ventjagerij

Schippersbedrijf, waarbij de schipper voor eigen risico producten kocht, deze naar elders vervoerde en daar verkocht ('uitventte´), om vervolgens andere producten in te schepen en deze naar de Zaanstreek te vervoeren. Statistische gegevens ontbreken. Algemeen wordt aangenomen dat de ventjagerij vooral belangrijk is geweest in samenhang met de beschuitbakkerij in Wormer en Jisp. Zie ook: Beschuitvaartplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigBeschuitvaart

Het vervoer per zeilschip van de Wormer en Jisper beschuit in de 17e en vroege 18e eeuw. Het transport geschiedde vooral naar Amsterdam, maar had ook plaats naar de oostelijke provincies en zelfs tot Hamburg, Zweden en Denemarken toe. Ook in deze verre bestemmingen werd de beschuit voor een deel en detail verkocht, dus uitgevent. De
.

Ventjagerij werd mogelijk al in de 16e eeuw vanuit de Zaanstreek bedreven. Het waren toen waarschijnlijk vooral beschuitbakkers van Wormer en Jisp zelf die hun eigen producten uitventten. Niet alleen in Amsterdam. maar ook in bijvoorbeeld Haarlem. Friesland en Groningen. In 1741 werd in een Statenoctrooi aan Wormer geschreven over 70 beschuitvaarders uit Wormer in vroeger tijden. Daar waren toen nog slechts enkelen van over. De Zaanse beschuitbakkerij was door protectie-maatregelen op de Amsterdamse markt inmiddels vrijwel ten onder gegaan.

Uit Haarlem namen de ventjagers met name gist mee terug en werden dan 'gistjagers' genoemd. De ventjagers op bijvoorbeeld Vlaanderen, Zeeland en Brabant hadden graan als retourproduct. De beschuitbakkers waren dus wat betreft de grondstoffenaanvoer in ieder geval ten dele afhankelijk van de ventjagers. Andere producten die door ventjagers uit de Zaanstreek werden vervoerd waren onder meer kaas, boter, traan, lijnolie en raap- of koolzaadkoeken.

In het algemeen beperkten ventjagers zich niet tot een product. Zij voerden producten waar in een gebied een overschot aan bestond af naar gebieden waar zij daar een goede afzetmarkt voor vermoedden. Deze handelsvrijheid was de steden een doorn in het oog, de plaatselijke middenstand had te leiden van de ongeregelde aanvoer van goedkopere producten. Bovendien hoefden ventjagers geen stedelijke imposten (belastingen) te betalen. Pogingen om de 'overlast' uit te bannen bleven zonder resultaat. De Staten van Holland en West-Friesland oordeelden (onder meer in 1641 en 1680) dat het geoorloofde handel betrof.

Zie ook: Economische geschiedenisplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigEconomische geschiedenis

1. Economische ontwikkeling vóór 1580 (bladzijde 189 en volgende)

2. Economische ontwikkeling van de Zaanstreek in de periode 1580-1800 (bladzijde 192 en volgende)

3. Economische ontwikkeling van de Zaanstreek na 1800 (bladzijde 205 en volgende)

Bij het begin vap elk hoofdstuk is een opgave geplaatst van de behandelde economische sectoren en eventuele andere met het onderwerp samenhangende onderwerpen. Van hoofdstuk 1 treft u de inhoudsopgave hieronder aan. Door midd…
geschiedenis 1.2.1.. 2.5.3.

  • /home/zaanwiki/domains/zaanwiki.nl/private_html/encyclopedie/data/pages/ventjagerij.txt
  • Laatst gewijzigd: 2020/09/07 12:05
  • (Externe bewerking)