glazenburg_hilko

Zaandam 4 november 1915 - Haarlem 23 februari 2005

Hilko Glazenburg, student woonachtig in Zaandam en enige mannelijke overlevende van de Stijkel-verzetsgroep. Hij bezorgt post bij Unilever in Rotterdam, die krijgt hij van een vriend uit Zaandam, waar zijn ouders wonen. Zijn vriend zegt dat als hij last krijgt met de Duitsers, moet zeggen dat het reclamemateriaal is.

Joodse hoogleraren worden ontslagen en hij kan zijn studie in Delft niet afronden. De TH wordt gesloten, maar hij gaat werken bij machinefabriek Stork in Hengelo, op initiatief van z'n studentenvereniging. Als ouderejaars student begeleidt hij de jongerejaars. Hij gaat in Hengelo wonen, het contact met Delft verdwijnt. Begin mei 1941 keert hij terug naar Delft, wordt gearresteerd en naar Scheveningen gebracht. Bij zijn verhoor zegt hij dat hij niet weet wat hij bij Unilever afleverde.

Zijn moeder mag op bezoek komen. Eénmaal per dag wordt hij gelucht, waarbij hij zijn Zaanse vriend ontmoet. Een proces komt niet op gang, maar hij blijft opgesloten. Eind februari 1942 wordt hij overgebracht naar de hoofdgevangenis Pompstationweg en moet daar enveloppen vouwen. 26 Maart 1942 wordt hij met een klein groepje per trein overgebracht naar de gevangenis aan de Lehrterstrasse in Berlijn. Zijn cel is vies en het eten wordt door een luikje naar binnen geschoven.

Zijn advocaat meldt hem dat contact met thuis onmogelijk is. Een enkele keer is er een Duitse krant. Hij blijft bij zijn verklaring. Bij het luchten mag hij niet met de anderen spreken. Hij wordt ter dood veroordeeld, omdat hij heeft deelgenomen aan een verzetsgroep en berichten heeft doorgegeven. Het wordt kerst en het is koud tijdens het luchten. Uit krantenberichten begrijpt hij dat de winter 1942/1943 voor de Duitsers niet voorspoedig verloopt. Hij vraagt zich af of zijn doodvonnis nog voltrokken wordt. Met Pasen krijgt hij een ei dat hij tegen kalkgebrek met dop en al op eet. De bomen op de binnenplaats krijgen weer bladeren.

Juni 1943 wordt z'n celdeur geopend en hoort hij dat de doodstraf achterwege blijft. 2 juli 1943 wordt hij per trein op transport gesteld tot Küstrin. De laatste 15 kilometer tot tuchthuis Sonnenburg moet hij lopen, een tocht door prachtige natuur. Na een nacht in een koude natte cel vol luizen wordt hij opgesloten in een éénpersoonscel in een naburig gebouw. Het uitzicht uit het celraam is prachtig, daarom verft hij de tralies wit.

Hij werkt in een wapenfabriek in het gebouw en houdt de productie laag. Na lange tijd eenzame opsluiting ontmoet hij nu overdag meer mensen, meest politieke gevangenen. Het eten is onvoldoende. Mensen hebben zweren en oedeem. Hij is groepsleider en Flürwarter, manusje van alles. Hij moet eten dragen en wc's legen. Bij het oprukken van de Russen wordt hij in een volle treinwagon naar Sachsenhausen versleept. Bij aankomst volgt telling en inschrijving. Hij krijgt blauw-wit gestreepte gevangeniskleding.

In de barak heerst ijzeren discipline. Het eten is slecht, mensen worden mishandeld, zelfs opgehangen. Iedere ochtend is er appèl. Hij probeert niet op te vallen. Als ingenieur moet hij helpen anti-tank wapens te ontwikkelen, hij saboteert waar mogelijk. Er zijn exercities. In het gebombardeerde Oraniënburg moet hij puin ruimen. Op de appèlplaats moet hij schoenen testen door er lang rondjes op te lopen.

Hij geeft een beschrijving van Sachsenhausen. Alle noodzakelijke voorzieningen zijn aanwezig, maar er zijn teveel gevangenen. Steeds meer mensen worden vergast, de Himmelfahrt-transporten. In april gaat hij met een groep van 500 man lopend op transport, vlak voor de komst van de Russen. Achterblijvers of mensen die proberen te vluchten worden neergeschoten. Er is niets te eten. Ze stoppen in een bos en bouwen hutten van takken. Dan komen er wagens van het Rode Kruis en wordt hij aan de Engelsen overgedragen, die hem 19 mei 1945 per vrachtauto naar Enschede brengen. Vanuit kasteel Eerde bij Ommen schrijft hij een brief naar huis.

  • glazenburg_hilko.txt
  • Laatst gewijzigd: 2017/10/11 22:10
  • door zaanlander