Het laatste Ahold-logo

De naam Koninklijke Ahold werd gevoerd tot 23 juli 2016, daarna werd Ahold Delhaize de handelsnaam als primaire detailhandelsorganisatie, die levensmiddelen en andere consumentenproducten verkoopt via winkelketens in Nederland als Albert Heijn, Gall & Gall, Etos, de Verenigde Staten waaronder BI-LO, Giant Food Stores, First National Supermarkets, Tops Markets, België met Delhaize en Etos en Tsjecho-Slowakije met Mana. Een aantal producten uit het levensmiddelenassortiment wordt in eigen bedrijven vervaardigd of verwerkt.

Daarnaast werd door Grootverbruik Ahold aan institutionele en horeca-afnemers geleverd. Met het oog op het wegvallen van de Europese binnengrenzen na 1992, participeert Ahold in de European Retail Alliance en AMS Marketing Service.

Ahold nv kwam voort uit een kleine kruidenierszaak van Albert Heijn sr te Oostzaan. In het ruim honderdjarig bestaan werd, nationaal en internationaal, een enorme expansie bereikt.

Desondanks manifesteerde Ahold zich, zij het met tussenpozen, als Zaans bedrijf. Zo was het hoofdkantoor tot 2005 gevestigd in Zaandam en keerde het na een achtjarig verblijf in Amsterdam weer terug op Zaanse bodem. Met name de gemeente Zaanstad (ZNSTD) profiteert van de promotionele uitstraling. Met 3000 werknemers was Ahold in 1991 de grootste werkgever in Zaanstad. Landelijk was het bedrijf de grootste particuliere werkgever van jongeren in Nederland, ruim 25.500 medewerkers tot en met 22 jaar op een totaal van 50.000. Ook in de toekomst zal Ahold in de Zaanstreek gevestigd blijven.

In 1967 werd op de Zaanse Schans aan de Kalverringdijk 5 de Museumwinkel van Albert Heijn opgebouwd. De winkel is een reconstructie van de eerste winkel van Albert Heijn, die in 1887 in Oostzaan werd geopend. Evenals oorspronkelijk in Oostzaan bevindt zich op de Zaanse Schans een woonhuis achter de winkel. De winkel dateert uit 1850 en is afkomstig van de Oostzijde te Zaandam; het woonhuis dateert uit 1750 en komt uit Westzaan. In de winkel liggen verschillende waren, die in 1887 in Oostzaan werden verkocht, zoals peulvruchten, graan, gort, etc. in bakken; kandij, zoethout, etc. in stopflessen en in een hoek staat boerengereedschap. In de winkel bevinden zich drie toonbanken, waarvan één antiek, een vliegenkast waarin vlees werd bewaard en de lessenaar waaraan Albert Heijn zijn boekhouding verzorgde. Aan de gevel van het pand zijn twee karotten (penen) en een Chinees theekistje zichtbaar, ten teken dat er ook rookwaren en thee werden verkocht.

In 1987 schonk Ahold ter gelegenheid van de viering van het honderdjarig bestaan een naar origineel ontwerp nagebouwde Oostzaanse boerderij aan de Stichting de Zaanse Schans.

In 1990 werd een nieuw hoofdkantoor aan de Albert Heijnweg, voorheen Schiethavenweg, Westerspoor, Zaandam, in gebruik genomen en in 1991 kocht Ahold 300.000 vierkante meter bouwgrond in Westerspoor-Zuid. Hierop werden gebouwd:

  • een gecombineerd distributiecentrum voor Albert Heijn, waarin de activiteiten van het regionaal distributiecentrum Achtersluispolder,
  • de Centrale Slagerij Zaandam en de Groentencentrale, met als doel een efficiëntere belevering van de AH-filialen in het noordwesten van Nederland, operationeel medio 1993;
  • de nieuwe Marvelo-fabriek, operationeel medio 1993.

Het Ahold-kantoor aan het Ankersmidplein te Zaandam werd in 1996 verlaten. Het personeel nam haar intrek in een splinternieuw kantoorpand aan de Provincialeweg, een kleine tweehonderd meter ten zuiden van station Zaandam. Het voormalige Ahold-kantoor werd onder andere thuisbasis van Rabobank Zaanstreek en kent als kantoorpand vele diverse gebruikers.

Algemeen

De basis voor het Ahold-concern, één der grootste ondernemingen van Nederland, werd gelegd in 1887, toen de jonge Albert Heijn de kruidenierszaak van zijn ouders te Oostzaan overnam.

Het kantoorgebouw van Ahold op het Ankersmidplein te Zaandam.

Spoedig begon Albert Heijn met nevenvestigingen. In 1899 werd een Centraal Magazijn geopend te Zaandam. De basis voor de eigen productiebedrijven, later bekend als Marvelo, werd in 1911 gelegd aan de Oostzijde te Zaandam. Daarna vertakte de onderneming zich snel. In de woning van zoon Gerrit Heijn aan de Westzijde te Zaandam werden in 1920 een kantoor en een magazijn gevestigd. In 1960 werd het pand in zijn geheel kantoor. In 1920 droeg Albert Heijn zijn zaak over aan zijn zonen Gerrit en Jan en zijn schoonzoon Johan Hille, zoon van de oprichter van Hille's beschuitbakkerij. De onderneming werd omgezet in een nv en Albert werd commissaris. Hille is later uitgetreden.

Later werd de onderneming geleid door zonen van Jan Heijn, te weten: 1956 Albert Heijn jr, van 1958 tot 1989 president-directeur, en 1961 Gerrit Jan Heijn, in 1987 na een ontvoering vrijwel direct vermoord door Ferdi Elsas die een grote som losgeld eiste. In 1990 bestond de raad van bestuur uit: Jeroen Hunfeld, president, drs Pierre Everaert, Fritz Ahlqvist (1937-1998), drs Peter van Dun, drs Cees van der Hoeven en Rob Zwartendijk. Bij de viering van het honderdjarig bestaan in 1987 kreeg Ahold het predikaat 'Koninklijke'. Eerder, in 1927 bij het veertigjarig bestaan, mocht Albert Heijn zich al Hofleverancier noemen. De Europese activiteiten worden overkoepeld door de moedermaatschappij Ahold nv. waarvan de aandelen zijn genoteerd op de Amsterdamse Effectenbeurs.

De Amerikaanse belangen zijn gebundeld in Ahold International (Nederlandse Antillen) nv, waarvan de aandelen in bezit zijn van de Stichting Ahold Internationaal Curaçao. In 1991 exploiteerde Koninklijke Ahold nv onder andere:

  • 444 Albert Heijn-filialen,
  • 119 Albert Heijn-franchisewinkels,
  • 150 Etos-drogisterijen,
  • 21 Etos-franchisedrogisterijen,
  • 353 Gall & Gall-slijterijen,
  • 17 Gall & Gall franchiseslijterijen,
  • 179 BI-LO-supermarkten,
  • 54 Giant Food Stores,
  • 108 Finast en Edwards Supermarkets en
  • 145 Tops Markets.

De nettowinst in 1990 bedroeg f 243.3 mln. De omzet in Nederland bedroeg f 8785 mln., de omzet in de Verenigde Staten (omgerekend) f 8033 mln.

Aangezien de koop van de Amerikaanse Tops Markets in het voorjaar van 1991 plaats had, werd voor de toekomst voorspeld dat de omzet in Amerika die in Nederland zou overstijgen. Uitgedrukt in volledige banen had Ahold in 1991 het volgende medewerkersbestand:

  • detailhandel Nederland 22.489 (42.291 personen),
  • detailhandel Verenigde Staten 28.181 (40.243),
  • Levensmiddelenindustrie 1353 (1419),
  • Grootverbruik 1 133 (1228),
  • Centrale activiteiten 232 (256).

In oktober 1991 trad de honderdduizendste medewerker bij Ahold in dienst.

Detailhandel Nederland

Onder de detailhandel Nederland vallen:

  • Albert Heijn,
  • Centrale slagerijen/verscentra,
  • Bloemencentrale,
  • Distributiecentra,
  • Groentencentrales,
  • The Fresh Company en
  • James Telesuper,
  • Gall & Gall,
  • Etos,
  • De Tuinen,
  • Pharrnatos,
  • Ter Huurne.
Albert Heijn

Albert Heijn was in 1990 met in totaal 563 winkels de grootste supermarktketen in Nederland; het marktaandeel bedroeg bijna 26 %. Het Ahold-concern kwam voort uit de kruidenierswinkel van Albert Heijn sr, die in 1887 op 21-jarige leeftijd de kruidenierszaak van zijn ouders in de Kerkbuurt te Oostzaan overnam. De vrouw van Albert ging achter de toonbank staan in de kleine kruidenierswinkel met een vloeroppervlakte van twaalf vierkante meter en Albert zelf ging de boer op om in te kopen of te verkopen. Van het begin af was zijn idee een levensmiddelenwinkel met een brede sortering op te zetten. Dat idee bleef altijd bestaan; jaren later kwamen er de AH-supermarkten met een assortiment van duizenden artikelen.

Jan en Gerrit

In 1917 had hij 54 filialen onder zijn beheer. Drie jaar later droeg Albert Heijn sr het winkelbedrijf over aan zijn zoons Jan Heijn en Gerrit Heijn alsmede aan schoonzoon Johan Hille.

In de eerste jaren werden nevenvestigingen geopend in Purmerend, Alkmaar, Schagen, Delft en Hoorn. Daarna groeide Albert Heijn uit tot een steeds grotere winkelketen. In 1951 nam het aantal filialen sterk toe door overname van het grootwinkelbedrijf Van Amerongen te Amsterdam met 92 filialen. Uiteindelijk werden 65 daarvan opgenomen in het AH-filialennet. Kort daarna begon Albert Heijn met zelfbedieningswinkels (1952) en supermarkten (1955).

Albert en Gerrit Jan

Na een opleiding aan het instituut Nijenrode in Breukelen en stages in Zürich en Londen kwam Albert Heijn jr, zoon van Jan Heijn (1897-1964) en Adriana Hendrika Kruger (1900-1984), in 1949 in dienst bij Albert Heijn NV. Zijn vier jaar jongere broer Gerrit Jan Heijn, werd tevens als bestuurder en grootaandeelhouder aangesteld.

Door overname van Simon de Wit breidde Albert Heijn zich in 1972 opnieuw aanzienlijk uit. Het ging hier om 59 supermarkten. 69 zelfbedieningswinkels en 9 Nettomarkten, geëxploiteerd door de dochteronderneming Verbrumar nv. Bij de overname waren tevens betrokken de vakantieparken van Ostara en de kampwinkels van Toko. De Simon-organisatie werd in 1982 geheel binnen de Ahold-activiteiten opgenomen; de Simon-winkels werden Albert Heijn-winkels. De activiteiten van Verbrumar werden in 1982 beëindigd. De Nettomarkten werden overgedragen aan andere Ahold-werkmaatschappijen en aan derden.

Een nieuwe activiteit ontstond in 1982 toen in Lelystad de eerste ABC-vestiging, Albert Heijn, Blokker en C & A, werd geopend. In 1991 waren er verspreid door het land 10 ABC-vestigingen. In 1990 waren er 444 Albert Heijn-vestigingen, met een totaalomzet van f 7231 mln. Voorts waren er 119 AH-franchisewinkels (winkels van zelfstandige ondernemers, die werken volgens de AH-formule), met een totaalomzet van f 797 mln. Albert Heijn beschikt over vier Centrale Slagerijen/Verscentra. Oorspronkelijk werd vlees aan de filialen alleen geleverd vanuit de in 1960 in de Vinkenstraat te Amsterdam geopende Centrale Slagerij. Begin 1964 werd deze gesloten en verplaatst naar de Nozemanstraat te Amsterdam en in 1973 naar de in Zaandam geopende nieuwe Centrale Slagerij. Verder kwamen er Centrale Slagerijen in gebruik te Rijswijk, in 1968 door Simon de Wit overgenomen, Maarssen (1968), Eindhoven, in 1973 overgenomen van Etos en Groenlo (1977).

In 1986 werd een nieuw gebouwde Centrale Slagerij te Zoetermeer in gebruik genomen; de slagerijen in Maarssen en Rijswijk werden daarna gesloten. Voor de gecoördineerde bevoorrading van de filialen werd in 1963 een distributiecentrum in de Achtersluispolder te Zaandam in gebruik genomen. Door de uitbreiding van het filialen-net werden meer distributiecentra nodig: Tilburg, Veghel voor de Miro-filialen en Zwolle. De bevoorrading van de distributie-centra geschiedt zowel door eigen productiebedrijven als door derden. De distributie-organisatie werd in 1987 in Albert Heijn geïntegreerd.

Als overige activiteiten van Albert Heijn kunnen worden genoemd: de bloemencentrale in Woerden, vijf groentecentrales. The Fresh Company en James Telesuper. De eerste Fresh Company-winkel, met vrijwel uitsluitend versproducten, werd in het najaar van 1988 in Amsterdam geopend; in 1991 waren er al vijf Fresh Company-winkels. Eind jaren '80 werd James Telesuper opgericht, een telesupermarkt. In een groot deel van Nederland bezorgt James het Albert Heijn-assortiment bij de consumenten thuis.

Met behulp van deze viewer kunt u gericht zoeken in de database van alle Allerhandes vanaf 1954, het personeelsblad Flitsen vanaf 1954, jaarverslagen vanaf 1948, en historische boeken.

Voor ontwikkelingen en details na 1991 binnen het Albert Heijn winkelsegment klikt u hier.

Speciaalzaken Ahold

Gall & Gall

Gall & Gall was begin 1991 met 370 vestigingen en een marktaandeel van 21,5 % de grootste slijter van Nederland. De omzet in 1990 bedroeg f 348 mln. Eerder droegen de slijterijen van Ahold de naam Alberto. Met de komst van de eerste slijterij in 1969 werd een oude traditie hersteld. Toen Albert Heijn in 1887 de kruidenierszaak van zijn vader te Oostzaan overnam, werd daar ook alcoholhoudende drank verkocht. De overheid verbood later de verkoop daarvan in samenhang met andere artikelen. In 1969 werd weer sterke drank verkocht, maar nu in slijterijen gelegen naast al bestaande Albert Heijn-supermarkten. De bedrijfsleider van zo'n supermarkt had de leiding van de naastgelegen slijterij, terwijl de afdelingschef aan de vakbekwaamheidseisen voldeed. In 1974 waren er 10 Alberto`s en ging de organisatie als Alberto bv onder eigen leiding zelfstandig opereren. In 1987 waren er 89 Alberto-slijterijen. In 1989 werd de slijterij-keten Gall & Gall (190 vestigingen) overgenomen. Besloten werd onder deze naam door te gaan. In 1991 werd het 70 slijterijen tellende Impodra aan de keten toegevoegd. Etos exploiteert onder de naam Etos Beauty.

Boffie
Bijzonder bekend werd in de jaren dertig het reclamefiguurtje 'Boffie' voor de koffie van Albert Heijn. Boffie werd in 1936 bedacht door H. Valk, de leider van de reclame-afdeling, en werd in heel Nederland een begrip.

Sherry
Alberto (de wijn- en drankenhandel van Ahold) en Ahold Espana SA, de Spaanse dochter van het concern, speelden gezamenlijk een belangrijke rol bij de opkomst van het sherry-gebruik in Nederland. Gezegd kan zelfs worden dat Ahold Nederland sherry leerde drinken.

Etos

Etos exploiteert onder de naam Etos Beauty Case een keten van drogisterij- en parfumerie-winkels. In Nederland waren er eind 1990 147 Etos-winkels en 14 franchise-vestigingen, met een totaalomzet van f 220 mln. Voorts had Etos België in met name Vlaanderen 15 vestigingen met een omzet van f 17 mln. De Etos-drogisterijen kwamen voort uit de Etos Coöperatieve Verbruiksvereniging ua. waarvan Ahold in 1973 de bedrijfsactiviteiten ovenam.

Pharmatos

Pharmatos ontstond in 1988 door samenvoeging van de farmaceutische activiteiten. Pharmatos is een samenwerkingsverband van zeven apotheken, waarin concepten voor de toekomst worden getest. In Pharmatos is ook de in 1988 overgenomen Phannacis Reguliere Pharmaceutische Groothandel bv opgenomen. In 1990 werd met Pharmatos een omzet van f 50 mln. bereikt. In 1991 werd de Speciale Activiteiten-groep uitgebreid met De Tuinen, een keten drogisterijen, waarin het accent ligt op gezondheidsartikelen, zoals medicijnen, vitaminen en kruiden.

Ter Huurne

Ter Huurne werd onderdeel van Ahold na de overname van Simon de Wit. In de directe omgeving van de Duitse grens exploiteert Ter Huurne twee supermarkten en een aantal benzinestations, gericht op het Duitse kooptoerisme. In 1991 werd gewerkt aan een nieuwe formule, opdat het bedrijf ook na de eenwording van de Europese markt aantrekkelijk zou blijven.

Detailhandel buitenland

In de Verenigde Staten bezit Ahold vier supermarktketens, terwijl in 1991 een eerste supermarkt in Tsjecho-Slowakije werd geopend. De eerste buitenlandse activiteiten op het gebied van de detailhandel hadden overigens in Spanje plaats. Vanaf 1976 bezat Ahold daar een supermarktketen met 37 vestigingen. Deze werd in 1985 verkocht aan een Engelse detailhandelsorganisatie.

BI-LO

BI-LO was in 1977 de eerste Amerikaanse detailhandelsonderneming die door Ahold werd overgenomen. BI-LO had dat jaar 94 vestigingen in South en North Carolina en Georgia, met 5600 personeelsleden en een omzet van $ 339,3 mln. In 1990 waren er 179 filialen met een omzet van $ 1543 mln.

Giant Food Stores Inc.

Giant Food Stores Inc. werd in 1981 door Ahold overgenomen en had toen 31 vestigingen (Pennsylvania, Maryland, Virginia en West Virginia) en een omzet van $ 300 mln. In 1990 waren er 54 vestigingen, met een omzet van $ 903 mln. First National Supermarkets werd in 1988 overgenomen, waarmee de Amerikaanse winkelactiviteiten van Ahold werden verdubbeld.

First National Supermarkets

First National Supermarkets bezat in 1988 122 voornamelijk zeer grote supermarkten in Ohio, Connecticut, New York, New Hampshire, Vemiont en Massachusetts. De gezamenlijke omzet was in 1987 $ 1,6 mld.; bij de supermarktketen waren dat jaar l 1.000 volledige banen. In 1991 waren er 108 vestigingen met een omzet van $ 1,967 mld. en 12.035 volledige banen.

Tops Markets

Begin 1991 nam Ahold de supermarktketen Tops Markets over, welk bedrijf met 145 vestigingen voornamelijk in het westen van de staat New York actief was. De omzet van Tops Markets in 1990 bedroeg S 1,15 mld. In juni 1991 werd onder de naam Mana (hemels brood) een eerste Ahold-supermarkt in Oost-Europa (Tsjecho-Slowakije) geopend. De opening van de winkel was de eerste stap zijn in het opzetten van een landelijke keten. Het verkrijgen van winkels en supermarktketens lag in handen van het bedrijf Euronova, waar Ahold een meerderheidsbelang in bezat.

Levensmiddelen Industrie

Marvelo BV

Marvelo bv is het oudste productiebedrijf van Ahold. De zelfstandig opererende fabriek van kruidenierswaren in Zaandam, ontstond uit een in 1911 door Albert Heijn gestichte vestiging aan de Oostzijde te Zaandam en is sindsdien gestaag gegroeid. Eerder had Albert Heijn alleen eigen koffiebranderij. De schoonzoon van A. Heijn sr., J. Hille, die van zijn vader een degelijke bakkersopleiding had gekregen, werd belast met de productie van koekjes en suikerwerken. Later volgde de fabricage van Zaanse koeken en ontbijtkoeken. De productie van chocolade werd in 1924 aan het fabrieksprogramma toegevoegd. In 1938 kwam de productie van limonade, vermicelli en macaroni op gang. In 1977 werd de oorspronkelijke naam Albert Heijn Produktiebedrijven bv veranderd in Marvelo bv. De artikelengroepen die er thans worden geproduceerd, verwerkt en/of verpakt en gebotteld zijn: koffie, thee, wijn, drop, hagelslag en pasta's. De productie van koekjes en koeken is verdwenen uit Zaandam en verplaatst naar Tilburg, de chocolade-productie is overgenomen door Verkade. Marvelo is één van de belangrijkste koffiebranders van Nederland. In de pasta-afdeling worden onder meer pindakaas, hazelnoot- en chocoladepasta gefabriceerd. Bij Marvelo werkten in 1991 242 personen.

Albro Bakkerijen Zwanenburg bv

Albro Bakkerijen Zwanenburg bv is de voortzetting van het in 1958 door Ahold overgenomen Amsterdamse bakkersbedrijf Gebr. Hoeve. In 1964 werd de productie in Zwanenburg geconcentreerd en kreeg het bedrijf de naam Albro Bakkerijen. Albro levert dagvers groot- en kleinbrood, banket en bake off-producten, met als grootste afnemer Albert Heijn, die vele Albro-producten onder het AH-huismerk verkoopt. De capaciteit van de broodafdeling is 20.000 ton per jaar, die van de banketafdeling is vijf miljoen kilo per jaar en die van de bake off-afdeling 18.000 stuks per uur. In 1988 werd bij Albro een nieuwe diepvriesdeeg-bakkerij in gebruik genomen.

Meester

Meester is een voortzetting van de in 1847 in Wijhe (O) opgerichte vleeswarenfabriek J. Meester, in 1966 overgenomen door Albert Heijn. Tot 1975 werd gewerkt onder de naam Albert Heijn Vleeswarenfabriek, daarna Meester Wijhe, en thans dus Meester. Meester is een van de belangrijkste vleeswarenproducenten in Nederland, levert ook aan derden en exporteert naar België, West-Duitsland en Engeland.

Als overige productiemaatschappijen van de levensmiddelenindustrie Ahold kunnen worden genoemd:

  • Nistria, producent van dieetvleeswaren te Moergestel,
  • Vaco, producent van vacuüm verpakte en gekookte voeding te Geel, België en
  • Luis Paez, een sherry-bodega te Jerez, Spanje; Ahold heeft hier een belang van 50 % in.
Grootverbruik Ahold
Het voormalige kantoorgebouw van Ahold op het Ankersmidplein te Zaandam

Grootverbruik Ahold levert via een aantal werkmaatschappijen een totaalpakket levensmiddelen, zowel houdbaar, vers als nonfood, aan verschillende segmenten van de grootverbruikersmarkt. Kok Ede Grootverbruik levert aan de institutionele markt. Kok-Ede werd in 1949 door C.J. Kok opgericht onder de naam Koks Puddingpoeder- en Meelproducten. Via leveranties in grootverpakkingen ontstonden contacten met grootverbruikers en dat leidde tot de levering van andere kruidenierswaren. Het bedrijf werd in 1985 door Ahold gekocht. Albert Heijn Grootverbruik was een groothandel op het gebied van levensmiddelen en non food-artikelen, opgericht in 1960. (Vanaf 1950 werd al -als Albert Heijn- aan grootafnemers geleverd). Eind 1990 zijn de activiteiten van Kok-Ede en Albert Heijn Grootverbruik samengebracht, onder de huidige naam.

Instel (oorspronkelijk afdeling van De Gruyter), was een dochter van Kok-Ede, die eveneens in 1985 in handen van Ahold kwam. Instel levert aan de bedrijfsrestauratieve markt. HIC (Horeca Inkoop Centrale) en Evers Horeca Totaal leveren aan de horeca-markt.

Beëindigde activiteiten

Mede onder invloed van de toenemende internationalisering en het wegvallen van de Europese binnengrenzen is Ahold zich vanaf 1989 meer dan voorheen gaan richten op de kernactiviteit: de distributie van goederen naar de consument. Dat had tot gevolg dat nog in 1989 de activiteiten in de recreatie- en horecasector werden verkocht. Ostara bv en AC restaurants werden aan het desbetreffende management verkocht. Eerder was al in 1988 Toko verkocht. Een andere beëindigde activiteit betreft de Miro.

Ostara bv

Ostara bv was tot in 1989 een zelfstandige werkmaatschappij van Ahold met vijf vakantieparken in Nederland en één in West-Duitsland. Deze bedrijfsactiviteit was door Ahold overgenomen van Simon de Wit. De Nederlandse vakantieparken zijn: 't Wolfsven te Mierlo; de Zanding te Otterlo; De Krabbeplaat te Brielle; 't Strandheem te Opende; en de Biltse Duinen te Bilthoven. De Duitse vestiging Wilsumer Berge is gevestigd te Wilsum bij Nordhorn.

AC Restaurants

De naam AC Restaurants ontstond in 1975, maar reeds in 1923 had Albert Heijn de eerste stap in de horeca-sector gezet. In dat jaar werd tearoom Maison Ledeboer/restaurant Formosa aan de Kalverstraat te Amsterdam gekocht. Het etablissement werd als nv Formosa bij Albert Heijn ingelijfd. Onder deze nv ressorteerden later ook de andere restaurants, waaronder de Albert's Corners. In 1969 werd de naam gewijzigd in Albert Heijn Restaurants bv, en in 1975 werd de naam AC Restaurants.

AC Restaurants werden in Nederland een nieuw type restaurants, waarin behalve tafels ook zogenoemde counters zijn, waar de consument deels zelf consumpties kan halen en deels kan worden bediend. Omdat er vóór 1970 geen echte wegrestaurants in ons land waren, wilde Albert Heijn dit gat in de markt opvullen met de drie-in-één formule: het zelfbedieningsrestaurant, het bedieningsrestaurant en in een aantal vestigingen nachtservice.

Bij de verkoop in 1989 waren er (exclusief twee restaurants op de Zaanse Schans) 30 AC restaurants, namelijk 16 in Nederland, 13 in België en één in Duitsland. Bij de verkoop werd bevestigd dat de vestigingen op de Zaanse Schans in Zaandam een speciale plaats innamen. Het exclusieve à la carte-restaurant de Hoop op d'Swarte Walvis en (pannekoeken)restaurant de Kraai werden buiten de verkoop gehouden. De Kraai werd nadien alsnog verkocht.

Sinds 1998 is AC Restaurants & Hotels eigendom van de Italiaanse Autogrill groep. Autogrill, gecontroleerd door de Benetton-familie, is van de Italiaanse snelwegen Autostrade SpA. De onderneming telt in België en Nederland 40 vestigingen, waaronder 12 hotels. Zes van de zeven AC-hotels dragen de merknaam Tulip Inn, een merk dat Autogrill in licentie heeft en één de naam AC Hotel. November 2016 maakte Van der Valk bekend alle Nederlandse AC-restaurants en de zeven hotels over te nemen van de Autogrill-groep voor 22,7 miljoen euro. Binnen twee maanden gaat supermarktketen Jumbo tot de koop van de restaurants over om ze te laten ombouwen tot La Place-restaurants.

Toko Recreatie Service

Toko Recreatie Service werd een zelfstandige werkmaatschappij van Ahold na de overname van Simon de Wit. Toko was exploitant van winkel- en horecavoorzieningen op campings en recreatieterreinen. In het seizoen 1987 exploiteerde Toko 53 campingwinkels en horeca-bedrijven. Begin 1988 werd Toko Recreatie Service door Ahold verkocht.

Miro

Als verdwenen activiteit kan tenslotte de Miro worden genoemd. Miro B.V. opende vanaf 1972 in totaal 13 hypermarkten, verspreid over het land. De hypermarkt was een winkelvorm tussen supermarkt en warenhuis. Het publiek kon kiezen uit ca. 25.000 verschillende artikelen, waarvan er ongeveer 5.000 uit de sector levensmiddelen afkomstig waren. Binnen het food-assortiment was een zeer ruime keuze in merken en variëteiten. Voor het totale Miro-assortiment van zo'n 25.000 artikelen gold de lage prijzenfilosofie. Het non-food assortiment omvatte onder meer kleding voor dames, heren en kinderen, baby-artikelen, huishoudelijke artikelen, duurzame gebruiksgoederen en goederen in de sfeer van recreatie, doe-het-zelf en vrije tijd. De Miro's werden allemaal volgens hetzelfde principe opgezet en dat betekende dat er onder meer een benzinepomp voor benzine tegen concurrerende prijs bij was, dat er een restaurant bij was en vooral, dat er veel parkeerruimte werd geboden.

In 1989 besloot Ahold afscheid te nemen van de Miro-formule. Ondanks de komst van de binnen Ahold later omstreden prof. Fred Lachotzky als directeur werd Miro als een mislukt project ervaren. Meneer Ab jr. geeft in een interview in het Vrije Volk op 17 juni 1989 te kennen: „Dat de Miro niet is gelukt, was volgens mij niet zo zeer het probleem van de niet-levensmiddelen. Natuurlijk kom je daar pas later achter, maar in Nederland is de infrastructuur kennelijk zodanig dat je niet met die grote hypermarkten kan werken. Want niet alleen dat het ons niet gelukt is, het is Famila ook niet gelukt en Koninklijke Bijenkorf Beheer evenmin. En van KBB kun je niet zeggen dat ze geen niet-levensmiddelen aan kunnen. Het zijn ook goede winkeliers. Een Miro in bijvoorbeeld Purmerend moet zo ver trekken dat je bij wijze van spreken klanten uit Zaandam moet weghalen. Waarom zou iemand nou voor zijn levensmiddelen uit Zaandam naar Purmerend gaan, als je hier ook goede Albert Heijnwinkels hebt?“

Boekhoudschandaal

In februari 2003 kwam de internationale expansie van Ahold krakend tot stilstand nadat boekhoudkundige onregelmatigheden werden vastgesteld bij het Amerikaanse U.S. Foodservice en Tops Markets die te hoge inkomsten in verband met niet verkregen kortingen opvoerden. Ook bij de Argentijnse dochter Disco klopten de boeken niet. Bovendien werden financiële resultaten van enkele joint ventures onjuist verantwoord.

De zaak draaide om het al dan niet terecht optellen van de omzet van buitenlandse dochterondernemingen, waarin Ahold geen meerderheidsbelang had. Het concern claimde middels zogeheten control letters zeggenschap, maar ontkende deze weer in side letters. Deze zeggenschap had Ahold nodig om onder Amerikaanse boekhoudregels de volledige omzet van de buitenlandse halfdochters bij de eigen omzet te kunnen optellen. De control letters werden aan de accountant gegeven. De side letters werden achtergehouden. Door het bedrog kon Ahold jarenlang een hogere omzet op de balans zetten.

Het nieuws leidde tot een dramatisch effect op de koers van het aandeel Ahold dat met twee derde daalde terwijl Standard & Poor's de creditrating verlaagde naar BB+. Voorzitter van de Raad van Bestuur CEO Cees van der Hoeven, financieel directeur CFO Michiel Meurs en leden van het senior managementteam traden gedwongen af.

Accountant Deloitte trok de goedkeuring in van de jaarrekeningen over 2000 en 2001 in waarop nieuwe jaarrekeningen werden vastgesteld. De omzet over 2000 liep terug van 51,5 naar 40,8 miljard euro, het bedrijfsresultaat daalde van 2,3 miljard naar 1,6 miljard euro. Over 2001 kelderden de omzetcijfers van 66,5 naar 54,2 miljard euro, het bedrijfsresultaat van 2,7 naar 1,9 miljard. Volgens Nederlandse boekhoudregels leed Ahold over 2002 een verlies van 1,2 miljard euro. Amerikaanse boekhoudregels leverden een verlies van 4,5 miljard euro op bij een omzet van 62,6 miljard.

Gevolgen in Nederland

De Securities and Exchange Commission SEC vervolgde de fraude bij U.S. Foodservice. In Nederland werd de consolidatiekwestie met de side letters vervolgd. Ahold werd fraude verweten en trof september 2004 een schikking middels betaling van een boete ter grootte van circa € 8 miljoen. De voormalige CEO, CFO en bestuurders met verantwoordelijkheid inzake Europese activiteiten werden opgeroepen in mei 2006 voor de rechtbank te verschijnen. De rechtbank kwam tot de conclusie dat de voormalige CEO en CFO van Ahold zich schuldig hadden gemaakt aan valsheid in geschrifte. Beiden werd een voorwaardelijke gevangenisstraf en een geldboete opgelegd.

Op 28 januari 2009 veroordeelde het Gerechtshof Amsterdam CEO Van der Hoeven tot een geldboete van € 30.000 omdat hij, toen hij nota nam van de side letters, verzuimde de externe accountant direct op de hoogte te stellen. CFO Meurs werd veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden, een werkstraf van 240 uur en een geldboete van € 100.000. Jan Andreae, lid van Ahold’s raad van bestuur en verantwoordelijk voor de gang van zaken binnen de Europese supermarkten, gooide de handdoek zelf in de ring en werd veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden en een geldboete van € 50.000 nadat uit een reconstructie van NRC Handelsblad bleek dat hij twee eerder genoemde tegenstrijdige verklaringen had ondertekend. De Zweed Roland Fahlin, oud-commissaris bij Ahold, was voorzitter van het boekhoudcomité dat contact had met de accountant. Fahlin werd vrijgesproken.

In de fraudezaak kwam het tevens tot een berisping van de controlerend accountant. Pieter Lakeman van de stichting SOBI vermoedde malversaties bij de Argentijnse deelneming van het concern. In zijn uitgave Accountants in de fout besteedde hij een paragraaf aan Ahold’s accountants die naar zijn zeggen volledig op de hoogte waren van de side-letters. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven gaf een individuele accountant van Deloitte op 11 september 2008 op verzoek van SOBI in hoger beroep een berisping.

In 2012 pakte de Vereniging van Effectenbezitters VEB dit op met een rechtszaak tegen al de toenmalige maatschaphouders van Deloitte. VEB verloor de procedure maar op 30 juni 2014 boekten tien beleggers wél succes. Oud topman van Deloitte Roger Dassen liep tegen een waarschuwing van de accountantskamer op wegens misleiding. Op 22 september 2016 werd deze maatregel vernietigd door het College van Beroep.

Gevolgen in de USA

Oktober 2004 kondigde de SEC aan dat het onderzoek was afgerond en werd met Ahold een definitieve schikking overeengekomen. In januari 2006 volgde een schikking van $ 1,1 miljard ofwel € 937 miljoen, in een collectieve rechtszaak die tegen de onderneming werd aangespannen door voormalige aandeelhouders in de Verenigde Staten. Ook tegen de accountant van Ahold, Deloitte, werd een collectieve rechtszaak aangespannen, maar deze aanklacht werd door het gerechtshof verworpen.

De SEC klaagde vier voormalige bestuurders van U.S. Foodservice aan voor fraude: de CFO, de Chief Marketing Officer CMO en twee voormalige bestuurders, belast met de inkoop. Die laatste twee troffen een schikking, de voormalige CMO werd veroordeeld tot een celstraf van 46 maanden. De voormalige CFO werd drie jaar voorwaardelijke straf veroordeeld, waarvan zes maanden huisarrest.

In december 2014 bereikte Ahold een schikking van $ 297 miljoen met de autoriteiten in Connecticut wegens omzetfraude bij U.S. Foodservice in de jaren 1998 tot 2005.

Herstel

Op 5 mei 2003 trad de Zweed Anders Moberg, na veel publieke verontwaardiging rond zijn vergoeding aan als de nieuwe CEO van Ahold, als opvolger van Henny de Ruiter die zichzelf op het hoogtepunt van de crisis noodgedwongen als president-commissaris tot CEO had benoemd. Onder leiding van Moberg en vele nieuwe bestuurders introduceerde Ahold eind 2003 de weg naar herstel. De onderneming stond voor de ingrijpende taak haar financiële positie te herstellen, haar geloofwaardigheid te herwinnen en de bedrijfsactiviteiten te versterken.

Ahold meldde als onderdeel van de strategie dat alle activiteiten zouden worden verkocht waarin de onderneming niet binnen drie tot vijf jaar een eerste of tweede plaats kon verwerven en die op termijn niet voldeden aan de geformuleerde criteria voor winstgevendheid en rendement. Ahold zette vervolgens alle activiteiten in Zuid-Amerika en Azië te koop. Behouden werd een kerngroep winstgevende ondernemingen in Europa en de Verenigde Staten. In het kader van de nieuwe strategie verstevigde Ahold daarnaast ook de verantwoording, de controlemechanismen en de corporate governance. Ook herstelde de financiële positie, waarvoor Ahold in 2007 een investmentgrade rating ontving.

Nieuwe strategie

November 2006 kondigde Ahold de uitkomsten van een strategische evaluatie van de bedrijfsactiviteiten aan. De evaluatie was aanleiding voor een nieuwe strategie voor groei, gericht op versterking van de concurrentiepositie in de levensmiddelensector, in het bijzonder in de VS. Ahold legde zich toe op opbouw en versterking van merken met een verbeterd product- en dienstenaanbod, realiseerde een verbeterde prijspositie en lagere bedrijfskosten, en maakte een onderverdeling naar twee organisaties op twee continenten, beide onder leiding van een Chief Operating Officer COO.

Onderdeel van de strategie was een verdere aanscherping van de portefeuille, onder andere in de vorm van de verkoop:

  • aan CD&R en KKR van U.S. Foodservice, afgerond in juli 2007, $ 7,1 miljard,
  • Tops, afgerond in december 2007, verkocht aan Morgan Stanley Private Equity voor $ 310 miljoen en de
  • activiteiten in Polen, afgerond in juli 2007, verkocht aan Carrefour.

Ahold boekte goede voortgang met de realisatie van strategie onder leiderschap van John Rishton, in november 2007 als CEO benoemd. In zijn eerdere rol als CFO maakte Rishton deel uit van het team dat de strategie ontwikkelde.

In november 2011 zet Ahold een nieuwe fase van de groeistrategie in onder leiding van de nieuwe CEO Dick Boer, in maart 2011 benoemd. Ahold richtte de retail-activiteiten opnieuw in op basis van zes strategische pijlers, waarvan drie voor groei moeten zorgen en drie die groei moeten ondersteunen.

De zes pijlers zijn:

  • versterking van de loyaliteit,
  • verbreding van het aanbod,
  • groei van de geografische positie,
  • vereenvoudiging,
  • verantwoord ondernemen in retail en de
  • prestaties van de mensen van Ahold.

In 2012 nam Ahold de webshop bol.com over voor de prijs van 350 miljoen euro.

HK terug naar Zaandam

In Q2 van 2013 keerde Ahold met de raad van bestuur en 150 werknemers na een verblijf van acht jaar in Amsterdam weer naar Zaandam. De verhuizing naar Amsterdam in 2005 markeerde een nieuwe fase in de geschiedenis van het bedrijf. Ahold wilde een vervelend hoofdstuk uit de bedrijfsgeschiedenis afsluiten: het omvangrijke boekhoudschandaal dat Ahold in 2003 aan de rand van de afgrond had gebracht. Met de verhuizing naar Amsterdam wilde Moberg letterlijk breken met dit duistere verleden en werken aan het herstel van het concern.

Ahold trok na de verhuizing naar Zaandam in bij dochterbedrijf Albert Heijn, dat haar hoofdkantoor deelt met drogisterij Etos, slijter Gall & Gall en internetsupermarkt Albert.nl, allen onderdeel van het concern.

Supermarktketen ICA

In februari 2013 verkocht Ahold haar 60% belang in de Zweedse supermarktketen ICA, dat het in 2000 gekocht had. De koper, Hakon Invest, betaalde 21,2 miljard Zweedse kronen of € 2,45 miljard. Door de verkoop kreeg Hakon alle aandelen ICA in handen. Hoewel Ahold de meerderheid van de aandelen bezat, had het niet de volledige zeggenschap over ICA. ICA was één van de bedrijfsonderdelen die Ahold in 2003 in het boekhoudschandaal stortte. De onderneming behaalde in 2012 een omzet van € 11,3 miljard en telde 2.200 franchises en eigen supermarkten in Zweden, Noorwegen en de Baltische staten.

Ahold & Delhaize

Op 24 juni 2015 werd bekend dat de Belgische Delhaize Groep een fusie aanging met Ahold, die na verwachting halverwege 2016 afgerond zou zijn. Het bedrijf zal onder de naam Ahold Delhaize door het leven gaan, met het hoofdkantoor op Nederlandse bodem. CEO van Ahold, Dick Boer, wordt de topman van Ahold Delhaize. Op papier een fusie van gelijken, maar aandeelhouders van Ahold krijgen 61% en van Delhaize de overige 39% van de aandelen waarbij de juridische entiteit Delhaize opgaat in Ahold. Samen behaalden ze in 2014 een omzet van €54 miljard en bij een nettowinst van 1 miljard euro. Ahold Delhaize telt 375.000 medewerkers en 6500 winkels. Beide bedrijven vergaren meer dan 50% van de omzet in de VS. De geografische overlap van de ketens is gering en na de fusie is Ahold Delhaize in alle Amerikaanse staten aan de oostkust aanwezig.

Op 14 maart 2016 stemden de aandeelhouders van Ahold en Delhaize in met de voorgenomen fusie. Na het samengaan ontstaat een supermarktconcern dat in Europa qua grootte de vierde- en in de VS de vijfde plaats inneemt. De fusie werd in 2016 beklonken waarna de Belgische toezichthouder instemde met de fusie tussen Ahold en Delhaize waarmee alle mededingingsrechtelijke procedures in Europa waren afgerond. Na toestemming van de Amerikaanse toezichthouder FTC werd de fusie op zaterdag 23 juli 2016 beklonken.

Op 5 april 2018 maakt Ahold bekend dat CEO Dick Boer per 1 juli zal worden opgevolgd door Frans Muller. Boer gaat met pensioen maar blijft tot medio 2019 nog wel betrokken als adviseur. Jan Hommen werd aangesteld als nieuwe president-commissaris van het Nederlands-Belgische supermarktconcern.

  • ahold.txt
  • Laatst gewijzigd: 2019/04/21 09:00
  • door zaanlander