur is bevoegd melk te betrekken van niet-leden der vereniging op voorwaarden en tegen prijzen, door het bestuur te stellen.
  • Art. 4. De vereniging is voor onbepaalde tijd aangegaan.
  • Art. 5. Het boekjaar der vereniging valt samen met het kalenderjaar.
Lidmaatschap
  • Art. 6. Tot de vereniging kunnen alleen als leden worden toegelaten veehouders en veehoudsters, die de bekwaamheden hebben verbintenissen aan te gaan. Minderjarigen kunnen evenwel tot het lidmaatschap worden toegelaten, indien hun wettelijke vertegenwoordiger als zodanig daartoe het verzoek doet. In geval van toelating is de wettelijke vertegenwoordiger als zodanig verplicht zich aan alle verplichtingen, waartoe de leden zich hébben verbonden, te onderwerpen, vertegenwoordigt hij op de vergaderingen de minderjarige en oefent hij de rechten, welke aan het lidmaatschap verbonden zijn, uit. Het lidmaatschap is persoonlijk en, behoudens de bepalingen der artikelen 14 en 16, verbindend tot aan het einde van het boekjaar.
  • Art. 7. Wie als lid der vereniging wenst toe te treden, richt daartoe een schriftelijke aanvrage aan het bestuur. Over deze aanvrage wordt op de eerstvolgende bestuursvergadering beslist. Wordt de aanvrager als lid toegelaten, dan wordt hem daarvan schriftelijk kennis gegeven. Hij is verplicht terstond het ledenregister der vereniging te ondertekenen in tegenwoordigheid van de directeur en een lid der vereniging, die onder de handtekening van het lid een gedagtekende en ondertekende verklaring plaatsen, dat deze handtekening in hun tegenwoordigheid gesteld is. Zijn lidmaatschap vangt aan op de dag, waarop hieraan voldaan is. De aanvrager, die door het bestuur is afgewezen, heeft recht van beroep op de algemene vergadering.
  • Art. 8. Een lid, dat overeenkomstig art. 7 als zodanig is aangenomen, is, behoudens de bepaling van de derde alinea van dit artikel, verplicht een intreegeld te betalen, dat berekend wordt naar het aantal koeien, dat door hem bij zijn toetreding gehouden wordt. Dit intreegeld voor nieuwe leden wordt in de algemene zomervergadering der leden telkens voor het volgend boekjaar bepaald. Ook kan deze algemene ledenvergadering bepalen, dat er in het volgend boekjaar geen intreegeld van nieuwe leden geheven zal worden. Voorts is het nieuwe lid verplicht mede op zich te nemen al die verbintenissen, als waartoe de leden zich verbonden hebben.
  • Art. 9. Blijkt ook buiten het geval van gerechtelijke vereffening der vereniging en rechtstreeks tegenover haar schuldeisers, dat de bezittingen der vereniging ontoereikend zijn om aan haar verbintenissen te voldoen, dan zijn zij, die lid zijn of minder dan een jaar vóór de dag, waarop tot ontbinding, liquidatie of vereffening besloten wordt, hebben opgehouden lid te zijn, persoonlijk aansprakelijk voor de verbintenissen der vereniging, met dien verstande, dat ieders deel in het tekort wordt berekend naar verhouding van de hoeveelheid melk, die door ieder gedurende de laatste vijf jaren of, bij korter lidmaatschap, gedurende dat lidmaatschap is geleverd. Wordt de vereniging ontbonden door insolventie, nadat zij in staat van faillissement is verklaard, dan delen in de aansprakelijkheid, behalve de leden, allen, die minder dan een jaar vóór de faillietverklaring of daarna hebben opgehouden leden te zijn. Kan op één of meer der leden of oud-leden zijn evenredig deel in het tekort niet verhaald worden, dan zijn voor het ontbrekende de overige leden of oud-leden mede voor gelijke delen als borgen aansprakelijk. Voor de vaststelling van de hoeveelheid melk, door ieder geleverd, komen alleen de aan het kantoor der vereniging genoteerde hoeveelheden in aanmerking. Bijaldien bij vereffening een overschot blijkt te zijn, dan wordt dit overschot op bovengemelde wijze verdeeld.
  • Art. 10. Alle leden zijn verplicht de melk van hun gezonde koeien aan de vereniging ter verwerking te geven, uitgezonderd alleen de hoeveelheid, die zij voor eigen gebruik nodig hebben. Het bestuur kan aan de leden toestaan melk voor huiselijk gebruik aan derden af te staan.
  • Art. 11. Ieder lid heeft als zodanig in de algemene ledenvergaderingen één stem, terwijl verder een vol vijftal koeien of meer, door hem gehouden volgens de laatste als juist erkende opgave, hem recht geeft op één stem meer. Het hoogste aantal stemmen, door een lid voor zich uit te brengen, zal niet meer dan 4 zijn. Bij hun toetreding en verder jaarlijks vóór 1 januari geven de leden het getal van de melkkoeien, die zij het volgend boekjaar zullen houden, op. Het bestuur heeft het recht zich van de juistheid der opgaven te overtuigen en deze, zoo nodig, te verbeteren.
  • Art. 12. Alle leden hebben het recht zich in de algemene ledenvergadering te laten vertegenwoordigen door een medelid of een inwonende meerderjarige zoon en als vertegenwoordiger voor een medelid op te treden. Geen vertegenwoordiging wordt als wettig erkend dan wanneer zij geschiedt bij schriftelijke volmacht, hetzij doorlopend, hetzij voor één vergadering. Niemand kan als lasthebber van meer dan één lid optreden.
  • Art. 13. Het lidmaatschap eindigt:
    • 1°. door overlijden van het lid;
    • 2°. door opzegging van het lidmaatschap door het lid;
    • 3°. door ontzetting van het lid uit zijn lidmaatschap bij besluit van de algemene ledenvergadering.
  • Art. 14. Het lidmaatschap van een overleden lid wordt geacht te eindigen na verloop van een tijdvak van 13 weken na de dag van het overlijden of zoveel vroeger als zijn erfgenamen en rechtverkrijgenden volgens hun schriftelijke mededeling aan het bestuur zulks wensen. Gedurende bovengemeld tijdvak worden de erfgenamen en rechtverkrijgenden geacht alle rechten en verplichtingen te hebben overgenomen, die voor de overledene aan zijn lidmaatschap verbonden zouden zijn, indien hij nog leefde.
  • Art. 15. Opzegging van het lidmaatschap door een lid geschiedt bij aangetekende brief aan het bestuur. Het lid, dat de opzegging doet, ontvangt daarvan een schriftelijke erkentenis van het bestuur. Wordt de schriftelijke erkentenis niet binnen 14 dagen gegeven, dan is het lid bevoegd de opzegging op kosten der vereniging bij deurwaardersexploot te herhalen. Het lidmaatschap kan alleen opgezegd worden tegen het einde van het boekjaar en eindigt niet eerder dan 2 maanden nadat de kennisgeving van de opzegging bij het bestuur of ten kantore der vereniging is ingekomen.
  • Art. 16. Ontzetting van een lid uit zijn lidmaatschap kan alleen geschieden op grond dat een lid in strijd met de statuten handelt, het huishoudelijk reglement of de besluiten der algemene vergadering overtreedt of de belangen der vereniging benadeelt. De ontzetting geschiedt bij besluit der algemene ledenvergadering, op voorstel van het bestuur of van minstens 1/5 deel der leden, en wanneer de algemene ledenvergadering, nadat het voorstel is toegelicht, met minstens 2/3 der uitgebrachte geldige stemmen daartoe besluit. Beroep tegen de ontzetting is niet toegelaten. Het lidmaatschap van het betrokken lid eindigt met de dag, waarop de algemene ledenvergadering tot zijn ontzetting uit het lidmaatschap besluit. Van het genomen besluit geeft het bestuur onmiddellijk bij deurwaardersexploot kennis aan het betrokken lid, onder vermelding der feiten, waarop het besluit tot ontzetting is gegrond.
  • Art. 17. Door het bestuur wordt nauwkeurig in het ledenregister der vereniging boek gehouden van toe- en uittreding der leden; is deze laatste een gevolg van het overlijden van een lid, dan wordt daarvan aantekening gedaan, zodra het overlijden aan het bestuur bekend wordt.
  • Art. 18. Degene, wiens lidmaatschap is geëindigd, of diens erfgenamen en rechtverkrijgenden hebben van de vereniging de uitkering van de waarde van zijn aandeel in het ledenkapitaal te vorderen. De vereniging is niet verplicht aan deze vorderingen te voldoen voordat de rekening en verantwoording over het boekjaar, waarin of waarmede het lidmaatschap eindigde, door de algemene ledenvergadering is goedgekeurd. De vereniging heeft het recht op deze en andere vorderingen in mindering te brengen hetgeen het lid, wiens lidmaatschap eindigde, uit welken hoofde ook aan de vereniging schuldig bleef of in het geval, in art. 19 omschreven, schuldig wordt.
  • Art. 19. Hij, wiens lidmaatschap is geëindigd op een der wijzen, in art. i3, sub 2 en 3, genoemd, is op eerste schriftelijke aanmaning van het bestuur verplicht aan de vereniging te betalen zoveel malen f 250 als het jaarlijks gemiddelde bedraagt van het aantal koeien, dat door hem gedurende de laatste 5 jaren van zijn lidmaatschap of gedurende zijn gehele lidmaatschap, indien dit minder dan 5 jaren duurde, werd gemolken volgens de opgaven, bedoeld in art. 11, tweede lid, terwijl in geval van de aldaar vermelde onjuistheid der opgave der leden de boeken der vereniging te dier zake volledig bewijs opleveren.
  • Art. 20. Onverminderd het bepaalde in art. 18 is de vereniging gerechtigd aan hem, wiens lidmaatschap eindigde op een der wijzen, in art. 13, sub 2 en 3 genoemd, het hem toekomende voor de ter verwerking gegeven melk niet eerder uit te betalen voordat de rekening en verantwoording over het boekjaar, waarin of waarmede zijn lidmaatschap eindigde, door de algemene ledenvergadering is goedgekeurd.
  • Art. 21. Indien dezelfde boerderij door meerdere personen in gemeenschap wordt gedreven, kan slechts één hunner als lid der vereniging worden aangenomen en zal deze alle rechten der leden uitoefenen en tot alle verplichtingen der leden gehouden zijn, alsof hij de enige houder ware van al het melkvee, op die boerderij gehouden, terwijl hij tegenover de vereniging niet alleen voor eigen daden aansprakelijk is, maar ook voor alle daden van diegenen, die in gemeenschap met hem de boerderij drijven.
Het bestuur en het toezicht
  • Art. 22. De vereniging wordt in en buiten rechten vertegenwoordigd door het bestuur, dat ten hoogste uit 9 personen bestaat. Het bestuur wordt door de algemene ledenvergadering uit de leden benoemd. De secretaris evenwel behoeft geen lid der vereniging te zijn.
  • Art. 23. De leden van het bestuur worden benoemd voor 5 achtereenvolgende jaren, evenwel met dien verstande, dat zij te allen tijde door de algemene ledenvergadering kunnen worden ontslagen. Volgens een daarvoor op te maken rooster treden aan het einde van elk boekjaar 2 of één hunner af. De aftredenden zijn dadelijk herkiesbaar. De herkiezing der bestuursleden geschiedt op de algemene ledenvergadering met een meerderheid der uitgebrachte stemmen.
  • Art. 24. Bij aftreding van een bestuurslid, anders dan volgens de rooster van aftreding, wordt in de eerstvolgende algemene ledenvergadering, nadat het bestuur er kennis van kreeg, in de vacature voorzien. Degene, die ter vervulling der vacature wordt benoemd, neemt op de rooster van aftreding de plaats van de aftredende in.
  • Art. 25. Het bestuur vergadert zoo mogelijk ten minste éénmaal per maand ten kantore der vereniging, in welke vergadering ieder lid één stem heeft. In zijn eerste vergadering in een boekjaar verdelen de leden onderling de functies van voorzitter en ondervoorzitter, ook die van secretaris, tenzij deze, geen lid der vereniging zijnde, door de algemene ledenvergadering is benoemd. De voorzitter leidt de bestuursvergadering en de algemene ledenvergadering. Bij zijn afwezigheid neemt de ondervoorzitter deze functie waar. Is ook deze afwezig, dan berust de leiding der vergadering bij het oudste aanwezige bestuurslid De secretaris voert de correspondentie der vereniging en maakt de notulen van alle bestuurs- en algemene ledenvergaderingen, voor zover dit niet aan de beheerder is opgedragen.
  • Art. 26. Aan het bestuur is opgedragen het beheer en de dagelijkse leiding van de door de vereniging te drijven melkinrichting en zuivelfabriek en de uitvoering der besluiten van de algemene ledenvergadering. Het bestuur heeft het recht om onder goedkeuring der algemene ledenvergadering voor bepaalde handelingen volmacht aan derden te geven.
  • Art. 27. Het bestuur is voor zijn handelingen rekening en verantwoording verschuldigd aan de algemene ledenvergadering. Het bestuur kan alleen dan besluiten nemen, wanneer minstens 5 harer leden tegenwoordig zijn.
Algemene ledenvergadering
  • Art. 28. De algemene ledenvergadering wordt jaarlijks ten minste tweemaal bijeengeroepen door het bestuur, en wel éénmaal in het voorjaar en éénmaal in de zomer. Voorts wordt de algemene ledenvergadering zoo dikwijls bijeengeroepen door het bestuur als het dit nodig acht of op schriftelijk verzoek van ten minste 1/5 der leden. Indien aan dit verzoek binnen 14 dagen geen gevolg wordt gegeven en de vergadering niet binnen 4 weken na indiening van het verzoek wordt gehouden, kunnen de verzoekers zelf tot die bijeenroeping overgaan bij advertentie in één of meer plaatselijke bladen, op kosten der vereniging.
  • Art. 29. De algemene ledenvergaderingen worden ten minste 8 dagen te voren bijeengeroepen bij briefjes, waarop zoveel mogelijk de te behandelen punten vermeld staan.
  • Art. 30. In spoedeisende gevallen, uitgezonderd ter behandeling van een voorstel tot statutenwijziging, kan de algemene ledenvergadering op kortere termijn worden bijeengeroepen. Over onderwerpen, niet in de oproeping vermeld, kunnen geen besluiten genomen worden, indien niet minstens 1/3 van het aantal leden der vereniging dit ter vergadering goedkeurt.
  • Art. 31. Besluiten worden door mondeling vóór- en tegenstemmen, behoudens de in art. 16 genoemde uitzonderingen, genomen bij meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Bij staking van stemmen wordt een voorstel geacht te zijn verworpen. Wanneer op de uitdrukkelijke vraag van de voorzitter geen der aanwezigen zich daartegen verzet, kunnen besluiten ook zonder hoofdelijke stemming worden genomen.
  • Art. 32. De keuze en benoeming van personen geschiedt bij ongetekende briefjes en, tenzij anders is bepaald, bij volstrekte meerderheid der uitgebrachte geldige stemmen. Hierbij kunnen achtereenvolgens de volgende stemmingen plaats hebben: eerste vrije stemming; tweede vrije stemming; herstemming tussen 2 of meer personen, die de beide hoogste aantallen stemmen op zich verenigden, totdat één persoon meer dan de helft van de stemmen verkrijgt of de stemmen staken, in welk geval het lot beslist. Keuze en benoeming van leden van het bestuur bij acclamatie is verboden.
  • Art. 33. In de zomervergadering wordt voorzien in de vacatures van het bestuur, wordt benoemd de commissie, bedoeld in art. 46, en wordt het intreegeld, bedoeld in art. 8, vastgesteld. In de voorjaarsvergadering, te houden binnen de eerste 6 maanden na afloop van het boekjaar, doet het bestuur, onder overlegging der nodige bescheiden, rekening en verantwoording over zijn in het afgelopen boekjaar gevoerd beheer en kan, zo nodig, ook voorzien worden in vacatures. Het beheer en het personeel.
  • Art. 34. Het bestuur wordt bijgestaan door een beheerder, die benoemd wordt door de algemene ledenvergadering uit een voordracht van 3 personen, opgemaakt door het bestuur. Zijn beloning en zijn verplichtingen worden bij instructie, vast te stellen door de algemene ledenvergadering, nader geregeld. De beheerder stelt persoonlijke of zakelijke zekerheid tot een door de algemene ledenvergadering te bepalen bedrag, op een wijze, door het bestuur goed te keuren. De van de zekerheidstelling op te maken akte wordt ten koste der vereniging notarieel verleden.
  • Art. 35. Geen bloedverwant- of zwagerschap, tot de derden graad ingesloten, mag bestaan tussen de beheerder en de bestuursleden, tenzij met machtiging der algemeens vergadering.
  • Art. 36. Het verdere personeel van de vereniging wordt benoemd door het bestuur, uit een aanbeveling van 3 personen voor elke te vervullen plaats, door de beheerder in te dienen. Kan geen drietal worden opgemaakt, dan mag van deze bepaling worden afgeweken. De regeling van de dienstbetrekking tussen de vereniging en het personeel berust bij het bestuur.
  • Art. 37. De beheerder kan alleen door de algemene ledenvergadering en het personeel alleen door het bestuur ontslagen worden. Een ongevraagd ontslag wordt alleen gegeven op een met redenen omkleed voorstel van het bestuur. Geldmiddelen.
  • Art. 38. Voor het aangaan van geldleningen, voor het aankopen, vervreemden en bezwaren van onroerende goederen wordt een voorafgaand besluit der algemene ledenvergadering gevorderd. In spoedeisende gevallen beslist echter het bestuur. Voor heit stichten, uitbreiden en vernieuwen van gebouwen, voor het aanschaffen en vernieuwen van machines en werktuigen, waarvan de raming f 2000 overtreft, wordt eveneens een voorafgaand besluit der algemene ledenvergadering gevorderd. Voor het uitvoeren van werken, in de vorige alinea bedoeld, waarvan de raming hoogstens f 2000 bedraagt, kan worden besloten door het bestuur.
  • Art. 39. Er wordt een reservefonds gevormd:
    • a. door ten bate hiervan jaarlijks de exploitatie-rekening te belasten met een bedrag van ten minste f 500;
    • b. door de ontvangsten krachtens de art. 8 en 18 te boeken ten bate van dit fonds;
    • c. door andere ontvangsten overeenkomstig bepalingen in deze statuten en in het huishoudelijk reglement en overeenkomstig te nemen besluiten te boeken ten bate van het fonds. Het onder a bepaalde is niet bindend telkens wanneer het fonds een hoogte van f 10 000 bereikt heeft. Het reservefonds dient tot dekking van een nadelig saldo der exploitatie-rekening en tot dekking van buitengewone verliezen. Afschrijving, ledenkapitaal en ledenschuld.
  • Art. 40. Er zal jaarlijks op de bezittingen van de vereniging van de kosten van stichting en aanschaffing en van de kosten van uitbreiding, voor zover hiervoor de bezittingen worden gedebiteerd, als waardevermindering worden afgeschreven minstens percent wat de gebouwen betreft en minstens 10 percent wat de installaties aangaat.
  • Art. 41. Indien er bij het opmaken der balans blijkt een nadelig saldo te zijn, dan wordt, zulks voor het eerst na het afsluiten van de balans over het boekjaar 1923, het bedrag van dit nadelig saldo geboekt onder het hoofd ledenschuld. Het aandeel van ieder lid in de ledenschuld wordt berekend naar verhouding van de gedurende het boekjaar geleverde hoeveelheid melk. Voor de eerste maal echter na het afsluiten van de balans over het boekjaar 1923 wordt het aandeel van ieder lid berekend naar verhouding der hoeveelheid melk, door ieder gedurende dat lidmaatschap geleverd. Een lijst, door het bestuur ondertekend, vermeldende de namen der leden en van hen, die, hoewel uitgetreden uit de vereniging, aan hun verplichting tot betaling van hun aandeel nog niet ten volle voldaan hebben, met opgave van ieders aandeel in de ledenschuld, behoort bij de bescheiden, welke door het bestuur bij de rekening en verantwoording moeten worden overgelegd.
  • Art. 42. Indien er bij het opmaken der balans een overschot blijkt te zijn, wordt dit overschot onder de leden, naar verhouding van de gedurende het boekjaar geleverde hoeveelheid melk, verdeeld. Indien een lid nog aandeel heeft in de ledenschuld, wordt een eventueel aandeel in het overschot van zijn ledenschuld afgeschreven. Voor een lid, dat geen aandeel in de ledenschuld heeft, wordt het bedrag van zijn aandeel in het overschot bijgeschreven onder het hoofd ledenkapitaal.
  • Art. 43. Ieder lid zal van zijn aandeel in het ledenkapitaal een rente genieten van 4 percent per jaar en zal van zijn aandeel in de ledenschuld jaarlijks aan de vereniging een rente moeten betalen, zoals door het bestuur zal worden vastgesteld, in overeenstemming met de gemiddelde debet-rente, die door bankinstellingen in rekening wordt gebracht, terwijl hij tevens verplicht is van zijn aandeel in de ledenschuld jaarlijks 1/20 deel der hoofdsom af te lossen. De rente van het ledenkapitaal zal worden uitbetaald na de vaststelling van de balans door de algemene ledenvergadering. De rente en aflossing van de ledenschuld zal door de leden in contanten moeten worden betaald, doch kan op hun verzoek ook geleidelijk, binnen een door het bestuur vast te stellen termijn, verrekend worden met het melkgeld.
  • Art. 44. Het aandeel van een lid in het ledenkapitaal is gedurende diens lidmaatschap niet opeisbaar, terwijl de rente niet langer verschuldigd is dan tot het einde van het boekjaar, waarin of waarmede het lidmaatschap eindigt. Het aandeel van een lid in de ledenschuld kan te allen tijde worden aangezuiverd, terwijl het bij het beëindigen van het lidmaatschap, om welke reden ook, terstond opvorderbaar is op eerste aanmaning van het bestuur. Bij gebreke van directe betaling van de hoofdsom en de verschenen rente zijn alle kosten van invordering ten laste van de schuldenaar.
Verdeling der melkgelden, rekening en verantwoording
  • Art. 45. Bij de prijsbepaling van de door de leden geleverde melk zal rekening gehouden worden met het gehalte van de door ieder lid geleverde melk.
  • Art. 46. Het bestuur doet telkens na afloop van het boekjaar rekening en verantwoording over zijn in het afgelopen boekjaar gevoerde beheer aan de algemene ledenvergadering. Daartoe sluit het bestuur aan het einde van elk boekjaar de boeken der vereniging af. Het maakt dan vóór 1 maart daarna de balans aan het einde van en de winst-en-verliesrekening over het boekjaar op en stelt deze stukken met de nodige bescheiden ten kantore der vereniging ter beschikking van een commissie van 3 personen, door de leden in de zomer- algemene ledenvergadering uit de leden gekozen. De algemene ledenvergadering kan aan deze commissie een accountant toevoegen of aan de commissie het recht geven zich door een accountant te laten bijstaan. In de winst-en-verliesrekening moet worden opgenomen een lijst, vermeldende over het afgelopen boekjaar de namen der leden, de hoeveelheid melk, door ieder geleverd, en het aantal koeien, door ieder gemolken. De commissie onderzoekt de balans en de winst- en verliesrekening en de boekhouding over dat boekjaar en legt haar verslag daarover met voorstel tot al of niet onveranderde vaststelling der balans en winst-en-verliesrekening en de haar in handen gestelde stukken vóór 1 april ten kantore der vereniging neer.
  • Art. 47. De balans en de winst-en-verliesrekening met bijbehorende bescheiden en het verslag van de commissie worden minstens een week vóór de algemene ledenvergadering, waarin het bestuur ze voor het doen van rekening en verantwoording aan het oordeel der algemene ledenvergadering zal onderwerpen, ten kantore der vereniging ter inzage van de leden neergelegd. De goedkeuring van de balans en winst-en-verliesrekening door de algemene ledenvergadering strekt het bestuur en de beheerder tot volkomen kwijting en ontheffing van het gehouden beheer.
Slotbepalingen
  • Art. 48. Wijziging van de statuten der vereniging kan, behoudens het in art. 49 bepaalde, alleen geschieden in een daartoe bijeengeroepen algemene ledenvergadering, waarin minstens 2/3 der leden tegenwoordig of vertegenwoordigd zijn, tezamen beschikkende over minstens 2/3 van alle stemmen der gezamenlijke leden. Deze algemene vergadering wordt minstens 14 dagen te voren bijeengeroepen bij briefjes, waarop medegedeeld wordt, dat aldaar wijziging der statuten zal worden voorgesteld. Degenen, die de oproeping tot de algemene ledenvergadering ter behandeling van een voorstel tot statutenwijziging hebben gedaan, moeten ten minste 10 dagen vóór de vergadering een afschrift van dat voorstel, waarin de voorgedragen wijziging woordelijk is opgenomen, ten kantore der vereniging neerleggen ter inzage voor ieder tot na afloop der vergadering. De leden hebben het recht in deze algemene ledenvergadering nog amendementen op de voorgestelde wijziging in te dienen. Elke wijziging behoeft, om aangenomen te worden, minstens 2/3 van het aantal uitgebrachte geldige stemmen en de goedkeuring van haar hypotheekhouder.
  • Art. 49. Is de overeenkomstig het vorig artikel opgeroepen algemene ledenvergadering door onvoldoende opkomst van de leden onbevoegd tot wijziging der statuten, dan roept het bestuur minstens één week en hoogstens 3 weken na de eerste vergadering bij afzonderlijke uitschrijving een tweede algemene ledenvergadering overeenkomstig art. 29 op, met verwijzing naar de agenda van de eerste vergadering, wat de te behandelen voorstellen betreft. Deze tweede algemene ledenvergadering is in elk geval bevoegd, onafhankelijk van het aantal opgekomen leden, tot wijziging der statuten bij gewone meerderheid van stemmen.
  • Art. 50. De notariële akte, door de Wet op de Coöperatieve Verenigingen gevorderd, houdende de veranderingen in de statuten der vereniging, wordt door het bestuur, namens de vereniging, zonder medewerking der leden verleden.
  • Art. 51. De vereniging eindigt:
    • 1°. door haar ontbinding krachtens besluit der algemene ledenvergadering;
    • 2°. door haar insolventie, nadat zij in staat van faillissement is verklaard. Tot de ontbinding der vereniging wordt alleen overgegaan, wanneer in een uitsluitend daartoe bijeengeroepen algemene ledenvergadering zich minstens 2/3 van de leden met minstens 2/3 van de stemmen van alle leden er vóór verklaren. Behoudens in het geval van faillissement is het bestuur der vereniging met de vereffening belast, tenzij de algemene ledenvergadering een liquidatie-commissie mocht benoemen.
    • Art. 52. Bij huishoudelijk reglement, in de algemene vergadering vast te stellen, worden het beheer en de exploitatie van het bedrijf der vereniging nader geregeld en de strafbepalingen op het niet nakomen van de verplichtingen der leden vastgesteld. Dit reglement, bindend voor alle leden en te allen tijde met gewone meerderheid van stemmen te wijzigen, mag geen bepalingen bevatten, in strijd met de wet of deze statuten. Waarvan akte, in minuut opgemaakt, is verleden te Wormerveer, op de datum, in het hoofd dezer gemeld, in tegenwoordigheid van de heren mr. Jan Knipscheer, zonder beroep, en Reinier Poelman, notarisklerk, beiden wonende te Wormerveer, als getuigen, evenals de comparanten aan mij, notaris, bekend.

Onmiddellijk na voorlezing is deze akte getekend door de comparanten, de getuigen en mij, notaris. Getekend: C. Busch, S. Waal; R. Poelman, J. Knipscheer, N. C. Doncan, notaris. Geregistreerd te Zaandam 3 juni 1927, deel 2, folio 195, n°. 4343.

Bron: Staatscourant 13-07-1927

  • zuivelfabriek_zaanstreek.txt
  • Laatst gewijzigd: 2018/03/30 11:00
  • door zaanlander