plaatselijk_nut

In Zaandam gevestigde vereniging met als doelstelling het bevorderen van het maatschappelijk welzijn van de bevolking, woonachtig binnen het ressort van de Kamer van Koophandel en Fabrieken voor de Zaanstreek.

Zij tracht dit doel te bereiken door het exploiteren van een hulpbank, het bevorderen van werkgelegenheid en het ontplooien van andere activiteiten, die aan het doel bevorderlijk kunnen zijn, waartoe desgewenst onderafdelingen der vereniging in het leven kunnen worden geroepen. Het Departement Zaandam van de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen riep viermaal (in 1792, 1836, 1840 en 1841) een Commissie tot Plaatselijk Nut in het leven. Deze commissies stelden zich tot doel het onderzoeken van de noden van de plaatselijke bevolking en zo mogelijk bestrijding van deze noden. De in 1841 ingestelde commissie was van oordeel dat zij nuttiger en krachtiger aan haar doelstelling zou kunnen werken, wanneer zij zich van het Departement Zaandam zou afscheiden en als afzonderlijke vereniging zou voortbestaan.

Zo werd op 18 november 1841 de Vereniging tot Plaatselijk Nut opgericht. Het eerste bestuur bestond uit de heren J.C. de Lange (president), D. van Voorst (vicepresident), F. Dam (penningmeester), S. Blaupot ten Cate (secretaris), B. van Geuns (vice-secretaris) . P. Corver Azn. P. van der Goot, C. Keg, J. Poel, H.J. Smit, J.W.C. Tenckinck en C. van de Stadt, die de inmiddels overleden mede-oprichter de heer H. Zwaardemaker verving. Door werkverschaffing trachtte men de behoeftigheid van de plaatselijke (Zaandamse) bevolking te lenigen. Zo werd in 1841 de oprichting van een zakkenweverij en een wolspinnerij besproken terwijl tevens besloten werd om werk te verschaffen door het laten timmeren van kisten voor de verzending naar het toenmalige Oost- en West Indië. Voorts werd een zogenaamd Winterfonds opgericht ten behoeve van personen die 's zomers wel iets verdienden maar 's winters niet, althans minder. In de periode april-oktober dienden de deelnemers elk een bedrag van f 19,50 in te leggen bij de Spaarbank van het Nutsdepartement, waaruit zij dan gedurende de maanden december, januari en februari wekelijks f 2 (dus in totaal f 26) terugontvingen.

Het verschil tussen de inleg en het uitbetaalde bedrag werd door de commissarissen van de vereniging bijgepast. Op deze wijze trachtte men behoeftige personen uit handen van woekeraars te houden. Later werd het geld aan de inleggers uitgekeerd in de vorm van kledingstukken en brandstof. Deze onderafdeling werd in 1860 opgeheven. In 1842 werd begonnen met werkverschaffing in de wintermaanden, die bestond uit het vervaardigen van kinderspeelgoed, het timmeren van scheepskelders en het zagen en hakken van eiken brandhout en voor vrouwen het laten breien van wollen kousen, waarvan er in de eerste winter niet minder dan 1014 paren werden gemaakt. Een haak- en brei-afdeling werd in het verenigingsjaar 1843/1844 gesticht en leidde in de zomer van 1844 reeds tot werkverschaffmg aan 196 haaksters en breisters. Hoewel deze afdeling de belangrijkste van de vereniging was, werd zij reeds in 1846 geliquideerd in verband met de opkomst van machines op dit gebied, waartegen concurrentie niet mogelijk bleek.

In 1845 volgden de instelling van een tuinbouw-afdeling (die in 1857 werd opgeheven toen er blijkbaar minder behoefte aan werk was) en de opening van een klompenmakerij (die reeds drie jaar later geliquideerd werd in verband met de te hoge kosten). Onder directie van de inmiddels in het leven geroepen Dames Commissie werd in 1847 de zogenaamde “'Dorcas-inrichting”' gesticht. Bij deze onderafdeling werden kledingstukken voor en door behoeftigen vervaardigd. Van 1852 tot 1887 werd door de Vereniging een 'Spaarkas' geëxploiteerd. Elders in het land waren reeds een aantal zogenaamde '“Hulpbanken' opgericht en naar dit voorbeeld besloot de vereniging hiermee in Zaandam een proef te nemen. De Zaandamse Hulpbank startte op 6 september 1853. De benodigde gelden werden door de leden van de Hulpbank op obligatie geleend van de Nutsspaarbank. De Hulpbank nam een snelle vlucht en leende in 1855 reeds f 4.695 aan 132 personen.

Na een geslaagde proefneming op kleine schaal met een spinnerij, werd in 1857 besloten tot de bouw van een spinlokaal aan de Herengracht te Zaandam. In 1858 werd hier reeds door 84 personen garen gesponnen, dat door de firma W. Kaars Sijpesteijn te Krommenie werd afgenomen en voor fabricage van zeildoek verwerkt. De spinnerij werd in 1877 gesloten. Met de sluiting van deze spinnerij en de stopzetting van de winterwerkzaamheden (zie hiervoor) in 1880 was er voorlopig een einde gekomen aan de werkverschaffing door de vereniging. De sluiting van de spinnerij werd algemeen gezien als een gevolg van de verminderde armoede binnen de gemeente, en als zodanig werd de liquidatie niet betreurd. De stopzetting van de winterwerkzaamheden kwam voort uit te hoge kosten gekoppeld aan een te geringe hoeveelheid werk. In de nu komende periode zou de vereniging evenwel initiatieven gaan ontplooien op nieuwe terreinen. Zo werden in 1878 in opdracht van de vereniging 10 woningen gebouwd aan de Parkstraat te Zaandam, welke volledig aan de toen geldende maatstaven voldeden. De bedoeling was dat de huurders van enkele van deze woningen, door het betalen van een hogere huursom, na 29 jaar eigenaar zouden worden. Afgezien van één geval, is deze doelstelling niet bereikt. In 1924 zijn de woningen verkocht.

Een in 1886 opgerichte “'Schoolspaarbank' bleek geen groot succes te zijn en werd in 1887, tegelijk met de “'Spaarkas', geliquideerd. In verband met de toen bestaande werkloosheid meende de vereniging in 1886 wederom te moeten aanvangen met de verschaffing van werk. Het initiatief werd genomen om een zogenaamd “'werkhuis' naar onder meer een voorbeeld te Wormerveer op te richten. Daartoe werd een aparte vereniging 'Het Werkhuis' opgericht, waaraan het voormalige spinlokaal in gebruik werd gegeven. In 1890 werd door de vereniging een ziekenfonds opgericht. Bijna alle artsen en apothekers traden toe, en in het eerste jaar kon men 732 deelnemers met 526 betalende kinderen noteren. In 1906, toen het ziekenfonds in een aparte vereniging werd ondergebracht, bedroeg het aantal deelnemers maar liefst 4890 met 2830 betalende kinderen. Het ziekenfonds werd later voortgezet onder de naam Algemeen Ziekenfonds Zaanland.

Door de vereniging werden ook financiële garanties verstrekt, in 1893 in verband met de oprichting van een wacht- en uitbetalingslokaal aan de haven te Zaandam (het zogenoemde Bonkieshuis) en in 1898 in verband met de oprichting van een volksbadhuis door de vereniging “'Het Witte Kruis'. In 1900 ging de vereniging over tot oprichting van de onderafdeling 'Vereniging tot Bevordering van het Vreemdelingen verkeer en tot Verfraaiing der Gemeente', kortweg VVV, terwijl in 1902 de onderafdeling “'Gezondheids-vacantie Kolonies' werd gesticht. In 1913 werd besloten deze onderafdelingen als afzonderlijke verenigingen te doen voortbestaan. Later werden deze opgeheven. In verband met de in Nederland nieuw ontstane situatie als gevolg van de Eerste Wereldoorlog werden door de vereniging twee nieuwe onderafdelingen opgericht: de afdeling “'Tot Steun 1914' en de afdeling “Credietbank opgericht tot vergemakkelijking der voldoening aan de credietbehoefte van de kleine middenstand, als gevolg van de oorlogscrisis'.

Eerstgenoemde afdeling verstrekte cokes aan behoeftigen; deze taak werd in 1917 door de gemeente Zaandam overgenomen. De 'Credietbank kleine middenstand enz”' trachtte de financiële nood onder de kleine middenstand te lenigen. Deze nood was ontstaan doordat vele tot de middenstand behorende mannen ten gevolge van de mobilisatie hun dagelijks werk niet konden verrichten, met inkomstenderving als gevolg. Van de mogelijkheden die de “'Credietbank kleine middenstand enz.' bood is slechts door weinigen gebruik gemaakt. In 1923 werd deze bank opgeheven. Na verkoop in 1924 door de vereniging van de woningen aan de Parkstraat te Zaandam, resteerde slechts nog één onderafdeling, die tot op heden is blijven voortbestaan, namelijk de hiervoor reeds genoemde “'Hulpbank'.

De Hulpbank houdt sedert het begin van deze eeuw kantoor in het Nutsgebouw aan de Czaar Peterstraat l te Zaandam, terwijl van 1944 tot en met 1973 tevens een bijkantoor gehouden werd te Wormerveer. Hoewel de Nuts-hulpbanken elders in het land - op twee na - zijn verdrongen door de gemeentelijke volkskredietbanken, heeft de oprichting van een dergelijke bank te Zaandam in 1956 geen invloed gehad op het voortbestaan van de Hulpbank, die steeds een eigen specifieke plaats heeft ingenomen tussen de andere (plaatselijke ) kredietinstellingen.

Mr. H. Pielkenrood

  • plaatselijk_nut.txt
  • Laatst gewijzigd: 2016/10/02 19:26
  • door jan