eensgezindheid

Bootwerkersvereniging te Zaandam, de eerste sterke vakvereniging in de Zaanstreek, met dientengevolge een belangrijke rol in de Zaanse arbeidersbeweging (Zie: Socialisme en Vakverenigingen).

Eensgezindheid werd opgericht in 1896 uit onvrede met het peil van de lonen in de Zaandamse haven. De vereniging werd, ofschoon hier aanvankelijk enige twist over was, opengesteld voor alle havenarbeiders (lossers, stouwers en vlotters). Van het begin af werkte Eensgezindheid mee aan de vorming van een landelijke vereniging voor havenarbeiders, die in 1899 tot stand kwam en met 3500 leden uitgroeide tot in omvang de tweede vakvereniging van Nederland.

Het werkterrein van leden van Eensgezindheid: de haven van Zaandam. Foto van omstreeks 1910.

Samenwerking met Amsterdam

Eensgezindheid onderhield in het bijzonder nauwe contacten met de Amsterdamse bootwerkersvereniging “'Recht en Plicht'. Een goede samenwerking was voor beide verenigingen noodzakelijk; bij stakingen mocht de haven van de ene stad niet als goedkope uitwijkmogelijkheid voor de haven van de andere stad dienen. Aangezien “'Recht en Plicht' minder sterk was, werd Eensgezindheid door de samenwerking soms wel geremd in het stellen van hoge eisen. Eensgezindheid was reeds vroeg een sterke organisatie: de Zaanse bootwerkers traden in meerderheid toe en de contributie was hoog (15 cent per week), waardoor een goed gevulde kas ontstond.

In 1901 werd in de onderhandelingen met de werkgevers een bijzonder gunstige loonregeling bedongen. Daarna leken de lonen geen verdere ruimte voor verhogingen te bieden en richtte Eensgezindheid zich op de vergroting van de sociale zekerheid, onder meer door de oprichting van een 'Bootwerkers-ondersteuningsfonds”', dat uitkeerde bij ziekte of invaliditeit. De positie van de bond werd verder versterkt door het instellen van een weerstandskas, waarin alle leden l% van hun loon moesten storten. Een boycot van Engelse schepen (in verband met de zogenoemde Boerenoorlog) mislukte echter.

Door de sterke positie van Eensgezindheid werden de havenarbeiders een arbeiders-elite in de Zaanstreek. Praktisch werd het zelfs onmogelijk zonder lidmaatschap van Eensgezindheid in de Zaandamse haven te werken. Tweemaal (in 1903) probeerden de werkgevers deze machtspositie te doorbreken, door het inzetten van de zogenoemde “'zwarte bendes' (ongeorganiseerden), maar beide keren bleek Eensgezindheid te sterk. Na de spoorwegstaking van 1903 stelde de vakvereniging f1800 beschikbaar aan noodlijdende vakverenigingen.

Oprichting Ons Huis

In 1904 werd de, uit de weerstandskas gefinancierde, bouw van Ons Huis aan de Gedempte Gracht voltooid. 'Ons Huis' werd een begrip in de Zaanse arbeidersbeweging, en in de Zaanstreek in het algemeen. Voor een gering bedrag werd het aan andere vakorganisaties verhuurd, die er vergaderden of er feestavonden vierden. Beroemd werden de toespraken van socialistische voorlieden, als Jan Duijs, van het balkon van Ons Huis. Na de oorlog, toen de rol van Eensgezindheid was uitgespeeld, deed Ons Huis nog geruime tijd dienst als een der populairste uitgaanscentra in Zaandam.

Cultuuromslag

Eensgezindheid was vooral sterk in de eerste jaren van de 20e eeuw. De vereniging slaagde erin alle arbeiders in de Zaandamse haven aan zich te binden, wist de lonen en de sociale zekerheid sterk te verbeteren en slaagde er ook in “'cultuur-veranderingen' te bewerkstelligen. Was voordien drankgebruik onder havenarbeiders tijdens het werk zeer gebruikelijk, Eensgezindheid wist het dragen van zak- of heupflessen met sterke drank terug te dringen, terwijl arbeiders die dronken op het werk verschenen, door hun collega's naar huis werden gestuurd. Ofschoon Eensgezindheid een 'moderne' vakvereniging was, bleef de bond tot 1905 bij het anarchistisch georiënteerde PAS aangesloten. Daarna trad de bond uit, maar de bootwerkersvereniging ging pas na de Tweede Wereldoorlog op in het NVV. Het belang van de vereniging was toen nog gering.

  • eensgezindheid.txt
  • Laatst gewijzigd: 2016/04/12 13:00
  • door jan