1827 - 1904

Op 7 april 1827 stelde het gemeentebestuur de raad van Zaandam voor een Tekenschool op te richten. Dit was een zeer vooruitstrevend plan, aangezien elders in het land de eerste scholen voor het 'ambachts- en tekenonderwijs' pas omstreeks 1850 gesticht werden en dan meestal nog door particuliere verenigingen. Deze scholen kunnen beschouwd worden als voorlopers van de Ambachtsschool.

De eerste Tekenmeester, directeur, was Herman Thepas van Zutphen. Hij kreeg een jaarlijks traktement uit de stedelijke kas van f 600,- per jaar. Aan de school werd les gegeven in bouwkundig tekenen en handtekenen. In 1877 telde de school 50 mannelijke en 14 vrouwelijke leerlingen. Docent handtekenen Isaac Arentz was 40 jaar aan de school verbonden.

Tekenscholen speelden sinds 1817 een rol in het opleiden van vakmensen. Eerder gebeurde dit in steden bij gilden waar ouderen in het vak doceerden. Het gilde toetste daarna wie zich gezel of meester mocht noemen. Oost- en West-Zaandam waren eeuwenlang dorpen, zonder bestaande vakopleiding. Toen Napoleon verscheen werden de beide Zaandammen bij decreet van de keizer de stad Zaandam. Zonder gilden, die waren al door hem afgeschaft.

In 1827 werd een Stadstekenschool opgericht waar in cursusverband vakkennis werd opgedaan. Voorlopers waren oude steden als Zwolle (1819), Vlissingen en Edam (1823) en Purmerend (1826). In veel andere plaatsen in het land kwamen dergelijke scholen voor 'Ambachts- en tekenonderwijs' pas rond 1850 tot stand.

Het departement Wormerveer van de Maatschappij voor Nijverheid en Handel nam in 1845 het initiatief tot de oprichting van een vaktekenschool. Op 11 november van dat jaar kon deze school met 11 leerlingen beginnen. Uit deze school is de latere Avond-vaktekenschool aan de Marktstraat ontstaan, die tot omstreeks 1960 heeft bestaan. Van 1933 tot 1955 stond de school onder de bezielende leiding van L.G. van Heerde.

Onder tekenen vielen vele ambachtelijke zaken. Vele nieuwe vormen en materialen deden in de negentiende eeuw hun intrede. Een vakman moest een technische tekening kunnen lezen en maken. Wie meer wilde bereiken in zijn vak, moest hier een solide basis leggen. Tekenstudenten waren vaak schilders, metselaars, smeden en timmermannen. Niet alleen technisch tekenen, ook vaktheorie, rekenen, meetkunde en materialenkennis waren aan de orde. Er zat ook een artistiekere kant aan: het neerzetten van mooie vormen, van goede vlakverdelingen. Men verdiepte zich in stijl- en ornamentleer, lettertekenen en hout beschilderen zodat het er uit zag als duurder hout of marmer.

Wat daar precies gebeurde op de Zaandamse school, gevestigd aan de Gedempte Gracht, is onbekend; het was technisch onderwijs, maar met de nadruk op verfraaiende technieken en beeldende kunst. Vaardigheden voor schilders stonden er in hoog aanzien. Henk Heijnen legde gegevens over de school vast in het boek 'Kunst zonder rugwind'. Daar wordt duidelijk dat in Zaandam het artistieke tekenen gaandeweg een zwaarder accent kreeg. Vanaf 1880 hield de school jaarlijks een expositie. Soms in de school, ook wel in hotel Suisse waar was te zien wat leerlingen bereikt hadden.

Drijvende kracht was van 1850 tot 1896 kunstenaar Isaac Arentz (1824-1910). Enkele van zijn leerlingen waren Klaas van Vliet, Jacob Taanman en Freek Engel, door Heijnen getypeerd als leden van de eerste generatie Zaanse schilders, zo ook Rens Lensselink. Arentz werkte er tot 1896 hij werd opgevolgd door Albert Beerends. De tekenschool werd opgeheven in 1904. Men kon vanaf 1901 terecht in de Burger Avondschool aan de Stationsstraat met ruime tekenlokalen en Freek Engel als docent.

  • tekenschool.txt
  • Laatst gewijzigd: 2019/03/14 16:25
  • door zaanlander