zwet

Breed water bij Wormer en Jisp, tussen de Poel en het dorp Jisp. Ook buiten de Zaanstreek komt deze naam voor, het woord Zwet betekent grens of grensscheiding. Het Zwet heeft zijn bijzondere bekoring. Men kan er afstand nemen van de dagelijkse beslommeringen, genieten van mooie vergezichten, het zo boeiende vogelleven of 's avonds van een zonsondergang en het machtige silhouet van de Zaanse industrieën. Ook bij watersporters als roeiers, zeilers en zwemmers is het gebied zeer in trek. Er worden regelmatig (inter)nationale wedstrijden georganiseerd.

Het Wormer Zwet heeft niet altijd de huidige breedte gehad. Op de kaart van Beeldsnijder (1575) is het water veel smaller dan tegenwoordig. Door afkalving is veel land weggeslagen. Hoe het water ontstond, is niet bekend, mogelijk als afwateringskanaal van overtollig polderwater, gevormd door de natuur of door menselijk ingrijpen. In ieder geval was het in de 17e eeuw een belangrijke vaarroute voor schepen, die door de Poelsluis naar Jisp wilden. De Zwetsloot was een sloot, die lag tussen de Nauernasche Vaart en de Noorddijk van Wormerveer.

Droogmaking plassen onder Wormer

De Wormer burgemeester Dirk Kooiman nam in 1913 het initiatief voor droogmaking van de plassen de Poel, het Zwet en de Marken. De plassen werden door de golfslag steeds groter en besloegen 150—200 H.A. ƒ 2500 was inmiddels bijeen gebracht voor het instellen van onderzoek en opmaak van plannen. Een vennootschap was opgericht, die de droogmaking, die zeer in het algemeen belang zou zijn, tot stand zou brengen. Zo nodig kon rijks- en provinciale steun worden gevraagd. J. E. van Niftrik, architect van het hoogheemraadschap van de uitwaterende sluizen in Kennemerland en Westfriesland, te Edam, is het opmaken van de plannen opgedragen.

Tussen Uitdam en Zuiderwoude braken tijdens de watersnood van 1916 vijf dijken door. Eén daarvan betrof een gat van ruim 850 meter lengte, 450 meter breedte en 10 meter diepte. De enorme grondmassa's, honderdduizenden kubieke meters veen, uit deze geslagen diepten, benevens brokstukken van de Waterlandse zeedijk, kwamen daarachter op de weilanden terecht en hebben sloten, vaarten en plassen waaronder de Poel, het Zwet en de Marken geheel gedempt. Drinkwater was voor het weinige teruggevoerd vee niet te krijgen. Honderden reusachtig hoge klompen veen lagen over de landerijen verspreid, waardoor het geheel op een wildernis leek.

Dempen met stadsvuil

B. en W. van Amsterdam verzochten Gedeputeerde Staten van Noord-Holland in 1928 met klem, enige objecten van werkverschaffing ter hand te willen nemen, zoals een plan tot het dempen van de plassen De Marken, De Poel en Het Zwet in de gemeente Wormer met stadsvuil. GS hebben evenwel gemeend, deze plannen niet te kunnen steunen.

Een plassenverordening

In 1935 werd het wenselijk geacht dat watergebieden met zowel bijzondere aantrekkelijkheid uit oogpunt van natuurschoon als bij de beoefening van de watersport van groot belang is, worden beschermd. Het gevaar lag op de loer, dat zij door het ter plaatse storten van afval, mest, specie en soortgelijke stoffen aan natuurschoon zullen verliezen en aan geschiktheid als ontspanningsoord zullen inboeten. Het verdiende aanbeveling, ook in Noord Holland, bij provinciale verordening voorschriften in het leven te roepen, die het bovenstaand gevaar keren. Een ontwerpverordening, waarop is aangedrongen door de ANWB, Toeristenbond voor Nederland en de Koninklijke Verbonden Nederlandse Watersportverenigingen, was nu aan de orde. Deze provinciale verordening gold tevens voor zowel de Poel, de Marken en het Zwet, alsmede op het terrein, dat zich binnen een afstand van 200 meter loodrecht uit de oeverlijn gemeten, langs de wateren uitstrekt.

De moeraslanden van Wormer en Jisp kregen in 1942 de status natuurreservaat. Liefhebbers van prachtig Hollands landschap vinden hier veentjes en plassen, poelen en moerassen, waarin het voor een kanovaarder een vreugde is te zwerven. De vogelvriend, kan de zwarte sterns, de roerdompen, de wouwaapjes en de waterral en meer, veel meer moerasvogels waarnemen. Voor de plantenkenner, die hier alle overgangen vindt van het open water tot de heidevegetatie op het veen, een zeldzaamheid in ons land, want deze uniek mooie landschapsvorm is bijna overal ontgonnen.

Bescherming Natuurgebied rond Wormer

Burgemeester Pieter Kooiman van Wormer maakte in 1943 bekend, dat ingevolge de beschikking van de President van de Rijksdienst van het Nationale Plan, een ieder, die het voornemen had een werk uit te voeren, waaronder ook begrepen ontginningen, demping wateren en alle werkzaamheden, die de aard en het karakter van het landschap kunnen beïnvloeden, in het beschermde natuurgebied daarvan mededeling moest worden gedaan aan het Bureau van de Rijksdienst van het Nationale Plan, en de kennisgeving in te dienen bij de burgemeester van Wormer. De aandacht werd er op gevestigd, dat niet nakomen van genoemde verplichting strafbaar werd gesteld. De kaart, waarop het gebied is aangewezen, lag ter Secretarie ter inzage.

De Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten beheert in 1963 een terrein van 21 hectare in het ornithologisch opzicht belangrijk moerasgebied. De percelen bestaan voornamelijk bestaan uit hooi- en weideland die als broedterrein grote betekenis hebben voor weidevogels als kievit, grutto, wulp en kemphaan. Verder komen botanische veengebieden voor met dop-, kraai- en struikheide. Tot perceel Baanakkers laat Natuurmonumenten weinigen toe. Uitgezonderd het voetpad op de Baanakkers is hier alleen toegang op een wetenschappelijke vergunning van het dagelijks bestuur van Natuurmonumenten. Een bewijs dat de watergebieden rond Jisp van uitzonderlijke betekenis zijn.

  • zwet.txt
  • Laatst gewijzigd: 2019/02/19 12:08
  • door zaanlander