beurs

Gebouw waar kooplieden op gezette tijden bijeen komen om te handelen of over handelszaken te overleggen. In de Zaanstreek heeft in deze zin geen beurs bestaan, althans niet officieel. Zaanse kooplieden gingen al in de 17e eeuw varend naar Amsterdam om daar de beurzen in verschillende grondstoffen of producten te bezoeken. Hierbij moet niet in de eerste plaats worden gedacht aan de latere Koopmansbeurs (vóór de beurs van Berlage was dat een in 1840-1842 door de architect J.D. Zocher ontworpen gebouw), maar aan vaste samenkomsten in herbergen, en later in café-restaurants en hotels, zoals de houtbeurs in de Kalverstraat.

Als regionaal trefpunt van enige betekenis kunnen de herbergen op en rond de Dam te Zaandam wel de functie van beurs hebben vervuld. Een in 1910 verbrand restaurant-hotel droeg daar zelfs de naam De Beurs. De Houtveilingen die in Zaandam tussen 1655 en 1811 met enige regelmaat zijn gehouden, hadden merendeels ook in deze herbergen plaats. Genoemd worden In de drie Swanen, de Hollantse Thuyn, In den Otter, 't Gemeen Landtshuys op de Grote Sluys, De vergulde Palm, De verdwaalde Boer en De oude Prins. In andere zin was er in alle dorpen langs de Zaan sprake van beurzen in verband met de vraag naar en het aanbod van arbeidskrachten.

Tot de Tweede Wereldoorlog is het gebruik gehandhaafd dat losse arbeiders (sjouwerlui en dergelijke) zich dagelijks op vaste punten verzamelden. Op deze 'arbeidsbeurzen' werd voortdurend een beroep gedaan door de eigenaars van fabrieken en pakhuizen, bijvoorbeeld voor het lossen en laden van schepen. De hierbij betrokken arbeiders hadden zich verzameld in ploegen (bijna overal bestond wel een “ gouden ploeg`) die als een soort communes het aangeboden werk aannamen. Het straatbeeld bij verschillende bruggen werd dikwijls bepaald door grote groepen op werk wachtende sjouwerlui.

[<2>]

  • beurs.txt
  • Laatst gewijzigd: 2016/02/01 15:06
  • door corrie