Machinefabriek te Koog. Het bedrijf werd opgericht als P. M. Duyvis & Co in november 1885 door ir. Pieter Mattheus Duyvis te Koog en Dirk Willem Stork (mede directeur van Stork & Co te Hengelo) als stille vennoot. Pieter was de zoon van Teewis Duyvis, eigenaar van zes oliemolens en een pelmolen. Zijn vader was tevens de oprichter van de firma T. Duyvis Jz Stoomoliefabriek, die uiteindelijk zou uitgroeien tot de bekende nootjesfabriek.

De moeder van Pieter, Debora Geertruida Verkade, was de zus van Ericus Gerhardus, de oprichter van de Stoombrood- en Beschuitfabriek ‘De Ruijter’. Dat bedrijf staat nog steeds bekend Verkade. Dirk Willem was een zoon van machinefabrikant Stork uit Hengelo. De twee hadden elkaar ontmoet toen Pieter daar werkzaam was. Met iets meer dan f30.000 en zes werklieden werd begonnen in het bedrijfsgebouw 'Twente' aan het Hellingpad te Koog.

Aanvankelijk verrichtte het bedrijf reparatiewerk voor plaatselijke bedrijven. De eerste grote order werd verkregen in 1886, van de firma E.G. Verkade & Comp. die in Zaandam de Stoombroodfabriek de Ruijter wilde vestigen. Hierna schakelde het bedrijf van reparatie-inrichting om tot machinefabriek, waar allengs droogtoestellen en hijswerktuigen in productie werden genomen. Duyvis & Co was eveneens vertegenwoordiger voor stoomketels van Stork.

De eerste buitenlandse orders werden genoteerd in 1910. Een jaar later werd de firma omgezet in een nv. Tot mede-directeur werd ir. W. Meyling benoemd, die twee jaar eerder, in verband met de omschakeling naar elektriciteit als energiebron, was aangetrokken. De omzetting tot bv volgde in later jaren.

Pieter trad in het huwelijk met Johanna Veen. Beiden zeer begaan met het welzijn van hun werknemers. In moeilijke tijden werd voor voedsel, brandstof en woonruimte gezorgd. ‘Tante Jopie’, zoals Johanna werd genoemd, was goed op de hoogte van de situatie waarin werknemers en hun familie-leden zich bevonden.

Spectaculair werkstuk van machinefabriek PM Duyvis, de inmiddels weer verdwenen hefbrug over de Oude Maas bij Barendrecht

Door de Eerste Wereldoorlog kreeg Duyvis aanvankelijk enige teleurstellingen te verwerken, maar na 1915 ging het beter, met name door een order van de Nederlandse Staat voor het draaien van hulzen bestemd voor granaatkartetsen. Hoewel het bedrijf daarvoor te weinig personeel in dienst had kon de order toch worden uitgevoerd. Er werkten drie jaar lang zo’n dertig uit het Kamp van Zeist afkomstige, ontwapende en geïnterneerde Belgische soldaten in de fabriek. De Koogse machinefabriek kende een personeelstekort en de Belgen, onder wie veel metaalarbeiders boden uitkomst. Zij konden op een goed salaris rekenen. Zij werden onder bewaking van de Marechaussee in een ruimte boven het ketelhuis gestationeerd. Uit dankbaarheid schonken ze een gedenksteen aan de fabriek, die zich in de fabriek bevindt

Op 3 november 1925 legde P. M. Duyvis jr. het kandidaats examen werktuigkundig ingenieur met succes af. In 1929 werd jr. benoemd tot mede-directeur. Zijn vader overleed in 1935. De periode na de Eerste Wereldoorlog was voor de machinefabriek niet steeds even gemakkelijk. Als gevolg van het teruglopende aantal orders werden in de crisisjaren alle vrouwelijke werknemers ontslagen. Daarna volgde de Tweede Wereldoorlog. Door een zuinig beheer en door te zorgen voor handhaving van de kwaliteit der producten doorstond Duyvis deze moeilijke periode.

Ook werd onderduikers toegang verschaft tot één van de fabriekspanden tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Na de Tweede Wereldoorlog ging de machinefabriek betere tijden tegemoet. Men hield vast aan de al uit de begintijd daterende uitgangspunten geen avonturen, eigen financiering, zuinig beheer, levering van solide producten, een beleid gericht op meerdere takken van industrie. Dat heeft geleid tot het ontwikkelen van allerlei machines, van apparatuur om dozen te maken of vloeren te zagen tot haspels voor de bouw van de Oosterschelde-waterkering. Duyvis is bekend door de bouw van liften ('de liftenfabriek van Duyvis'), het bedrijf is gespecialiseerd in de fabricage van cacaopersen.

Ir. W. Meyling trad uit de directie in 1953, ir. P. M. Duyvis in 1967. Hierna verdween geleidelijk het karakter van Duyvis als familiebedrijf. Ir. F. A. S. Simons en J. A. Nederbragt werden in de directie benoemd Zij traden respectievelijk in 1970 en 1981 weer uit. In 1982 werd ir. A. J. Topman tot directeur benoemd.

Rond 1980 zijn alle aandelen van het bedrijf door Pieter en Johanna ondergebracht in het ir. P.M. Duyvisfonds . Dit fonds houdt zich bezig met het behoud van (cultureel) erfgoed en natuur in de Zaanstreek. Als belangrijke donaties gelden de restauratie van de Amerikaanse watermolen, de herbouw van molen Het Jonge Schaap en het onderhoud aan molen De Huisman. Het Zaans Museum en het Verkade Paviljoen worden beiden gesponsored. Ook heeft het fonds steun verleend aan de uitgave van het boek ‘Van Wind naar Stoom’ en bij de start van het tijdschrift van de Vereniging Zaans Erfgoed.

In 2004 werd machinefabriek Wiener uit Haarlem overgenomen inclusief een aantal werknemers. Door deze samenvoeging werden de fabriekshallen gereorganiseerd. In de jaren daarna werden diverse grote bewerkingscentrums aangeschaft wat opnieuw leidde tot herinrichting van de fabriekshallen. De bedrijfsnaam veranderde officieel in Duyvis Wiener B.V.

Sinds 2004 staat Mirjam van Dijk aan het roer van het bedrijf, dat zeven jaar op rij is uitverkoren tot Best Managed Company. Al lopende door de diverse productiehallen maken werknemers spontaan een praatje met de directrice. Van Dijk is het type dat veel met haar werknemers, en in het bijzonder haar servicemensen, praat. Daar zitten vaak de ideeën voor verbetering. Na haar aanstelling bracht ze focus aan. Er werden geen liften of bruggen meer gebouwd, Duyvis Wiener moest wereldmarktleider in machines voor de cacao- en chocoladefabrikanten worden.

In 2011 kreeg de 125-jarige machinefabriek het predicaat ‘Koninklijk’ en ging het verder onder de nieuwe naam, Royal Duyvis Wiener. Onder deze koninklijke merknaam werden bedrijven als de Duitse machinebouwers Lehmann (2010) en Thouet (2013) overgenomen, evenals het Braziliaanse JAF Inox dat in 2014 werd gekocht.

Er werken 260 man bij het bedrijf, verspreid over de locaties in Koog aan de Zaan, Aachen, Duitsland en Tambau, Brazilië. De laatst bekende omzet is 70 miljoen euro. Daarvan komt 90 procent uit het buitenland; van Rusland en China tot aan Brazilië en de VS. Een cacaoverwerkende fabriek van 20 miljoen euro kunnen we turnkey neerzetten, zegt Van Dijk. Multinationals als Cargill en Barry Callebaut behoren tot het klantenbestand.

  • duyvis_pm.txt
  • Laatst gewijzigd: 2018/06/19 22:21
  • door zaanlander