Ploegh, mr. Cornelis Jacobsz.

Mr. Cornelis Ploegh, burgemeester en ledezetter te Jisp, aldaar geboren in 1624 en overleden in 1697.

Befaamde chirurgijn die het beroep van ledezetter beoefende in het dorp Jisp, die zich, evenals twee leden van het geslacht Taems, gedurende de gehele 17e eeuw vooral bezighielden met zogenoemde 'dislocatiën' van botten en gewrichten, dat wil zeggen met het zetten van gebroken ledematen en de behandeling van ontwrichtingen. Zij trokken van heinde en verre patiënten, die voor de behandeling vaak langere tijd in Jisp verbleven. Onder deze patiënten waren ettelijke hoogwaardigheidsbekleders, waaronder een Franse koning. De Jisper chirurgijns zijn in dichtvorm geroemd door Jacob Cats.

Tot de rijmen, die aan de ledezetter mr. Cornelis Jacobsz Ploegh zijn gewijd, behoort ,,een kluchtig kreupel-lied van de kreupelen, die tot Jisp onder handen zijn van de Ledezetter Mr. Cornelis, hoe dat ze daaglijks moeten voorthompelen om haar kreupele Leden rad te treden“.

Rijm op mr. Cornelis Jacobsz. Ploegh

„Men kan het zingen, voor een poos: op de wijs, wispelturige matroos”. Het kreupel-lied is te lang om het in zijn geheel over te nemen. Wij volstaan met enkele coupletten:

Maar Meester Krelis is een Man
Die Kreupels loopen leeren kan
Eens stuurde hij wat Kreupels uit
Na Wormer toe om wat Fnieskruid,
Voorby de Kerk te haalen, zonder draalen.

En doe wy kwamen in dat Huis,
Was daar veel kreupelig gespuis,
D'eene Kreupele kogt het goed, en strak
Stak d'andere Kreupel het in zyn zak,
En zonder om te kyken, gingen wy stryken.

Zo kwamen wy dan in 't end,
Weer in ons kreupelig Convent;
Elk klaagt dat hy is moe en mat,
D'een zeit, 't Zweet druipt van myn Gat,
Een ander roept om 't meeste, ik ben de heetste.

Des anderen Daags was 't weder aan,
Doen moesten de Kreupels wéér aan 't gaan:
Ik moest na den Wormer Tooren,
En kyken daar eens van vooren,
Wat Cyffer dat er staat, eer men daar van gaat.

De Meester bedogt toen weer wat,
Doen moeste w' om tot snoer een mat.
Ik moest na 't Wormer Westerend,
En tellen daar eens pertinent,
Hoe veel sporten daar leggen, op die Breggen (bruggen).

Des anderen Daags was 't weer een kruis,
Doen moesten w' na 't Wormer Weeshuis,
Daar gingen Kreupeltjes weer treên,
En Kreuplen voor ons gat weer heen,
Tot dat wy, zonder schroomen, daar nog komen.

't Is goeijen dag, kreupele Monsieur!
't Is kreupel agter en kreupel veur,
't Is kreupel 't eerste en 't leste begin,
't Is kreupel uit en kreupel in,
't Zyn Kreupels met elkander, deen met dander.

Zo gaat de vlugge Tyd zyn gang
En valt ons, Kreupeltjes wel bang,
Maar 't einde het verzoeten zal.
Want Meester Krelis doet het al
Dat wy ons kreupele Leden, rad zou treden.

Als onze Meester wat onzagt
Een aanvat, dander Kreupel lacht:
Het doet de Kreuplen somtijds goed,
Al in zijn kreupelig gemoed,
Dat daar Kreupele by tyen, pyn moet leijen.

Maar 't meest is dat my treuren doet,
Dat ik zoo kreupelig rooken moet:
Als ik een kreupels Pyp Tabak,
Wil rooken op Kreupels gemak,
Zo vrees ik als de Plyster, voor de Myster.

Als de Meester een Kreuple vind,
Die 's Morgens daar vroeg rookt gezwind,
Roept d'eene Kreupel of den aar,
Dit is al weer een Blok, of daar
Moest een Stuiver Geld zijn, dat ontsteld myn.

En zo men dat niet willig geeft,
Dan komt een Kreupel voor die beeft,
Al met een Kreupels Blok daar aan,
Moet men kreupelig slepen gaan.
Wel 10 Kreupels tot een worp, langs 't Dorp.

Zo gaat dit Kreupelrijm dan verder en prijst tenslotte de grote kunde van mr. Cornelis, de befaamde ledezetter.

Zie voorts: Gezondheidszorg 1.5.1.

  • ploegh.txt
  • Laatst gewijzigd: 2018/04/08 12:36
  • door zaanlander