Scheepswerf en voormalige Coöperatieve Vereniging. Scheepswerf te Zaandam (en oorspronkelijk Koog); aanvankelijk actief in de reparatie en bouw van dekschuiten, later uitgebreid met binnenvaartschepen, sleepboten, tankers, baggermaterieel, rijksvaartuigen, woonboten, visserijschepen, tjalken en klippers. De scheepswerf werd opgericht in juni 1921 als Coöperatieve Vereniging Scheepswerf Vooruit u.a. door een groep van ongeveer twintig mensen, die een associatie hadden gevormd. Deze samenwerkingsvorm was aan het einde van de Eerste Wereldoorlog in Frankrijk zeer populair en waaide naar ons land over.

Doelstelling van de initiatiefnemers was 'door gezamenlijk bedrijven te stichten, samen lief en leed te delen, samen de winst te delen, een voorbeeld te zijn voor de maatschappij'. Elke deelnemer moest een inleggeld van f 200 betalen en verder een contributie van een kwartje. Was er werk, dan werd er verdiend; was er geen werk, dan stond de verdienste stil en moesten de deelnemers werk in fabrieken zoeken. Op een terrein aan de Sluissloot te Koog (waar nu de Leeghwaterstraat is) werd begonnen met de bouw van twee roeiboten, van beschuitblikken, op de Zaandamse markt gekochte spanten en door de echtgenote van een van de oprichters in haar fornuis heet gemaakte klinknagels. Na aanvankelijk vooral reparatieopdrachten voor boerenpramen en dekschuiten begon het bedrijf later ook met de bouw van deze schepen.

De Coöperatieve Vereniging bleek een succes te zijn. Er werd concurrerend gewerkt, waardoor de werf in de jaren '30 de meeste dekschuiten in de regio Amsterdam/Zaanstreek bouwde. Afnemers waren met name Zaanse houthandelaren, Amsterdamse kolenhandelaren en houtfactorbedrijven. Om grotere schepen te kunnen bouwen, maar ook gedwongen door klachten over geluidsoverlast, werd het bedrijf in 1936 verplaatst naar een terrein aan de Zuiddijk te Zaandam, gelegen aan de Voorzaan, nabij het Noordzeekanaal. Daar werd een nieuwe scheepswerf gebouwd met twee sleehellingen, een wagenhelling, loods, verfmagazijn en vier woonhuizen. Een forse investering, mogelijk gemaakt door de winsten 'binnenshuis' te houden en zodoende een kapitaal op te bouwen.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog viel de productie terug en hield het personeel zich bezig met het vervaardigen van andere producten, zoals kachels en carbidlampen, om deze tegen etenswaar te kunnen ruilen. Ook werden wel schepen voor verzetsdoeleinden voorzien van een dubbele bodem. Na de oorlog telde de Coöperatieve Vereniging nog zes leden. Men begon nu personeel aan te nemen, waarmee de coöperatieve gedachte afbrokkelde; omstreeks 1970 volgde tenslotte de omzetting in een bv.

In de jaren '50 legde het bedrijf zich ook toe op de bouw en later ook de reparatie en verlenging van visserijschepen. Door het toenemend aantal reparatieopdrachten werden de bedrijfsterreinen aanzienlijk uitgebreid. Ook kwamen er een grote reparatiehelling en een bouwloods bij. Begin 1991 beschikte Scheepswerf Vooruit over twee hellingen en twee dokken, waar per jaar gemiddeld 300 schepen werden gerepareerd, onderhouden, of verlengd. Verder werden per jaar, afhtankelijk van de grootte, twee tot drie schepen gebouwd. Bij Vooruit waren in 1991 30 personen in dienst.

  • vooruit.txt
  • Laatst gewijzigd: 2016/05/17 10:01
  • door jan