In de 16e eeuw, misschien al daarvóór, vond kleinschalige huisnijverheid in vooral Assendelft, Krommenie en Krommeniedijk plaats. Ook in Wormer, Jisp, Oostzaan en Westzaan zal in die tijd linnen in huisnijverheid geweven zijn. Aan te nemen valt dat de belangrijke zeildoekweverij in Krommenie zich uit de eerdere linnenweverij heeft ontwikkeld. De vraag is daarbij of de linnenweverij al eerder door de autochtone boerenbevolking werd beoefend, dan wel of deze in de 16e of 17e eeuw door Franse en Vlaamse vluchtelingen of geloofsvervolgden, naar de Zaanstreek is gebracht.

Dit laatste werd door Jacob Honig Jansz. Jr. in Geschiedenis der Zaanlanden (Haarlem 1849) verondersteld op grond van ongenoemde bronnen. Honig wees daarbij op het getal van 31 linnenwevers in Krommenie en Krommeniedijk in 1597. Inderdaad vermeldt de 'Bijsondere Hantering volgens `t cohier' van 1597 een aantal van 15 wevers in Krommenie én acht in Krommeniehorn én acht in Krommeniedijk, maar hun herkomst wordt daarbij niet aangeduid.

Rijksarchief

Aangezien een Informacie van 1514, aanwezig in het Rijksarchief, in Assendelft omtrent 20 arme lindewevers registreerde, terwijl er in dat jaar 1514 nog geen sprake was van naar de lage landen vluchtende geloofsvervolgden, lijkt het onjuist de oorsprong van de linnenweverij in de noordelijke Zaanstreek toe te schrijven aan réfugiés.

Réfugiés

Het kan zijn dat zulke réfugiés de bestaande weverij een impuls hebben gegeven, maar dat neemt niet weg dat de boerenbevolking in de middeleeuwen al weefde. Hoe dit zij, de aanwezigheid van getouwen en de ervaring met het weven van linnen is in de 17e eeuw met behulp van rolreders ten dienste gebracht van de Zaanse scheepsbouwers.

Voor de in Zaandam gebouwde zeilschepen waren grote hoeveelheden zeildoek nodig. De omschakeling van linnen, met uit vlas gesponnen garens, naar het veel zwaardere zeildoek vervaardigd van hennep vormde blijkbaar geen onoverkomelijk probleem. Bij het trefwoord zeildoekweverij zijn gegevens vermeld over deze vroeger in de noordelijke Zaanstreek uiterst belangrijke tak van nijverheid. Verondersteld mag worden dat de weverij van linnen, na geheel te zijn overvleugeld door die van zeildoek, in de 17e eeuw niet meer of nauwelijks is bedreven.

Zie ook: Economische geschiedenis 1.1.3.

  • linnenweverij.txt
  • Laatst gewijzigd: 2018/04/17 15:53
  • door zaanlander