haardsteden

Vroegere volkstellingen (van de 15e tot 17e eeuw) werden niet in het minst gehouden om de draagkracht der bevolking vast te stellen in verband met de belastingheffingen. Door de gewoonte het aantal stookplaatsen te belasten, werden daarbij de haardsteden geteld en niet het aantal bewoners.

Het is achteraf moeilijk het aantal woningen (laat staan het aantal inwoners) per gemeente in die eeuwen vast te stellen; dit is alleen mogelijk door schattingen op basis van het aantal bekende haardsteden. Grote woningen bevatten meer haardsteden dan de huizen der armlastigen, aangenomen wordt dat een huis gemiddeld iets meer dan twee haardsteden bevatte. Wanneer dus in 1494 werd vastgesteld dat 'Westzanen en Crommenie' tezamen 300 haardsteden bezaten, komt men voor deze dorpen op een totaal van hoogstens 150 huizen.

In 1514 werd alleen voor Westzaan echter een aantal van 310 haardsteden geteld. Oostzaan had in 1494 250 haardsteden, in 1514 waren dat er 280; dit zal neerkomen op 120 tot 130 huizen. Aan het begin van de 16e eeuw stonden er in Zaandam nog slechts 7 huizen, in Koog en Zaandijk samen ongeveer 12 en in Wormerveer 14 à 15.

Ook bij latere tellingen (1613, 1644) ging men nog uit van het aantal haardsteden. Uit de toen opgetekende cijfers is de groei van de Zaandorpen in de eerste helft van de 17e eeuw overigens goed af te leiden.

Zie voor 'haardstedegeld' ook: Bestuur en rechtspraak 1.2.3.

  • haardsteden.txt
  • Laatst gewijzigd: 2016/06/08 10:15
  • door jan