personele

Vorm van inkomstenbelasting, onder deze naam toegepast in 1745 en enkele volgende jaren.

Quotisatie betekent: toerekening van ieders aandeel. Bij de belastingheffing was voordien niet of nauwelijks rekening gehouden met persoonlijk bezit en persoonlijke omstandigheden. Er werden zogenoemde '“repartitie-belastingen' geheven. Dat wil zeggen dat de overheid uitging van het totaalbedrag dat er aan belastingen moest binnenkomen, waarbij de verdeling over de burgers in feite van ondergeschikt belang was. Deze repartitie-belastingen zijn vrijwel geheel verdwenen, hoewel de “'hoofdelijke omslag' van waterschapslasten en bij kerkelijke belastingen er nog aan herinnert.

In de jaren '40 van de 18e eeuw was een nieuwe belasting noodzakelijk om de provincie Holland in staat te stellen haar verwaarloosde defensie in orde te brengen. Dit was urgent geworden door de in 1740 uitgebroken Oostenrijkse Successie-oorlog. Men besloot tot heffing op basis van personele quotisatie, dus door toerekening van een tarief dat berustte op ieders bezit en inkomen. Bij het trefwoord Belasting zijn enkele in de Zaanstreek gevolgde tarieven van de personele quotisatie vermeld. Om tot zo verantwoord mogelijke aanslagen te komen, werd in 1742 door taxateurs de vermogenspositie van alle burgers geschat, de taxaties werden in bewaard gebleven kohieren verzameld.

Deze kohieren zijn een belangrijke bron voor later demografisch en sociaal-economisch onderzoek gaan vormen. S. Hart en anderen hebben over de Zaanse gegevens min of meer uitgebreid gepubliceerd. Hoewel wordt aangenomen dat de taxateurs bij de beoordeling van vermogens en inkomens meermalen de plank missloegen, kon toch een goed inzicht worden verkregen van de economische situatie waarin de Zaanse burgerij zich halverwege de 18e eeuw bevond. Overigens bleven de opbrengsten van de op grond der taxaties opgelegde belasting beneden de verwachtingen.

  • personele.txt
  • Laatst gewijzigd: 2016/10/11 12:08
  • door jan