zaandijk

Voormalige zelfstandige gemeente in het centrum van de Zaanstreek. Sinds 1 januari 1974 deel uitmakend van de gemeente Zaanstad. Het bestuurlijke centrum van de nieuwe stad was lange tijd in Zaandijk (Bannehof) gevestigd. Zaandijk behoort tot de jongste dorpen van de Zaanstreek.

In 1494 kreeg Hendrik Pietersz, later bijgenaamd Oud-Hein, vergunning van schout en schepenen van de Banne van Westzanen een woning op de lage dijk langs de Zaan te bouwen. Naderhand ontstond hier een gehucht, dat naar Oud-Hein's vijf zonen d'Vijf Broers werd genoemd. Nog in het begin van de 17e eeuw werd deze naam voor Zaandijk gebezigd. Het dorp groeide uit tot een van de meest welvarende Zaangemeenten. De Gortershoek, gelegen aan de Zaan tegenover de Zaanse Schans, is daarvan nog steeds een getuigenis. Meermalen is gepoogd het dorp met één of meer buurgemeenten te verenigen. Gemeentebestuur en inwoners waren hier steeds fel tegen gekant, onder het motto 'Zaandijk moet Zaandijk blijven'.

Wel was er met name met Koog steeds een goede band, zowel op kerkelijk gebied als wat betreft het verenigingsleven. De buurgemeenten deelden ook het gezamenlijke NS-station en het postkantoor, beide op Koogs gebied. Tegen de samenvoeging tot Zaanstad heeft de bevolking zich opnieuw, zij het vergeefs, verzet.

Naam, bijnaam van de bewoners

Noch de eerste naam d'Vijf broers, noch de latere officiële naam Zaandijk behoeven nadere uitleg. De naam Zaandijk kwam pas aan het eind van de 16e eeuw in zwang. De Zaandijkers werden tot het einde van de 19e eeuw 'krentekakkers' genoemd in verband met hun vermeende gierigheid. Van dit laatste getuigt het vroegere scheldversje:
'Op Zendaik deer benne ze raik,
deer ete ze raist met krente.
Maar as op zundag de hoisbaas komt,
dan hebbe ze gien cente'. \\

Een variant van dit rijmpje luidde:
'Op Zendaik deer benne ze raik,
deer drage ze gouwe kappe.
Maar 's avens as de vraiers komme
den benne `t ouwe lappe`.

Wapen

Gemeentewapen Zaandijk. Bron Wikipedia

Het dorp Zaandijk maakte tot 1811 bestuurlijk deel uit van de Banne van Westzanen, dientengevolge had het geen eigen wapen. In 1816 koos men een gemeentewapen op basis van het banswapen. Leeuwen en velden verwisselden van kleur, waardoor het volgende wapen ontstond: 'Gevierendeeld; in het eerste en vierde kwartier een leeuw van keel (rood) in een zilveren veld, en in het tweede en derde kwartier een zilveren leeuw in een veld van keel. De leeuwen zijn naar elkaar toegewend.' Aldus de omschrijving van de Hoge Raad van Adel.

Omvang en oppervlakte

Ingeklemd tussen de Zaan, Wormerveer, Westzaan en Koog, lagen de grenzen van Zaandijk zo vast dat ze nooit een wijziging ondergingen. Afgezien van de Zaan vormden de Watermolensloot, de Watering en de Begijn- of Bagijnsloot de begrenzing. Met een oppervlakte van 209 hectare was Zaandijk een van de kleinste dorpen in de streek.

Bevolking

Ongeveer 50 jaar na de stichting, in 1543, had d'Vijf Broers naar schatting 75 tot 100 inwoners. Algemeen wordt verondersteld dat direct na de Spaanse tijd van 1578 af de bevolking ging toenemen, zoals dat ook in de andere Zaangemeenten het geval was. Het is echter onbekend hoe deze toename in Zaandijk verliep. Pas van 1742 af zijn betrouwbare gegevens beschikbaar. In dat jaar woonden er naar schatting 1291 personen.

Opmerkelijk is dat het aantal inwoners in de 18e eeuw nog toenam, terwijl elders algemeen een teruggang plaats had. Van der Woude weet dit aan de welvarende papiermakerij in Zaandijk. In 1795 woonden er 1480 personen in het dorp en in 1811 waren er 1573 inwoners, terwijl dit aantal vier jaar later was gestegen tot 1615. Ter vergelijking: tussen 1795 en 1815 liep de totale Zaanse bevolking terug met ongeveer 3500 personen, een daling van ongeveer 3,5 procent tegenover een stijging van ruim 9 procent in Zaandijk.

De groei van de bevolking zette zich sindsdien gestaag voort. In 1869 waren er 2225 Zaandijkers, in 1899 2480, in 1930 3099, in 1940 3775, in 1950 4666, in 1960 4935, in 1970 5704 en in 1980 6181. Vervolgens nam de bevolking door een teruglopende gemiddelde gezinsgrootte iets af. Op 1 januari 1989 had de voormalige gemeente Zaandijk 5976 inwoners.

Kerkelijke gezindheid

Het aantal lidmaten van de verschillende kerkgenootschappen is wat Zaandijk betreft pas van 1742 af bekend. In dat jaar woonden er bij benadering 840 gereformeerden, 380 doopsgezinden, 25 rooms-katholieken en 20 lutheranen. In 1811 was het aantal doopsgezinden gedaald tot 288, terwijl het aantal hervormden was gestegen tot 1182. Er waren nog 12 luthersen en hoewel het aantal rooms-katholieken zich meer dan verdubbeld had tot 61, bleef Zaandijk duidelijk een protestants dorp. In 1851 noteerde Van der Aa de volgende getallen: ruim 1600 hervormden, 520 doopsgezinden en 100 katholieken.

Tegen het einde van de 19e eeuw begon zich in Zaandijk al enigszins een ontkerkelijking af te tekenen. Het was het begin van een ontwikkeling die zich zou voortzetten: in 1947 had de helft van de bevolking, 2241 van de 4467 inwoners, geen godsdienst meer. Er waren toen 942 inwoners hervormd, 381 rooms-katholiek en 537 gereformeerd, terwijl de groep 'overige kerkelijke gezindheid' 366 personen omvatte. In 1966 telde men 2739 onkerkelijken in het dorp, 55 % van de bevolking, 868 hervormden, 534 rooms-katholieken, 442 gereformeerden en 335 'overigen'.

Politieke gezindheid

Zaandijk had steeds een kleine gemeenteraad, met aanvankelijk niet meer dan zeven zetels. De politieke partijen kwamen hierdoor, om toch enige invloed op het gemeentelijke beleid te hebben, nogal dikwijls tot het indienen van gezamenlijke verkiezingslijsten. Dit blijkt uit de tabel met de zetelverdeling in de Zaandijker raad door de jaren heen. Slechts een partij is sinds 1913 steeds in de raad vertegenwoordigd gebleven: de SDAP met als voortzetting na de Tweede Wereldoorlog de PvdA. Andere partijen die langdurig één of meer raadszetels bezetten, waren de Communistische Partij Holland CPH, later de CPN, de VVD en de Protestants Christelijke Groepering PCG, al dan niet in samenwerking met de Katholieke Volks Partij KVP.

Plaatselijke groeperingen waren ook enkele malen in de gemeenteraad vertegenwoordigd. In de jaren twintig won de lokale Arbeiderskiesvereniging 'Ons Belang' een zetel en zowel in 1935 en 1939, als in 1970 kreeg een lijst Gemeentebelangen veel stemmen, zodat respectievelijk 3, 2 en 2 raadszetels werden behaald. In 1913 en 1919 haalden de Anti-Revolutionairen één zetel. Bij volgende verkiezingen in 1923 en 1927, gingen zij een lijstverbinding aan met de Christelijk-Historischen en in 1935 vormde zich de combinatie ARP-RKSP. Na de Tweede Wereldoorlog gingen ARP en CHU samen als Protestants-Christelijke Groepering PCG, een groep die sinds 1966 een gezamenlijke lijst met de KVP vormde.

Burgemeesters

Tussen 1811 en 1974 had Zaandijk 14 burgemeesters. Aanvankelijk kwamen zij voort uit de gegoede burgerij van het dorp zelf. Zo was

  • Dirk IJff Cornelisz, de eerste 'maire' van 1811 tot 1813, notaris en secretaris van de Banne van Westzanen. Hij trad af wegens ziekte. Zijn opvolger was
  • Jan Koning, koopman en oliefabrikant, later ook mede-oprichter van de Brandwaarborg-maatschappij Koning & Boeke. Koning bleef tot 1825 burgemeester, hij was tevens gemeentesecretaris en van 1817 af bovendien nog schout. Notaris
  • Dirk Donker kwam in zijn plaats als burgemeester-secretaris en vervulde deze functies een kwart eeuw. In 1850 werd het bij wet verboden tegelijk notaris en burgemeester te zijn. Donker koos ten gunste van het notariaat. Hij trad af om te worden opgevolgd door
  • Dirk Vis, koopman uit Zaandijk, oliefabrikant, sinds 1851 ook raadslid, dat kon in die tijd, en later lid van Provinciale Staten. Het is aardig om hier te memoreren dat Vis in rechte lijn afstamde van de 'stichter' van Zaandijk, Oud-Hein (zie de trefwoorden 'geslacht Vis' en 'Viscoper'). Toen hij in 1867 verhuisde naar Beverwijk nam
  • Jacob Honig Jansz. Jr. het burgemeestersambt op zich. Honig werd weliswaar het meest bekend door zijn historische en letterkundige arbeid, maar was toch in de eerste plaats makelaar en assuradeur. Helaas kon hij het burgemeestersambt slechts drie jaar vervullen. Hij overleed in 1870.
  • J. Rems werd na ruim een jaar in 1872 benoemd tot burgemeester van Broek in Waterland en
  • L.G. Vernee vroeg nog geen zeven maanden na zijn aantreden in 1873 ontslag, omdat hij het directeurschap van de strafgevangenis in Hoorn prefereerde.
  • Andries Smit, die al sinds 1845 raadslid en gemeentesecretaris was, werd nu burgemeester. Hij bleef tot 1887 daarnaast nog raadslid. Drie jaar later overleed hij. Zijn functies als burgemeester en secretaris werden overgenomen door
  • P.K.P.J. van Sloten, die in 1901 vertrok wegens zijn benoeming in Schoonhoven. Vervolgens nam
  • P.A. van Wijngaarden het roer over. Hij was burgemeester van 1901 tot 1909 en werd opgevolgd door
  • D.H.J. Hellema. Deze bleef langer dan een kwart eeuw in functie. In 1935 werd
  • Anthonie Hendrik van Gelderen in Zaandijk benoemd, die zelfs nog langer - namelijk tot 1965 - het burgemeesterschap vervulde. Van Gelderen, afkomstig uit Boskoop, dook tijdens de Tweede Wereldoorlog korte tijd onder. De uitbreiding van zijn gemeente met Rooswijk had in zijn ambtsperiode plaats. In 1965 werd
  • Gosse Oosterbaan zijn opvolger, een geboren Zaankanter, die in Koog wethouder was geweest en daarnaast carrière had gemaakt als administrateur en bestuurder van coöperatieve verenigingen. In 1971 vertrok hij wegens zijn benoeming in Krommenie.
  • Wethouder R. Bakker nam vervolgens het burgemeestersambt waar; kort voor de samenvoeging tot Zaanstad op 1 januari 1974 overleed hij in 1973.
Burgemeesters Zaandijk
naam plaats periode
Dirk IJff Cornelisz Maire Zaandijk 07-07-1811 tot 26-03-1813
Jan Koning Maire Zaandijk 27-03-1813 tot 22-07-1825
Dirk Donker Zaandijk 27-08-1825 tot 06-02-1850
Dirk Vis Zaandijk [1850] tot 15-08-1867
Jacob Honig Janszoon jr Zaandijk 24-09-1867 tot 14-11-1870
Jacob Rems Zaandijk 22-01-1871 tot 27-03-1872
Andries Smit Gz. Zaandijk 30-10-1872 tot 26-01-1890
Leonard Gerard Vernee Zaandijk 01-04-1872 tot 26-10-1872
Pieter Karel P.J. van Sloten Zaandijk 06-03-1890 tot 03-05-1901
Pieter Andries van Wijngaarden Zaandijk 18-06-1901 tot 24-07-1909
Dirk Jan Jacob Hellema Zaandijk 13-10-1909 tot 27-12-1934
Anthonie H. van Gelderen Zaandijk 04-03-1935 tot 01-03-1965
Gosse Oosterbaan Zaandijk 01-03-1965 tot 12-11-1971
Riekelt Bakker Zaandijk 25-11-1971 tot 31-12-1973

Bewoningsgeschiedenis

Als enige Zaanse gemeente kan van Zaandijk het ontstaan precies worden gedateerd. Hendrik Pietersz., de al eerder genoemde 'Oud-Hein', vroeg en kreeg op 20 september 1494 vergunning een huis op de lage dijk te bouwen. Met zijn gezin legde hij de grondslag van het latere dorp, dat rond 1570 19 huizen telde. Deze werden in 1572-1573 allemaal door de Spanjaarden verwoest. Er volgde wederopbouw en zelfs uitbreiding. Van der Aa vermeldde dat Zaandijk in 1613 50 huizen telde, hetgeen op een bevolking van 250 tot 300 zielen wijst. Alle bebouwing stond op of langs de dijk aan de Zaanzijde. Later, toen de ruimte langs de Zaan grotendeels was volgebouwd, ging men ook woningen in de weilanden aan de overzijde van de wegsloot bouwen. Hierdoor ontstond de aanzet van de voor de Zaandorpen zo karakteristieke paden, haaks op de dijk. Molens en andere bedrijven werden zowel aan de Zaan als in het veld gebouwd.

Opmerkelijk was dat aan de zuidkant van het dorp minder paden ontstonden dan meer naar het noorden, mogelijk doordat tegenover de koopmanshuizen in de Gortershoek overtuinen waren aangelegd. Achter de hervormde kerk groeide een karakteristiek arbeidersbuurtje in de algemeen gebruikelijke houtbouw. Dit oude bewoningspatroon bleef lang gehandhaafd. Pas in de jaren twintig van de 20e eeuw dempte men de wegsloot en werden er meer straten aangelegd. Ook de sloten langs de paden verdwenen grotendeels. In het oude dorp ontstond een wijkje in de Bredenhof, de tuin van Breet, en aansluitend het rode dorp, de Karl Marxstraat en omgeving, vlak voor de Tweede Wereldoorlog gevolgd door het zuidelijk deel van de Bomenbuurt.

Intussen had Zaandijk, als eerste Zaandorp, de sprong over het spoor en over de kort tevoren aangelegde Provincialeweg gewaagd. In de jaren dertig ontstond Rooswijk in een deel van het Westzijderveld ten noorden van het Guispad. Na de oorlog werd Rooswijk nog met een aantal straten uitgebreid, aan de westelijke rand verrees bovendien een aantal flatgebouwen.

In het oude dorp werden de laatste bouwmogelijkheden benut door een noordelijke uitbreiding van de Bomenbuurt, een nieuwbouwwijkje om de Noord en, aansluitend, met een flink aantal woningen in het zogenoemde Plan Donker op de terreinen van een eerdere houthandel. De verkrotte buurt Achter de kerk kreeg een nieuw gezicht doordat particulieren er, deels in zelfwerkzaamheid, houtbouw naar oud-Zaanse trant realiseerden. Hierdoor kwam een aardig buurtje tot stand, dat in zeker opzicht kan wedijveren met de Zaanse Schans.

In de jaren zeventig leek het er op dat het Westzijderveld tussen Zaandijk en Wormerveer, toen voor het eerst Guisveld genoemd, met woningen zou worden volgebouwd. Protesten van natuur- en milieubeschermers tegen de dreigende aantasting van dit unieke brakwater-poldergebied werkten door in de beslissing van de gemeenteraad van Zaanstad om hier niet meer nieuwbouw dan tot een totaal aantal van 1300 woningen toe te staan. Met de aanleg van Rooswijk 1300 is in 1991 begonnen.

Middelen van bestaan

Hoewel Zaandijk bijvoorbeeld ook olieslagerijen, verfmolens en zagerijen telde, moet van de bedrijvigheid toch in de eerste plaats de 18e- en 19e-eeuwse papiermakerij worden genoemd. Het dorp was toen het centrum van de Zaanse papiernijverheid. Terwijl de economie in andere sectoren terugliep, floreerden juist de papiermolens. Zaandijk telde er 13, bedrijven die voor veel werkgelegenheid zorgden. Bij een papiermolen werkten vaak 60 of meer mensen. Al bestond een groot deel van hen uit laagbetaalde vrouwen en kinderen, voor de ondernemers was de papiermakerij niettemin een loonintensieve bedrijfstak. Zaandijkers bezaten niet alleen bedrijven in het eigen dorp. In 1742 hadden zij nog 23 molens elders in eigendom. Van de molens in de eigen gemeente werden de papiermolens al genoemd.

In 1731 werd in 6 molens de olieslagerij uitgeoefend. Verder waren er 3 verfmolens, 3 tabaksstampers, 2 zaag- en 2 pelmolens en een meelmolen. Ook waren er in het dorp 2 vleethuizen voor de walvisvaart, een stijfselhuis, een weefhuis, 2 kaashuizen en 24 pakhuizen. Met deze cijfers uit 1731 zijn niet alle molens genoemd. Pieter Boorsma kwam voor Zaandijk op een totaal van 43 molens. Doordat verschillende er van in hun soms lange bestaan een ander gebruiksdoel kregen, kan voor de Zaandijkse molennijverheid het volgende overzicht worden gegeven: 13 papiermolens, 9 oliemolens, 5 pelmolens, 3 zaagmolens, 5 snuifmolens c.q. tabaksstampers, 4 volmolens, 2 blauwselmolens, 1 cacaomolen, 4 cacao-afvalmolens, 1 slijpmolen, 1 marmerslijpmolen, 1 meelmolen, 1 doppenmolen en 1 polder(water)molen.

Een overzicht van de genoemde jaren in procenten:

Werkzaam bij (in %)193019741988
Industrie61.547.129.9
Landbouw2.30.1-
Bouwnijverheid-5.82.7
Overige beroepen13.4- -
Dienstverlening22.847.067.4

Een overzicht van de mannelijke beroepsbevolking van 21 jaar en ouder, opgemaakt in 1811, geeft een vertekend beeld, doordat de in de papiermolens werkzame vrouwen en kinderen uiteraard niet werden meegeteld. Er werd van 244 mannen het beroep arbeider vermeld, 33 waren werkzaam in de handel, 13 in de voedingsmiddelenfabricage, 8 in diverse functies bij de papierindustrie, 8 waren betrokken bij de fabricage van zeep, oliën en vetten, 8 verrichtten overheidsdienst, 7 werkten in de kleding en reiniging, 5 in vrije beroepen en 5 bij bouwbedrijven.

In 1851 telde Van der Aa de volgende bedrijven:

  • 4 papiermolens, waarvan 1 met stoomkracht,
  • 6 oliemolens,
  • 1 korenmolen,
  • 1 pelmolen,
  • 2 verfmolens,
  • 2 houtzaagmolens,
  • 1 oliedikkokerij,
  • 1 patentoliefabriek,
  • 1 boekdrukkerij.

Meelmolen De Bleeke Dood is daarvan nog steeds aanwezig, alsook de boekdrukkerij van Heijnis. De aard van de bedrijvigheid is sindsdien ingrijpend gewijzigd. Zaandijk had als belangrijkste bedrijven binnen haar grenzen:

Enkele grotere fabrieken, zoals de lakfabriek van Jacob Vis en houthandel Donker zijn na de Tweede Wereldoorlog uit het dorp verdwenen. In overeenstemming met de landelijke ontwikkeling werkt nu het grootste deel van de beroepsbevolking niet meer in de sector nijverheid, maar in de dienstverlening. Was in 1930 nog 61.5 procent van alle werkzame Zaandijkers betrokken bij de nijverheid, in 1974 was dat percentage tot 47.1 procent gedaald en in 1988 was het nog maar 29.9 procent.

In 1974 betrof deze opgave 1444 werkenden, in 1988 omvatte de telling 1382 werknemers.

Zie ook: Bestuur en rechtspraak 2.1.8.

Literatuur

  • A.J. van der Aa. Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden. Gorinchem 1851;
  • G.J. Boekenoogen. De Zaanse Volkstaal. Zaandijk 1971;
  • P. Boorsma. Duizend Zaanse Molens. Wormerveer 1950;
  • S. Hart. De personele quotisatie te Zaandijk, zoals die in 1742 is vastgesteld in De Zaende 1949;
  • id. Geschrift en getal. Dordrecht 1976;
  • G.J. Honig. De Zaanse burgemeesters sedert 1814. in De Zaende 1951;
  • G. Oosterbaan. Dat goede oude Zaandijk. Zaandam 1971;
  • id.. Tussen Leven en Dood. z.p. 1979;
  • H.N. ter Veen ea.. Problemen der samenvoeging van Zaangemeenten. Haarlem 1941;
  • M.A. Verkade. Den derden dach. Alkmaar 1982;
  • D. Vis. De Zaanstreek. Leiden 1948;
  • Id. en J. Vis JCz.. Vis a Saandyk. Zaandijk 1974;
  • A.M. van der Woude. Het Noorderkwartier. Utrecht 1983;
  • J.P. Woudt, Achter de Kerk gaat nooit verloren, Zaandijk 1989;
  • Zaanstreek in cijfers 1974, Zaanstad 1975;
  • Zaanstad in cijfers 1988, Zaanstad 1989.

* Assendelft * Jisp * Knollendam * Koog (aan de Zaan) * Krommenie * Krommeniedijk * Westzaan * Wormer * Wormerveer * Oostzaan * Zaandam * Zaandijk

  • zaandijk.txt
  • Laatst gewijzigd: 2019/05/16 00:57
  • door 207.46.13.131