Molennijverheid ontstaan en uitgeoefend aan het einde van de 19e en het begin van de 20e eeuw in niet meer rendabele oliemolens. De molens waarin cacao-afval werd gemalen stonden ook wel bekend als poeiermolens (poeieren = stampen). De grondstof voor de molens was cacao-afval, dat werd verkregen van fabrieken in binnen- en buitenland. Van dit afval werden koeken geslagen, waarbij nog veel cacaoboter kon worden uitgeperst. Dit product vond zijn weg terug naar de cacao-industrie. Uit het schroot werd ook theobromine, het alkaloid van cacao, gewonnen voor de geneesmiddelenindustrie.

De cacao-afvalmolens werkten in de tijd dat de Zaanse industrieën reeds voor het merendeel op stoomkracht waren overgestapt. De molens konden niet langer concurreren met de fabrieken en werden voor lage prijzen in veiling gebracht. Dikwijls werden ze gekocht door de zogenoemde pettenbazen. In totaal maalden 33 Zaanse molens cacao-afval 22 te Zaandam-Oost, vier te Zaandijk, drie te Koog, drie te Westzaan en een te Zaandam-West.

  • cacao-afvalmalerij.txt
  • Laatst gewijzigd: 2019/02/28 00:35
  • door zaanlander