toegepaste

Kunsthandwerk, kunstnijverheid. Het begrip 'toegepaste kunst` is moeilijk te definiëren. Aan de vormgeving, het 'design' van zelfs eenvoudige voorwerpen wordt in onze tijd dikwijls afzonderlijk aandacht besteed door daartoe opgeleide specialisten. Er zijn perioden geweest met een zo'n sterk stijlbesef dat tussen de handwerker enerzijds en de kunstzinnige vormgever anderzijds geen scheidslijn kon worden getrokken; zij waren in één persoon verenigd. De hier volgende beschouwing betreft de toegepaste kunst uit het Zaanse verleden. De kunstnijverheid in moderne zin wordt niet behandeld.

In de Zaanse dorpen bestonden geen gilden die normen stelden voor de vakbekwaamheid van beroepsbeoefenaars, zoals timmerlui. metselaars en schilders. Slechts enkelen zullen in de omliggende steden Amsterdam, Haarlem en Alkmaar hun meestertitel hebben behaald (bijvoorbeeld: Jan en Pieter Saenredam). Dit had een negatieve uitwerking op het peil van de vakbeoefening.

De Zaanse scheepsbouw leverde schepen voor de vrachtvaart en de oorlogsvloot waarvoor scheepsversiering doorgaans te kostbaar was of als nutteloos werd beschouwd. Niettemin waren er bij de werven beeldsnijders werkzaam. Toen in de 18e eeuw de scheepsbouw sterk verminderde, vonden zij werk bij de vervaardiging van voorschotten aan woonhuizen. De slechte manier waarop menselijke figuren op enkele reliëfs zijn uitgebeeld (Krommenie) bewijst dat dit nooit het werk kan zijn geweest van een in de stad opgeleide meester-beeldsnijder. De normale krullen en voluten zijn daarentegen goed en fraai gemaakt, waarbij de Amsterdamse voorbeelden van gevelversiering in steen wel aanwijsbaar zijn. Ook in het houtsnijwerk in de 17e- en 18e-eeuwse Zaanse kerken, is zowel onbeholpen werk te vinden als perfect en zuiver uitgevoerd snijwerk.

Bij het schilderwerk door Zaankanters moet de invloed van de oorlogshandelingen in de Spaanse tijd en de negatieve invloed van de reformatie niet onderschat worden. Voordien waren de gebroeders Van Oostsaanen al naar Amsterdam en Alkmaar vertrokken. Jan en Pieter Saenredam waren geheel op Haarlem georiënteerd. Kerkelijke opdrachten waren in de Zaanstreek niet meer te vervullen. Sinds de Oudheid en vooral in de Middeleeuwen was al het beeldsnijwerk beschilderd. Deze traditie zette zich voort bij het beeldsnijwerk aan de scheepsspiegels en bijvoorbeeld de deurpartijen aan de woningen. Deze traditie werd onderbroken bij het snijwerk in kerken; dit bleef onbeschilderd eiken. Dit was eveneens het geval met de wand- en bedstee-betimmeringen en, in samenhang daarmee, de in de steden gemaakte vrijstaande kasten. Dit leidde tot een ongekende productie van blank eiken kasten in de 17e eeuw. waarbij kostbare houtsoorten, zoals palissander, voor kleurcontrasten zorgden. In de Zaanstreek en ook elders in Noord-Holland waren kasten en kastjes ingebouwd in de houten wanden en schotten. Onderdelen daarvan werden blank gelaten dan wel geschilderd. Toen uit deze wandkasten vrijstaande kasten werden ontwikkeld, werden deze op dezelfde wijze afgewerkt: blank gelaten of vlak geschilderd.

Toen deze kasten een bijzondere betekenis kregen, bijvoorbeeld als huwelijksgift, werden ze met figurale voorstellingen beschilderd. waarbij men zich inspireerde op de zeer rijk uitgevoerde, met snijwerk versierde eiken kasten. Het opliggende snijwerk werd als het ware vertaald in kleurig schilderwerk in het platte vlak. Bij deze beschilderde kasten zijn verschillende typen te onderscheiden. In de vorige eeuw heeft men deze vernoemd naar de plaatsen. waar ze in bepaalde hoeveelheden nog werden aangetroffen, zoals Assendelft, Jisp, Marken, Hindeloopen, Workum en Ameland. Met uitzondering van Hindeloopen waar een ononderbroken traditie in het beschilderen van kasten aantoonbaar is, moet nu worden aangenomen dat deze naamgeving onnauwkeurig of onjuist is. Wel kan gesproken worden van een Zaanse kast, waar een Assendelver kast wordt bedoeld. Dit is een kast waarin een open vak is aangebracht voor het bereiden van voedsel of anderszins. De kwaliteit van het schilderwerk van guirlandes op de pilasters en de bijbelse voorstellingen op de vier deurtjes is matig in vergelijking met die op de zogenoemde Marker kasten en zeker met die op de kasten die in Hindeloopen zijn beschilderd.

Enkele kasten dragen jaartallen, waaruit met enige reserve kan worden geconcludeerd, dat ze zijn gemaakt in het laatste kwart van de 17e eeuw en in het eerste kwart van de 18e eeuw. Andere meubelen die naar alle waarschijnlijkheid in de Zaanstreek zijn beschilderd. zijn stoelen, tafels en kleinere kistjes. Op een geel-witte ondergrond zijn op houterige wijze takjes, met daaraan rode en bruinzwarte kleine blaadjes geschilderd. Op de ruggen van de stoelen zijn landschapjes in een ovaal geschilderd. Zij zijn een navolging van de rijke in wit en pasteltinten geverfde meubelen uit het laatst van de 18e eeuw en het begin van de 19e eeuw. Ook hier valt het geringe vakmanschap op in vergelijking met de fraaie bloemboeketten en krullen, die in Hindeloopen op de meubels werden aangebracht. In het begin van de 20e eeuw werd het beschilderen van meubels op de boven omschreven wijze door enkelen in de Zaanstreek nog (of weer) beoefend. o.a. door Bes te Zaandam en door Kuiper te Wormerveer (naar mededelingen van Bes en F. Mars

J. Schipper

  • toegepaste.txt
  • Laatst gewijzigd: 2016/10/11 11:30
  • door 213.222.6.45