grutterij

De handel in grutterswaren (droge waren) en het vermalen van boekweit tot boekweitgort en vervolgens tot boekweitmeel, in de Zaanstreek van belang geweest voor de voedselvoorziening van de eigen bevolking.
Boekweit was in het verleden de basis van een belangrijk volksvoedsel. In de grutterijen werd (al dan niet met behulp van een rosmolen) de boekweit verwerkt tot boekweitgort (“'grutjes') en de boekweitgort vervolgens tot boekweitmeel. Dit meel was niet geschikt om brood van te bakken, maar kon wel als basis dienen voor verschillende soorten meelkost. Aangezien het boekweitmeel goedkoper was dan het meel uit de korenmolens, was de arme bevolking vaak gedwongen voor deze meelsoort te kiezen. Pas toen in de 19e eeuw de aardappel het belangrijkste volksvoedsel werd, nam het belang van boekweitmeel (en daarmee ook het belang van de grutterijen) af.

Als nagerecht ('grutjes met stroop', zoals ook een krachtterm luidt) handhaafden de boekweitproducten zich langer. Sommige grutterijen wisten daardoor lang te overleven en stapten aan het eind van de 19e eeuw zelfs nog op stoomkracht over. In de grutterijen werden voorts grutterswaren verkocht. In de periode dat boekweitgort minder belangrijk werd, nam deze winkelfunctie juist toe. De naam grutterij werd evenwel steeds minder gebruikt, vaker sprak men van een kruidenier, terwijl thans van “supermarkt” wordt gesproken. Enkele Zaanse kruideniers (Simon de Wit, Albert Heijn) deden hun bedrijf uitgroeien tot een keten van winkels. Albert Heijn (zie: Ahold) wordt in verband daarmee wel de Zaanse “'grootgrutter' genoemd.

  • grutterij.txt
  • Laatst gewijzigd: 2016/10/06 12:18
  • door wies