Voedsel, uit gekneed, gerezen en gebakken deeg van meel met water of melk bereid en als zodanig van oudsher het belangrijkste volksvoedsel. Brood wordt vervaardigd in bakkerijen, oorspronkelijk zeer ambachtelijke, kleinschalige bedrijven, waarvan er in elke gemeenschap een opmerkelijk aantal was gevestigd.

Enkele willekeurige voorbeelden uit het verleden geven hiervan een illustratie.

  • In 1742 waren in Krommenie 15 broodbakkers en 2 koekbakkers gevestigd. Dat wil zeggen één bakker op elke 200 inwoners.
  • In 1770 had Oostzaandam 37 broodbakkers dit is één op 180 inwoners.
  • In 1806 waren in Oostzaan 35 broodbakkers gevestigd op 886 bewoonde percelen.
  • In 1806 telde Westzaandam 28 bakkerijen en Oostzaandam 32, waarvan 9 koekbakkers.
  • In 1949 waren er alleen in Wormerveer nog 13 warme bakkers gevestigd.
  • In 1976 bedroeg het aantal in de gehele Zaanstreek: 61 broodbakkers. 2 broodfabrieken en 38 banketbakkers. Sindsdien is dit aantal nog enigszins verminderd.

Vergeleken bij de vooroorlogse situatie is het aantal bakkerijen aanzienlijk teruggelopen. Dit is een landelijk en in de Westerse wereld zelfs internationaal verschijnsel. In z'n algemeenheid valt dit toe te schrijven aan veranderingen in het koopgedrag en het winkelpatroon. Brood werd in toenemende mate te koop aangeboden door supermarkten en andere grote levensmiddelenbedrijven, die een lagere prijs konden hanteren en zelfs door middel van broodoorlogen een groter publiek aan zich trachtten te binden. Dit ging ten koste van de kleine en nog steeds ambachtelijke plaatselijke bakkerijen; door de overheid zijn vervolgens bodemprijzen vastgesteld om de zelfstandige bakkers tenminste enige bescherming tegen oneigenlijke concurrentie te bieden.

Aanvankelijk werden brood en banket door dezelfde bakkerijen vervaardigd. Pas in de 20e eeuw trad een specialisatie in en ontstonden afzonderlijke banketbakkerijen. Overigens vervaardigden de kleine broodbakkers doorgaans ook nog steeds banket, dat wil zeggen gebak en koekjes.

Een inmiddels geheel of bijna geheel verdwenen aspect van de bakkerij betreft de bezorging. Elke bakker ventte zijn producten dagelijks uit of liet dat doen. De bekende bakkerskarren zijn na de Tweede Wereldoorlog geleidelijk uit het straatbeeld verdwenen. Een aantal zelfstandige bakkerijen, in hun bestaan bedreigd door de broodverkopende levensmiddelenzaken, heeft zich weten te handhaven door enerzijds grote zorg te besteden aan de kwaliteit en anderzijds het aantal broodsoorten voortdurend uit te breiden.

Naast een modeverschijnsel als croissanterieën heeft de naoorlogse welvaart geleid tot een omvangrijk brood-assortiment, een specialisatie die door supermarkten en dergelijke niet is gevolgd en de warme bakkers overlevingskansen hebben geboden. Eenzelfde antwoord werd in een eerdere periode al gegeven op de opkomende stedelijke Broodfabrieken

Broodsoorten Ten onrechte wordt de duivekater tegenwoordig wel eens beschouwd als een specifiek Zaans gebak. Dit zoete en vaste brood van bijzondere vorm was vroeger, in de kersttijd echter bekend in grote delen van ons land. De duivekater heeft een interessante en tenminste duizendjarige geschiedenis en is thans buiten de Zaanstreek nauwelijks of niet verkrijgbaar.

Eveneens vrijwel onbekend buiten de Zaanstreek is het in schootjes verdeelde stroopbrood dat hier nog door verschillende bakkers wordt geleverd. Min of meer specifiek Zaans, niet tot de broodsoorten behorend, zijn de zogenoemde bolussen, een gebak van deeg en blanke stroop bestrooid met suiker en van bijzondere vorm. Het woord bolus is een nette en verhullende aanduiding van een drol. Andere koek- of banketsoorten die soms de toevoeging 'Echt Zaans' kregen, bijvoorbeeld taaitaai, stroopwafels, koeken en beschuit, zijn van oudsher ook buiten de Zaanstreek vervaardigd.

  • brood.txt
  • Laatst gewijzigd: 2017/07/12 00:25
  • door zaanlander