veenvorming

Veen is een natuurlijke afzetting, te onderscheiden in laagveen en hoogveen. Laagveen is (wordt) gevormd onder water dat vrij rijk is aan minerale zouten (200-600 mg per liter, eutroof water).

Hoogveen is boven de waterspiegel gevormd met regenwater, dat juist arm is aan minerale zouten (minder dan 100 mg per liter, oligotroof water). Daartussen staat mesotroof water, met een gemiddeld gehalte van 100 tot 200 mg aan minerale zouten. Hoogveen kan de voortzetting naar boven van laagveen zijn, maar kan ook zelfstandig worden gevormd. Tot het laagveen behoren zowel de afzettingen die ontstonden uit waterplanten als die werden gevormd door bezinking in dieper zoet water van microscopisch klein plantaardig en dierlijk materiaal. Bij de vorming ervan kan nog onderscheid gemaakt worden naar gelang van de samenstelling.

Zo is er rietveen en zeggeveen. Dit noemt men moerasveen. Dragen ook bomen, zoals elzen en berken, aan de samenstelling ervan bij dan spreekt men van broeklandveen. Vormt zich hierop hoogveen, dan begint dit met de vestiging van lagere plantensoorten, waardoor een bodem ontstaat die het regenwater slecht doorlaat (overgangsveen) en die zo de basis vormt voor een oligotrofe vegetatie van wollegras en vooral veenmos als belangrijke hoogveen-vonners.

Het Hollandse laagveen begon over het algemeen in zeer ondiep water als brakwaterveen op zilte wadden en ging langzamerhand over in hoogveen. De Zaanstreek was tot in de late middeleeuwen overwegend bedekt op deze wijze hoogveen, het ontstaansproces ervan had eerder vele eeuwen gevergd. Door ontginning ten behoeve van de landbouw werd dit hoogveen dusdanig ontwaterd, dat klink en bodemerosie gingen optreden. Hierdoor steeg het grondwater tot boven het niveau van het hoogveen, dat zich geleidelijk omzette in het laagveen dat thans de bodem van de hele streek bepaalt.

  • veenvorming.txt
  • Laatst gewijzigd: 2016/10/25 20:41
  • door han