belgische_vluchtelingen

Na het Duitse bombardement op Antwerpen op 4 augustus 1914 trokken naar schatting een miljoen Belgen de grens over naar het naar het neutrale Nederland. De vluchtelingen werden opgevangen in tentenkampen in steden als Roosendaal en Bergen op Zoom en in opvangkampen van Nunspeet, Ede, Amersfoort en Amsterdam, maar ook vonden zij onderdak bij particulieren.

Rond 350 vluchtelingen kwamen in de Zaanstreek terecht. In Zaandam coördineerde mevrouw E. Veen de opvang namens Comité voor de Belgische vluchtelingen. Zij werden opgevangen in het Nutsgebouw en in panden aan de Botenmakersstraat, de Stationsstraat en de Hogendijk. De bevolking stelde spontaan kleding, beddengoed, speelgoed en meubelen ter beschikking. Het Witte Kruis stelde haar badhuis ter beschikking; bioscoop Apollo deelde gratis toegangskaarten uit. Eind oktober 1914 keerden de eerste vluchtelingen terug naar België, terwijl de oorlog nog vier jaar zou woeden.

De opvang werd enorm gewaardeerd. Ook gedeserteerde soldaten maakten deel uit van de vluchtelingen. Zij verkeerden in de veronderstelling vanuit Nederland via Engeland de strijd voort te kunnen zetten. Het neutrale Nederland was echter verplicht soldaten die de grens over kwamen op te sluiten. Zij werden soms als arbeider ingezet bij bedrijven die grote personeelstekorten kenden als machinefabriek Duyvis en bij schipper Van Calcar in Koog aan de Zaan.

Met de boot die vijf uur uit Amsterdam vertrok, kwamen op 9 oktober 1914 de eersten van een totaal van 350 Belgische vluchtelingen in Zaandam aan. Voor de ontvangst was de pastorie der Doopsgezinde gemeente aan de Hoogendijk, die wegens het vertrek van de predikant tijdelijk onbewoond is, in gereedheid gebracht. De zuigelingen werden ondergebracht bij mevrouw Keg-Lindt, waar een twintigtal wiegjes keurig opgemaakt gereed stonden. Zij had voor dit doel haar gehele huis ingericht. Nadat zij van spijs en drank waren voorzien, werden allen door mevrouw Keg in de gelegenheid gesteld een bad te nemen, waarvan een dankbaar gebruik werd gemaakt.

Tal van Zaandamse ingezetenen beijverden zich om de aangekomenen het lot zo dragelijk mogelijk te maken. De beklagenswaardige gevluchten vonden een hartelijke ontvangst. Hun dank aan medeburgers en burgeressen, deze laatsten in de allereerste plaats, zomede aan de padvinders, is groot. Er werd rusteloos gearbeid om allen zo spoedig mogelijk een onderkomen, ligging en voeding te verschaffen. De Zaandamse vrouwen, die het leeuwendeel van de arbeid wegdragen, vele anderen niet te na gesproken, zij allen vervullen met lust en ijver een dankbare taak, die door de Belgen ten zeerste wordt gewaardeerd.

Krommenie

In Krommenie arriveerden op 20 oktober 1914 per trein een 64-tal Belgische vluchtelingen, die duidelijk sporen van vermoeidheid droegen. Ontvangen in het gebouw van de werkverschaffing, deed hen daar een kop hete koffie met brood wondergoed. Meer nog evenwel werden zij verkwikt door een bad in het badhuis van het Witte Kruis, waaraan allen, kinderen zowel als volwassenen, zich onderwierpen en waarbij enige dames gewaardeerde steun verleenden. Door de zorg van andere dames konden hier allen zich in 'n schoon pak kleren steken, inderhaast 's morgens bijeen gezameld. Ieder hielp. Soldaten, waarvan één al zeer uitblonk, verleenden alle mogelijke hulp, stonden hun sigaren af aan de Belgische mannen. Er bleken hemden en zakdoeken te kort, dadelijk werden hele voorraden van die artikelen aangebracht. Na het bad werden de vluchtelingen ondergebracht in het herenhuis van Sijpesteijn, door deze welwillend afgestaan. Hier hadden ook weer rappe dameshanden in korte tijd een waar tehuis voor de Belgen gemaakt, waarvan vooral de kinderzaal een aangename indruk maakt voor deze vluchtelingen die alle uit dezelfde buurt van Antwerpen kwamen.

De commissie voor huisvesting der Belgische vluchtelingen verzoekt opgave van namen en adressen van Zaandamse families, die bereid zijn kosteloos of tegen een overeen te komen bescheiden vergoeding Belgische Families bestaande uit 2, 3 of hoogstens 4 personen kost en inwoning te verschaffen. Spoedige aanmelding is gewenst: voor de Westzijde bij M.E. van der Veen, Westzijde 105, voor de Oostzijde bij TH. Blans, Oostzijde 109.

Gedurende de laatste weken van december 1914 keerden, ondanks het oorlogsgevaar, al enige gezinnen naar hun land terug. Een achttal Belgen zou spoedig naar Engeland vertrekken. Het Zaandamse comité stelde zich op het standpunt, dat als de mannen naar Engeland gaan, zij hun gezinnen moesten meenemen. Het gaat niet aan dat elders alleen gezonde krachtige mannen worden opgenomen, terwijl men hier met de zorg van vrouwen en kinderen blijft zitten. Zo liep het aantal vluchtelingen in Zaandam al snel terug naar 220.

De burgemeester van Mechelen heeft naar aanleiding van het hem gebrachte bezoek en de hem gedane vraag om inlichtingen, A. C. Couwenhoven, lid van het Comité voor Belgische Vluchtelingen te Zaandam, een lijst toegezonden van de totaal vernietigde, uitgebrande en onbewoonbare huizen, totaal circa 325, daarenboven blijken nog minstens 1000 andere huizen en gebouwen door de bommen en granaten getroffen en beschadigd. Bij A. C. Couwenhoven, Langestraat 66, ligt de lijst ter inzage.

Japie van Esschen

Te Zaandam werd half oktober 1914 in de kliniek voor zuigelingen een vondeling opgenomen van, naar schatting, drie á vier maanden oud. Het kind werd te Esschen gevonden en meegenomen. In de burgerlijke stand voor de vluchtelingen werd het kind, dat van het mannelijk geslacht is, ingeschreven onder de naam van Japie van Esschen.

Dinsdagmorgen 27 oktober 1914 werd één van de gevluchte Belgen plechtig ter aarde besteld. De tragiek werd verhoogd, daar deze 63 jarige man op de vlucht zijn vrouw die hulpbehoevend was, is kwijtgeraakt en dat nu niemand van de zijnen wist van zijn sterven. Achter de lijkbaar gingen tal van lotgenoten, eerst naar de R.K. Parochiekerk, waar de pastoor Zwart de lijkdienst hield. Vandaar ging de tocht naar het kerkhof, waar de beaarding geschiedde door kapelaan Te Mey. Behalve lotgenoten van de overledene, woonden ook veel Zaandammers de droeve plechtigheid bij. Het plaatselijk comité voor de Belgische vluchtelingen was vertegenwoordigd door Th. Blans en J.A.H. Coops. Ook was namens hen een krans met de nationale kleuren op de lijkbaar gelegd.

Het benodigde geld vloeide in aanvang ruimschoots tegemoet. Langzamerhand minderde dit echter, zodat eind november 1914 het comité voor een tekort stond van f 580. Dit bedrag is door B&W toegekend, hetgeen later met de regering is verrekend. Tevens heeft de regering toezegging gedaan, dat in vervolg voor een volwassene 35 cent en voor een kind 20 cent per dag zal worden vergoed. Hiermee heeft de regering vrijwel ten volle de zorg voor de Belgische vluchtelingen op zich genomen.

,,Want ik was hongerig geweest
en gij hebt mij te eten gegeven
ik was een vreemdeling
en gij hebt mij geherbergd.“

Zo sprak eens de grootste mensenkenner en Hij beloofde aan de aldus handelende het hoogste loon. En zo hebt gij gehandeld, Nederlanders, en in 't bijzonder inwoners van Wormerveer, jegens arme bannelingen uit een, gister nog zo bloeiend en thans, door het verfijnd barbarisme van de beschaafde 20ste eeuw, zo verlaten en verwoest land. Hongerig en dorstig, naakt en krank, hebt ge ze tot u geroepen, om hunne ellende te verzachten. Als vreemdelingen kwamen ze tot u, en als broeders hebt ge ze ontvangen.

Dank, bevolking dank aan allen, arm en rijk, die kies uw behulpzame hand hebt gestoken om de oorlogsweeën te keer te gaan. Dank aan u, edele harten, die de last van vluchtende huisgezinnen gans ten dele, hebt opgenomen en onze kinderen met zo liefderijk geopende armen uw gastvrije haard hebt ontvangen en als uw eigen kinderen behandelt.

Dank aan u, verhevene harten, die de zo edele maar zware, last van vluchtelingenzorg het eerst op uw schouders hebt getild, en hem zo blijmoedig blijft dragen; gij zijt de ziel de geest van het hier zo wel ingericht werk van naastenliefde jegens vluchtelingen; naar u gaan onze diepste gevoelens van innige dank. Onkosten noch moeiten werden gespaard, en zó bereid ge hier, voor de verjaagden, een vreedzaam bestaan, onder lichamelijk en zedelijk opzicht zoals geen enkele dier vluchtelingen zich had kunnen noch durven voorstellen; hier werd meer dan het nodige gedaan, het aangename en nuttige werden nog bijgevoegd; zodat gij van Wormerveer maakte een luilekkerland voor Belgische vluchtelingen. Véél zijn wij u verschuldigd en zullen het u blijven, wanneer wij u eens zullen verlaten, trekkende naar ander oord, of naar het vaderland.

Want eens, het is een innig mijn binnenste verankerd gevoel, eens zeg ik, eens zullen we mogen gaan met een van vreugde stralend gelaat en het hart kloppend van onuitwisbaar genot, naar ginder, naar 't zuiden; naar ons huisje of waar het was, naar familie en vrienden, naar alles, alles wat we hebben verlaten, mensen en dieren, velden en weiden, bomen en bloemen, bergen en dalen, wegen en paden naar 't Vaderland ! Doch in ons van vreugde tot barstens toe kloppend hart, zal dan onuitwisbaar geprent zijn de naam van het gastvrije Wormerveer.

En onze kinderen zullen, bij hun eerste stamelen, de namen prevelen van hen die hun moeders en vaders de reddende hand hebben toegestoken in de nijpende oorlogsnood. En steeds, het zij in t lieve vaderland of in verre ballingschap, het zij in armoede of weelde, steeds zal, bij de gedachte aan Wormerveer, een edel beeld van naastenliefde voor onze ogen rijzen, omgeven, als met een schitterende lichtkrans, van edele namen. En steeds zullen wij in ons hart bewaren een zoet, tot tranen aandoenlijk dankbaar herdenken aan menige inwoner van Wormerveer.

Eén banneling voor allen. Wormerveer, december 1914

Bron: De Zaanstreek, Algemeen Nieuws- en Advertentieblad, 1914-12-25

Het Belgisch thuisfront

De Vlaamsche vluchtelingen, die onder bescherming staan van de afdeling Zaanstreek van het Algemeen Nederlands Verbond, schijnen de leuze te huldigen, dat nietsdoen uit den boze is en hebben gedurende de acht maanden van hun verblijf reeds menig bewijs gegeven van hun ijver en handigheid. Door het komiteit voorzien van eenvoudig gereedschap, vervaardigden zij een 200-tal aardige en prachtige huisvlijt-voorwerpen, waarvan een kleine tentoonstelling werd gehouden, en een verloting plaats vond ten bate van het, plaatselijk Steun-komiteit. Spoedig daarna maakten zij een aantal spoelbakken gereed, ter verzending aan de Hollandsche soldaten aan de grenzen, de bewakingstroepen van de interneringskampen en het vluchtoord te Ede. Thans is wederom een fraaie verzameling huisvlijtvoorwerpen van allerlei aard gereed, mooier en ook beter afgewerkt dan de eerste, waar eens een tweede verloting zal worden gehouden. Het komiteit heeft nu de vluchtelingen in de gelegenheid gesteld ter beloning van hun ijver, om voor zichzelf koffers te vervaardigen, waarvan één stevig exemplaar voor elk Belgisch huisgezin beschikbaar zal worden gesteld. Het behoeft geen betoog, dat dit voor de Belgische vrouwen een zeer welkome aanwinst betekent voor 't zo schaarse huisraad. Men is thans bezig met weer nieuwe plannen uit te werken, om aan de werklust van deze flinke Vlamingen te voldoen. (Bron: Gazet van Brussel, 17-06-1915)

Rockefeller Foundation

Op 12 maart 1915 werd het bestuur van de afdeling Zaanstreek van het Algemeen Nederlands Verbond, dat zich nog steeds belast met de verzorging van de hier vertoevende Belgische vluchtelingen, verblijd met een flinke zending kleren en wol, geschonken door de vertegenwoordiger van de Rockefeller Foundation. Deze stichting heeft reeds meer dan 17000 kisten kleding in Amerika bijeen gezameld, en verdeelt deze aan de in Nederland vertoevende Belgische vluchtelingen en de geïnterneerde soldaten. Een aantal vluchtelingen houdt zich thans onledig met het maken van sjoelbakken voor de kampen en voor de Hollandsche soldaten aan de grenzen. Het benodigde hout wordt welwillend door enkele houtfirma's afgestaan. Andere vluchtelingen zijn nog steeds bezig met het vervaardigen van huisvlijt-voorwerpen voor een tweede verloting, waarvan de opbrengst zal dienen tot een terugkeringsfonds. Hieruit zullen de vrij hoge kosten, verbonden aan het terugkeren van de vluchtelingen naar hun eigen land, worden bestreden.

Watersnoodcomité

Het dagelijks bestuur van Zaandam heeft in februari 1916 aan het Watersnoodcomité in overweging gegeven grote barakken voor de vluchtelingen uit onze eigen plaats en uit de omliggende dorpen aan te schaffen, om zo de scholen weer geheel vrij te krijgen voor het onderwijs. Nog steeds wordt aan de leerlingen halve dagen les gegeven. Alleen de leerlingen uit de hoogste klassen krijgen weer volledig onderwijs. Daar de bouw van geheel nieuwe barakken weer met grote onkosten gepaard gaat, wordt thans een onderzoek ingesteld, of het niet mogelijk is de barakken, die zijn gebruikt voor de Belgische vluchtelingen, hier geplaatst te krijgen.

Het Steuncomité-Wormerveer riep in september 1916 op om kleding en schoeisel, waarnaar veel vraag was, af te staan. De heren Breed (Weeshuis) en Atsma (Werkhuis) namen overcomplete artikelen voor het goede doel graag in ontvangst. Op verzoek konden grotere en kleinere partijen goederen ook aan huis worden afgehaald. Waar men tijdens de inval van de Belgische vluchtelingen in minder dan geen tijd hele voorraden bijeen had in het Werkhuis, werd er niet aan getwijfeld of Wormerveer zal ook dit maal nog wel wat weten te vinden om de minderbedeelden te helpen.

Het vertrek van de Belgen

Alvorens naar hun vaderland terug te keren, werden de in Zaandam nog verblijvende Belgische vluchtelingen dinsdagavond in het Apollo-Theater ontvangen, waar hun tot afscheid een aangename avond werd bereid. Behalve het bijwonen van de bioscoop-voorstelling, waartoe zij door directeur Kater van het theater, waren uitgenodigd, werden zij vanwege de afd. Zaanstreek van het Algemeen Nederlands Verbond ook nog onthaald. Aan het einde van de voorstelling nam E. A. Veen, secretaris van de plaatselijke meeting, het woord en hield hij tot hen, die vier jaar lang hier gastvrijheid hadden genoten, de volgende rede:

,,Wij hebben gemeend allen nog éénmaal bij elkaar te moeten roepen, alvorens u de terugreis naar het vaderland aanvaardt, nadat u langer dan vier jaar in Zaandam hebt vertoefd. Immers er is in die vier jaar heel wat gebeurd, nadat u op die gedenkwaardige tiende oktober 1914 tijdens de beschieting van Antwerpen naar Holland kwam vluchten! In Zaandam waren wij van mening, dat wij ook een plicht te vervullen hadden door een gedeelte van de naar schatting 600.000 vluchtelingen hier te ontvangen en tijdelijk te herbergen. Zowel mevrouw Keg-Lind als de afdeling Zaanstreek van het Algemeen Nederlands Verbond stelden zich daartoe met het hoofd-comité in Amsterdam in verbinding, en zo kwamen in een tweetal transporten uit Amsterdam een 400-tal vluchtelingen aan, die voorlopig werden ontvangen in het welwillend beschikbaar gestelde gebouw van de rooms-katholieke Volksbord. De halve stad hielp mede bij de ontvangst: hetzij door het afstaan van geld, kledingstukken en meubelen, hetzij door het beschikbaar stellen van leegstaande huizen, waarvan er in allerijl een negental werden ingericht. Met behulp van Het Witte Kruis werden alle vluchtelingen gebaad en zo nodig van schone kleding voorzien, waarna zij, dank zij de zorgen van de dames die aan het hoofd van de tehuizen waren geplaatst, in de nieuw gevormde grote huisgezinnen liefderijk werden opgenomen. Een woord van hartelijke dank is hier zeker op zijn plaats voor al die vriendelijke medewerksters, zoals:

  • mevrouw Blans voor de R.K. Volksbond,
  • mevrouw v. Orden en Flentrop voor 't Doopsgezinde Weeshuis in de Oostzijde,
  • bijgestaan door vader en moeder van der Vegte, de heer en mevrouw Koppies voor de Doopsgezinde Pastorie Westzijde,
  • mevrouw van Dam voor 't Tehuis in de Botenmakersstraat;
  • mevrouw Jans voor dat in de Stationsstraat;
  • mevrouw Keg-Eijkman met haar dochter voor 't huis aan de Hoogendijk;
  • mevrouw Veen voor het tweede tehuis in de Stationsstraat, aan wie tevens met mij de algemene leiding was toevertrouwd,
  • terwijl mevrouw Keg-Lind in eigen huis een zuigelingen-verzorging had ingericht. Daarnaast hadden zich enkele dames beschikbaar gesteld om 't zo moeilijke vraagstuk van de kledingvoorziening te regelen en komt aan
  • mevrouw van Sante, geholpen door mevrouw Veldhuyzen, een woord van hartelijke erkentelijkheid toe voor de zorgen, welke zij hieraan geruime tijd heeft besteed. Hieraan dient nog toegevoegd, dat wij ook op andere wijze veel hulp en medewerking mochten ontvangen:
  • van de Zaandamse doctoren, die hun diensten geheel gratis verleenden;
  • van de Zaandamse apothekers, die de vele recepten tegen kostprijs beschikbaar stelden;
  • van vele gezinnen in de Botenmakersstraat en elders, die met meubelen, dekens, levensmiddelen hielpen;
  • van mevrouw Minderhoud, die het souterrain van haar huis voor meubelberging ter beschikking stelde;
  • van de besturen der Doopsgezinde gemeenten, die niet alleen geldelijk hielpen, doch ook hun gebouwen ter beschikking stelden;
  • van Thomas Blans, die een prachtige burgerlijke stand inrichtte;
  • van de leden van de Huisvestingscommissie: de heren Van der Veen als voorzitter, later als zodanig opgevolgd door de heer Thomas Blans, zomede de heer Liedmeijer die de moeilijke problemen, aan de huisvesting verbonden, mede hielpen oplossen; aan het gemeentebestuur, dat steeds welwillend desgevraagd zijn medewerking verleende. Ik ben overtuigd uit uw aller naam te spreken, door al die dames en heren hartelijk te bedanken voor de steun vele jaren aan de goede zaak gegeven.

Lief en leed

Wat de vluchtelingen zelf betreft is het wel aardig nog enige cijfers te geven omtrent de lotgevallen in de vier jaar, in totaal zullen te Zaandam ongeveer 425 vluchtelingen van Belgische nationaliteit zijn geweest, waarvan een groot deel bestond uit Belgisch spoorwegpersoneel, allen Vlamingen. Van deze vierhonderd zijn thans nog een 70 tot 80 personen overgebleven, die eerdaags wel grotendeels zullen terugkeren.

Natuurlijk zijn wij bij zulk een talrijke kolonie niet gespaard gebleven voor sterfgevallen, waarvan wij een 12-tal hadden te betreuren. Ik wil van de gestorvenen alleen even noemen de oude De Bruijn, die in 't R.K. zusterhuis overleed; Frans Couwenbergh, die aan TBC bezweek, Rosalie Adriaenssen, die aan dezelfde ziekte overleed in 't krimp van Nunspeet en een zoon van Vertinden, die ondanks een zorgvuldige verpleging in 't 0LV Gasthuis van Amsterdam niet behouden kon blijven.

Gelukkig stonden tegenover deze sterfgevallen ook een aantal geboorten, ongeveer 15 bedragende, waaronder nog onlangs een tweeling van Cuit. Ook diverse huwelijken hadden plaats, zowel tussen de Belgen onderling, als tussen de beide zo verwante nationaliteiten.

Zo gezegd, verminderde het oorspronkelijk aantal van ca. 400 vluchtelingen spoedig, omdat direct na de bezetting van Antwerpen en de geruststellende verklaringen van de Duitse regering een groot aantal vluchtelingen weer naar huis en haard terug wensten te gaan. Anderen vonden in de loop des tijds werk te Amsterdam, Andijk en elders, terwijl wij ook enkele gezinnen wisten te plaatsen te Amerongen onder de hoede van het daar bestaande comité, waar zij lange tijd verbleven in 't jachthuis van Graaf Bentinck die thans heel andere gasten herbergt!

Ook hebben een aantal vluchtelingen, toen onze tehuizen moesten worden opgeheven door opzegging der huizen, plaats gevonden In het kamp te Nunspeet waar zij ten dele nog vertoeven. Blijkens de met hen aangehouden briefwisseling denken zij nog steeds met genoegen aan hun Zaandams verblijf terug. Een aantal andere gezinnen, wier kostwinner door het Belgisch gouvernement naar Frankrijk was geroepen om daar op de spoor dienst te doen, volgde later via Engeland dezelfde bestemming en is ook met hen de band niet geheel verbroken.

En thans is het ogenblik gekomen, dat ook de nog aan Zaandam trouw gebleven vluchtelingen de tijd gekomen achten naar hun vaderland terug te gaan, hun vaderland, dat inmiddels mede door de moed en het doorzettingsvermogen van de Belgische troepen van de vijanden na lange jaren strijd is vrijgemaakt. Het moet voor u lieden een heerlijk gezicht zijn, om in Antwerpen teruggekomen de schitterende Belgische driekleur weer van de Onze Lieve Vrouwe Toren te zien wapperen, in plaats van de kleuren van de overheersers! Hartelijk gelukgewenst met een dergelijke terugkeer naar het vrije, onoverwonnen land

Ons Nederlanders, grieft het echter wel een weinig, dat onze vreugde in de bevrijding van België wel wordt getemperd door de uitingen in een deel van de Belgische pers, die niet meer of minder schijnt te wensen dan de annexatie van een deel van Nederland. Naarmate der stemming spreekt men van Maastricht met omgeving, dan wel van geheel Limburg, zomede van Zeeuws-Vlaanderen. Alle landstreken, die reeds drie of vier eeuwen tot Nederland behoren en met ons land ten nauwste samenhangen. Ik acht dit een dwaze en onverantwoordelijke politiek, die naar wij vertrouwen niet door de Belgische regering wordt gedeeld. Immers in de moeilijke tijden, die nog voor ons liggen, is aaneensluiting van twee aan elkaar grenzende kleine naties in 't verscheurde Europa ten nauwste geboden, naties die elkaar in zovele opzichten nodig hebben en die nauw met elkaar zijn verwant!

Geen verwijdering, maar samenwerking, waartoe naar onze mening uw verblijf hier te lande gedurende al die jaren niet anders dan kan hebben meegeholpen. De politieke oorzaken van de gepleite verwijdering zullen zeker langs politieke weg kunnen worden weggenomen: de toelichting over de doortocht der ontwapende Duitse troepen door Limburg, die toch bezwaarlijk geïnterneerd konden worden waar de andere geïnterneerden met voorkennis van Engeland werden losgelaten; zomede het verblijf van de Duitse keizer in ons land, dat eeuwen lang aan tal van politieke ballingen, sympathieke maar vaak ook onsympathieke huisvesting verleende, zomede de Schelde-kwestie, zij zullen alle ongetwijfeld worden toegelicht en opgelost.

Afgunst

Moeilijker is het wegnemen van de afgunst, die klaarblijkelijk in België tegenover Holland heerst, omdat wij buiten de oorlog zijn gebleven. Gij allen zult het echter kunnen constateren, dat al hebben wij niet meegevochten, en de haast onduldbare dwingelandij van de Duitse overheersers niet aan de lijve gevoeld, wij toch ook ons deel aan de oorlog hebben gehad, vooral op economisch gebied. Zie naar de ontelbare rantsoeneringskaarten, naar de heersende woningnood, naar het gebrek, dat ons van vele zijden nog steeds bedreigt!

Desniettegenstaande hebben wij het onze plicht geacht, u allen hier te verwelkomen en gastvrij te blijven ontvangen. Dat wij hiermee succes hebben gehad danken wij echter ook mee in de eerste plaats aan de houding van de Belgische vluchtelingen zelf. Zij hebben zich hier te Zaandam steeds behoorlijk gedragen, en zijn even vlijtig en ijverig geweest, als terecht van het Belgische volk mag getuigd worden. Zodra de Nederlandse regering verklaarde, hiertegen geen bezwaar meer te hebben, zijn de meesten dadelijk aan het werk gegaan, de meesten op de Artillerie-Inrichtingen bij de Hembrug, anderen in hun eigen vak bij particuliere werkgevers. Bijna allen hebben dan ook daarna geheel of zo goed als geheel in eigen onderhoud kunnen voorzien, hetgeen met waardering mag worden getuigd.

Toch wensen zij thans naar hun vaderland terug te gaan, zoals geheel verklaarbaar is. Het schijnt dat er toch maar niets gaat boven het plaisante Antwerpen, de sinjorenstad. Ik wens thans te eindigen met u allen hartelijk dank te zeggen voor de steeds getoonde medewerking en u een gelukkige terugreis toe te wensen en een voorspoedige vestiging in het eigen, bevrijde vaderland.

Hierna brachten de Belgen in hartelijke bewoordingen dank aan allen voor de genoten gastvrijheid, de vele en goede zorgen aan hen besteed, waarna ieder met een krachtige handdruk afscheid nam van hen, die gedurende de lange oorlogsjaren met zelfopofferende liefde hun belangen hebben behartigd.

Koningin Elisabeth-medaille

Mevrouw C. Keg-Lind, werd begin december 1919 door Z.M. de Koning van België begiftigd met de Koningin Elisabeth-medaille, uit erkentenis voor het vele oorlogswerk, door Mevr. Keg verricht tijdens en voor de aanwezigheid van de Belgische vluchtelingen.

Zie ook: De Zaanstreek tijdens de Eerste Wereldoorlog.

  • belgische_vluchtelingen.txt
  • Laatst gewijzigd: 2019/02/16 11:41
  • door zaanlander