anarchisme

Theorie die een maatschappelijke ordening met de grootst denkbare autonomie van het individu nastreeft en als consequentie hiervan de volledige afwezigheid van elke regeerdwang beoogt. Deze beginselen zijn al zeer oud, ze zijn als filosofisch toekomstideaal reeds verdedigd door Zeno (342-270 v.Chr.), stichter van de Stoïcijnse school.

Deze idealistische visie, waarbij niet naar anarchie of, in het gewone spraakgebruik, chaos wordt gestreefd, maar naar een volkomen op individuele vrijheid gebaseerde orde, is door degenen die een op macht gebaseerd gezag voorstaan altijd bestreden met verdachtmakingen en niet zelden met harde hand.

Overheid en kerk hebben door de eeuwen heen anarchistische tendensen als strijdig met de leer veroordeeld; in de middeleeuwen waren lijfstraffen en brandstapel geëigende middelen voor een effectieve vervolging.

Modern anarchisme

Het meer moderne anarchisme begon met de geschriften van de Franse filosoof Pierre Joseph Proudhon (1809-1865), die als socialist stelling nam tegen de hem fel bestrijdende Marx. Proudhon's invloed op de Franse arbeidersklasse was groot. Hij verwierp aanvankelijk geweld, maar kwam later tot de stelling dat geweld ter bereiking van de anarchistische doelstellingen onvermijdelijk zou zijn. Deze gedachte is veel verder uitgebreid door Max Stirner (1806-1857), die meende dat de enkeling zonder plichten is en dat de armen zich aaneen dienen te sluiten om de staat te vernietigen. Daarmee was de grondslag gelegd voor extreem 'anarchisme van geweld', dat verder voortdurend aanhangers heeft gehad.

Michael Bakoenin

De Rus Michael Bakoenin (1814-1876) werkte de anarchistische ideeën praktisch uit in het Internationaal Verbond der Socialistische Democratie, dat in verschillende landen zoals Italië en Spanje grote aanhang verwierf.

Doel was de oprichting van geheime clubs, die de generale staf moesten vormen bij de naderende revolutie. Het gehele volk moest tot deze revolutie worden opgeruid. 'De enige revolutie die het volk tot heil zal zijn, is die welke elk staatsbegrip met woord en daad uitroeit. Ons werk is de verschrikkelijke, totale, onverbiddelijke en algemene vernietiging.'

Na aanvankelijke samenwerking tussen Bakoenin's Verbond en de door Karl Marx geleide Internationale Arbeiders Vereeniging, kwam het tot een botsing. Tijdens het Haagse congres van de Eerste Internationale in 1872 kozen de Nederlandse afgevaardigden Dave en Gerhard de zijde van Bakoenin, en nadien die van de opgerichte anti-autoritaire Internationale. Verdere ontwikkeling van het door Bakoenin voorgestane anarchisme had in internationaal opzicht niet meer plaats.

Anarchisme in Nederland

Het gewelddadig anarchisme heeft op nationaal niveau in verschillende landen en tot na de Tweede Wereldoorlog van tijd tot tijd de kop opgestoken. In Nederland heeft het geen wortel kunnen schieten. Wél was en is er in ons land belangstelling en aanhang voor het anarchisme in idealistische zin, als uiterste consequentie van vrijzinnigheid.

Het lijkt onjuist om, zoals wel eens is gesuggereerd, de ontkerkelijking in verband te brengen met het immers alle gezag verwerpende anarchistische gedachtegoed. Hoogstens zou op een overeenkomst in de bewustwording (ook vrijmaking genoemd) gewezen kunnen worden, maar overigens berust deze leegloop blijkbaar vrijwel uitsluitend op praktische overwegingen.

Van heel andere aard is de afwijzing van kerkelijke voorschriften door een relatief kleine groep christen-anarchisten die weloverwogen voor het individueel geloof opkomen, en die de leer van Christus allereerst als een bevrijdingsleer voor individuen beschouwen, die niet door dogmatiek beknot mag worden. In intellectueel opzicht is de invloed van het 'zachte anarchisme', dat gekenmerkt kan worden als een optimistisch, vreedzaam, strijdbaar vooruitgangsgeloof en dat destijds werd uitgedragen door bijvoorbeeld de literatoren Henriëtte Roland Holst en Herman Gorter, waarschijnlijk van groter belang geweest dan wel eens wordt aangenomen.

Het paste in de door veel idealisme bewogen periode rond 1900, die ook in meer praktisch-politieke zin een ontwikkeling naar anarchisme heeft laten zien. Daarbij zij gedacht aan de breuk in de vroege socialistische organisatie, waardoor de volgelingen van Ferdinand Domela Nieuwenhuis (1846-1919) zich isoleerden van daadwerkelijke deelname aan de politiek uit een overtuiging die gaandeweg meer anarchistische trekken vertoonde.

Anarchisme in de Zaanstreek

Ook en juist in de Zaanstreek is een groot deel der arbeidersbevolking lange tijd sterk door de ideeën van Domela Nieuwenhuis beïnvloed gebleven, met onmiddellijke gevolgen, zoals toenemende sociale betrokkenheid en een militant klasse-bewustzijn. Dit werkte aanvankelijk op zijn minst ook door in de bereidheid tot zelfstudie, de drankbestrijding, Esperanto en de deelname aan cultuurbeoefening als koren, muziek- en toneelgezelschappen.

Het is niet ondenkbaar dat deze ontwikkeling zowel bijdroeg aan het imago van zelfbewuste vrijmoedigheid, dat Zaankanters lange tijd is toegedacht, als dat van de Rode Zaanstreek. Mogelijk sloot het Vrije Socialisme van Domela Nieuwenhuis aan bij de Zaanse mentaliteit, de neiging tot relativeren en de reeds bestaande kerkelijke vrijzinnigheid.

Gezegd wordt dat het Domela Nieuwenhuis-socialisme leidde tot een latere verbrokkeling, die in de Zaanstreek tot uitdrukking kwam in vooroorlogs politiek succes van socialistische splinterpartijen en een relatief grote toeloop naar de communistische beweging. In dit opzicht kan dan de invloed van het anarchisme op de Zaanse samenleving niet worden ontkend.

Tenslotte kan ook worden gewezen op de door de Vrije Socialisten bevorderde oprichting van een Libertaire school, die in haar opzet volledig paste in het idealistisch anarchistische maatschappijbeeld van een niet onaanzienlijke groep Zaankanters.

K. Woudt

  • anarchisme.txt
  • Laatst gewijzigd: 2017/02/28 12:36
  • door zaanlander