kanosport

Het zich op water voortbewegen door middel van een kano. Spaans: canoa is algemene benaming voor een licht, smal en doorgaans geheel open vaartuig, oorspronkelijk gemaakt van een open houten geraamte en overtrokken met dierenhuid of zeildoek. Of geheel uit een boomstam uitgehold, later vooral uit kunststof gefabriceerd, waarbij in tegenstelling tot bij het roeien de kanoër zich op een vast steunvlak bevindt, met het gezicht in de vaarrichting kijkt en de peddel los in de hand houdt.

De internationale wedstrijdsport in het vlakwatervaren wordt gewoonlijk bedreven in de zogenaamde kajaks en Canadese kano's, in verschillende klassen (één-, twee-, of vierpersoonskano's), over diverse afstanden. Daarnaast kent men het wildwatervaren.

De oorsprong van de kanosport lag in Engeland, waar John MacGregor in 1866 een vereniging stichtte en in 1874 de eerste wedstrijd organiseerde. De sport werd snel populair en verspreidde zich over Europa, en voorts over de VS, Canada en Australië. Kanosport wordt alleen door amateurs beoefend en is een onderdeel van de Olympische Spelen.

Als overkoepelend orgaan fungeert de in 1934 opgerichte International Canoe Federation. In Nederland was er rond de eeuwwisseling één vereniging: De Batavier in Nijmegen. De groei van de kanosport begon in de jaren twintig met name in de Zaanstreek, waar verschillende verenigingen werden opgericht.

De Nederlandse Kanobond werd in 1933 opgericht. Eind jaren tachtig kende de kanosport in Nederland zo'n 9000 beoefenaars in verenigingsverband, waarvan ongeveer 1000 in de Zaanstreek.

De eerste kano-activiteiten in deze streek werden ondernomen door C. Metzelaar, die eind 19e eeuw met een kano door de Zaanstreek voer. In 1922 richtte een aantal jongens, onder wie A.H. Verkade, de broers Van de Stadt en S. de Wit de Zaandamse Kano Club (ZKC) op. Deze werd in 1923 gevolgd door de Wormerveerse kanovereniging Stormvogels, die werd opgericht door onder anderen Joh. Ekkes Hz. D. Joh. Runeman en H. de Wit.

In deze periode bouwde de firma Baerveldt en Stapel de zogenoemde BS-kano's en ontwierpen de heren E.G. van de Stadt en D. Joh. Runeman respectievelijk de ZKC-zeilkano en de SSR (Stormvogels Standaard Race-)kano. (Zie ook: Kanobouw). De voetbalverenigingen ZFC en ZVV kregen de beschikking over twee tweepersoons overnaads gebouwde kano's, die werden geschonken door Ir. H. Wulff, opdat de jongens ook 's zomers aan een sport konden doen.

Fusie

In 1925 fuseerde Stormvogels met Zwaluwen, een jongensclubje uit het Westzijderveld tot Watersport Vereniging Stormvogels. In 1928 kwamen dertig Duitsers per kano naar Amsterdam om de Olympische Spelen te bezoeken. Zij kampeerden op het Ponteiland in Zaandam en legden met Zaanse kanoliefhebbers contacten, die zouden leiden tot de in de daaropvolgende jaren gehouden Duitsland-Nederland toertochten en wedstrijden.

In 1929 werd in Zaandam kanovereniging Quo Vadis opgericht door onder anderen D. Potse, A. Muusse, E. van Drongelen en C. de Kloe. In 1930 organiseerde de kano-afdeling van ZFC wedstrijden om het kampioenschap van Nederland. In de SSR-klasse werd de ZFC'er E. Schramm eerste en in de RI (de voorloper van de KI-klasse) H. de Wit van Stormvogels. In december 1930 werd de kring van Zaanse, Amsterdamse en Haarlemse kanoverenigingen opgericht (de ZAH kring). Voorzitter werd ir. H. Wulff en de Zaanse vertegenwoordigers werden S. Husslage (secretaris), G. Reek (tweede secretaris) en E.G. van de Stadt (lid technische commissie).

De Geuzen

In augustus 1931 werd kv De Geuzen opgericht, in welke vereniging de kanovarende leden van de voetbalverenigingen ZFC en ZVV opgingen. In maart 1933 volgde de oprichting van de Nederlandse Kano Bond (NKB) met in het bestuur de Zaankanters Joh. Ekkes Hz., D. Husslage en D. Joh. Runeman.

In mei 1935 opende Jb. Keizer het kano- en botenhuis Het Zwet, het kanostation van de NKB en de ANWB. Deze laatste organisatie was sterk bij de kanosport betrokken onder andere door het uitgeven van het blad De Waterkampioen, en van 1934 tot 1938 De Kanokampioen. Maar ook door het samenstellen van waterkaarten in samenwerking met de NKB en de Nederlandse Roeibond. In dezelfde maand volgde de oprichting van kv De Zwetplassers, welke vereniging in april 1936 samen met wsv Zwet & Marken lid werd van de NKB.

Tijdens de Olympische Spelen in Berlijn in 1936 werden door de Olympische kanoploeg drie bronzen medailles behaald, waarvan twee door Zaankanters. Als laatste vooroorlogse activiteit was er in 1939 een wedstrijd tegen Duitsland op de Voorzaan, die door de Nederlandse ploeg (met daarin veel Zaanse dee In emers) met 20-10 werd gewonnen. (Zie ook de lijst met internationale successen aan het eind van dit artikel).

Tijdens de oorlog waren de internationale contacten miniem. Alle verenigingen moesten zich laten registreren en dienden lid te zijn van de Nederlandse Kano Bond. Liet men dit na, dan werd de vereniging opgeheven. Aangezien deze registratie niet als 'heulen met de vijand' werd beschouwd, lieten alle verenigingen zich registreren. Ook de tot dan toe niet bij de NKB aangesloten verenigingen namen nu deze stap, vanaf dat moment was er dus sprake van een nationale kanobond.

Sperrgebiet

Er mocht niet meer in de open lucht worden gekampeerd, hetgeen tot dan toe door vele kanovaarders werd gedaan. Het Noordzeekanaal en de Voorzaan werden betiteld als 'Sperrgebiet'. Toch werden er gedurende de oorlog nog veel kanowedstrijden gehouden. Ook het zogenoemde toeristisch kanovaren werd populair. Sommigen zagen kans het hele land door te varen, maar meestal nam men deel aan de door de verenigingen georganiseerde betrouwbaarheidstochten, die vaak meer dan 100 dee In emers telden.

Tijdens de hongerwinter trokken vele kanovaarders met de kano Noord-Holland in. De voedselstrooptochten over het water waren relatief veiliger dan over land, door het vrijwel ontbreken van Duitse patrouilles. Na de oorlog werden ZKC en Stormvogels opgeheven. De drie overige Zaanse verenigingen konden, mede dankzij een hechte wedstrijdorganisatie, blijven voortbestaan. De Geuzen bouwden hun eigen botenwagen. Jachtwerf Kraaier bouwde KI-kano's van Bruynzeel hechthout voor de prijs van 100 gulden, maar de kanotop haalde met de botenwagen van De Geuzen KI-kano`s bij Struer in Denemarken.

In 1955 telde de kanobond nog slechts 14 verenigingen. Toch werden in dat jaar op de Voorzaan de Westeuropese kanokampioenschappen georganiseerd. Het grootste ooit op de Zaan gehouden evenement, waarbij zo'n 10.000 toeschouwers aanwezig waren.

Onder leiding van D. Potse bouwde Quo Vadis ook een botenwagen. Hij en C. van Leeuwen maakten ijverig propaganda voor het varen met Canadese wedstrijdkano's. In 1959 werd op de Voorzaan de eerste Zaanregatta gehouden, ondersteund door de Zaandamse Gemeenschap. In de jaren zestig nam het aantal verenigingen weer toe en werden er ook meer toertochten georganiseerd.

Botenhuis

Quo Vadis bouwde een nieuw botenhuis aan de Oostzijde nabij het Coentunnelviaduct. A. van den Berg van De Geuzen voer tussen 1962 en 1970 een afstand van 7300 kilometer bij elkaar en ontving de gouden toerspeld van de NKB. Eind 1969 was het ledental van de bond toegenomen tot 1700 (1948 1000 leden). Eind jaren zestig/beginjaren zeventig kwam de kunststof op in de kanobouw. Daarmee kwam voor de 40 jaar populaire RIS-kano (een ontwerp van D. Joh Runeman en H. de Vries) het einde in zicht.

Uiteindelijk werd de polyester Standaard Kano - de SK - op de markt gebracht, aanvankelijk zonder scheg. Deze kano was met name geschikt voor jongeren. De toervaarders ontdekten dat polyester minder kwetsbaar was dan hout en lieten de RIS ook in de steek. Door het toenemend autobezit, met de mogelijkheid de kano op het dak te vervoeren, namen de mogelijkheden voor de liefhebber toe. Het aantal kanoërs groeide. Men ging brandingvaren of het uit Engeland overgewaaide zeekanoën beoefenen.

Men kon ook dee In emen aan de door de verenigingen georganiseerde dag- of meerdaagse kano-evenementen. Het jaarprogramma van de bond telde meer dan honderd van dergelijke tochten. In Krommenie werd in 1972 de vierde Zaanse kanovereniging, Jason, opgericht, die speciaal het toervaren wilde propageren.

De kanovierdaagse ging van start in 1972, waarbij iedere avond vanaf een ander clubgebouw werd gestart. Dit evenement zou jaarlijks terugkeren. In 1973 opende kv De Geuzen een nieuw botenhuis aan de Watering. De Zaanse vlakwater-wedstrijden trokken wel steeds eenzelfde aantal dee In emers maar groeide verder weinig.

Brug

De bouw van een brug over de Voorzaan, waarvoor midden in het vaarwater een pijler geplaatst moet worden, zou het voortbestaan van de Zaanregatta gaan bedreigen. De activiteiten van de organiserende verenigingen De Geuzen en Quo Vadis werden hierdoor enigszins belemmerd. Wedstrijdvaarders zochten naar andere mogelijkheden. Uit Engeland waaide het long distance varen over. Quo Vadis organiseerde de eerste wedstrijd.

Anderen propageerden het kanopolo, een soort waterpolo waarbij twee ploegen van vijf kano's met de hand een bal in het doel van de tegenstander dienen te werken. In 1975 werd Piet Aafjes lid van de propagandacommissie van de NKB en reisde men wederom met succes het land af. Vele verenigingen werden opgericht en sloten zich aan bij de NKB. Het kanopolo groeide explosief.

De marathonploeg, met veel Zaankanters, trok met wisselend succes de grens over naar Denemarken, Engeland en Spanje. In 1978 openden De Zwetplassers een nieuw kanohuis aan Het Zwet en in het daaropvolgende jaar kwam een landelijke polocompetitie tot stand. In de winter van 1979 werd op de Zaan een ijsschotsen kano-race gehouden met polyester kano's.

Initiatief

De Zaanse verenigingen waren voor de oorlog de grote initiatiefnemers tot tal van ontwikkelingen. Nu zijn het normaal meedraaiende verenigingen in het grotere nationale verband van de NKB. Huidige Zaanse kanoverenigingen: KV Quo Vadis, 26-12-1929, clubhuis aan de Achterzaan, Oostzijde, Zaandam, 100 leden: vlakwaterwedstrijden, marathon, kanopolo, toerisme. KV De Geuzen, 25-8-1931, clubhuis aan de Watering, Geuzenpad, Zaandam, 200 leden: vlakwaterwedstrijden, marathon, toerisme. KV De Zwetplassers, 28-5-1935, clubhuis aan het Zwet, Stemstraat, Wormer, 225 leden: vlakwaterwedstrijden, marathon, kanopolo, toerisme. KV Jason, 17-5-1972, clubhuis oostoever Zuiderham, Busch, Krommenie, 200 leden, toerisme, kanopolo. KV Saen Ons Plezier, 24-9-1989, 25 leden, kanopolo, vlakwaterwedstrijden, toerisme.

Zaanse successen

Overzicht internationale Zaanse successen:

  • 1934 Europese kampioenschappen in Kopenhagen, N. Tates-G. van 't Hof 3e plaats K2-klasse 1.000 m;
  • 1936 Olympische Spelen in Berlijn, J. Kraaier 3e plaats K1-klasse 1.000 m., N. Tates-W.v.d. Kroft (Haarlem) 3e plaats K2-klasse 1.000 m.;
  • 1939 Nederland-West Duitsland (20-10) op de Voorzaan, J. Kraaier 1e plaats K1-klasse 1.000 m., J. Vrolijk 2e plaats K1-klasse 1.000 m, J. Kraaier, J. Vrolijk, J. Stadt en N. Tates 1e plaats K4-klasse, 1.000 m;
  • 1955 Westeuropese kampioenschappen op de Voorzaan, J. Klingers 3e plaats K1-klasse 10.000 m, C. Koch-C. Kwast 2e plaats K2-klasse 500 m., C. Koch, C. Kwast, J. Bobeldijk en J. Klingers 2e plaats estafette 500 m., G. Klingers-Bosschieter en C. Los-Paassen 2e plaats K2-klasse 500 m.;
  • 1963 Wereldkampioenschappen junioren in Jaijce (Joegoslavië), T. Duif 1e plaats K1-klasse 500 m.;
  • 1970 Wereldkampioenschappen in Kopenhagen, Mieke Jaapies 2e plaats K1-klasse 500 m.;
  • 1971 Wereldkampioenschappen in Belgrado, Mieke Jaapies 2e plaats K1-klasse 500 m.;
  • 1972 Olympische Spelen in München, Mieke Jaapies 2e plaats K1-klasse 500 m.;
  • 1982 Wereldkampioenschappen in Belgrado, R. Stevens-G.J Lebbink 2e plaats K2-klasse 10.000 m.;
  • 1983 Wereldkampioenschappen in Tampere (Finland), R. Daman 3e plaats K1-klasse 10.000 m.;
  • 1986 World Cup Marathon in Hardenberg, R. Daman 3e plaats K1-klasse marathon over 42 km.

Zie ook: Kanobouw.

J.C . Honig

  • kanosport.txt
  • Laatst gewijzigd: 2016/06/15 23:32
  • door jan