westinghouse

Bedrijf op het gebied van elektrische industrialisatie, onderdeel van het Amerikaanse Westinghouse Electric Comp, later van Internatio Müller; oorspronkelijk Sterel en Wechgelaar. In 1914 begonnen D. Sterel en D.J.H. Wechgelaar een eigen bedrijf, waarmee zij leidingen en lichtpunten aanlegden. In de Oostzijde openden zij een winkel, waarin zij voornamelijk lampen verkochten.

In 1938 werd besloten het installatiewerk bij particulieren en middenstanders af te stoten en sedertdien legde het bedrijf zich toe op bedrijven en schepen. In 1945 werd verhuisd naar een loods op het terrein van de Artillerie Inrichtingen. Nadien namen de activiteiten` mede door de komst van de elektronica, snel toe.

In 1954 werd verhuisd naar een groter complex aan de Cornelis van Uitgeeststraat 1 in Zaandam. Het bedrijf had toen 200 werknemers en filialen te Amsterdam (scheepsbouw), Delft en Hilversum. In 1964 werd Fris installatiebedrijf overgenomen en bewoog het bedrijf zich mede op het terrein van verwarming en airconditioning. In 1965 werden de belangen van Sterel en Wechgelaar gebundeld en ontstond Sterwech. Samenwerking met een Frans bedrijf leidde in 1966 tot Controle et Applications Sterwech (CAS).

In 1972 volgde de overname door het Amerikaanse Westinghouse Electric Corp te Pittsburgh; Zaandam werd de hoofdvestiging. In 1978 werd de naam van het Zaanse bedrijf omgezet in Westinghouse. In het begin van de jaren '80 werd Vetim bv afgestoten. In 1990 werd het bedrijf, dat toen een omzet had van circa f 75 miljoen, en verspreid over tien vestigingen circa 500 werknemers telde, van wie 200 in Zaandam, overgenomen door Internatio Müller nv te Rotterdam.

Westinghouse zal haar activiteiten voortzetten onder de naam Van Rietschoten & Houwens Zaandam en onderdeel vormen van de sector elektrotechniek van Internatio Müller. Westinghouse heeft vestigingen in Zaandam, Hilversum, Delft, Harderwijk en Groningen. Verder behoren Control Systems te Zaandam, Analyser Systems te Sint Maartensdijk, Safety Systems te Zoetermeer en Analyser Products te Zoetermeer tot de onderneming.

Reeds in 1991 werd bekend gemaakt dat Internatio Müller zich op termijn uit de installatietechniek zou terugtrekken. Het Rotterdamse concern leed over 1991 een verlies van 120 miljoen gulden, tegen een winst van 2,6 miljoen gulden het jaar daarvoor.

Verlies, vooral veroorzaakt door voorzieningen en boekverliezen bij de verkoop van ondernemingen en tegenvallers bij installatiewerkzaamheden op fregatten voor de Koninklijke Marine, Dat maakte de tweekoppige raad van bestuur van Internatio-Müller op 19 februari bekend. Mr. G.J. Doeksen, waarnemend voorzitter van de raad van bestuur sinds het vertrek van voorzitter drs. M. Thomassen eind vorig jaar, noemde 1991 een overgangsjaar. Over 1992 verwachtte hij een krachtig herstel dat zich zal uiten in een duidelijk positief resultaat.

Het verlies bij circa 3 miljard gulden omzet van Internatio-Müller was opgebouwd uit drie componenten. Op de gewone bedrijfsuitoefening verloor het concern 25 miljoen gulden. Zonder de financiële gevolgen van de ontwikkeling en installatie van automatiseringssystemen voor de acht M-fregatten voor de marine, zou het resultaat positief zijn geweest. Met de order is een bedrag van bijna zevenhonderd miljoen gulden gemoeid. Installatiebedrijf Van Rietschoten & Houwens Defensiesystemen in Rotterdam werd verantwoordelijk gehouden voor de problemen bij de schuiten.

Het verlies op gewone bedrijfsuitoefening werd ook nog eens belast met een verlies van ruim 20 miljoen gulden van de inmiddels verkochte bedrijven. De bedrijven uit de metaalverwerkende VIM-groep, Dru, De Etna, leden verliezen van enkele miljoenen. Buitengewone lasten ter waarde van 90 miljoen gulden zijn dé tweede component waaruit het verlies bestaat. Dit bedrag is opgebouwd uit reorganisatie-voorzieningen en boekverliezen op verkochte bedrijven.

April 1991 maakte Internatio-Muller bekend twee kernactiviteiten af te stoten: handel en installatietechniek. Sinds april 1991 verkocht Internatio-Müller 32 werkmaatschappijen met een jaaromzet van 600 miljoen gulden en 2.300 personeelsleden. Toch bleef de omzet van Internatio-Müller gelijk aan 1990. Het totaal aantal werknemers bedroeg 10.000. De overige vijf miljoen gulden verlies werden veroorzaakt door deelnemingen. Containeroverslagbedrijf ECT, waarin Internatio-Müller een belang van 44 procent heeft, is voor een belangrijk deel verantwoordelijk. Over 1991 leed ECT een verlies van 9 miljoen gulden.

  • westinghouse.txt
  • Laatst gewijzigd: 2017/01/13 15:16
  • door zaanlander