welstandscommissie

Alvorens over een bouwaanvraag te beslissen, winnen burgemeester en wethouders van een gemeente het advies in van onder andere de welstandscommissie. Deze commissie toetst het bouwplan, opdat het uiterlijk van het op te richten of te verbouwen bouwwerk zal voldoen aan redelijke eisen van welstand.

Geschiedenis

Reeds voor het tot stand komen van de Woningwet in 1901 kwam in architectenkringen, met name in Amsterdam, een discussie op gang over de gewenste architectonische kwaliteit van de nieuwe stadsuitbreidingen. De woningwet bevatte wel een aanzet voor een planologische regeling en bepalingen omtrent de bouw- en woontechnische kwaliteit van woningen en gebouwen, maar de vormtechnische kwaliteit was buiten beschouwing gelaten.

Op advies van Architectura et Amicitia en de Maatschappij tot Bevordering van de Bouwkunst werd in 1911 de 'Commissie voor het Stadsschoon' van Amsterdam opgericht. In datzelfde jaar vond ook de oprichting plaats van de 'Bond Heemschut', die zich beijverde voor de schoonheid van stad en land. Het was echter de gemeente Laren die in 1912 als eerste in de bouwverordening een welstandsbepaling opnam.

De gemeenteraad van Amsterdam volgde in 1915 met het instellen van een schoonheidscommissie. Op 29 april 1916 werd na de watersnoodramp in Noord-Holland op initiatief van de Sociaal-Technische Vereniging van Democratische Ingenieurs en Architecten de Adviescommissie voor Bouwontwerpen en Uitbreidingsplannen in Noord-Holland ingesteld. Deze commissie is de voorloper van de Stichting Noordhollandse Welstandscommissie.

Oorspronkelijk hield de stichting, ook voor bouwplannen in de provincie, alleen zitting in Amsterdam. Enige jaren na de oorlog werd er behoefte gevoeld aan afzonderlijke commissies in de verschillende gebieden van Noord-Holland en werden daarom geleidelijk aan in deze gebieden regio-commissies van de stichting Noordhollandse Welstandscommissie gevormd, onder andere in de Zaanstreek en Waterland.

De regio-commissie in de Zaanstreek is begonnen in 1950. Het ijveren voor een goed uiterlijk van bouwontwerpen kreeg een enorme stimulans toen in 1920 het rijk voor het eerst een premie-regeling instelde die beoogde de volkswoningbouw te stimuleren. Een van de voorwaarden was: De faciliteiten zullen alleen worden verleend voor deugdelijke eenvoudige woningen zowel voor den kleinen middenstand, als voor arbeiders en in gemeenten waar een goede bouwpolitie deugdelijk toezicht houdt. De gevels van de woningen moeten voldoen aan redelijke eisen van welstand. Deze laatste zin in de voorwaarden voor het verkrijgen van een rijkspremie voor de woningbouw betekende een doorbraak voor de welstandszorg in Nederland.

Wettelijk kader

In de woningwet van 1901 werden geen eisen gesteld aan de vormtechnische kwaliteiten van een bouwwerk; in de woningwet van 1962 is de wettelijke grondslag gelegd voor de welstandszorg en wel in artikel 85 lid 3 van deze wet. De gemeenteraad wijst een deskundig college aan voor het schriftelijk uitbrengen van advies bij de toepassing van de voorschriften omtrent de welstand. Deze voorschriften worden in de model-bouwverordening verder uitgewerkt in artikel 34.

Elk bouwwerk, waarvoor een vergunning is aangevraagd moet in beginsel worden getoetst op drie criteria te weten:

  • -het bouwwerk op zichzelf;
  • -het bouwwerk in verband met de bestaande omgeving;
  • -het bouwwerk in verband met de te verwachten ontwikkeling van de omgeving.

In alle drie gevallen moet het uiterlijk van het bouwwerk voldoen aan redelijke eisen van welstand. Met het deskundig college wordt de welstandscommissie bedoeld. In de gemeente Zaanstad wordt ook bij een sloopaanvraag het advies gevraagd van de Welstandscommisie. Daartoe is de bouwverordening van Zaanstad op dit punt gewijzigd ten opzichte van de model-bouwverordening. Ook verzoeken tot het aanbrengen van reclames worden dikwijls in de welstandscommissie behandeld. Daarbij wordt, evenals bij bouwplannen, rekening gehouden met de plaatselijke situatie.

Organisatie en samenstelling commissies

De woningwet van 1962 schrijft de commissievorm dwingend voor. In de provincie Noord-Holland worden vele gemeentebesturen ten aanzien van de welstandszorg geadviseerd door de stichting Noordhollandse Welstandscommissie. Deze stichting heeft in overleg met de betreffende gemeentebesturen een aantal regio-commissies samengesteld, onder andere de commissie van Zaanstad en de commissie voor Waterland (Jisp, Wormer en andere gemeenten in Waterland). Een regio-commissie is meestal op de volgende wijze samengesteld:

  • a. voorzitter, is een bestuurder of ex-bestuurder van een gemeente in de regio:
  • b. gedelegeerde van de stichting Noordhollandse Welstandscommissie;
  • c. ambtenaren van de betreffende gemeenten;
  • d. particuliere deskundigen;
  • e. secretariaat, dat verzorgd wordt door een secretaresse van de stichting Noordhollandse Welstandscommissie.

De gedelegeerde van de stichting is een onafhankelijk architect. Zijn ontwerpen worden in een andere regio-commissie behandeld. De regio-commissies zijn onder andere samengesteld op grond van deskundigheid voor de verschillende facetten van het welstandswerk, bijvoorbeeld kennis van typisch Zaanse bouwstijl. In Oostzaan worden burgemeester en wethouders ten aanzien van de welstand geadviseerd door een zelfstandige, door de gemeenteraad vastgestelde deskundige commissie. Deze is niet aangesloten bij de stichting Noordhollandse Welstandscommissie.

Werkwijze

Na een verzoek aan de welstandscommissie kunnen belanghebbenden van bouwaanvragen deze aanvragen in een zitting toelichten. De vergaderingen zijn dus openbaar. Elke commissie houdt tweemaal per maand op tevoren vastgestelde dagen zitting. De bouwplannen worden in een commissie vaak toegelicht door een ambtenaar van bouw- en woningtoezicht uit de betreffende gemeente. Het overgrote deel van de bouwplannen, dat door de welstandscommissie wordt behandeld, wordt in de eerste ronde goedgekeurd.

Slechts een klein aantal plannen vraagt meer tijd en zorg. In het algemeen kan gesteld worden, dat de behandeling van een bouwplan in de welstandscommissie voor het bouwplan niet of gering vertragend werkt.
Bouwplannen in (uit oogpunt van historie) gevoelige gebieden.
In deze gebieden is bijzondere aandacht voor de welstand gewenst. Het uiterlijk en de plaatsing van een bouwwerk dient aan te sluiten bij het streekeigen (Zaans of Waterlands) karakter. Als voorbeeld: de welstandscommissie in Zaanstad heeft kunnen bewerkstelligen dat de zogenaamde Zweeds/Finse woningen zijn aangepast aan de typisch Zaanse houtbouw.

Th.C. van Boren.

Bronnen:

  • Jaarverslagen;
  • Welstandsnota (november 1981);
  • Nota relatie Stedebouw-Welstand (juni 1986);
  • Overzicht van belangrijke welstandsbepalingen (november 1979).

Genoemde bronnen zijn in het bezit van de stichting Noordhollandse Welstandscommissie.

  • welstandscommissie.txt
  • Laatst gewijzigd: 2018/01/05 00:58
  • door zaanlander