vrijmetselarij

Internationaal verbreide, maar in feite landelijk en plaatselijk georganiseerde broederschap, een groepering die niet zozeer een geestelijke stroming belichaamt maar die streeft naar zowel persoonlijke als gezamenlijke bezinning op de levenshouding (ethos). De vrijmetselaars komen bijeen in werkplaatsen of loges (Engels: lodges = bouwketen), daarbij in godsdienstig opzicht hun bijzondere meningen aan henzelf overlatende.

In de Orde van Vrijmetselaren worden opgenomen vrije mannen van goede naam, zonder onderscheid van godsdienst, stand, partij, ras of nationaliteit. Aldus de beginselverklaring van de Nederlandse Orde (Orde-grondwet, 1917). Essentieel bij de vrijmetselarij is haar arbeid met behulp van symbolen en ritualen, een samenstel van ceremoniële handelingen waarin de bouwsymboliek centraal staat. De bouw van Salomon's tempel vormt het uitgangspunt van deze symboliek: in gezamenlijk verband arbeidt ieder aan zijn ruwe steen, om deze te maken tot een zuivere kubiek, die kan worden ingepast in deze tempel van levende bouwstenen.

Uit traditionele en psychologische overwegingen gold steeds de regel dat vrouwen niet tot de Orde worden toegelaten, hetgeen ook in eigen gelederen veel kritiek heeft opgeroepen. Al sinds de eerste helft van de 18e eeuw zijn pogingen aangewend dit te veranderen. Er bestaan thans ook gemengde loges en loges voor vrouwen, zie het slot van dit artikel. Naast de ceremoniële arbeid in wat oneigenlijk de tempel wordt genoemd, kent men bijeenkomsten (comparities) in de voorhof, een zaal of kamer in de loge waar onderwerpen van levensbeschouwelijke, filosofische, culturele of maatschappelijke aard worden besproken, ingeleid door een voordracht of bouwstuk.

In de tempel worden de leerlingen ingewijd, tot gezellen bevorderd en tenslotte tot meesters verheven, ook worden hier bijeenkomsten gehouden die in het teken staan van Johannes de Doper en Johannes de Evangelist, die als schutspatronen der Orde worden beschouwd.

Geschiedenis algemeen

De vrijmetselarij is in feite ontstaan uit middeleeuwse ambachtelijke corporaties van steenhouwers (Engels: masons). In 1839 zijn meer dan 100 handschriften, zogenoemde Constituties, gevonden betreffende gebruiken onder deze steenhouwers in de tweede helft van de 14e eeuw. Om hun vakgeheimen te beschermen tegen beunhazerij, bestond er een stelsel van eden, af te leggen door leerlingen, gezellen en meesters, en werd hun onderlinge verkeer door gedragscodes gereglementeerd. Deze regels hebben verrassend veel verband met de latere organisatie en werkwijze der vrijmetselaars. Speculaties over een nog veel oudere oorsprong, verband houdend met de mysteriën uit de antieke wereld, het oude Egypte, dan wel met tempelieren, kabbalisten of rozenkruisers, moeten als fantasie worden beschouwd.

Toen aan het eind van de gotiek, mede door de Hervorming, de bouwcorporaties gingen kwijnen, bleven zij in Groot-Brittannië bestaan. Er traden echter nu ook architecten en opdrachtgevers toe en geleidelijk veranderde de ambachtelijke doelstelling in een meer bespiegelende en speculatieve. In 1717 kwam op St. Jansdag, 24 juni, een eerste grootloge tot stand, door de vereniging van vier zulke kleine groepen. Zij kozen een grootmeester, waardoor een gezag ontstond dat nieuwe, soortgelijke loges kon vestigen.

Nederland

In 1734 kwam de eerste loge in Nederland tot stand, onder Engels gezag. In 1735 noemde deze zich de Loge du Grand Maïtre des Provinces Unies et du ressort de la Généralite, een organisatie die ook andere loges stichtte, maar door de Staten van Holland uit vrees voor Orangisme werd verboden. Het duurde tot 1744 voor zij haar werkzaamheden hervatte. Met een tiental andere loges sloot zij zich in 1756 tenslotte aaneen tot de Groote Loge der Vereenigde Nederlanden.

In andere landen bleek steeds dat de vrijmetselarij onder een totalitair regime werd verboden en hoogstens in het verborgene kon worden beoefend. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was dit door een verbod van de Duitse bezetters ook in Nederland het geval. De toenmalige grootmeester Hermannus van Tongeren werd gearresteerd en op transport gesteld naar Sachsenhausen waar hij in 1941 overleed.

Door haar besloten, geheimzinnig geachte karakter is de vrijmetselarij ook lange tijd in de ban gedaan door de RK kerk. Vóór 1817 waren Zaanse vrijmetselaren lid van loges in Amsterdam en Haarlem. Op 24 oktober 1816 kwamen zij bijeen om te besluiten een eigen loge te stichten, die op 13 november 1817 plechtig is geïnstalleerd. Eerste plaats van samenkomst was het logement 'De 3 Zwanen` op de Dam te Zaandam.

De loge kreeg de naam Anna Paulowna Romanow, naar die van de gemalin van de toenmalige kroonprins Willem. De eerste leden waren Jan Jacobsz. Kool, Evert Smit, Klaas Lam, Klaas de Jager, Gerrit van Orden, Jacob Middelhoven, Dirk Volnier, Hendrik Jan Assink, Pieter Kist, Klaas Mul, Jacob Cornelis Honig, Baltus Hendrik van Ree, Hendrik Tobbe Jr., Andries May, K. Breet en Pieter Frederiks. De laatste was eigenaar van `De 3 Zwanen`. Hij kwam in 1820 in bezit van het huis naast de Grote Sluis in de Dam, waarnaar de loge vervolgens verhuisde. Dit pand werd in 1857 ingrijpend verbouwd, waardoor het latere café-restaurant 'Suisse' aan de Dam 2 ontstond.

In 1881 schonk mevrouw IC. van Wessem-Corver, wier overleden man vrijmetselaar was geweest, de loge een perceel grond aan de Stationsstraat te Zaandam waarop een nieuw logegebouw werd gesticht dat werd ingewijd in 1883. In 1885 werd hiernaast een conciërgewoning gebouwd. In de 19e eeuw kwamen veel leden voort uit de zich weer herstellende industrie en handel. Het waren vooral kooplieden, de heren en bazen van Zaanse ondernemingen, zoals Zwaardemaker, Van Wessem, Simonsz, Keg, Ebmeyer, Van de Stadt, Grootes, Smidt van Gelder, Duyvis, Kaars Sijpesteijn, Avis, Vis, Honig, Heijn, Sabel en Flentrop.

Onbedoeld kreeg Anna Paulowna hierdoor tot ver in de 20e eeuw de roep een exclusieve, elitaire en deftige loge te zijn. Het was ook de tijd dat men, achter de schermen werkend, op sociaal gebied actief was. De leden werden gestimuleerd bestuurslidmaatschappen te vervullen, zoals in de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen of initiatieven te ontplooien zoals bijvoorbeeld leidend tot de oprichting van de Ambachtsschool te Zaandam.

In de Tweede Wereldoorlog moest ook de Zaanse loge haar lichten doven. Het gebouw werd door de Duitsers gevorderd en later ingericht tot kringhuis van de NSB. Het loge-archief werd geroofd en via Den Haag naar Duitsland vervoerd. Allerlei attributen werden in beslag genomen en verbrand of omgesmolten. Na de bevrijding was het logegebouw verminkt en uitgewoond. Het werd enige tijd als districtsgevangenis gebruikt voor gearresteerde NSB-ers. Na een ingrijpende inwendige restauratie konden tempel en voorhof pas eind 1949 weer opnieuw in gebruik worden genomen.

In 1967 werd het 150-jarig bestaan herdacht. Er werd toen, zoals ook bij het 100-jarig bestaan was gebeurd, een jubileumboekje uitgegeven. Het ledental van Anna Paulowna schommelde sinds de Tweede Wereldoorlog steeds tussen de 60 en 80.

Andere maçonnieke orden

Er bestaat in Nederland ook een gemengde (voor mannen en vrouwen toegankelijke) orde, arbeidende onder de naam Internationale Orde der Gemengde Vrijmetselarij Le Droit Humain. De in de Zaanstreek werkende loge hiervan, Plato, houdt haar bijeenkomsten eveneens in het gebouw van Anna Paulowna aan de Stationsstraat te Zaandam. De Orde van vrouwelijke vrijmetselaren Vita Femina heeft in de Zaanstreek geen loge.

Geraadpleegde bronnen: dr. PJ. van Loo, Geschiedenis van de Orde van Vrijmetselaren onder het Grootoosten der Nederlanden, 's-Gravenhage 1967; dr. HJ. Minderhoud, Anna Paulowna 1817-1917, Purmerend 1917; Hondervijftig jaar Loge Anna Paulowna, Zaandam 1967; Uit de kolommen, 100 jaar logegebouw Anna Paulowna, Zaandam 1983.

  • vrijmetselarij.txt
  • Laatst gewijzigd: 2016/12/29 21:27
  • door zaanlander