rechthuizen

Letterlijk: gebouwen waarin door of namens de overheid recht werd gesproken. In de vroegere bestuursstructuur behoorde de rechtspraak bij de overheidstaken, zie: Bestuur en rechtspraak. In de dorpen was vóór de 19e eeuw doorgaans geen sprake van een raadhuis, zoals in de steden. Dit hing samen met de wijze van bestuur, die voor stad en platteland verschillend was. Wél kende men in de dorpen dikwijls een rechthuis, waarin ook schout en schepenen vergaderden.

In de Zaanstreek, waar de bestuurders van de bannen de overheidsfuncties uitoefenden, sprak men in plaats van rechthuizen ook wel van banshuizen. In vrijwel alle Zaanse dorpen is te eniger tijd wel een rechthuis geweest. Doorgaans stond het in de onmiddellijke nabijheid van de destijds enige kerk. Dat is nog heel goed te zien in Jisp, waar kerk en voormalig rechthuis samen op een omgracht terrein liggen. Westzaan is een ander voorbeeld, de grote hervormde kerk staat direct naast het rechthuis. In Oostzaandam werd het rechthuis tegen de Oostzijderkerk aangebouwd.

Rechthuizen zijn dus de plattelandsversie van de stedelijke raadhuizen. De omvang ervan hing van oudsher samen met de taken die het plaatselijke bestuur waren toevertrouwd en met de beschikbare financiële middelen. De oudste nog bestaande raadhuizen in ons land stammen uit de late middeleeuwen zoals dat van Sluis, stammend uit 1393, en Gouda gebouwd tussen 1448 en 1450. Buiten Nederland, zoals in Duitsland en Italië, zijn raadhuizen uit de 13e eeuw te vinden. Die middeleeuwse raadhuizen, maar ook die uit de 17e en 18e eeuw, verschillen van de hedendaagse raadhuizen niet alleen door de bouwstijl, maar ook door de functies die erin zijn ondergebracht. Zo is de waag, op de begane grond in menig vroeger raadhuis verdwenen en zal men ook tevergeefs naar de wezenkamer of weeskamer zoeken. Ooit had elk raad- en rechthuis zo'n wezenkamer, van waaruit het bezit van wezen werd beheerd tot hun meerderjarigheid. Ook de rechtspraak is uit de raadhuizen verdwenen. In de 19e eeuw kwamen hier afzonderlijke gerechtsgebouwen voor in de plaats.

De plattegrond van de Zaanse rechthuizen was rechthoekig. Beneden waren de vestibule en enkele kleine vertrekken, ingericht voor bijvoorbeeld de waagruimte. Een trap leidde naar boven, naar de vergader- en rechtszaal. Ze golden als representatieve gebouwen, waaraan het nodige geld werd besteed. Dat kwam onder andere tot uitdrukking in de keuze van bouwmaterialen. Terwijl voor de meeste woonhuizen, boerderijen en pakhuizen in de Zaanstreek vóór 1850 hout werd gebruikt, werden de rechthuizen uit baksteen opgetrokken, met gebruikmaking van kostbare natuursteen voor de versieringen.

Voor zover bekend is het eerste rechthuis in de Zaanstreek gebouwd in 1462 in Westzaan. Het werd in 1641 door een nieuw gebouw vervangen. De 17e eeuw was een belangrijke periode voor de bouw van Zaanse rechthuizen; ze kwamen achtereenvolgens tot stand in Wormer (omstreeks 1600), Oostzaan (1617), Assendelft (1618), Westzaan (1641), Jisp (1650-'55), Westzaandam (1683) en Oostzaandam (1685). Slechts die van Jisp en Oostzaandam bleven bewaard. Het rechthuis in Westzaan is 18e-eeuws en wordt later in dit artikel behandeld.

De Zaanse rechthuizen uit de eerste helft van de 17e eeuw waren opgetrokken in de toen in West-Nederland gangbare stijl van de Hollandse renaissance. Representatieve bouwwerken in die stijl waren voorzien van één of meer trapgevels en/of ingezwenkte geveltoppen. Beide geveltypen waren te vinden aan het inmiddels verdwenen rechthuis van Wormer uit omstreeks 1600. Het nog bestaande voormalige rechthuis van Jisp is omstreeks 1650 aan drie zijden voorzien van een trapgevel. Die aan de wegzijde telt slechts twee grote treden, die aan de zijkanten een groot aantal kleine treden. Aanvankelijk waren de bouwwerken in de Hollandse renaissance-stijl zeer druk versierd en was er sprake van gevels met veel reliëfwerking.

Later, na omstreeks 1630, was de uitvoering wat rustiger en werden de gevels vlakker. Het Jisper rechthuis stamt uit die latere fase. Op verschillende plaatsen aan de gevels zijn renaissance-versieringen te vinden. Zo is aan de wegzijde de trapgevel bekroond met een driehoekig fronton, met daarop een kleine obelisk. Voorts wordt gewezen op de gebeeldhouwde voluten of krullen, links en rechts van de trapgevel en op de ovalen cartouches, onder andere in de geveltoppen. Ook het wapen van Jisp, boven het waagpoortje, is in zo'n cartouche gevat. Aan weerszijden van de geveltop aan de wegzijde bevindt zich een vrouwenbeeld. Het ene stelt vrouwe Justitia voor, het andere de liefde (Caritas). In het interieur is, na de restauratie door J.F.L. Frowein in 1903-05, wel het een en ander veranderd. Zo werd de waagruimte beneden ingericht tot burgemeesterskamer en secretarie. Er werden uit Edam en de Beemster afkomstige 17e-eeuwse schouwen geplaatst. Boven bleef de vergaderzaal met zijn eikenhouten lambrisering en betegelde wanden grotendeels intact.

Omstreeks 1630 was, eerst in grote steden zoals Amsterdam en Den Haag, een nieuwe bouwstijl tot ontwikkeling gebracht, het Hollands classicisme. In de tweede helft van de 17e eeuw werd die stijl ook buiten de grote centra toegepast. Er is in de Zaanstreek een raadhuisje dat aan de buitenzijde duidelijk de kenmerken van dit Hollands classicisme vertoont. Het heeft een eenvoudige vorm, de aanleg is symmetrisch, met in het midden van de voorgevel die iets naar voren springende ingangspartij. Boven de vensters van de begane grond zijn mooie gebeeldhouwde bloemslingers aangebracht, destijds een geliefd versieringsmotief. Dit raadhuisje dat zich in Wormer bevindt en uit omstreeks 1660 stamt, is echter niet als zodanig gebouwd, maar als deftig woonhuis. Pas in 1818, toen het oude rechthuis uit omstreeks 1600 werd gesloopt, kreeg dit woonhuis de bestemming als raadhuis. Enkele jaren tevoren, in 1805, was de wezenkamer al in het pand ondergebracht.

Kort na elkaar verrezen aan het eind van de 17e eeuw de rechthuizen van Westzaandam in 1683 en Oostzaandam in 1685. Het ene tegen de Westzijderkerk, het andere tegen de Oostzijderkerk. Beide waren opgetrokken in de toen gangbare, sobere trant van het Hollands classicisme. In de 19e eeuw raakten ze hun oorspronkelijke bestemming kwijt, toen in 1847 het nieuwe raadhuis van Zaandam tot stand kwam. Het rechthuis van Oostzaandam werd vervolgens consistoriekamer, dat van Westzaandam is gesloopt. In de 18e eeuw verrezen in de Zaanstreek drie nieuwe rechthuizen, namelijk in Krommenie (1706), Wormerveer (1735) en Westzaan (1781-'82). Die van Westzaan en Krommenie bleven bewaard. Het rechthuis van Krommenie werd gebouwd ter vervanging van een ouder, mogelijk houten gebouwtje. Het pand uit 1706 is opgetrokken in de voor die tijd al wat ouderwetse stijl van het Hollands classicisme. De voorgevel telde aanvankelijk slechts drie venster-traveeën of -vakken en was, zoals gangbaar bij representatieve gebouwen, symmetrisch van opzet. De ingangspartij, keurig in het midden, werd bekroond door een klokgevel.

In 1911 is het gebouw aanzienlijk vergroot met een drie vensters brede aanbouw aan de zuidzijde en in 1934 had nogmaals een uitbreiding plaats. Alle vensters aan de straatzijde zijn van het type dat in 1911 gekozen werd. In het inwendige bevindt zich onder andere een mooi glas-in-loodvenster uit 1934 in de stijl van de Amsterdamse school. Boven is de in 1911 sterk vergrote raadzaal voorzien van een hoog houten koofplafond. Daarin bevindt zich nog een opschrift uit 1706, dat de namen noemt van de toenmalige schout, schepenen, vroedschappen en gecommitteerden. In 1735 kreeg Wormerveer een rechthuisje, gelegen aan het Noordeinde. Zoals gebruikelijk bij de Zaanse rechthuizen lag het in de directe nabijheid van de hervormde kerk. Een klein bakstenen gebouw dat slechts één ruimte bevatte en dienst heeft gedaan tot er in 1826 een nieuw raadhuis werd gebouwd.

Over het uiterlijk en de inrichting van het eerdere rechthuisje is weinig tot niets bekend. Het midden-18e-eeuwse voormalige raadhuis van Zaandijk is niet als rechthuis gebouwd en heeft ook niet als zodanig dienst gedaan. Oorspronkelijk was het een koopmanshuis. Koog aan de Zaan kende evenmin een eigen rechthuis.

Van een bijzondere allure is ’t Reght Huys van Westzaan, opgetrokken in de jaren 1781-1783. Het is het eerste Zaanse rechthuis waarvan de naam van de architect is overgeleverd. Aangetrokken werd de toenmalige Directeur der Werken of heden ten dage de gemeentearchitect van Amsterdam, Johannes Samuel Creutz. Ook voor de afwerking werden Amsterdammers aangetrokken, namelijk de Duits-Nederlandse stadsbeeldhouwer Antonij Ziesenis (1731-1801) en de uit Italië afkomstige stucwerker J.B. Crivelli. De ingangspartij kreeg een extra accent in de vorm van een zuilenportiek, bekroond door een driehoekig fronton. Zoals gangbaar was voor de Zaanse rechthuizen kreeg ook dat in Westzaan twee bouwlagen. De onderste is betrekkelijk laag, de bovenste aanzienlijk hoger. Daar was dan ook de belangrijke rechts- en vergaderzaal. Opmerkelijk zijn de ronde hoeken van het gebouw. Het geheel werd bekroond door een klokketorentje, dat naar de classicistische smaak van de tijd de vorm heeft van een koepeltje. Veel openbare gebouwen hadden in de 16e, 17e en 18e eeuw al een klokketorentje zoals bij de raadhuizen in de steden. Bij het vroegere raadhuis van Amsterdam, het paleis op de Dam, heeft de klokketoren ook de vorm van een koepel. Maar in de Zaanstreek is het voor het eerst dat we op een rechthuis zo'n klokketoren zien.

Het gebouw is uitgevoerd in de Lodewijk XVI-stijl van het laatste kwart der 18e eeuw. Evenals het hiervoor genoemde Hollandse classicisme ging de Lodewijk XVI-stijl terug op voorbeelden uit de klassieke oudheid. Ontwerpers van beide stijlen hadden een voorkeur voor symmetrie en een rustige, blokachtige opbouw. De versieringen waren vaak zeer elegant en hadden een symbolische betekenis. Dat geldt ook voor de bossen roeden, bijeengehouden door een bijl, op het dak van de klokkentoren. Zij stonden voor de straf, 'gegeven na rijp beraad van gerechtigheid'. Ook het vele beeldhouwwerk in het grote driehoekige fronton is zinnebeeldig van karakter. Rond het wapen van de banne Westzaan treft men onder andere symbolen aan van de zeevaart, zoals de drietand van Neptunus en een zogenoemde Jacobsstaf en de handel, de gevleugelde slangenstaf van Mercurius. Ook zien we hier weer de roedenbundels, bijeengehouden door bijlen. In het interieur heeft de grote rechts- en vergaderzaal een betimmering met fraai snijwerk. Behalve wapenschilden en sierlijke slingers treft men ook hier weer vele motieven aan met symbolische betekenis, deels betrekking hebbend op de rechtspraak, deels van andere aard zoals zinnebeelden van eendracht en vrijheid. Van het Westzaanse rechthuis zijn de bouwtekeningen en bestekken merendeels bewaard gebleven. Het is, met dat van Jisp, het enige authentieke rechthuis in de streek. Des te triester is het dat het gebouw na de samenvoeging tot Zaanstad zo verwaarloosd werd. Het bleef slechts beperkt in gebruik door wijkagenten en burgerlijke stand en is zeer in trek voor huwelijkssluitingen. De door de inwoners van Westzaan opgerichte Stichting 't Rechthuys nam in 1990 het gebouw van de gemeente over, met het doel het zoveel mogelijk de openbare functies te laten behouden. Deze Stichting nam direct een gefaseerde restauratie ter hand.

Van de vroegere rechthuizen van Assendelft en Oostzaan zijn nauwelijks gegevens bekend. Van beide is een afbeelding bij dit artikel opgenomen. Het rechthuis van Assendelft dateerde van 1614 en is in 1897 gesloopt; op dezelfde plaats werd het nog aanwezige gemeentehuis gebouwd. Het oude rechthuis van Oostzaan, daterend uit 1617, is al in 1860 gesloopt en vervangen door het huidige gemeentehuis. Zie Gemeentehuizen. In het begin van de 19e eeuw is het begrip 'Rechthuis' verleden tijd geworden. De bestaande rechthuizen bleven in gebruik als gemeentehuis, sommige voor korte tijd, enkele andere vele jaren achtereen. Zie: Gemeentehuizen.

Carla Rogge

  • rechthuizen.txt
  • Laatst gewijzigd: 2017/02/11 20:54
  • door zaanlander