kaapvaart

Aanduiding van een merkwaardige, gelegaliseerde vorm van zeeroverij in het kader van de handelsoorlogen. In verschillende landen - ook in de Republiek der Verenigde Nederlanden - kregen particuliere schippers van de staat een kaperbrief (ook wel commissie genoemd).

Kapers onderscheidden zich hierdoor van de zelfstandig opererende zeerovers. De kaper had de plicht een groot deel van de buit aan de commissieverlener (dus de staat) af te staan. Daarmee waren zij met hun particuliere schepen feitelijk een bijzonder onderdeel van de zeemacht. Het hoogtepunt van de kaapvaart, die pas in 1856 werd afgeschaft, lag in de 17e eeuw.

Holland heeft meer van de kaapvaart geleden dan er van geprofiteerd. Met name de Duinkerker kapers berokkenden de Hollandse vloot - dus ook Zaanse schepen - veel schade. Zaankanters gingen met name tijdens de Tachtigjarige Oorlog ter kaapvaart. De bekendste Zaanse kaper werd de Oostzaner Claas Compaen, Klaas. Hij hield zich evenwel niet aan de commissievoorwaarden en overviel later ook Nederlandse (en zelfs Oostzaanse) schepen, daarom werd hij als zeerover beschouwd.

Het is niet bekend hoeveel - en welke - Zaankanters tot de kaapvaart overgingen. Zeker is dat Compaen niet de enige was, zo is bekend dat Gerrit Gillisz uit Assendelft een Frans schip met sardines buit maakte en dat in Portugal verkocht.

  • kaapvaart.txt
  • Laatst gewijzigd: 2016/05/29 20:58
  • door han