provinciaal

In het Nederlandse bestel zijn de 12 provincies (van Latijn: provincia, ambtsgebied, oorspronkelijk “'wingewest') belangrijke bestuurlijke eenheden. Na de vorming van het Koninkrijk werden de samenstellende delen van de eerdere Republiek der Verenigde Nederlanden en de Generaliteitslanden in enigszins gewijzigde indeling de provincies van de nieuwe staat. Zij verloren daarmee hun souvereiniteit.

De Grondwet van 1814 kende weliswaar grote zelfstandigheid aan de afzonderlijke provincies toe, maar in de praktijk bemoeiden koning en rijksregering zich in hoge mate ook met provinciale aangelegenheden. Pas door de grondwetswijziging van 1848 kregen de provincies meer gelegenheid hun autonomie te ontplooien; belangrijk daarbij is dat sindsdien elke provincie - althans voor uitgaven die niet tot de competentie van het rijksbestuur gerekend worden - een eigen begroting kan opstellen. Al eerder (1840) was bij grondwetswijziging voorzien in de splitsing van de aanvankelijke provincie Holland in Noord- en Zuid-Holland. In 1990 is derhalve het 150-jarig bestaan van beide provincies herdacht.

De verdeling van bestuurlijke verantwoordelijkheid is in de trits Rijk-Provincie-Gemeente in toenemende mate verfijnd. Zo is de autonomie der gemeenten in een aantal opzichten beperkt door het toezicht van het provinciaal bestuur. Dit toezicht (ook op de waterschappen) is in feite de eerste en belangrijkste taak van elke provincie. Het geldt primair de financiële kant van het gemeentelijk bestuur, de goedkeuring van begrotingen enzovoort, maar betreft verder bijvoorbeeld de controle op gemeentelijke verordeningen. Het zal voorts duidelijk zijn dat inzake “bovengemeentelijke” of “'inter-gemeentelijke' belangen op provinciaal niveau wordt beslist. Te denken valt hierbij aan Ruimtelijke Ordening ordening, met name aan de opstelling van streek- en structuurplannen. De financiering van een groot aantal voorzieningen geschiedt via het zogenoemde “'provinciefonds`. De provincies krijgen daar elk een deel van, naar gelang van hun grootte en inwonertal. Noord-Holland ontvangt uit dit fonds ongeveer f 125 miljoen (1990). Daarnaast ontvangt de provincie een deel van de motorrijtuigenbelasting (ongeveer f 35 mln.) en geeft het rijk geld voor bepaalde taken, zoals milieubeheer, emancipatie, aanleg en onderhoud van wegen, bibliotheekwerk, monumentenzorg enzovoort. De meer dan f 200 mln die jaarlijks in totaal uit rijksmiddelen naar Noord-Holland vloeien worden door het provinciaal bestuur ten dele aan de afzonderlijke gemeenten toegewezen; de besteding wordt door Provinciale Staten bepaald. In afgeronde percentages is deze verdeling in Noord-Holland ongeveer als volgt: Algemeen Bestuur 10%, Openbare orde en veiligheid 1%, Verkeer en vervoer 29%, Waterhuishouding 4%, Milieubeheer 12%, Recreatie 6%, Economische en agrarische zaken 6%, Welzijn 24%, Ruimtelijke Ordening 7%. Deze percentages zijn uiteraard aan jaarlijkse schommelingen onderhevig.

Provinciale Staten worden in rechtstreekse verkiezingen, eenmaal in de vier jaar, gekozen. Uit hun midden kiezen zij in politiek overleg Gedeputeerde Staten, te vergelijken met (op gemeentelijk niveau) wethouders. Aan het hoofd van het provinciaal bestuur staat de door de Kroon benoemde Commissaris der Koningin (in Noord-Holland thans, 1990, drs. R.J. de Wit). In totaal zijn er in onze provincie 79 Statenleden, waaruit 8 Gedeputeerden worden gekozen. De Commissaris der Koningin en Gedeputeerde Staten vormen het dagelijks bestuur der provincie. Het bestuursapparaat is gevestigd in Haarlem, als hoofdstad van Noord-Holland. Noord-Holland heeft twee provinciale bedrijven, te weten het PWN (Provinciaal Waterleidingbedrijf) en het PEN (Provinciaal Elektriciteitsbedrijf); voor beide draagt het provinciaal bestuur de verantwoordelijkheid. Daarnaast bestaat er een ruim aantal ambtelijke diensten op bestuurlijke deelterreinen. Inclusief parttimers en arbeidscontractanten zijn er bij de provinciale diensten en bedrijven ongeveer 7000 personen werkzaam ( 1990). De diensten zijn: Provinciale Griffie, Accountantsdienst (voor de gemeenten uiteraard van belang doordat deze is belast met de controle op hun financiële staat), Planologische Dienst, Provinciale Waterstaat en Ziekenhuizen (de provinciale ziekenhuizen Santpoort en Duin en Bosch).

In dit naslagwerk - immers van regionale op zet - is geen plaats ingeruimd voor de behandeling van de rijksoverheid en haar taken. In verband met onder andere het toezicht, door de provincie uitgeoefend op de gemeenten, is het voorgaande, summier gehouden, overzicht van de opdrachten en verantwoordelijkheden die bij het provinciaal bestuur berusten, echter onmisbaar. Duidelijk moge zijn dat de gemeentelijke autonomie op vele belangrijke terreinen - niet alle zijn hier genoemd - in een onderschikking is geplaatst en dat de provinciale invloed in niet geringe mate de bestuurlijke 'ruimte' van de gemeenten bepaalt, c.q. beperkt. Inlichtingen over het provinciaal bestuur en aspecten van het in Noord-Holland gevoerde beleid en beheer zijn te verkrijgen bij het Provinciehuis, bureau voorlichting, Dreef 3, 2012 HR Haarlem. Jaarlijks geeft dit bureau bijvoorbeeld de brochure Noord-Holland in cijfers” uit, waarin op overzichtelijke wijze relevante voorlichting is verzameld.

  • provinciaal.txt
  • Laatst gewijzigd: 2016/09/04 16:36
  • door wies