bernhardbrug

Prins Bernhardbrug te Zaandam, gezien naar het westen. Op de achtergrond de grote, inmiddels verdwenen, gashouder van het gemeentelijk gasbedrijf.

Rolbasculebrug, ontworpen en uitgevoerd door bouwkundig opzichter D. Voet, werkzaam sedert 1919 bij de dienst Gemeentewerken. Aanvankelijk één der twee, later drie en nog later één der vier bruggen, de in 1938 meest noordelijke, die het gemotoriseerd verkeer in Zaandam tussen Westzijde en Oostzijde met elkaar verbonden, gebouwd in 1938-'41.

In 1934 werd tot de aanleg van de Prins Bernhardbrug besloten, mede op grond van een verzoek van het Departement Zaanstreek van de Nederlandse Maatschappij voor Nijverheid en Handel, die de brug overigens bij voorkeur ter hoogte van de Bullekerk zag verrijzen. De bestaande, te smalle en vervallen Hoopbrug moest worden vervangen door een nieuwe oeververbinding. De lange tijd van voorbereiding was het gevolg van een aantal slepende onteigenings-procedures.

Tot de komst van de Prins Bernhardbrug was er maar één fatsoenlijke oeververbinding voor gemotoriseerd verkeer over de Zaan, de uit 1903 stammende Wilhelminabrug in het centrum. Weliswaar was er de Julianabrug in Zaandijk, in 1936 persoonlijk geopend door de naamgeefster, maar deze lag ver uit de route. Bovendien was de Wilhelminabrug te smal om het toegenomen personen- en vrachtverkeer aan te kunnen. Het was dus in de jaren dertig, met de snelle opkomst van de auto, een hele toer om de Zaan over te steken. Niet verwonderlijk dat men het tijd vond om deze bottleneck te ontlasten met een nieuwe brug over de Zaan: de Prins Bernhardbrug.

Op 23 februari 1939 werd de onderbouw van de brug aanbesteed; het maken van de bovenbouw was eerder opgedragen aan de NV Machinefabriek en Constructiewerkplaats Gebr. Klinkenberg te Wormerveer (aanneemsom f 79.400). Op 3 maart 1939 volgde gunning aan de N.V. Aannemingsmaatschappij v/h. J.B. Vermorken & Co. te Amsterdam (f 160.430). De dienst van Openbare Werken heeft het niet willen wagen om de brug te voorzien van een gelaste bovenbouw, maar van geklonken constructie. De nieuwe brug werd twee meter breder dan de Julianabrug. Half maart werd met het werk begonnen.

In de 83 meter brede Zaan werd een 38 meter doorsnee bouwput gerealiseerd. Na enige tijd kon de bouwput worden leeggepompt. Lekken van betekenis deden zich niet voor. Maar plotseling kwam tegenslag. Op de dag dat uitgerekend de burgemeester op bezoek was om een kijkje op het werk te nemen, begaf de damwand het. Met donderend geweld raasde het vijf meter hoog staande water de bouwput binnen. Binnen een kwartier was deze tot de rand gevuld.

Opnieuw werd de put leeggepompt en bleek dat slappe bodem onderin de damwand de druk niet had kunnen weerstaan. Een ‘kleine grondverbetering’ vond plaats om herhaling te voorkomen. Rond de kritieke plaats werd enige honderden kubieke meters zand gestort om de bodem te verstevigen. Een tweede ring werd om de put gebouwd zodat de damwand in een stevige ring was gevat. Van tegenslagen was geen sprake meer.

Ingevolge de belangen van de scheepvaart heeft men de Zaan niet op de volle breedte kunnen afdammen. Aan de oostelijke kant was een doorgang vrijgelaten, waar schepen kunnen passeren. Zodra de werkzaamheden in de grote put waren gevorderd, werd aan de oostelijke Zaanoever een kleine put gemaakt en werd de vaart verlegd.

Brug van betekenis

In Noord-Holland wordt het een brug van grote betekenis, niet alleen voor het plaatselijk verkeer, maar ook voor interlokaal vervoer. De brug geeft via de J.A. Laanweg aansluiting op de Provincialeweg, maar ook op de Kepplerstraat, verantwoordelijk voor de doorstroming van en naar de Coentunnel.

Waarop de brug rust

De Zaanbrug rust op vijf pijlers en twee landhoofden. De doorvaarten zijn acht meter breed zijn. De brug heeft een breedte van dertien meter. Aan weerszijden voetpaden van elk twee meter, fietspaden van anderhalve meter en rijvlakken van elk drie meter. De toegang van de Westzijde naar de brug is achttien meter breed, twaalf meter rijweg en twee trottoirs van elk drie meter. Ruim 72 kubieke meter Noors graniet is gebruikt voor de hoekstukken, de pijlers, de afdekstukken en de landhoofden van de brug. Verder is er 110 ton betonijzer verwerkt. Ruim 900 palen, in lengte variërend van 13 tot 18 meter, werden ingeslagen. Ongeveer 400 verdwenen in de Zaanbodem.

Door vertragingen als gevolg van de in 1940 uitgebroken oorlog werd de begroting overschreden. In 1941 werd de brug zonder vertoon opengesteld. Het gemeentebestuur verkoos de brug te vernoemen naar Pieter Jelles Troelstra (1860-1930), voorman van de socialistische partij en fel gekant tegen de monarchie, omdat tijdens de bezetter de naam van een lid van het koninklijk huis niet toestond. Kort na de bevrijding, op 26 juni 1946, dook Prins Bernhard op bij de officiële gebeurtenis waarbij de brug, zoals al in 1938 de bedoeling was, zijn naam ontving. De aansluitende wegen, bestaand uit de Vincent van Goghweg en de Prins Bernhardweg, moesten toen nog worden aangelegd.

Onlosmakelijk aan de geschiedenis van de Prins Bernhardbrug verbonden is de moordpartij op vijf verzetsstrijders uit Alkmaar die op 10 maart 1945 in de directe omgeving van het leven werden beroofd. Het betrof een represaille vanwege de aanslag op een lid van de waterpolitie. In 1948 werd een monument onthuld met daarop de namen van de omgekomenen, G. H. Cevat, A. J. v. d. Kamer. J. P. J. van Roon, A. Rempt en W. Zwart.

De belendingen van de westelijke afrit waren weinig fraai: aan de ene kant het pand van de Eerste Nederlandse Stoom Ouwel Fabriek ofwel de ENSOF, aan de andere kant gashouders van het Zaandamse gasbedrijf. Pas in 1988 kreeg deze afrit door nieuwe bouwwerken zoals het toenmalige kantoor van de Kamer van Koophandel, meer allure.

Vanaf oktober 1948 werd het vrachtauto’s met een asdruk boven de 1200 kg verboden nog gebruik te maken van de ‘Sluis der Zuchten’, de zuidelijk gelegen Wilhelminabrug die daartoe ongeschikt werd geacht. Zwaar verkeer diende uit te wijken naar de Prins Bernhardbrug.

De tweebaans Bernhardbrug bleek enkele jaren voor de opening van de Coentunnel een obstakel. De brug stond dagelijks vijftig tot zestig keer open en de wachttijd van gemiddeld vijf uur per dag nam toe vanwege de geringe doorvaarthoogte. De brug ging maar langzaam open en dicht. De gemeente zocht naar oplossingen en gaf in 1966 opdracht tot verbreding waarmee het aantal rijbanen op vier kwam. Ook het brugwachtershuisje, de slagbomen en de brugrailing ondergingen een metamorfose. Aan weerszijden van de brug werden voetpaden aangebracht waardoor meer ruimte vrij kwam voor fietspaden.

Aanvankelijk wrong het verkeer zich in noordelijke richting vanuit de Coentunnel een baan via de Zaandamse Thorbeckeweg en Kepplerstraat. Een jaar na de opening kon gebruik gemaakt worden van een in het Oostzanerveld gelegen nieuw gedeelte van de Coentunnelweg, de A8 in wording. Via een rotonde, het Koningin Julianaplein, kon de weg worden vervolgd over de Prins Bernhardbrug. Het Coentunnelviaduct, onderdeel van de A8 over de Zaan tussen Zaandam en Koog aan de Zaan werd eind 1968 geopend waarmee de druk op de Prins Bernhardbrug afnam.

De coaster „Alcmaria“ met als kapitein W.F.G Wiese en eigendom van de houthandel Conijn N.V. ramde november 1970 op weg van Alkmaar naar zee de noordzijde van de Prins Bernhardbrug.

Eind september 2005 werd gestart met de sloop van de Prins Bernhardbrug te Zaandam. De oude brug was versleten en had zijn beste tijd gehad. Na de sloop kon de Combinatie Prins Bernhardbrug(CPB) bestaande uit BAM Civiel NW en Mercon Steel Structures beginnen aan de opbouw van de nieuwe staartbrug, in grote lijnen bestaand uit een beweegbaar deel met een totale breedte van 32 meter en een doorvaartbreedte van 18 meter, betonnen aanbruggen voor het snelverkeer en stalen aanbruggen voor het langzame verkeer. De brug moest zowel op afstand als lokaal bediend kunnen worden. Het Friese Molenmaker Techniek BV uit Sneek kreeg van Mercon de opdracht voor de engineering, levering en bedrijfsvaardig opleveren van de elektro/ hydraulische aandrijving van de brug.

Begin september werd de ballastkist door Mammoet geladen in Gorinchem. Via de staande mastenroute (Gouda, Amsterdam) werd naar Zaandam gevaren waar de ballastkist met drie bokken is geplaatst in en op de pijler. Drie weken later werd ook het rijdek van Gorinchem naar Zaandam gevaren en over de doorvaart geplaatst. Eind oktober werden de vier trapbruggen met een 650-tons hydraulische kraan geladen in Gorinchem, getransporteerd naar Zaandam en geplaatst met de bok Amsterdam langs de betonnen aanbruggen. Zaterdag werd in alle vroegte de op één na grootste brugklep van Nederland geplaatst, met een gewicht van 240 ton.

De Prins Bernhardbrug is één van de belangrijkste schakels in het verkeer van Zaanstad. Komende vanaf de snelweg levert het de automobilist het eerste contact op met de Zaan. Op het hoogste punt van de brug is er een wijds uitzicht over het water. De brug is één van de vier oeververbindingen tussen oost en west.

De beide hoge contragewichten verschaffen de brug een monumentaal karakter. Het bewegingsmechanisme van de Prins Bernhardbrug is technisch eenvoudig en ruimtelijk spectaculair. Het contragewicht van de brug is opgenomen in de beide hoge vleugels en de bal onder aan het dek. Bij het openen van de brug gaat een deel van het dek naar beneden en een deel omhoog. In normale gevallen gaat de brug ongeveer tot 45 graden open. Hierdoor is de openings- en sluitingstijd relatief kort en de verkeershinder minimaal. Voor uitzonderlijk transport kan de brug tot 85 graden worden geopend, waarmee passage van hoge objecten als silo’s is gegarandeerd.

Ten behoeve van kleinere scheepspassage ligt het dek vrij hoog boven het water, de aanbruggen zijn dus lang en daardoor is de connectie met de kade verbroken. Dit wordt hersteld door de hellingbanen die aan de hoofdconstructie ‘hangen’ en de voor langzaam verkeer zo belangrijke verbinding tussen brug en kade maken. Het levert de brug visuele rijkdom en gebruiksdiversiteit op. Het heeft geleid tot de nominatie Nationale Staalprijs 2006.

,,Niettemin” stelt Schuttevaer's afdelingsbestuurder Leo Dekker, ,,gaat er veel mis bij de bouw van de nieuwe Bernhardbrug. De brug heeft een remmingwerk gekregen dat geschikt is voor Madurodam, maar totaal niet voor de huidige vaart. Wij hebben daarvoor gewaarschuwd, maar dat heeft niet geholpen. En nu de fietsbruggen aan de brug zijn gehangen, blijkt dat de aanbruggen over het vaarwater steken. De doorvaartbreedte is nu verkleind van de beloofde achttien naar vijftien meter. Hier gebeuren dingen, die echt ongelooflijk zijn.” Zowel Dekker als sluiswachter Cees van Vliet zeggen de politiek onbenaderbaar te vinden. Dekker heeft zelfs alle vertrouwen in de gemeentelijke bestuurders verloren.

  • bernhardbrug.txt
  • Laatst gewijzigd: 2018/02/06 21:17
  • door zaanlander