Zaandam 7 november 1791 - Rotterdam 23 november 1863

Hendrik Altmann, schrijver, onderwijzer, bestuurder, lithograaf en kunstenaar, maakte zich als liefhebber verdienstelijk aan de beoefening van de teken- en schilderkunst en wijdde zich in het bijzonder aan kerkinterieurs, landschappen en portretten, werkte voornamelijk in Rotterdam.

Hij werd in 1810 tot hoofdonderwijzer op Texel benoemd. In 1820 vertrok hij naar Rotterdam en werd benoemd tot onderwijzer en vanaf 1845 tot hoofdonderwijzer aan de School en de Kweekschool van het Departement der Maatschappij tot Nut van ‘t Algemeen te Rotterdam.

Altmann was een druk bezet man. Hij:

  • vertegenwoordigde de Algemene jaarlijkse Vergadering der Maatschappij,
  • was jarenlang commissaris, en, tot den einde toe, secretaris van de Departements Leesbibliotheek,
  • trad op als spreker in de leesvergaderingen, meer nog als voorganger in de Volksvoorlezingen,
  • was een kwart eeuw secretaris van de Bijbelvereniging in de wijken 5 en 6,
  • maakte zich verdienstelijk voor de zondagscholen,
  • spaarde tijd noch moeite voor het werk der Bijbellezingen,
  • behoorde in 1838 tot de oprichters van de Onderwijzers Vereniging in het 8ste district van Zuid-Holland, later de Algemene Onderwijzers Vereniging gevestigd te Rotterdam, die hem, als lid van Verdienste opnam,
  • stond met drie andere ijverige mannen aan het hoofd van de vroeger bestaande Vormschool voor aankomende Onderwijzers,
  • maakte zich als liefhebber, verdienstelijk aan de beoefening van de teken- en schilderkunst, inzonderheid aan het vak van het landschap te wijden.
  • heeft zich als schrijver verdienstelijk gemaakt door de uitgave 'Michiel Adriaanszoon de Ruiter' die voor schoolgebruik bestemd was.

Hulde aan de nagedachtenis van de heer Hendrik Altmann

A Dutch Winter Landscape With Figures On A Frozen River - Hendrik Altmann

Onder bovengenoemde enigszins weidse titel wens ik een kort woord te schrijven over de man, wiens stoffelijk overschot maandag de 28e dezer ter aarde werd besteld. Ik doe dit te meer, omdat uit naam van zijn oud-leerlingen door niemand het woord werd gevraagd. Ik voor mij kon het niet doen, daar ik er niet op voorbereid was, en wens dit nu in enige weinige regels te doen.

De drie toespraken, door de heren Bouman, Schneither en Schreuder gehouden, heb ik met het meeste genoegen aangehoord; doch niets heeft mij zo zeer geroerd, als de juiste omschrijving door de eerste spreker, van 's mans werkzaamheid, karakter en hoedanigheden, zodat ik op de ontboezeming van de oudste zoon van de overledene van harte amen kon zeggen.

Ja waarlijk, na zulk een leven, als dat van de onderwijzer Altmann, kan het niet anders, of tranen moeten rollen in en over zijn graf, en zijn nagedachtenis blijft in gezegend aandenken. Niemand kan dit bijna beter gevoelen dan ik. Nog heugt het mij, hoe hij, die nu als grijsaard stierf, met zijn braaf, eenvoudig en open gelaat, mij in juli 1837, toen ik naar school kwam, geheel innam; wat de heer Bouman zei, dat de leerlingen zijn kinderen waren, daarvan heb ik de blijde ervaring gehad.

Nimmer was hij ongenaakbaar, maar altijd vriendelijk en gaarne onderwijzende, en dat op een wijze die klaar, eenvoudig en tevens aangenaam was. Hij wist bij iedere leerling juist op te merken wat onwil of onmacht was, zodat ik uit mijn ervaring gerust kan verklaren, dat, mocht iemand van de leerlingen het onder zijn leiding niet kunnen uithouden, dit gewis niet aan de onderwijzer lag.

Wie goed wilde, had onder hem een hemel op aarde, doch voor kwaadwilligen was hij, hoewel altijd met wijze bezadigdheid, zeer gestreng. Ik scheen onder de eerste te behoren, zo dat mij, van juli 1837 tot oktober 1841, toen ik de school verliet, door hem niet de minste straf is opgelegd geweest.

Hulde dus aan de nagedachtenis van de onderwijzer, die èn in zijn vak, èn als huisvader, èn als Christen, kortom in iedere betrekking, zó heeft geleerd en gehandeld , dat een leerling van vóór ruim 20 jaren, en gewis velen met hem, op het graf van de waardige Altmann kunnen schrijven: „Zalig zijn de doden, die in de Heer sterven, want hun werken volgen hen na!“

Rotterdam 31 December 1863. H.

Bron: Rotterdamse Courant 5 januari 1864.

Zie Schilderkunst

  • altmann_hendrik.txt
  • Laatst gewijzigd: 2018/01/25 23:08
  • door zaanlander