oostzaandam

Voormalige naam van de bewoningsconcentratie ten oosten van de Zaanplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigZaan

Belangrijkste waterloop in de Zaanstreek, waar het gebied zijn naam aan dankt. Naar de meest aangenomen theorie ontstaan als veenstroom, een natuurlijke afwateringsstroom voor de naastgelegen veengebieden, in de loop der eeuwen geëvolueerd tot afwateringskanaal en belangrijke scheepvaartweg voor een groot deel van Noord-Holland. Waterstaatkundig wordt als de Zaan beschouwd: de ruim 10 kilometer lange waterloop tussen de dorpen Oost- en Westknollendam in het noorden en de
nabij de Damplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigDam

Straat te Zaandam die zijn naam ontleent aan de Hogedam in de Zaan, waar Zaandam naar werd vernoemd.

De Dam, die de Zaan van het buitenwater, IJ/Zuiderzee, afsloot, was in het zuiden eeuwenlang de enige landverbinding tussen de oostelijke en de westelijke Zaanstreek. Het is niet bekend wanneer de Dam precies werd opgeworpen. Zeker is dat hij er in 1314 was; vermoed wordt dat hij aan het einde van de 13e eeuw werd aangelegd. De Hogedam was van uitermate groot belang voor de ontginning en h…
, tot 1795 behorend tot de gemeente Oostzaanplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigOostzaan

Zelfstandige gemeente binnen de Zaanstreek, een van de drie Zaanse dorpen die in 1974 niet bij de samenvoeging tot Zaanstad werden betrokken. Hoewel de oorspronkelijke bewoners - zoals nog aan de klank van het plaatselijk dialect valt te horen - Waterlanders zijn geweest, behoort Oostzaan historisch tot de Zaanstreek. De naam zegt dat trouwens al.
, tussen 1795 en 1811 min of meer een zelfstandige gemeente en sinds 1811 deel uitmakend van de stad Zaandam. Oostzaandam behoorde tot de Banneplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigBan (banne)

Rechtsgebied, streek die stond onder de rechtspraak van éénzelfde rechter, thans verouderd. De Zaanstreek bestond vroeger uit de banne van Assendelft, van Westzaan en Krommenie, van Wormer, Jisp en Neck, en van Oostzaan. Zie: Bestuur en rechtspraak.

Bekend was de uitdrukking 'de ban omlopen' (of: omrijden,), dit was een wandeling (of rijtoer) de ban rond. Men onderscheidde
van Oostzanen en is ook vanuit het hoofddorp van die banne ontstaan. Het kende in en na de 17e eeuw echter een onafhankelijke economische ontwikkeling. De naam Oostzaandam werd gebruikt om onderscheid te maken met Westzaandamplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigWestzaandam

Vroegere naam voor het ten westen van de Zaan gelegen deel van Zaandam, dat deel uitmaakte van de Banne van Westzanen. Het dorp is, in tegenstelling tot Oostzaandam, nooit zelfstandig geweest - en dat terwijl het in de loop der geschiedenis in economisch opzicht en wat betreft het aantal inwoners belangrijker werd dan zijn 'overbuur`. De oorzaak van de aanvankelijke, tot 1811 in stand gebleven scheiding tussen West- en Oostzaandam was eenvoudigweg dat de dorpen in verschillende rec…
, een dorp dat tot de Banne van Westzanen behoorde en evenmin zelfstandig bestuurd werd. Buiten de Zaanstreek kende men dit onderscheid nauwelijks, daar werd gewoonlijk gesproken van Saerdam of Zaandam, waarmee dan zowel Oost- als Westzaandam werden aangeduid.

Oostzaandam is heel kort een zelfstandige gemeente geweest. Dit kan niet van het later grotere tweelingdorp Westzaandam worden gezegd: dit bleef tot de samenvoeging tot Zaandam in 1811 onderhorig aan de Banne van Westzanen. Oostzaandam wist zich echter onder invloed van de tijdgeest in 1795 los te maken van Oostzaan. De wens van zelfstandigheid bestond toen al lang. Met name de koop van de Ambachtsheerlijkheid door Oostzaanse regenten had dat verlangen sinds 1729 voedsel gegeven. Oostzaandam had Oostzaan al in de 17e eeuw overvleugeld, maar bleef in het bansbestuur sterk ondervertegenwoordigd. Daar kwam bij dat de bevolking in Oostzaan gestadig terugliep, terwijl economische bloei Oostzaandam steeds groter had gemaakt.

Bij de Franse overwinning in 1795 zagen de Oostzaandamse notabelen hun kans schoon. Zij stelden 'dat het bestuur meer overeen moet komen met de geproclameerde rechten van de mens' en hadden de tijd zo mee dat zij in 1795, gesteund door een plechtige overeenkomst, vrijwel volledige onafhankelijkheid kregen. Dat heeft amper 16 jaar geduurd: bij keizerlijk decreet van 21 oktober 1811 werden Oost- en Westzaandam samengevoegd tot de stad Zaandam. Ondanks de korte periode van zelfstandigheid had het dorp een eigen wapen, met als voorstelling een in aanbouw zijnd houten schip. Het is nadien opgenomen in het wapen van Zaandam, maar het is nog steeds als afzonderlijke afbeelding te zien op de buitenmuur van een apotheek achter de Oostzijderkerk.

Had de eerste bewoning zich dicht bij de Dam gevestigd, het dorp strekte zich door de economische opbloei tenslotte uit langs de oostelijke oever van de Zaan tot voorbij het einde van de Poelplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigPoel, de (Hemmes)

Uitloper van de Zaan, tegenover Koog aan de Zaan. Het water ontstond in de late Middeleeuwen als een smalle, ondiepe vaart, die via een braak in de Wijde Wormer uitkwam. Door afkalving werd de Poel breder, hetgeen eveneens met de zuidelijker gelegen
ofwel het Kalfplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigKalf, 't

Buurtschap, wijk van oostelijk Zaandam, in de jaren zeventig van de 20e eeuw aanzienlijk uitgebreid door nieuwbouw onder de naam Plan Kalf.

Tot de buurtschap 't Kalf werd vroeger ook Haaldersbroek gerekend, dat door een brug over de Braaksloot met 't Kalf verbonden is. Beide, dus zowel 't Kalf als Haaldersbroek, behoorden vanouds tot het zogenoemde Haler vierendeel van de
. Ook langs de Voorzaan ontstond bebouwing, te weten langs de Zuiddijk en op de Hem, het Kattegatplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigKattegat, het

Tegenwoordige straat in Zaandam-oost, dwarsstraat van de Zuiddijk richting de Zaan. Zowel in Zaandam als in Loosdrecht heeft men ooit een water die naam gegeven omdat iemand met de bijnaam Kat of de Kat het gegraven had of er langs woonde. Dergelijke soort naamspelingen worden over het algemeen alleen gevormd met de blik schuin gericht naar de aardrijkskundige namen of naamtypen die aan iedereen bekend zijn. In dat geval vormt de
. De grens met Oostzaan werd gevormd door de Watering. Oostzaandam was naar schatting ruim 1000 hectare groot. Wat het aantal inwoners betreft was Oostzaandam lange tijd belangrijker dan Westzaandam. Aan het begin van de 17e eeuw woonden er aan de oostelijke Zaanoever twee maal zoveel mensen als aan de westkant. In 1613 waren er naar Schatting 2500 tot 3000 Oostzaandammers. Eerdere schattingen kunnen, door het ontbreken van gegevens, niet worden gemaakt. Het dorp maakte in de 17e eeuw een flinke groei door, zij het minder onstuimig dan Westzaandam. Nadat in 1622 ongeveer 3600 inwoners waren geteld, groeide de bevolking tot 6241 in 1741. Inmiddels was Westzaandam toen al iets groter en dat zou tot de samenvoeging zo blijven. Zoals bekend liep de bevolkingsomvang vrijwel overal in de tweede helft van de 18e eeuw en de decennia daarna terug. In 1795 woonden er nog 4938 mensen in Oostzaandam, bij de samenvoeging in 1811 bracht het dorp 4299 inwoners in.

Wat de kerkelijke gezindheid betreft was Oostzaandam vroeger overwegend gereformeerdplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigGereformeerden

Kerkstroming, afsplitsing van de Nederlands Hervormde Kerk, met vanaf het begin een (bescheiden) aanhang in de Zaanstreek.

Vanaf 1834 vonden overal in Nederland afscheidingen plaats van kleine groepen protestanten die zich niet meer thuis voelden in de Nederlands Hervormde Kerk. Sinds het 'Algemeen Reglement voor het Bestuur der Hervormde Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden' van Koning Willem I (waarin de naam Nederlands Gereformeerde Kerk was veranderd in Nederlands Hervorm…
c.q. hervormd. In 1741 waren van 6241 inwoners 4071 de staatsgodsdienst toegedaan; er waren 1167 katholieken, 849 doopsgezindenplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigDoopsgezinden (Doopsgezinde gemeenten)

Protestants kerkgenootschap, broederschap, van grote betekenis in de Zaanse geschiedenis, zowel doordat de ondernemersstand sinds de 17e eeuw overwegend doopsgezind was als door het feit dat de leefgewoonten der doopsgezinden een stempel drukten op de streekmentaliteit.
en 154 luthersenplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigLutheranen

Volgelingen van de leer van Maarten Luther in de Zaanstreek worden voor het eerst aan het begin van de 17e eeuw vermeld. Zij verenigden zich in de Evangelisch-Lutherse Gemeente. Het Lutheranisme onderscheidt zich theologisch van het gereformeerd protestantisme en de leer der doopsgezinden. Luther heeft nooit de bedoeling gehad een afscheiding van de katholieke kerk te bewerkstelligen; het aanvankelijke Lutheranisme moet dan ook als een stroming binnen de katholieke kerk worden bescho…
. In de daarop volgende halve eeuw nam het aantal gereformeerden drastisch af; ook de doopsgezinden liepen in aantal terug. Van de 4660 getelde inwoners aan het eind van de 18e eeuw waren er nog 2849 gereformeerd en 507 doopsgezind. Ondanks de bevolkingsafname hadden de katholiekenplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigKatholieken

Zie: Rooms katholieken en Oud katholieken.
(1085) zich geconsolideerd, terwijl het aantal luthersen, ten koste van dat te Westzaandam, zelfs was toegenomen tot 205.

De eerste bewoners hebben zich aan het eind van de 13e eeuw vanuit Oostzaan direct bij de Dam aan de Zaanoever gevestigd. Zij bouwden er een kapel op een terp in verband met het overstromingsgevaar en vestigden zich dicht daarbij in de Klauwershoekplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigKlauwershoek

Buurt in Oostzaandam. Nu tussen de Wilhelminasluis, de Peperstraat en A.F. de Savornin Lohmanstraat, maar vroeger groter. De Klauwershoek was een van de eerst bewoonde gebieden van Oostzaandam. De terp was reeds in de 14e eeuw bewoond (zie: archeologie 3.).

In 1411 werd een kapel op de terp gebouwd, die later werd vervangen door de Oostzijderkerk. De naam herinnert aan de 'klauwers', de vaklieden die de naden in de scheepsdekken en -wanden dichtten.
. Zo had enige komvorming plaats, meer althans dan in Westzaandam. De uitbreiding van de bevolking werd opgevangen door bebouwing van de lage Schinkeldijkplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigSchinkeldijk

Een binnendijk, die aansluit op een hogere zeedijk en daarmee een hoek vormt. In de Zaanstreek werd de lagedijk aan de oostkant van de Zaan, (van de Dam tot `t Kalf) Schinkeldijk genoemd. Na 1811 werd de naam `Oostzijde`. De eerste vermelding van de Schinkeldijk dateert uit 1414.
ofwel de Oostzijde en de hoge zeedijk, later de Zuiddijk genoemd. De bedrijvigheid ging zich concentreren op het Hemlandplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigHemlanden

Stukken buitendijks aan het water gelegen land. In de Zaanstreek zijn vele hemmen of hemlanden geweest. Ze hebben onder meer bij Assendelft en Zaandam gelegen, ook het Grote Koogven of Koger Hem is er een voorbeeld van. De huidige Hemmes is vrijwel nog het enige schiereiland dat als hemland duidelijk herkenbaar is. De Hemmes ligt tussen de Poel en de Kuil, tegenover de Koog, aan het Kalf vast.
in de Voorzaan. Pas in de 20e eeuw werden grote stukken van het Oostzijderveld voor bewoning geschikt gemaakt. Zie: Zaandamplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigZaandam

Voormalige zelfstandige gemeente, die zowel wat betreft inwonertal als economische betekenis de belangrijkste bewoningskern van de Zaanstreek vormde. Zaandam ontstond in de Franse tijd door de samenvoeging van Oostzaandam en Westzaandam, bij keizerlijk decreet van 21 oktober 1811. Daarbij werden aan de nieuwgevormde gemeente stadsrechten verleend. Per 1 januari 1974 verloor Zaandam zijn zelfstandigheid bij de

Stijfselhuizen8
Traankokerijen7
Prutkokerij1
Vleethuizen3
Lijnbanen4
Weefhuis1
Kuiphuizen2
Leerlooierij1
Kaashuis1
Kaarshuizen2
Pakhuizen64
Kaatsen7
Scheepstimmerwerven11
Houtzagerijen46
Oliemolens51
Pelmolens40
Papiermolens3
Tabaksstamper1
Verfmolens6
Meelmolens2
Volmolens5
Schelpzandmolen1
Poedermolen1
Totaal bedrijven268

Economisch waren Oost- en Westzaandam een eenheid. Zij traden ook gezamenlijk naar buiten en vormden de belangrijkste concentratie van bedrijvigheid in de streek. Zij waren van arme plattelandsdorpen uitgegroeid tot de welvarendste dorpen boven het IJ. Daartoe heeft een aantal factoren bijgedragen. Waren in de late middeleeuwen visserij, vogelvangst en een bescheiden vorm van landbouw nog de bronnen van inkomst, door de ligging aan de Zaan en de gunstige verbinding met Amsterdam via het IJ, kwam de binnenvaart tot ontwikkeling. Aan het eind van de 16e eeuw ontstond de houtzagerijplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigHoutzagerij

Het zagen van hout in Houtzaagmolens en later in stoomhoutzagerijen. De Zaanse familiebedrijven in het houtvak hielden zich zowel met de handelskant als met de zagerij bezig; de ontwikkeling van de Zaanse houtzagerij is daardoor niet los te zien van de Zaanse
en -handel en dat gaf de tweelingdorpen een geweldige impuls. Scheepsbouwplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigScheepsbouw

Nijverheid, het produceren (en/of repareren) van vaartuigen. Dit kunnen houten, metalen, betonnen en/of kunststof schepen zijn, zowel voor de binnen- als voor zeevaart. De bouw van bijvoorbeeld booreilanden wordt ook tot de scheepsbouw gerekend; deze sector is echter nooit in de Zaanstreek bedreven. De
en zeescheepvaart ontwikkelden zich. De werven lagen aanvankelijk aan de Binnenzaan, maar werden, toen de schepen groter werden, verplaatst naar de Voorzaan, die een natuurlijke haven vormde.

In het spoor van de scheepsbouw ontstonden allerlei toeleveringsbedrijven zoals mastenmakerijenplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigMastenmakerij

Tak van nijverheid, nauw verwant met de scheepsbouw en het timmerbedrijf, die op kleine schaal in de Zaanstreek is beoefend. Masten zullen voor het overgrote deel op de scheepswerven zijn gemaakt.

Zie ook: Economische geschiedenis geschiedenis 2.5.6.
, touwslagerijenplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigTouwslagerij

Zie: Lijnbanen, Economische geschiedenis geschiedenis 2.5.6. en 3.5.1., alsmede de afbeelding op blz. 199.
Oostzaandam had vier lijnbanenplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigLijnbanen

Inrichtingen in gebruik bij de touwslagerijen, een tak van nijverheid die in de 17e en 18e eeuw overwegend in Zaandam maar ook bijvoorbeeld in Krommenie beoefend is. In de buurt van de Lijnbaanstraat in Zaandam hebben drie grote lijnbanen gestaan: “'De Blauwe Arent', 'De Nieuwe Lijnbaan' en “'De Oude Lijnbaan'. Lijnbanen waren langwerpige, al of niet overdekte, terreinen, met daarop werktuigen ter vervaardiging van touw. Touw werd van meerdere “'tieren' in elkaar gedraaid, het aantal …
en ankersmederijenplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigAnkersmederij

Toeleveringsbedrijf van de Zaanse Scheepsbouw in de 17e en 18e eeuw, vooral geconcentreerd aan en nabij de Zuiddijk en de Hogendijk te Zaandam. De ankersmederijen werden gedreven in zogenoemde Partenrederij. Vermaard was de anker- en kettingsmederij Valkenburg nabij de Hogendijk. Een andere zeer grote ankersmederij was gevestigd aan een pad dat daaraan zijn naam dankte, het Ankersmid, ter hoogte van het huidige Ankersmidplein. Zie ook:
.

Daarnaast breidde de molennijverheid zich sterk uit, terwijl de Zaandamse scheepsbouwers zich ook met de rederij gingen bezig houden en zelf gingen deelnemen aan de lucratieve walvisvaart. De gerichtheid op scheepsbouw en scheepvaart maakte de Zaandamse economie ook kwetsbaar. Toen na 1660 de Amsterdamse stapelmarkt minder belangrijk werd, kon Zaandam zich - ten koste van bijvoorbeeld Edam, Hoorn en Rotterdam - nog enkele decennia als belangrijk scheepsbouwcentrum staande houden, maar buitenlandse concurrentie, binnen- en buitenlands protectionisme, verlanding van Voor- en Achterzaan en nog enkele andere factoren leidden na 1730 tot een recessie en daarna, van 1780 tot na 1815, tot een depressie.

De bevolking nam sterk af, doordat het verval van de scheepsbouw ook andere sectoren zoals de walvisvaart trof. Tot slot wordt hier een overzicht gegeven van het aantal Oostzaandamse bedrijven in 1731, aan het einde van de grote bloeiperiode dus (zie tabel hierboven).

Zie ook: *

  • Economische geschiedenisplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigEconomische geschiedenis

    1. Economische ontwikkeling vóór 1580 (bladzijde 189 en volgende)

    2. Economische ontwikkeling van de Zaanstreek in de periode 1580-1800 (bladzijde 192 en volgende)

    3. Economische ontwikkeling van de Zaanstreek na 1800 (bladzijde 205 en volgende)

    Bij het begin vap elk hoofdstuk is een opgave geplaatst van de behandelde economische sectoren en eventuele andere met het onderwerp samenhangende onderwerpen. Van hoofdstuk 1 treft u de inhoudsopgave hieronder aan. Door midd…
    1.1.3.plugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigEconomische ontwikkeling vóór 1580

    1 1 Economische structuur vóór 1500

    1 1 1 Bodemgesteldheid, ontginning landbouw

    De economische geschiedenis van de Zaanstreek is begonnen toen de eerste bewoners zich in de streek vestigden Maar niemand weet precies wanneer dat is gebeurd. Wie deze geschiedenis wil beschrijven moet daarom voor zichzelf ergens een, betrekkelijk willekeurig, vertrekpunt kiezen In deze bijdrage is gekozen voor het jaar 1488 In de hierna volgende bladzijden worden de hoofdlijnen…
    . 2.3.1. t/m 2.3.3.plugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigEconomische ontwikkeling van de Zaanstreek in de periode 1580-1800

    2.1 Economische expansie l

    Ondanks de stedelijke tegenwerking geraakte de economische ontwikkeling van de Zaanstreek na 1580 in een stroomversnelling. De periode 1580-1650 was een tijdperk van explosieve en veelzijdige uitbreiding van economische bedrijvigheid. Het was een tijd waarin het lot van de Zaanse economie onverbrekelijk verbonden werd met het lot van de Amsterdamse stapelmarkt. De Zaanstreek werd meegezogen in de voor…
    , 2.5.1.plugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigEconomische ontwikkeling van de Zaanstreek in de periode 1580-1800

    2.1 Economische expansie l

    Ondanks de stedelijke tegenwerking geraakte de economische ontwikkeling van de Zaanstreek na 1580 in een stroomversnelling. De periode 1580-1650 was een tijdperk van explosieve en veelzijdige uitbreiding van economische bedrijvigheid. Het was een tijd waarin het lot van de Zaanse economie onverbrekelijk verbonden werd met het lot van de Amsterdamse stapelmarkt. De Zaanstreek werd meegezogen in de voor…
    , 2.5.5.plugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigEconomische ontwikkeling van de Zaanstreek in de periode 1580-1800

    2.1 Economische expansie l

    Ondanks de stedelijke tegenwerking geraakte de economische ontwikkeling van de Zaanstreek na 1580 in een stroomversnelling. De periode 1580-1650 was een tijdperk van explosieve en veelzijdige uitbreiding van economische bedrijvigheid. Het was een tijd waarin het lot van de Zaanse economie onverbrekelijk verbonden werd met het lot van de Amsterdamse stapelmarkt. De Zaanstreek werd meegezogen in de voor…
    , 2.6.2.. 2.6.3., 2.7., 2.8.1., 2.8.2., 2.9.1. t/m 2.9.3., 2.10.1. t/m 210.3., 3.1.1.
  • Zie voorts: Bestuurplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigBestuur

    Bestuur
    en rechtspraak 1.2.6., 2.2.3., 2.3.1.,
  • Oostzaanplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigOostzaan

    Zelfstandige gemeente binnen de Zaanstreek, een van de drie Zaanse dorpen die in 1974 niet bij de samenvoeging tot Zaanstad werden betrokken. Hoewel de oorspronkelijke bewoners - zoals nog aan de klank van het plaatselijk dialect valt te horen - Waterlanders zijn geweest, behoort Oostzaan historisch tot de Zaanstreek. De naam zegt dat trouwens al.
    , Westzaandamplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigWestzaandam

    Vroegere naam voor het ten westen van de Zaan gelegen deel van Zaandam, dat deel uitmaakte van de Banne van Westzanen. Het dorp is, in tegenstelling tot Oostzaandam, nooit zelfstandig geweest - en dat terwijl het in de loop der geschiedenis in economisch opzicht en wat betreft het aantal inwoners belangrijker werd dan zijn 'overbuur`. De oorzaak van de aanvankelijke, tot 1811 in stand gebleven scheiding tussen West- en Oostzaandam was eenvoudigweg dat de dorpen in verschillende rec…
    en Zaandamplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigZaandam

    Voormalige zelfstandige gemeente, die zowel wat betreft inwonertal als economische betekenis de belangrijkste bewoningskern van de Zaanstreek vormde. Zaandam ontstond in de Franse tijd door de samenvoeging van Oostzaandam en Westzaandam, bij keizerlijk decreet van 21 oktober 1811. Daarbij werden aan de nieuwgevormde gemeente stadsrechten verleend. Per 1 januari 1974 verloor Zaandam zijn zelfstandigheid bij de
    .

Ger Jan Onrust

Literatuur

  • J.C.N. Raadsgelders, Oostzaandam, bestuurlijke ontwikkelingen 1600-1795, Leiden 1985;
  • J.W. Groesbeek, Bestuursproblemen rond de samenvoeging van Oost- en Westzaandam in 1811, in: Zaandam 150 jaar stad, Zaandam 1962;
  • A.M. van der Woude, Het Noorderkwartier, Utrecht 1983;
  • S. Hart, De Zaanstreek en Oostzaandam in het bijzonder in het jaar 1731, in: Geschrift en getal, Dordrecht 1976;
  • A.J. van der Aa, Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden deel 8, Gorinchem 1846;
  • G.J. Boekenoogen, De Zaanse Volkstaal, Zaandijk 1971.
  • /home/zaanwiki/domains/zaanwiki.nl/private_html/encyclopedie/data/pages/oostzaandam.txt
  • Laatst gewijzigd: 2020/09/07 12:02
  • (Externe bewerking)