dooptuin

De door een doophek omgeven ruimte rond de preekstoel in protestantse kerken. Na de hervorming. eind 16e eeuw, kwam de dooptuin bij diverse groeperingen in zwang. echter niet bij de doopsgezinden. In de kerkinterieurs vormde de dooptuin een visueel belangrijk en functioneel element. Hier preekte de dominee vanaf zijn hoge >I=preekstoel. hier vond de doop plaats en hadden de leden van de kerkeraad hun zitplaatsen. Soms (maar niet altijd) stond hier ook de avondmaalstafel opgesteld. De oudst bewaard gebleven dooptuinen in de Zaanstreek stammen uit de 17e eeuw. Mooie voorbeelden zijn te s inden iri de hervormde kerken van Jisp. Krommenie en Wormer (alle uit het derde kwart van de 17e eeuw) Voorbeelden uit de 18e eeuw. met rijk snijwerk. staan in de Lutherse kerk te Zaandam (1704) en in de hervormde kerk van Oostzaan (circa 1760). De dooptuin was toegankelijk via een of meer deurtjes in het doophek. Een enkele maal waren die van beeldhouwwerk voorzien, zoals iri de Bullekerk te Westzaandam (tweede kwart 17e eeuw) en de hervormde kerk te Jisp (derde kwart 17e eeuw). waar de drie Deugden, voorstellingen van Geloof, Hoop en Liefde zijn afgebeeld. Vaker was boven de deurtjes een koperen boog (een zogenaamde “doopboog“) te vinden. bijvoorbeeld in de hervormde kerken van Jisp. Krommenie en Wormer. De twee eerstgenoemde hebben als versiering dolfijnenkoppen. Op het doophek bevond zich.I midden voor de preekstoel, een lezenaar (lessenaar) voor de voorlezer, tevens voorzanger. Soms was die van hout (bijvoorbeeld in de hervormde kerk te Jisp'). soms ook van koper (zoals de 17e-eeuwse lessenaar in de hervormde kerk te Wormer en die uit 1717 in de hervormde kerk te Oostzaan). Na de hervorming werd door de protestanten niet langer gebruik gemaakt van een kolossaal doopvont (zoals de katholieken deden), maar van een bescheiden doopbekken. Dit bekken werd. als het dienst moest doen, opgehangen in een daartoe bestemde doopbekkenhouder. die vaak aan de voet van de preekstoel was te vinden, maar ook wel aan de preekstoel, de trap of het doophek. Fraaie 17e-eeuwse voorbeelden van koperen doopbekkens zijn onder andere te vinden in de hervormde kerken van Krommeniedijk. Westzaan en Wormer. De bekkens zelf waren soms ook van koper (bijvoorbeeld Oostzaan, derde kwart 18e eeuw), of - als er veel geld was - zelfs van zilver (Westzaandam. Bullekerk, 1784). Ook eenvoudiger materialen als tin werden wel voor doopbekkens gebruikt (Westzaan, vermaning Zuideinde, 18e eeuw). In de 20e eeuw werden overal in het land dooptuinen weggehaald, omdat ze niet meer strookten met de lithurgische inzichten van die tijd. In de Zaanstreek geschiedde dat onder andere in de hervormde kerk te Koog. waar een hek uit 1826 rond een 17e-eeuwse preekstoel werd weggehaald. en in de hervormde kerk van Wormerveer, waar een Door Eendracht Bloeiende-Dorpsstraat doophek in Lodewijk XVI-stijl werd verwijderd. Carla Rogge

  • dooptuin.txt
  • Laatst gewijzigd: 2015/10/16 21:07
  • (Externe bewerking)