noordzeekanaal

Kanaal dat Amsterdam sinds 1876 met de Noordzee verbindt. Daartoe werd de duinenkust doorgraven bij Velsen en het vervolgens ontstane IJmuiden. Een sluizencomplex en twee zich ruim 1500 meter in zee uitstrekkende pieren werden tevens aangelegd. Het kanaal, grotendeels met de hand gegraven waar 'Holland op z'n smalst' is, vormt een ruim 26,5 km lange verbinding tussen Noordzee en IJsselmeer en is van grote betekenis, niet alleen voor Amsterdam als havenstad, maar ook voor de Zaanstreek.

De aanleg van het kanaal hield de gemoederen van de jaren '40 van de 19e eeuw al bezig. Toen namelijk was al duidelijk dat het Groot Noordhollands Kanaal niet voldeed. In 1858 gaf koning Willem I opdracht tot een onderzoek naar de mogelijkheid het Noordhollands Kanaal aan te passen. Zou dat onmogelijk blijken dan moest worden overwogen een nieuw kanaal te graven, waarbij de inpoldering van IJ en Wijkermeer een deel van de kosten zou kunnen dekken. Ondanks bezwaren van Amsterdam tegen de afdamming van het IJ werd voor de tweede mogelijkheid gekozen. In 1863 werd de concessie verleend. Ook de Zaanstreek werd betrokken bij de plannen. Dit was van groot belang voor de Zaanse handel. Het ontwerp van de Amsterdamsche Kanaal Maatschappij behelsde slechts zijkanalen naar de Nauernasche Vaart, Zaandam en de Oostzaner Overtoom, ofwel Zijkanaal D, G en H. Door het belang van een verbinding met de Overtoom van Westzaan aan te tonen voor met name de afwatering is later besloten daar ook een zijkanaal aan te leggen.

Vóór de aanleg van het kanaal boden de getijdebewegingen in het IJ de mogelijkheid om bij eb water uit de Zaanse polders uit te slaan. De kanaalaanleg deed dit niveauverschil verdwijnen. Hierdoor is de ingebruikname van stoomgemalen gestimuleerd. Een ander probleem was de verbinding tussen Zaandam en Amsterdam. In de Zaanstreek ontstond een krachtige beweging die aansluiting op het spoorwegnet wenste. De plannen daartoe werden door het kanaal doorkruist; Amsterdam vreesde dat de havens door overbrugging minder goed bereikbaar zouden worden. Pas na harde onderhandelingen werd een concessie afgestaan die een spoorwegverbinding mogelijk maakte. Ook de zogeheten Hempont werd in het plan opgenomen.

In 1865 werd begonnen met het droogmaken van het IJ en het Wijkermeer. De werkzaamheden zouden bijna twaalf jaar in beslag nemen: het kanaal werd op 1 november 1876 voor de scheepvaart opengesteld. Voor de Zaanstreek was dat nog niet het einde. De Kanaal Maatschappij was nogal laks met de uitvoering van de door de Zaangemeenten bedongen toezeggingen. Pas in 1879 kwam Zijkanaal G gereed, alsook een gedeeltelijke inpoldering langs de Voorzaan en de doorgraving van de Hem, waardoor het Eiland ontstond. De reconstructie van de Zaandamse haven werd in 1883, na een lange subsidie-strijd, uitgevoerd. Drie jaar later was Zijkanaal G zover uitgediept dat doorvaart van schepen met een diepgang tot 6,70 meter mogelijk was. In feite werd het werk pas definitief afgesloten met de openstelling van de Wilhelminasluizen in 1903.
Het kanaal, met een bodembreedte van 27 meter en een diepte van -7,5 meter NAP, bracht Zaandam op een vaarafstand van 21 kilometer van de Noordzee. Door de droogmaking van het IJ kreeg de Zaanstreek de Zaandammer Polder, de Westzaner Polder en de Nauernasche Polder erbij. Het verloor enkele eilandjes in het IJ, onder meer den Hoorn en een deel van het buitendijks land van de polder Assendelft. Het kanaal maakte voorts de aanleg van de in 1911 opengestelde Nieuwe Haven mogelijk.

Het Noordzeekanaal is meermalen verbreed en uitgediept. In de jaren twintig vond de eerste verbreding plaats. Vijftig jaar later bereikte het kanaal zijn huidige proporties: bodembreedte 170 meter; diepte - 15,5 meter NAP; bevaarbaar voor schepen tot 80.000 ton.

Zie ook: Economische geschiedenis 3.2.2

Literatuur: M.A. Verkade, Handel, Nijverheid en Verkeer, in: M.A. Verkade e.a., Zaandam 150 jaar stad 1811-1961, Zaandam 1962.

  • noordzeekanaal.txt
  • Laatst gewijzigd: 2018/01/04 22:08
  • door zaanlander