QSC, voetbalclub uit Wormerveer, ontstaan in 1915 uit een fusie van de clubs Quick en Sparta, als Quick Sparta Combinatie. Voor de fusie opereerden deze twee clubs ieder afzonderlijk, elk op zijn eigen wijze. Eén ding hadden ze gemeen. Ze beoefenden hun sport beiden op hetzelfde terrein, het Zwarte Landje aan de Houtkade. In 2003 fuseerden QSC en WFC onder de naam Fortuna Wormerveer.

De Spartajongens huldigden het standpunt ‘de vroegte wint’. Reeds bij het eerste morgenkrieken dartelden ze op het sintelterrein rond. Er werd dan gevoetbald, althans er werd zeer enthousiast achter een voetbal aan gehold. Zo nu en dan gelukte het één der jongelingen zelfs de bal zowaar een trap te geven. Meestal echter schopten ze ernaast of in de grond. Hoe het ook zij, het was een gezwoeg van belang. Zulks was dan ook beslist niet geschikt om aan de openbaarheid prijsgegeven te worden. Vandaar, dat Sparta zich tijdig terugtrok, d. w. z. op het moment, dat het normale mensdom zich aan de slaap ontrukte. Onverbiddelijk werd er dan beslag op de bal gelegd door de Heer H. Kuyper en dat was het dan weer voor een week.

Vlak daarop wierp zich een nog jeugdiger groep voetbalenthousiastelingen op de sintelvlakte. De reusachtige letters op de trui van keeper A. Thie lieten geen twijfel bestaan. De in het veld zijnde ploeg was Quick genaamd. Deze Quick-jongetjes hadden slechts één hartewens: deelname aan de competitie. De weg daartoe was echter nooit gevonden, wegens gebrek aan ervaren leiding. Tegelijkertijd hadden de Spartanen een welwillend oog laten vallen op de veelbelovende Quick-spelertjes. Geen wonder dus, dat men over samenvoeging begon te spreken.

Beide ploegen gingen niet over één nacht ijs. Er werden een paar voorbereidende besprekingen gehouden en er werden voorwaarden uitgewisseld. Uiteindelijk resulteerde dit alles op 17 september 1915 in de oprichtingsvergadering in het bovenzaaltje van Albert Meyns aan de Marktstraat. Daar kwam de Ouick-Sparta-Combinatie tot stand, waarbij de jongens van Quick hun eis ingewilligd kregen: Hun clubkleuren werden overgenomen door het pas opgerichte QSC. Rood-Wit werd het en bleef het tot op de dag van vandaag. QSC was er dus en daarmee ontstonden de eerste problemen.

Er moest een voetbalveld komen. Het kwam er. De wieg van QSC kwam te staan op een veldje langs de Nieuwe weg aan het begin van Wormer. Dit betekende, dat geen enkele speler meer genoodzaakt was om de sintels uit zijn knieën te wassen aan de kant van de sloot, zoals zo dikwijls op het “Zwarte Landje” was voorgekomen. In de plaats daarvan kregen de spelers andere verwondingsobstakels te trotseren, namelijk de boomstronken, waaruit de afrastering bestond van het nieuwe, veldje aan het Wormerlaantje. Dat alles vermocht evenwel de pret niet te drukken. De hoofdzaak was, dat in competitieverband gespeeld werd. Sterren uit die dagen waren onder meer Willem Bak en Cees Kat. De behaalde successen logen er in de beginjaren ook al niet om, mede dank zij de kleine afmetingen van het veld, waarop de tegenstanders maar moeilijk konden wennen. Na de verhuizing van WFC naar het sportpark te Wormerveer, kreeg QSC de gelegenheid om het grotere veld van de Langewis te huren.

Achter zijn boerderij vierde QSC destijds haar grootste triomphen. De toestand van dat veld was echter nu niet bepaald om over naar huis te schrijven. Met kunst en vliegwerk moest het bespeelbaar gehouden worden. In regenperioden bijvoorbeeld, moesten de QSC-ers zelf elke zondag met man en macht aan het werk. Met behulp van emmers werd het veld van water ontdaan met als toppunt van service een partij “rap” -zijnde houtkrullen- in de doelen. In vergelijking met toen, zitten de spelers van nu, dus wel op rozen, alles is kant en klaar als ze hun wedstrijd gaan beginnen.

In die beginjaren was het echter nodig alles met eigen krachten te doen. Trouwens de spelers van toen waren ervan doordrongen dat het eenvoudig niet anders kon. Het was een kwestie van ‘te zijn of niet te zijn’. En ondanks al dat zware werk vooraf, behaalde QSC juist toen haar grootste successen. Zo werd zij onder meer het gouden kruis van de NHVB deelachtig, dank zij overwinningen o. a. op KFC. Spelers als Piet Teeling, de man met het dodelijke schot, J. Gravesteijn, D. Klopper, P. Klopper en de niet te passeren achterhoede C. Wuift en D. Boot, waren in die jaren veel besproken figuren. Zij leverden weer-galoze prestaties als men de toenmalige aanhang mag geloven. In ieder geval staat vast, dat op het terrein van Boer Langewis, QSC een glorietijd beleefde. Daar werd als het ware de basis gelegd voor de geest, die QSC in haar verdere bestaan steeds weer bezielde en tot zulke prachtige resultaten leidde.

Lees verder over de historie van QSC in het jubileumboek 50-jarig bestaan uit 1965.

  • qsc.txt
  • Laatst gewijzigd: 2018/02/04 20:32
  • door zaanlander