Edam 16 november 1889 - Bergen 11 september 1978

Jacobus Jan (Ko) Koeman, beeldend kunstenaar, schilder, aquarellist, graficus (etsen en litho's), daarnaast boetseerder en keramist van kleine plastieken en in bescheiden mate emailleur.

Ko Koeman, afkomstig uit een Edams arbeidersgezin, op tweejarige leeftijd meeverhuisd van Edam naar Zaandam, was de anderen op de lagere school ver vooruit. Het tekenwerk van de achtjarige viel op; bij wijze van uitzondering mocht hij de cursus decoratieschilder aan de ambachtsschool volgen. Het eindexamen leverde hem de eerste prijs op, bekroond met een schilderskist. Daags na de diploma-uitreiking op de ambachtsschool, werd hij geacht bij te dragen om aan de inkomsten van het gezin; zijn vader, medewerker van een houtwerf, had een baas gevonden maar Ko gaf te kennen dat niet te willen, hij wilde verder studeren. Een conflict was geboren.

Er leefde een rotsvast vertrouwen in de jonge tekenaar ooit iets in de kunst te bereiken. Neef C. Rol, tekenleraar aan de Qualinus-tekenschool te Amsterdam, bezorgde hem als wegbereider een baan bij het Rijksmuseum en gaf hem les. Vele malen liep Ko van Zaandam naar het museum. Hij kwam in contact met tekenleraar Van der Laars die hem de raad gaf op de kunstnijverheidsschool verder te studeren. Als hospitant-leerling mocht hij een examen afleggen. Er stond een stilleven opgesteld en hij kreeg zes uur er aan te werken waarop de directeur meldde dat hij was geslaagd.

Het thuisfront wist van deze situatie niets af. Grootste moeilijkheid was z'n financiële situatie. Een drukkerij in Zaandam gaf hem opdrachten om clichés te tekenen. Die vielen in de smaak zodat Koeman de lessen op de kunstnijverheidsschool kon blijven volgen. Directeur van de rijksacademie voor beeldende kunsten, professor Der Kinderen was zijn werk ook opgevallen. Ko Koeman werd toegelaten tot de academie maar was het niet eens met de wijze waarop het onderwijs daar werd gegeven. Hij wenste zijn richting 'in en om de boerderij' hiervoor niet op te geven en sprak af met Der Kinderen eens per maand zijn werk te laten zien, neef Rol kwam zo nu en dan naar Zaandam om het werk te bekijken dat hij op de zolder maakte.

Inmiddels achttien jaar oud werd er veel over Ko Koeman gesproken in Zaandam. Er meldde zich een nieuwe redder, de baas van zijn vader. Hij werd in de gelegenheid gesteld om door te gaan, vertrok naar het Gooi en ontmoette professor Van Rees. Hij had ter hoogte van Blaricum een hut staan, die Koeman mocht bewonen. Hij werkte hard en leefde afgezonderd, etste veel en werd in de gelegenheid gesteld zijn eerste werk aan een kunsthandel te verkopen.

Vóór 1914 ontstond een grote vraag naar etsen, belangstelling niet alleen uit Europa maar ook uit Amerika. Verzamelaars wilden de portefeuille van iedere etser compleet hebben. Het ging Ko Koeman in die jaren goed. Toen de oorlog 1914-'18 uitbrak stond de verkoop stil en ook na de oorlog deed zich geen opleving meer voor. Moderne technieken maakten het mogelijk goede reproducties te kopen. In Zaandam ontmoette hij een jongeman nadat zijn hoed eens was afgewaaid. De man bezorgde hem de hoed terug en wist van een club van twaalf man die les van hem wilde hebben. Koeman ging akkoord.

Hij reed vier jaar lang iedere zaterdag op de fiets van Blaricum naar Zaandam, gaf drie uur les in een schoollokaal en fietste weer terug. Over geld werd niet gesproken. Nic. de Carpentier, Remmet Ouwejan en Gerrit Woudt maakten deel uit van de leerlingen. De club groeide aan tot 44 man waarop ruimtetekort ontstond. Dankzij bemiddeling van burgemeester K. ter Laan, kreeg hij de beschikking over drie schoollokalen. Tijdens een tentoonstellingsavond liep ook de oude heer Verkade die tegen zijn vrouw mompelde: „Ik vraag mij af of ik weer albums moet gaan uitgeven.“

Ko Koeman raakte bezeten van het woord 'album', een prachtig middel om kinderen tot de natuur te brengen. Koeman stapte naar de woning van Verkade die zelf open deed. „Ik weet waar u voor komt, mijnheer Koeman”, zei hij. „Kom binnen!“ Er volgde een enthousiast gesprek, de andere directeur werd er bij geroepen en Koeman kreeg de opdracht een album te ontwerpen en zelf het onderwerp te kiezen.

Het werd 'Alles wat leeft in sloot en plas'. Verkade reageerde er aanvankelijk niet bijster enthousiast op, maar het bleek een overweldigend succes. Dr. Portielje schreef teksten; jaarlijks verscheen er een album. Voerman en Rols werkten er aan mee en later schreven ook dr. Jac. Thijse, Kuylamn en anderen de tekst. Twaalf albums zijn er verschenen.

Koeman was inmiddels getrouwd, in goede doen en verhuisde van Laren naar Loosdrecht, waar hij aan een tuin met veel dieren plezier beleefde. Op 34-jarige leeftijd trad er een intermezzo in zijn leven op. Kenners hadden zijn stem ontdekt en men raadde hem aan om zangles te gaan nemen bij Kloos. Hij bleek over een fraaie bariton te beschikken. Toen Kloos hem praktisch klaar had voor het concertpodium, moest er een keus worden gemaakt, wilde hij blijven schilderen of trad hij in de voetsporen van achternicht Greet Koeman, de operazangeres? Ko Koeman besloot de zang als liefhebberij te blijven beoefenen en prefereerde schilder te blijven.

In 1934 volgde een verhuizing naar Bergen. Aan het albumwerk was een einde gekomen, Koeman besloot weer volop te gaan schilderen. Op 64-jarige leeftijd ging veel van z'n aandacht uit naar boetseren, hij kocht een oven en wijdde zich aan boetseren en glazuren. Koeman trad lang niet in de openbaarheid maar liet zich ter gelegenheid van zijn zeventigste verjaardag over halen te exposeren in de kunstzaal van de Rustende Jager. Het werd een grote tentoonstelling over de periode 1906 tot 1959 waar schilderijen, aquarellen, litho's, etsen, tekeningen en plastieken veel bezoekers trokken.

Kunstschilder Ko Koeman overleed op 88-jarige leeftijd in het Noordhollandse Bergen.

  • koeman.txt
  • Laatst gewijzigd: 2018/04/08 00:54
  • door zaanlander