april_meistakingen

De tweede grote staking dateert van april/mei 1943. De directe aanleiding was het in Berlijn genomen besluit dat Nederlandse militairen van mei 1940 alsnog in krijgsgevangenschap zouden worden genomen. Aan die staking werd in de Zaanstreek voornamelijk in Krommenie meegedaan. Vrijdag 30 april legden 700 arbeiders van de Verenigde Blikfabrieken het werk neer.

Zaterdag 1 mei werden op bevel van de bezetter dertien werknemers gearresteerd, twaalf Krommenieërs en een Assendelver. Zij waren:

  • Hendrik Blank, Zuiderhoofdstraat 73,
  • Henk Heij, Klaas Katerstraat 13,
  • Jacob Kramer, Militaireweg 93,
  • Johan van Lemmeren, Militaireweg 81,
  • Pieter van Loon, Militaireweg 20,
  • Gerke Mastenbroek, Heiligeweg 116,
  • Frans Jan Offenberg, Militaireweg 124,
  • Klaas Oosthuizen (44)
  • Klaas van Veen, Schoolstraat 22,
  • Willem van 't Veer, Blok 30,
  • Willem Vredenburg, Klaas Katerstraat 17,
  • Gerard Wiersma, Emmastraat 19, allen te Krommenie
  • Theodorus Rijkhoff, Dorpsstraat 707, Assendelft

Vier van hen werden de volgende dag na een 'proces' bij een standgerecht doodgeschoten. Dat waren:

De andere ter dood veroordeelden werden naar concentratiekampen gebracht. Zes van hen kwamen daar tussen 1943 en 1945 om het leven:

  • Wilhelmus Petrus Johannes Duijn (32) stierf op 23 mei 1945 te Braunschweig.
  • Henk Heij, stond als vermist te boek. Naspeuringen van zijn neef Willem Evertse leidden in 2014 tot het vermoeden dat Henk Heij begin mei 1945 in Dachau om het leven is gekomen.
  • Gerke Gerrit Mastenbroek (46) maakte in Dachau de bevrijding mee maar stierf op de terugweg in Vught op 1 juni 1945.
  • Klaas Oosthuizen (44) stierf op 26 september 1943 als gevolg van de ontberingen in kamp Vught.
  • Klaas van Veen werd op transport gesteld naar Dachau, waar hij op 13 juli 1944 werd terechtgesteld.(23)
  • Willem van 't Veer (33) overleed in concentratiekamp Dachau op 26 februari 1945.

Vier ter dood veroordeelden overleefden hun veroordeling:

„Een dag van dolle paniek“, zei burgemeester De Boer van Assendelft er later van. De anderen waren ook ter dood veroordeeld, maar zij mochten verzoeken tot matiging indienen. De beoordeling daarvan hing mede of van het wel of niet hervatten van het werk in Krommenie, de volgende dag. Het werk werd hervat.

Het gerucht ging, dat de namen van de twaalf aan de SD waren opgegeven door NSB-burgemeester A.G.Jongsma, die nu eenmaal mede door zijn onbeheerste, rauwe optreden, een uiterst kwalijke reputatie had. Ook volgens Bouman heeft Jongsma ze opgegeven. Jongsma zelf ontkende het tijdens zijn proces. Na de oorlog heeft Jongsma gezegd, dat in de kring van de directie van de Blikfabrieken de namen waren genoemd.

In Wormerveer waren zaterdagmiddag vier arbeiders gearresteerd, maar die werden zondags vrijgelaten. De staking was maandag 3 mei grotendeels over. Alleen hier en daar in het zuiden en in de kop van Friesland, ten noorden van Dokkum, is nog een paar dagen langer gestaakt.

Er is in deze stakingsdagen veel moed getoond, ook door een man als de burgemeester van Werkendam. Hij kreeg opdracht een lijst te maken met tien namen van ingezetenen, die bij voortduren van de staking doodgeschoten zouden worden. Hij zette er maar drie namen op: die van zichzelf als eerste en, met hun toestemming, die van de twee plaatselijke predikanten.

Wegens de staking zijn 80 mensen na vonnissen doodgeschoten. Zestig verloren het leven en 400 raakten gewond door geweervuur van de Duitsers op mensenmenigten. In Marum werden 18 mensen, onder wie een jongen van 13, doodgeschoten, nadat een omgezaagde boom bij toeval over de weg was gevallen. De Duitsers beschouwden dat als sabotage.

De april/meistaking had drie kenmerken:

  • 1. Zij was veel omvangrijker dan de februaristaking van 1941, zowel naar gebied als naar aantal deelnemers. Aan deze staking deden de mensen van het platteland mee. Dit is ook voor later belangrijk geweest. Voor het eerst had het platteland aan den lijve ondervonden, wat de terreur van de Duitsers was. Dat vergrootte daar aanzienlijk de bereidheid mensen uit de steden te laten onderduiken.
  • 2. Het aantal slachtoffers was veel groter dan van de februaristaking.
  • 3. Amsterdam en Zaandam, een kleine uitzondering buiten beschouwing gelaten, deden niet mee. De Jong en Bouman noemen daarvoor als redenen: de herinnering aan het neerslaan van de februaristaking, de deprimerende invloed van het beeld van de jodendeportaties op de Amsterdammers en daardoor indirect op de Zaandammers, omdat die nu eenmaal altijd de neiging hebben rekening te houden met wat de Amsterdammers doen, en het feit, dat de SD in april zware slagen aan de illegale CPN had toegebracht.

Willy Lages, een beruchte SD-er in Amsterdam, noemde in een direct na de staking geschreven rapport de verzwakking van de CPN als voorname factor voor het niet-staken in Amsterdam en Zaandam. Het was intussen niet zo, dat de CPN volledig passief was. Volgens Maas heeft de Zaanse CPN in Wormerveer en Krommenie een door hem geschreven pamflet uitgegeven.

Van het naar verzamelpunten jagen en deporteren van de joden in Amsterdam ging een deprimerende invloed op de Amsterdammers en indirect op de Zaandammers uit. De Duitsers gedroegen zich na de staking geenszins terughoudend. Eerder was het tegendeel het geval. Ze zetten nu hard door.

Nieuwe orders luidden:

  • 5 mei: alle studenten, die geweigerd hadden de loyaliteitsverklaring te tekenen, moesten zich melden.
  • 7 mei: alle mannen van 18 tot 35 jaar moesten zich voor tewerkstelling in Duitsland laten inschrijven bij het arbeidsbureau.
  • 13 mei: de radiotoestellen moesten worden ingeleverd.

Het standaardwerk De April-Mei-stakingen van 1943 (1950) van dr. P. J. Bouman is digitaal te raadplegen op de website van het NIOD Instituut voor Oorlogs,- Holocaust en Genocidestudies.

Zie: Tweede Wereldoorlog 3.

  • april_meistakingen.txt
  • Laatst gewijzigd: 2018/01/06 15:31
  • door zaanlander