Wethouder in Zaandam in de Tweede Wereldoorlog

De 47-jarige Andreas van der Stok was, toen Van Ravenswaay regerings-commissaris werd na de Februari-staking in juni '41, wethouder van de bedrijven geworden. Daarmede gaf hij blijk van ingenomenheid met de toestand, die door de bezetting was geschapen. Daarvoor had hij zich te verantwoorden voor de Zaanse kamer van het Haarlemse tribunaal, die donderdagmorgen 22 mei 1947 bijeenkwam.

Uit sociaal oogpunt behoefde Van der Stok, die technisch installateur bij een Zaandams bedrijf was, de stap naar de NSB zeker niet te doen. In 1933 was hij reeds toegetreden, omdat hij de verdeling in corporaties, zoals de NSB die zich voorstelde, ten zeerste waardeerde en als uitkomst voor de Nederlandse crisis van die tijd zag. In 1937 stapte hij op advies van de commissarissen van de NV uit de beweging, al bleef hij volbloed NSB-er. Dat bleek wel toen hij zich eind 1940 opnieuw als lid meldde, om dit gedurende de oorlogsjaren te blijven.

De aanklacht vermeldde niet minder dan tien punten, die de voorzitter, mr Goudsmit, elk als een aparte stap beschouwde en niet zag als een logisch gevolg voortvloeiende uit het vorige.

Verdachte had met Vova en andere periodieken van nationaal-socialistische inslag gecolporteerd, was kringen districtsvertegenwoordiger van het economisch front geweest, had zich gemeld als lid van de motorweerafdeling der NSB, was lid geweest van de Ned. Volksdienst en begunstigend lid van de technische noodhulp en lid van het technische gilde. Voorts had hij tal van vergaderingen bezocht en het insigne der NSB gedragen. Het sociaal-economisch genootschap Nederland-Europa had eveneens zijn belangstelling. In zijn hoedanigheid als wethouder heeft hij bevorderd, dat partijgenoten in de opengevallen gemeentelijke functies benoemd werden. Bovendien had hij eenmaal appèl gehouden onder de personeelsleden van het gemeentelijk gasbedrijf, waarvoor hij een spreker van het NAF had uitgenodigd voor een propagandaspeech.

Natuurlijk had ‘wethouder’ Van der Stok ook idee gehad in een burgemeestersbaantje. Hij had een cursus doorlopen en was eenmaal uitgenodigd door commissaris Backer en eenmaal door een Duitse instantie. Laatstgenoemde instantie had hem zelfs de eerste post van de gemeente Enschede willen geven, maar daar dit beneden zijn waardigheid was, bedankte Van der Stok voor het aanbod.

Vuilnisauto gaf V-Teken

Over de wijze, waarop hij zijn functie als wethouder uitoefende, was men te Zaandam niet tevreden geweest. Onder ‘men’ wel te verstaan de goede Nederlanders. Meermalen waren er strubbelingen geweest tussen het gemeente-personeel en het hoofd der bedrijven.

De heer J. Gruis had een rapport opgesteld over de periode, waarin hij als hoofd van de tak van dienst der gemeentelijke reiniging dwars gezeten was door Van der Stok. De wethouder had de heer Gruis verweten, dat het personeel niet meer gaf aan Winterhulp, dat men niet meewerkte met de benoeming van een sociaal voorman, dat hij als bedrijfsleider geen begrip had voor zijn taak. Verdachte had getracht de opzichter Van Velzen te ontslaan; omdat deze man zijn inziens niet deugde voor zijn werk. Hij had de heer Nijhuis op het gemeentehuis ontboden vanwege het feit, dat deze voor het Kringhuis der NSB met de bel van de vuilnisauto het V-teken had gemaakt! Hierbij was de heer Gruis eveneens uitgenodigd, die de beschuldiging aan het adres van de heer Nijhuis zwijgzaam had aangehoord. Natuurlijk werd hem dit door Van der Stok ten zeerste verweten.

Voor het samenstellen van een lijst van personen met achter hem de vermelding of zij hun ½ % aan de Winterhulp hadden geofferd, beriep verdachte zich op de burgemeester, die dit aan de wethouders zou hebben verordonneerd. De bijzitters merkten hierbij op, dat het een afschuivingssysteem is. „Door na februari 1941 wethouder te worden, hebt u openlijk stelling gekozen tegen de Nederlandse bevolking en hebt u de maatregelen, die de bezetter en de NSB-bestuurders uitvoerden, goedgekeurd“, zei de heer Romeijn, „Dus bent u mede verantwoordelijk voor hetgeen toen geschied is.”

De zaak van de heer Poppert zag er evenmin gunstig voor verdachte uit. Op verzoek van de bedrijfschef vertaalde Van der Stok een lelijke anti-semitische brief over de indeling van het huis van de heer Poppert, dat in katholieke stijl zou zijn gebouwd. Eigenhandig had Van der Stok hieraan een brief toegevoegd als aanbeveling.

Minder fraai was ook een brief aan Rost van Tonningen, de leider van het economisch front, over de wantoestanden in de vakgroep van de gasbedrijven over een zendinstallatie, waarbij een directeur van een gasbedrijf betrokken was. Van der Stok was voor zijn bedrijf Frikema uit Zaandam naar Den Haag geweest om te informeren op welke voorwaarden locomotieven en landbouwmachines geleverd konden worden aan de Oostcompagnie.

Verdachte gaf toe, dat de NSB in het streven uit de jaren 1933 volkomen gefaald had. De president achtte de zaak van te groot belang, mede in verband met het feit, dat verdachte de ongunstige getuigenverklaringen van de personen uit gemeentedienst, die vrijwel eensluidend waren ontkende, om zomaar af te wikkelen. Vandaar dat hij aanhouding der zaak vroeg.

Bronnen
  • stok.txt
  • Laatst gewijzigd: 2018/07/20 14:34
  • door kelvin