Voormalig bedrijf in Zaandijk, dat zich tot 1980 heeft bezig gehouden met de fabricage van en handel in standolie, lakken, vernissen, aangemaakte verven, siccatieven en krijt, alsmede patentolie en fijne olieën.

De onderneming ontstond in 1856, toen Jacob Vis Pz. (1828-1888) voor 6500 gulden oliemolen De Koe in het Zaandamse Oostzijderveld van zijn moeder kocht. Waarschijnlijk door de ongunstige ligging deed hij deze molen na korte tijd van de hand, waarna hij enkele jaren werkte met Het Jonge Vool in Wormerveer.

Toen hem door een oom de gunstig gelegen oliemolen De Oude Wolf, buitendijks aan Zaan en Kalverringdijk, tegenover Zaandijk werd gelegateerd, zette hij hiermee zijn bedrijf voort. Hij sloeg lijn- en raapolie en handelde niet alleen daarin, maar ook in specerijen, thee en wijn. De handel was aanvankelijk van groter belang dan de olieslagerij, doordat Vis door contacten in Duitsland een groeiende export van lijnolie wist te ontwikkelen.

Naar eigen zeggen was hij de eerste Zaanse olie-exporteur. Hij verkocht ook olie van verschillende fabrieken, en zou al spoedig door anderen worden nagevolgd. Deze export vond plaats naar buitenlandse verffabrieken, omdat ook daar de schilders steeds meer overgingen op het gebruik van fabrieksmatig gemengde verven. Mede gedwongen door de exporterende concurrenten ging hij grote aandacht besteden aan de kwaliteit van de eigen productie van patentolie, fijne oliën, lakken en vernissen, die in De Oude Wolf en in een fabriek in Zaandijk naast het pakhuis Livomo werden gefabriceerd.

Het productiepakket breidde zich verder uit met stopverf, aangemaakte verven, machine-olie, spijsolie, siccatieven en gemalen krijt. Eén en ander veroorzaakte steeds toenemende groei van de opstallen en het personeelsbestand. Een grote brand in 1882 vertraagde deze ontwikkeling nauwelijks.

Na het overlijden van Jacob Vis Pz. in 1888 werden de zaken voortgezet door zijn zoon Jan Marinus Vis (1856-1918). Deze was al heel jong een verfhandel en stopverffabriek begonnen in Andemach, Duitsland, onder de naam Weissheimer & Vis. Samen met zijn naaste medewerkers M.H. Fust, G.M. Snuif en H. Velthuys Wz, die later in de directie zouden worden opgenomen, bracht hij het bedrijf tot verdere bloei. Van de bereisde Jan Marinus Vis werd gezegd dat hij een groot talenkenner was. Hij gold ook als een verdienstelijk dichter. Daarnaast was hij succesvol in zaken.

Fabrieksbranden in 1904 en 1912 maakten nieuwbouw noodzakelijk. Er verrezen moderne installaties, waarin grote aandacht aan kwaliteitsverbetering van de producten werd gegeven. In 1908 werd het bedrijf omgezet in een NV.

In de Eerste Wereldoorlog had het op export gerichte bedrijf het moeilijk, maar spoedig daarna volgde verdere groei. In 1929 werd een nieuwe blekerij gebouwd, voorts werd de lakstokerij vernieuwd en werd een laboratorium aan het bedrijf toegevoegd, terwijl ook buitentanks verrezen en de magazijnen werden vergroot.

De directeuren G.M. Snuif en N.L.H. Fust overleden in respectievelijk 1939 en 1944. Na de Tweede Wereldoorlog bestond de directie uit hun zoons, J.G. Snuif en J.H. Fust. W. Velthuys werd tot adjunct-directeur benoemd. De research kreeg een steeds toenemende betekenis in de voortdurend naar kwaliteitsverbetering strevende onderneming.

De naoorlogse concurrentie en schaalvergrotingen in de Verffabricage lieten ook de meer dan honderdjarige Lakfabriek en Export Maatschappij v/h Jacob Vis niet onberoerd. Nadat het bedrijf in 1973 was omgezet in een BV werd het twee jaar later overgenomen door het grote Amerikaanse olie-concern Cargill.

Vijf jaar daarna volgde sluiting. De panden aan de Kalverringdijk, door een ontploffing en brand buiten gebruik geraakt, zijn na jarenlang verval uiteindelijk in 1990 gesloopt. Het kantoor en laboratoriumgebouw aan de Lagedijk in Zaandijk kwamen in handen van de Stichting VIS, een idealistisch-charitatieve instelling die tracht inwoners van derdewereldlanden ambachtelijk te scholen.

  • vis4.txt
  • Laatst gewijzigd: 2017/10/22 09:40
  • door zaanlander