Sociaal Democratische Arbeiders Partij, 1894 - 1947

Na het Groninger congres van 1893 verlegde de hoofdstroom van het democratisch socialisme in Nederland zich naar een nieuw opgerichte partij: de door onder meer Pieter Jelles Troelstra (1860-1930) in 1894 opgerichte Sociaal Democratische Arbeiders Partij, SDAP. De Socialistenbond ging in 1899 in deze partij op. In de Zaanstreek heeft, meer en langer dan elders, het idealistische, opstandige en anarchistische karakter van het vroege SDB socialisme stand gehouden.

De SDAP leek de eerste jaren na de scheuring geen grote aanhang te krijgen. De weerklank onder de Nederlandse socialisten was vooralsnog gering. Weliswaar kwamen er uit het buitenland sympathie-betuigingen, maar die maakten weinig indruk. De SDAP ging weliswaar uit van de noodzaak van tegen de bezitters gerichte klassenstrijd, maar wilde zijn doel meer dan met het direct economische machtsmiddel van stakingen, bereiken langs politieke weg, door te streven naar algemeen kiesrecht. Directe verbetering van levensomstandigheden van de arbeiders stond wel op het programma, maar mocht geen doel op zich zijn.

In de strijd voor de uitbreiding van het kiesrecht stond de SDAP lijnrecht tegenover de uit de SDB voortgekomen Socialistenbond. De nieuwe partij had aanvankelijk meer theoretici dan aanhangers, meer officieren dan soldaten. De stijging van het ledental ging langzaam maar geleidelijk: in 1896 waren er 1000 leden, een jaar later 1500, in 1898 waren er 2200, in 1899 2500 en in 1900 3200. Deze trage aanwas is toe te schrijven aan de doorwerking van de polarisatie als gevolg van de SDB-idealen. Door elkaar te verketteren dreef men naar uitersten: parlementair socialisme versus anarchisme.

Ook binnen de vakorganisaties ontstond een scheiding: de SDAP verwijderde zich van het Nationaal Arbeids Secretariaat NAS met zijn plaatselijke arbeidssecretariaten PAS. Eerst na de beruchte Spoorwegstaking van 1903 ging het NAS zich meer op onderhandelingen dan op acties richten. Niettemin was de SDAP zeer ingenomen met de oprichting van het NVV, het Nederlands Verbond van Vakverenigingen in 1906, een moderne bond. In de 20e eeuw maakte de sociaal-democratie een gestage, zij het vooreerst nog trage groei door. In de jaren voor de Eerste Wereldoorlog nam het aantal leden snel toe. Enkele cijfers: in 1904 waren er 5600 leden, in 1911 was dit aantal opgelopen tot 11000 en in 1914 werd het 25000e lid ingeschreven.

De SDAP ontwikkelde zich in de loop der jaren steeds meer tot een reformistische partij. De daarbij aan het licht komende tegenstellingen liepen wel eens uit de hand. Zo ontstond in 1907 een nieuw blad: het sociaal-democratische weekblad De Tribune, dat van de partijlijn afwijkende meningen verkondigde. In 1909 werden de Tribunisten op een partijcongres in Deventer uit de partij gezet. Nog in hetzelfde jaar werd in Amsterdam de Sociaal-Democratische Partij SDP opgericht, als voorloper van de Communistische Partij Holland, de CPH, later CPN.

Kort na het royement van de Tribunisten waren er verkiezingen. De SDAP behaalde zeven zetels. Vier jaar later werden er zelfs dertien zetels van de toen nog 100 Tweede Kamer-zetels gewonnen. Er was toen nog een districtenstelsel met beperkt kiesrecht. Deze 13 zetels leidden tot een uitnodiging om aan de regering deel te nemen, maar de drie aangeboden ministersposten werden afgewezen. Het zou tot 1939 duren alvorens de SDAP weer voor deelname aan een kabinet werd aangezocht.

De benoeming van Klaas ter Laan tot burgemeester van Zaandam was een overwinning van de deelname-gezinden en had voor de gehele SDAP gevolgen. Twee jaar eerder was overigens al, ook in Zaandam, mr Jan Duijs tot eerste socialistische wethouder in ons land benoemd. Een deel van de SDAP-aanhang, zeker in de Zaanstreek, was echter nog steeds revolutionair-gezind.

Toen Troelstra in 1918, na de gebeurtenissen in Rusland en in de lijn van deze revolutionaire gezindheid, in de Kamer opmerkte dat de revolutie zeker niet bij Zevenaar halt zou houden, kostte hem dat veel van zijn prestige, niet alleen in confessionele en liberale kring, maar ook bij het reformistische deel van de eigen SDAP-aanhang. In de jaren '20 verdween het orthodoxe, revolutionaire marxisme uit de belangstelling van de toonaangevende SDAP-ers.

In 1935 werd met het Plan van de Arbeid, een doordacht economisch beleidsprogramma, een belangrijke mijlpaal bereikt. Dit gezamenlijk met het NVV opgestelde plan was geïnspireerd door de ideeën van Hendrik de Man. Met name Koos Vorrink, toen voorzitter van de Arbeiders Jeugd Centrale AJC, was door De Man beïnvloed. Gestreefd werd naar een zo breed mogelijke socialistische partij. De SDAP dook, net als de meeste andere politieke partijen, in de Tweede Wereldoorlog onder. In beslotenheid werd de vorming van een nieuwe socialistische partij voorbereid. Het resultaat was de oprichting van de Partij van de Arbeid in 1947, zie 3.4.

Zie: Socialisme 3.2., 4.3.

  • sdap.txt
  • Laatst gewijzigd: 2019/05/06 19:44
  • door 40.77.167.25