Amsterdam, 22 april 1905 - Mauthausen, 7 september 1944

George Louis Jambroes 1905-1944

George Louis Jambroes was tijdens de Tweede Wereldoorlog betrokken bij het Englandspiel. Van de Zaanse illegalen is George Jambroes, leraar wiskunde aan het Zaanlands Lyceum één van de eersten. Jambroes vestigt zich in 1934, pas getrouwd en net afgestudeerd aan de Amsterdamse universiteit, in Zaandam waar hij wordt benoemd tot leraar aan het lyceum; hij is dan 29 jaar.

Het leraarsambt interesseert hem maar matig, hij heeft moeite met de orde in de klas, heeft weinig contact met zijn collega's, komt zo weinig mogelijk in de leraarskamer en komt regelmatig te laat op school. Grote belangstelling heeft hij daarentegen voor muziek. Hij speelt bijzonder goed cello en geeft vaak recitals met enkele vrienden met wie hij een kwartet vormt. Zijn favoriete componist is Brahms.

Daarnaast is hij politiek geïnteresseerd. De dreiging, die van Hitler-Duitsland uitgaat, vervult hem met zorg. Hij is erg links in zijn politieke overtuiging, linkser dan de SDAP, maar is geen lid van een politieke partij. Bijna had zijn politieke overtuiging zijn benoeming aan het lyceum verhinderd, doch de rode meerderheid van de Zaandamse gemeenteraad stemde vóór de aanstelling van Jambroes.

Op buitenstaanders maakt Jambroes een stille indruk, omdat hij een man van weinig woorden is. Zijn vrienden kennen echter ook de Jambroes, die zich achter deze uiterlijke kalmte verbergt. Soms kan hij in vlammende woede ontsteken als iets tegen zijn sterk ontwikkeld rechtvaardigheidsgevoel ingaat. Bijtend fel haalt hij soms uit naar degene, die het niet onmiddellijk eens is met zijn smaak of opvatting. Maar zij, die George Jambroes echt kennen zijn het er over eens, dat George goed, eerlijk en open is; dit laatste ondanks zijn zwijgzaamheid. Ook zijn enorme algemene ontwikkeling dwingt bewondering af.

Grebbeberg

In de meidagen van 1940 maakt hij als reserveofficier de gevechten op de Grebbeberg mee. Hij is erg gezien bij zijn soldaten, die hij voorgaat bij de confrontatie met de Duitse troepen. Na de demobilisatie levert hij zijn pistool niet in: Jambroes is vastbesloten de strijd voort te zetten tegen het nazisme, waarvan hij de leugens, het bruut geweld en de misdaden diep verafschuwt. In de zomer van 1940 komt hij in contact met andere reserve-officieren, die net als hij de strijd willen voortzetten.

Het in Utrecht opgerichte ‘ondergrondse leger', Legioen Oud-Frontstrijders, dat duizenden leden in het westen van het land zal tellen, is het resultaat. De organisatie van het L.O.F. is natuurlijk zeer amateuristisch, men heeft totaal geen ervaring met illegaal werk. Het hoofdkwartier is in het gebouw aan de Droogbak te Amsterdam, waar de leider van het Legioen, ir. T. W. de Tourton Bruyns, werkzaam is als inspecteur der domeinen.

In het Zaans Lyceum is een gedenksteen geplaatst met zijn naam, die van twee andere leraren en die van 23 oud-leerlingen, die de oorlog niet overleefden

De leden van het L.O.F. lopen er in en uit en gedragen zich ook overigens niet erg behoedzaam. Jambroes vormt hierop geen uitzondering, hij is bovendien van nature niet voorzichtig. Vaak loopt hij met zijn pistool op zak en is dikwijls na spertijd nog op straat. Hij houdt zich bezig met de organisatie van een 'escape-line' naar Zwitserland. Vaak moet hij zich `ziek' melden op school. De controlerend arts houdt hem de hand boven zijn hoofd. Zijn vrienden waarschuwen hem dikwijls om wat voorzichtiger te zijn, maar George kan dat niet. Zijn vrouw licht hij niet in over zijn illegale activiteiten; hij wil niet dat de Duitsers haar martelen als hij gepakt zou worden.

Eind 1940 weigert hij de Ariërverklaring in te vullen. Beter dan de meeste ambtenaren heeft hij door, dat de bedoeling met de Ariërverklaring het weren van joden uit overheidsdienst is. En tijdens de februari-staking van 1941 is Jambroes de enige, die aan het Zaanlands Lyceum staakt. Leerlingen, die het voorbeeld van hun wiskundeleraar willen volgen worden door de rector de school ingedreven. Na de staking gaat Jambroes weer gewoon naar school.

Kort nadat Van Ravenswaay burgemeester van Zaandam is geworden en in Amsterdam door de Duitsers het net rond de leiding van het L.O.F. strakker wordt aangehaald, wordt Jambroes door bekenden op het stadhuis te verstaan gegeven, dat het beter is om onder te duiken, hetgeen hij dan doet. Een NSB-leerling had doorgegeven dat Jambroes ook voor de klas zijn mening over de Duitsers duidelijk te verstaan gaf. Collega's doen het voorkomen alsof hij verdronken is. Desondanks ontvangt mevrouw Jambroes niet het pensioen van haar man. Enkele Zaanse ondernemers helpen haar financieel de oorlog door.

Op zijn onderduikadressen in Breukelen, Heemstede en Hilversum gedraagt Jambroes zich even roekeloos als in Zaandam. Hij gaat gewoon naar het zwembad in Hilversum en wordt daar herkend door mensen, die hem dood waanden. Het is dan ook goed dat hij in de herfst van 1941, na een eerdere mislukte poging, via Zwitserland, Spanje en Portugal naar Engeland weet uit te wijken.

Jambroes als geheim agent

In Engeland ondergaat Jambroes, als elke Engelandvaarder, een onderzoek naar zijn betrouwbaarheid. Elke vluchteling kan immers een Duits agent zijn. Als het onderzoek positief uitvalt, vraagt men Jambroes of hij wil worden opgeleid tot geheim agent om naar Nederland terug te keren. Hij wil eigenlijk liever bij de luchtmacht, maar omdat hij daar te oud voor is, volgt hij de opleiding tot agent van de Special Operations Executive, een organisatie die agenten naar de bezette gebieden zendt met de opdracht geheime strijdkrachten op te bouwen. Deze gewapende macht zou bij een eventuele geallieerde invasie de Duitse troepen in de rug dienen aan te vallen en voor die tijd het Duitse militaire apparaat dienen te saboteren.

De training en de uitrusting van de agenten was meer dan onvoldoende. Zonder veel moeite gelukt het de Duitsers de meeste agenten spoedig na hun aankomst in bezet Nederland te arresteren. Duitse marconisten bemannen de seintoestellen van de gearresteerde agenten en zetten het seinverkeer met Engeland voort alsof de agenten nog op vrije voeten zijn. De Duitse veiligheidsinstanties zijn zodoende van de komst van elke nieuwe agent op de hoogte. Tientallen agenten en vrachtwagens vol wapens en munitie vielen de Duitsers tussen maart 1942 en april 1944 in handen.

Englandspiel

Ook Jambroes wordt het slachtoffer van dit zogenaamde Englandspiel. Hij heeft een bijzondere opdracht. Uit de rijen van de Orde Dienst moet hij in Nederland een gewapende strijdmacht opbouwen. Deze Orde Dienst bestond in hoofdzaak uit oud-militairen, die bij het ineenstorten van de Duitse macht het dan ontstane gezagsvacuüm wilden opvullen, teneinde een linkse greep naar de macht te voorkomen. Jambroes had in Nederland met enkele leden van de Orde Dienst, waarin het L.O.F. was opgegaan, in contact gestaan en had zodoende al een introductie in deze kring.

Een verantwoordelijke en belangrijke taak is dus voor Jambroes en zijn marconist Bukkens weggelegd. In de nacht van 26 op 27 juni 1942 springen Jambroes en Bukkens uit de Halifax-bommenwerper. Op de Brabantse heide staat het ontvangstcomité van de Sicherheitsdienst al gereed om hen te arresteren. Jambroes en Bukkens worden als alle voorgaande agenten in Haaren opgesloten. Een Duitse marconist zet zich achter het seintoestel van Bukkens en seint de behouden aankomst van het tweetal. Korte tijd later seint hij dat het contact met de Orde Dienst niet zo eenvoudig is en of Jambroes zijn eigen mannetjes mag uitkiezen. Londen vindt dat een goed idee en aldus wordt een fictieve organisatie opgebouwd waarvoor Londen de wapens levert. Pas in 1944 dringt de werkelijke gang van zaken tot Engeland door.

Als dan het spel uit is, worden de agenten uit Haaren overgebracht naar Mauthausen. Met een veertigtal anderen vindt George Jambroes hier op 9 september 1944 de dood. Hij werd 39 jaar.

Zie: Tweede Wereldoorlog 3. ,4.

  • jambroes.txt
  • Laatst gewijzigd: 2017/11/09 16:15
  • door zaanlander