bankwezen

Banken zijn ondernemingen met als historische hoofdfunctie het verlenen van bemiddeling tussen vraag en aanbod van krediet. Zij hebben in de loop der tijd tal van nevenfuncties tot zich getrokken met het doel het financieel verkeer te vergemakkelijken en bewegen zich tegenwoordig ook in zekere mate op het terrein van bepaalde verzekeringen, als beleggingsadviseurs en als reisbureaus.

De laatste activiteiten buiten beschouwing latend kan worden gesteld dat banken ruwweg kunnen worden onderscheiden in handelsbanken (ook: deposito- of algemene banken), spaarbanken, hypotheekbanken, industriebanken en banken van lening. Dit onderscheid vervaagde echter doordat de grote handelsbanken hun werkterrein verbreedden door zich zowel op de (kleine) spaarders te richten als op hypotheekverstrekking en het verlenen van kredieten aan het bedrijfsleven.

Naast deze uitbreiding van activiteiten hebben de grote bankondernemingen bovendien een grote spreiding nagestreefd door de inrichting van veel kantoren en bijkantoren, enerzijds tot in de kleinste gemeenten in eigen land, anderzijds als vestigingen in het buitenland. Als zodanig zijn onder meer de ABN AMRO, Rabobank, ING, elk met een eigen identiteit, op vrijwel alle bancaire gebieden actief. Gedurende de laatste jaren hebben deze en andere banken doelgericht het toenemend gebruik van 'plastic geld' nagestreefd, dat wil zeggen de verrekening van ook kleine bedragen met behulp van betaalkaarten, -pasjes enzovoort.

Door de toepassing van steeds geavanceerdere elektronische hulpmiddelen wordt getracht de fraude-gevoeligheid van deze nieuwe en sterk groeiende vorm van betalingsverkeer te beperken. In het algemeen gezegd is de invloed van de banken vooral in de laatste decennia aanzienlijk toegenomen. Dit biedt voordelen, maar houdt ook bepaalde risico's in. Hoewel bij de kredietverlening aan particulieren en bedrijven strikte voorwaarden worden gehanteerd, die tevoren aan geldnemers bekend worden gemaakt, blijkt in de praktijk soms dat men te lichtvaardig schulden aangaat. Van de banken mag daarbij geen 'sociale opstelling' worden verwacht. Op alle banken wordt van rijkswege nauwlettend toezicht uitgeoefend.

Banken in de Zaanstreek. De hiervoor genoemde banken zijn met één of meerdere kantoren in de Zaanstreek vertegenwoordigd.

De VSB Groep, waarbij VSB staat voor Verenigde Spaarbank, was een Nederlandse bank die is opgegaan in de Fortis Bank. Na de kredietcrisis is de Nederlandse tak van de Fortis Bank en de Generale Bank Nederland waar de VSB Groep onderdeel van was, opgegaan in ABN AMRO.

De eerdere Boerenleenbank en Raiffeisenbank gingen in 1972 op in de organisatie Rabobank, waardoor hun zelfstandigheid ten dele verloren ging.

Een afzonderlijke plaats wordt ingenomen door de Gemeentelijke Kredietbank Zaanstreek Zie ook: Bank van lening.

Redenen waarom geen specifieke Zaanse bank ontstond. De kiem voor de latere grote handelsbanken is in de tweede helft van de vorige eeuw gelegd. De aanzet tot de Twentsche bank is in 1861 gegeven, korte tijd daarna ontstonden groeiende bankinstellingen ten dienste van het bedrijfsleven in Amsterdam en Rotterdam. Waar de Zaanstreek wat betreft handel en nijverheid toen een relatief belangrijke rol speelde, is meermalen de vraag gesteld waarom, in het spoor van de ontwikkelingen elders, in de vorige eeuw geen Zaanse bank is ontstaan. Hoewel negatieve vermeldingen in deze encyclopedie als zinloos worden beschouwd, is een antwoord op deze vraag voldoende relevant. Het is bij onderzoek van 19e- en vroeg 20e-eeuwse boekhoudingen van een aantal grote Zaanse bedrijven namelijk gebleken dat deze niet zelden forse bedragen aan en van elkaar leenden. Er werd daarbij een zeer lage rente berekend, waardoor deze onderlinge financiering aanzienlijk voordeliger was dan bankkrediet. De omstandigheid dat de liquiditeitsbehoefte voor de verschillende branches niet aan dezelfde seizoenen was gebonden heeft waarschijnlijk een zekere rol gespeeld, maar zeker even belangrijk was het feit dat vele ondernemers door familie- en vriendschapsbanden verbonden waren en elkaar onvoorwaardelijk vertrouwden. Schuldbekentenissen ontbraken veelal, men volstond met een wederzijdse boekhoudkundige notitie.

Het is welhaast zeker dat dit gebruik ook eerder in zwang was, mogelijk is het gegroeid in de tijd van de Partenrederij, die ook een vorm van gezamenlijke financiering behelsde. De laatste vermelding is gevonden voor het jaar 1908. Het ging meermalen om bedragen van tienduizenden guldens, bijvoorbeeld ter bekostiging van nieuwbouw, de aanschaffing van machines of investering in voorraden, feitelijk de redenen waarom het bedrijfsleven zich nu tot de banken wendt. Verondersteld mag worden dat deze regelmatig voorkomende onderlinge bijstand tegen lage (soms zelf geen) vergoeding de behoefte aan een 'Zaanse bank' niet heeft doen opkomen. Overigens heeft er in het begin van deze eeuw wel enkele tientallen jaren een Zaanse Credietbank bestaan, die zich echter voornamelijk inspande voor verstrekking van krediet aan middenstands-(winkel-)bedrijven, terwijl ook een kleine Zaanlandsche Bank in de noordelijke Zaanstreek nog in de herinnering voortleeft door een spraakmakende deconfiture (= bankroet) in 1935. Het spaargeld van ettelijke kleine luiden is toen namelijk ten gevolge van speculaties door de eigenaar/bankier verloren gegaan.

  • bankwezen.txt
  • Laatst gewijzigd: 2017/07/30 22:11
  • door zaanlander