buurt-_wijk_en_opbouwwerk

Welzijnssector. In de Zaanstreek vanaf het begin van de 20e eeuw op particulier initiatief ontstaan, vanaf de jaren '50/'60 steeds meer een overheidszorg, die overigens nog steeds grotendeels dankzij werk van vrijwilligers bestaat.

Het eerste buurthuis ter wereld werd opgericht in 1884 in Londen: Toynbee Hall. Het initiatief kreeg snel navolging: in Nederland richtten in 1892 vertegenwoordigers van de gegoede burgerij Ons Huis op. Na oriëntatie in Amsterdam namen in 1903 enkele notabelen in Wormerveer het initiatief tot het op richten van de vereniging Ons Huis. Doel van de vereniging was 'het bevorderen der volksontwikkeling en het met elkaar in aanraking brengen van de verschillende klassen der samenleving'. Begonnen werd met cursuswerk in een kleine ruimte, waar volgens de annalen 167 meisjes van 11 tot 19 jaar aan deelnamen. In oktober 1904 werd het grote pand Zaanweg 14 beschikbaar gesteld door R.A. Laan en als buurthuis ingewijd. Wormerveer werd zo, met Amsterdam, Leiden en Rotterdam, één der eerste plaatsen in Nederland met een buurthuis dat toen nog Volkshuis werd genoemd).

De vereniging trachtte de doelstelling te dienen door middel van een leestafel, lezingen, de organisatie van concerten en toneelvoorstellingen en door praktische cursussen zoals naaien en verstellen. Voorts nam het opwekken van interesse in de natuur een belangrijke plaats in beslag in het buurthuiswerk. De Volkshuizen trachtten op hun terrein een bijdrage te leveren aan het verzachten van de maatschappelijke ongelijkheid. Arbeiders werden op cultureel gebied en op praktische, vaak op het huishouden gerichte, terreinen geschoold.

Van meet af aan kreeg de jeugd speciale aandacht. Dat kwam ook naar voren toen in 1944 C.J. Honig het initiatief nam tot het oprichten van Ons Huis te Koog, het tweede Zaanse buurthuis. Een Commissie van aanbeveling clubhuiswerk Zaanstreek schreef: '…Een voor de jeugd heel ongunstige factor is het gebrek aan vrije uitloop, aan romantiek en aan schoonheid in de Zaanstreek. Onze streek is nuchter geworden. De Zaanse jeugd groeit op in een oneindig minder kleurrijke omgeving, in een nuchterder en normenlozer leven dan vroegere geslachten. Het is ondenkbaar dat de in wezen gevoelige kinderziel daar niet onder zou lijden. Er is behoefte aan een geschikt derde milieu voor de kinderen waar zij enkele malen per week in gezelschap van leeftijdsgenoten onder deskundige paedagogische leiding bezig kunnen zijn met werk dat hun belangstelling heeft en hun activiteit in goede banen helpt leiden.'

Uit het programma van september 1945 van het inmiddels gerealiseerde Witte Huisje in de Dubbele Buurt in Koog blijkt nogmaals hoezeer de zorg voor de jeugd een centrale plaats innam:

  • voor jongens en meisjes: speel- en voorleesclub, plak- en tekenclub
  • voor jongens: knutsel-, karton- en figuurzaagclub, timmer-, bootjes- en fineerclub.
  • voor meisjes: zang- en spelclub, volksdansclub, kartonnageclub, figuurzaagclub en ritmisch dansen
  • voor de rijpere jeugd: volksdansen, timmeren en ontwikkelings- en ontspanningsclub.
  • voor volwassenen: opvoedkundige cursus, ontwikkelings- en naaicursus.

De animo aan cursussen deel te nemen bleek zo groot dat Ons Huis in Koog naar ruimere behuizing moest zoeken. Uitkomst werd gebracht door mevrouw Honig-Klinkenberg die haar huis aan de Lagedijk afstond.

In de jaren '50 en '60 werd het in stand houden en oprichten van nieuwe buurthuizen energiek aangepakt door de Rijksoverheid. Diverse subsidieregelingen, onder andere voor Jeugd- en Jongerenwerk en voor Samenlevingsopbouw, maakten het gemeenten mogelijk met een relatief geringe eigen bijdrage het buurt- en clubhuiswerk uit te bouwen.

Naast de oude volksontwikkelings-doelstellingen vonden in de jaren '60 en '70 ook eigentijdse idealen een plaats in het buurt- en clubhuiswerk. Het verbeteren van de samenleving, de deelname van de bevolking aan de democratische processen, vertaald naar het niveau van de buurt, wijk, en plaats werd een pretentieuze toevoeging aan de doelstellingen van het werk. Naast de buurthuizen ontstonden er comités en wijkverenigingen, in de Zaanstreek vaak wijkcontactgroepen genoemd. In dit opbouwwerk staat het verbeteren van de woon- en leefsituatie in de eigen omgeving centraal.

Rond 1970 ontstonden met name in de nieuwere wijken vanuit de wijkcontactgroepen volwaardige buurthuizen met een aantal beroepskrachten ter ondersteuning van de vele activiteiten. Aan de subsidiestroom uit Den Haag kwam grotendeels een einde met de Rijksbijdrageregeling Sociaal Cultureel Werk. Gemeenten krijgen sindsdien nog slechts een klein deel van de totale kosten vergoed. In Zaanstad reageerde de gemeenteraad met een subsidieregeling en een vijfjarenplan. Hierbij is Zaanstad verdeeld in 17 verzorgingsgebieden, met in elk gebied wijk, buurt of voormalig dorp, minimaal één volwaardig buurthuis met agogische krachten, schoonmaakpersoneel en in de meeste vestigingen één of meerdere peuterleidsters.

De samenhang die de gemeente al een tiental jaren nastreeft, werd na lang aarzelen gevolgd door de particuliere instellingen. Vier stichtingen voor Buurt-en clubhuiswerk in Zaanstad en een verwante organisatie voor basiseducatie zijn op l januari 1989 samengegaan in de Stichting Welzijn en Educatie Zaanstreek, Welsaen. Deze stichting omvat dan al het buurt- en clubhuiswerk in Zaanstad, met in totaal 25 vestigingen, inclusief het Internationaal Activiteiten Centrum en een Centraal Bureau in Zaandam. Met 180 werknemers en een omzet van ruim 8 miljoen gulden is hiermee een middelgrote onderneming voor welzijnswerk gerealiseerd.

De gemeentelijke overheid erkent dat de buurthuizen in Zaanstad een belangrijk deel van het welzijnswerk voor hun rekening nemen. Naast functies als ontspanning, ontmoeting, recreatie, creativiteit, huishoudelijke en opvoedkundige vaardigheden, informatie en advies, belangenbehartiging en vormings- en ontwikkelingswerk, besteedt het buurt- en clubhuiswerk extra aandacht aan wat in overheidsjargon achterstandssituaties genoemd wordt: analfabeten, buitenlanders, vrouwen, achterblijvende schoolkinderen en werkloze jongeren zijn groepen waar de buurthuizen zich, vaak samen met andere organisaties, extra voor inspannen. In dit kader bekende projecten zijn het PoelenburgPlus-Projekt en het Onderwijs Voorrangs Gebied Zaanstad-Zuid. De overheid heeft hierbij het buurthuiswerk betrokken, omdat in deze sector jarenlang ervaring is opgedaan met het werken met lager betaalden, met vrouwen die de meerderheid van de buurthuisbezoekers uitmaken en met groepen die op de een of andere manier in de samenleving in de knel komen.

Doordat de buurthuizen op zovele terreinen actief zijn, en zij inspringen op steeds wisselende maatschappelijke omstandigheden is het onmogelijk een eenduidig antwoord te geven op de vraag: Wat is een buurthuis? Vanaf de beginjaren hebben de buurthuizen hun bijzondere aandacht op achtergestelde bevolkingsgroepen gericht op het bijbrengen van waarden en normen. In de jaren '80 kregen een aantal zaken extra aandacht: emancipatie, basiseducatie, kinderopvang en peuterspeelzalen, steun aan andere culturen, integratie van buitenlanders, bevordering van de individuele en gemeenschappelijke deelname aan de democratische besluitvorming op het plaatselijke vlak.

Ook in de dorpen buiten Zaanstad kwamen buurthuizen tot stand. In Jisp werd in 1954 een Vereniging Ons Huis opgericht, die een jaar later de beschikking over een voormalige directiekeet kreeg. Een bijzondere status heeft dorpshuis De Lepelaar Tot 1970 was dit een café. In dat jaar werd het overgenomen door een stichting. De exploitatie van het pand moet kostendekkend zijn. In Oostzaan werd in 1974 dorpshuis De Greep gebouwd, aanvankelijk ook de sporthal van het dorp. In Wormer werd kort na de oorlog een vereniging Ons Huis opgericht, die aanvankelijk was gehuisvest in een noodlokaal en later in een voormalige brandweerkazerne. In 1978 kwam een nieuw gebouwd pand aan de Dorpsstraat gereed. Eveneens in Wormer is het Verenigingsgebouw St. Joseph. In Oostknollendam werd in 196l in een oude basisschool een dorpshuis geopend. De Zaanse buurthuizen worden druk bezocht en de activiteiten kennen veel deelnemers, uit verschillende bevolkingsgroepen.

De programma's van de buurthuizen bieden:

  • inloopactiviteiten,
  • gerichte schrijf- en leescursussen,
  • huiswerkgroepen voor scholieren,
  • speelotheken waar speelgoed kan worden geleend,
  • taalcursussen voor buitenlanders,
  • vrouwengroepen met aandacht voor gemeenschappelijke zaken zoals
    • onderwijs,
    • opvoeding,
    • relaties,
    • de positie van vrouwen,
    • hun gezondheidszorg,
    • computercursussen,
    • muziekgroepen,
    • discodansen,
    • volksdansen,
    • tekenen of schilderen,
    • kooklessen,
    • naailessen,
    • poppen maken,
    • de geschiedenis van de buurt,
    • sport en bewegen, ook voor ouderen bijvoorbeeld
  • badminton,
  • yoga,
  • gymnastiek,
  • conditietraining,
  • klaverjassen,
  • biljarten
  • het typisch Zaanse koersbal,
  • groepen die zich in de wijk bezig houden met:
    • de vakantie van de jeugd,
    • vakantiekampen in het bos of op het water,
    • de verkeerssituatie in de buurt,
    • het verbeteren van hun flat in de tientallen flatcommissies

Overzicht buurt en clubhuizen binnen Zaandam in 1989:

  • Bovenkruier (Kalf)
  • Brug, Vissershop en Transvaal (Zaandam Zuid) ter vervanging van deze drie wordt in 1990 een verbouwde fabriek als buurthuis de Exter in gebruik genomen
  • Haven (Havenbuurt),
  • Hooijschuur (Kogerveld-Hofwijk):
  • Kluft (Westzanerdijkbuurt)
  • Westerwatering
  • Kolk (Rosmolenbuurt);
  • Kraaienest (Oud-West):
  • Poelenburcht (Poelenburg);
  • Rots (Peldersveld):
  • Jacob Taalhuis (Russische buurt):
  • Vlinder (Hoornseveld).
  • Internationaal Aktiviteiten Centrum (IAC), bedoeld als ontmoetingscentrum voor alle buitenlandse inwoners van Zaanstad.

Koog aan de Zaan/Zaandijk:

  • Ons Huis (Oud-Koog):
  • Vuister (Westerkoog);
  • Guishuis (Rooswijk);
  • Westzaan: Kwaker;
  • Assendelft: A-3/AJV;
  • Krommenie: Snuiver (Krommenie-Oost) en Pelikaan (Krommenie-West);
  • Wormerveer: Witte Vlinder (Wormerveer-West) en Ons Huis (Wormerveer Zuid-Oost);
  • Jisp: Ons Huis, De Lepelaar;
  • Wormer: Ons Huis, St. Joseph.
  • Oost-Knollendam: Dorpshuis.
  • Oostzaan: De Greep.

Literatuur.

  • Werken in de marge van de samenleving, honderd jaar Club- en Buurthuiswerk, Gamma, 1984:
  • Beleidsplan '86-'89 instellingen in Wormerveer, 1986;
  • Zaandam zoals het was, is en wordt,
  • Zaandamse Gemeenschap, Zaandam, 1947;
  • 40 jaar Ons Huis Koog aan de Zaan, C. Blom, Stichting Ons Huis, Koog, 1984;
  • Beleidsplan '80-'84. Stichting Buurt- en Wijkwerk Zaandam, 1980.
  • buurt-_wijk_en_opbouwwerk.txt
  • Laatst gewijzigd: 2017/07/26 12:17
  • door zaanlander