gasfabrieken

Bedrijven die gas uit steenkool wonnen, bestemd voor de openbare gasvoorziening. Vanaf 1859 waren in de Zaanstreek gasfabrieken in bedrijf, over het algemeen door particulieren begonnen en later door de gemeenten overgenomen. Gas werd aanvankelijk vooral voor straatverlichting gebruikt. In 1952 gingen de Zaanse bedrijven op in het Gasbedrijf Zaanstreek-Waterland (GZW), terwijl met de komst van het aardgas de gasfabrieken verleden tijd werden. In dit artikel worden, na een korte algemene inleiding, de gasfabrieken van respectievelijk Zaandam, Koog aan de Zaan, Krommenie, Wormerveer, Wormer en Oostzaan behandeld.

Algemeen

  • In 1783 ontdekte de Leuvense hoogleraar J.P. Minckelers dat uit steenkool gas kan worden gewonnen. Daarna gingen de ontwikkelingen snel.
  • In 1818 werd Brussel de eerste stad op het Europese Continent waar een gasfabriek voor straatverlichting in bedrijf kwam.
  • In 1826 werd in Amsterdam de nv Amsterdamsche Pijp-Gas Compagnie APGC opgericht, die gas uit dure raapolie won.
  • Omstreeks 1840 begon de APGC met experimenten met een ondergronds gasnet naar bedrijven en straatlantaarns. Deze verliepen zeer succesvol;
  • omstreeks 1849 werd de gehele binnenstad door gaslantaarns verlicht. Het dure raapoliegas werd vervangen door een mengsel van kolengas en watergas.
  • Omstreeks 1900 kwam ook het cokes-gas, als restproduct van de Hoogovens;
  • vanaf 1921 was dit gas één van de gedistribueerde gassoorten.
  • Na de Tweede Wereldoorlog begon men gas uit aardolie te fabriceren,
  • kort daarna werden de gasvondsten in Groningen gedaan en volgde de omschakeling naar aardgas;
  • de gasfabrieken verdwenen toen successievelijk. Overigens waren de gemeentelijke gasbedrijven in de Zaanstreek toen al opgegaan in het Gasbedrijf Zaanstreek-Waterland.

Zaandam

In juli 1859 werd in de gemeente Zaandam voor het eerst gesproken over de mogelijkheid een gasnet in de stad aan te leggen. Ondanks oppositie werd in augustus daaropvolgend gaz-fabrikant W.H. de Heus te Utrecht als aannemer van de gasverlichting aangesteld. Nadat de koning concessie had verleend begon De Heus met de bouw van een gasfabriek aan de Westzijde.

De animo om zich op het gasnet aan te laten sluiten was echter zeer gering. Geen enkele fabriek en slechts enkele particulieren wensten van de voorziening gebruik te maken. Daarom wilde de gemeente in 1879 de aflopende concessie van De Heus niet overnemen. In het daarop volgende decennium ging het gaandeweg beter en moest De Heus zijn fabriek uitbreiden; in 1890 nam Zaandam dan ook de concessie over. Aan de fabriek bleek evenwel zo veel achterstallig onderhoud te moeten worden gepleegd, dat het economisch aantrekkelijker was een geheel nieuwe fabriek te laten bouwen.

Ook nadien nam het aantal aangeslotenen gestaag toe. Toen Koog aan de Zaan, welk dorp sinds 1861 op het Zaandamse net was aangesloten, in 1909 besloot een eigen gasfabriek te bouwen, was dit zelfs nauwelijks in de Zaandamse exploitatie-cijfers merkbaar. Het Koogse avontuur werd overigens geen succes en in 1919 werd deze gemeente weer op het Zaandamse net aangesloten. Vijf jaar eerder was Westzaan al op het net van Zaandam aangesloten en in 1931 volgde ook Oostzaan. Het gasbedrijf bezat aan de Westzijde toen inmiddels een groot terrein, met verschillende gebouwen en gashouders. In 1942 vormde het bedrijf een eenvoudig doelwit voor Britse jagers en werden twee gashouders in brand geschoten. In de hongerwinter kwam de gasfabriek volledig stil te liggen.

De productie werd hervat na de Tweede Wereldoorlog en werd ook voortgezet na de Gemeenschappelijke Regeling Gasbedrijf Zaanstreek-Waterland van 1952. In 1955 werd de productie van koolgas stopgezet en kwam een tweede watergasfabriek in bedrijf. In 1970, na de komst van het aardgas, werd de productie stopgezet en werd de laatste gashouder verkocht aan een sloopbedrijf.

Koog aan de Zaan

Na Zaandam was Koog aan de Zaan de tweede gemeente die van gasverlichting profiteerde. In 1861 werd een overeenkomst met de fabriek van De Heus te Zaandam gesloten, die in 1880 en 1890 werd verlengd. Na een conflict in 1908 besloot de gemeente tot het bouwen van een eigen gasfabriek; er werd een overeenkomst gesloten met de Hollandse Residugas Maatschappij (HRM). In 1910 werd de eigen fabriek van Koog aan de Zaan geopend, die evenwel van het begin af moeilijkheden veroorzaakte. Het grondstoffengebrek van de Eerste Wereldoorlog maakte de situatie er nog moeilijker op. In 1918 volgde het faillissement van de HRM. De gemeente probeerde nog enige tijd zelf de fabriek te exploiteren, maar in 1919 volgde heraansluiting op het net van Zaandam.

Krommenie

Krommenie kreeg reeds in 1860 een verzoek van concessie voor de bouw van een gasfabriek van J. Rijkers. Hem werd toestemming verleend een fabriek neer te zetten aan het Weiver; op 10 januari werd de eerste gaslantaarn in deze gemeente aangestoken. Concessiehouder Rijkers kwam al snel in problemen, zowel in Krommenie als in De Rijp, waar hij ook een fabriek bezat. Een verlaging van de gasprijs, van 30 tot 20 cent per kubieke meter, deed de afzet nauwelijks stijgen. In 1870 kwam de fabriek, voor slechts een deel van de balanswaarde, in bezit van S. Couwenhoven.

Bij diens overlijden in 1880 bleek geen enkele particulier bereid de fabriek over te nemen, en besloot tenslotte de gemeente Krommenie het bedrijf te kopen. De exploitatie verliep aanvankelijk moeizaam, maar later moest de fabriek herhaaldelijk uitbreiden; in 1913 werd Krommeniedijk op het gemeentelijke gasnet aangesloten. Na de moeizame jaren van de Eerste Wereldoorlog waar een groot grondstoffengebrek aan de orde was, volgde een nieuwe bloeiperiode. In 1923 sloot Krommenie een contract met Assendelft af, waarin werd vastgelegd dat een deel van Assendelft (De Langeheit) dertig jaar door Krommenie van gas zou worden voorzien.

Na de overeenkomsten met staalfabriek Hoogovens, die cokes-gas kon leveren, werd de productie van de gasfabriek van Krommenie in 1929 stopgezet en werden de verschillende toestellen verkocht.

Wormerveer

In Wormerveer ontstond al in 1861 een particulier gasfabriekje, dat de firma Wessanen en Laan in een eigen ketelhuis in werking stelde. In januari 1863 besloot de gemeente Wormerveer concessie aan D.A. Schretlen te verlenen. Reeds in augustus van hetzelfde jaar kon diens fabriek het eerste gas in de gemeenten Zaandijk en Wormerveer leveren. In tegenstelling tot de meeste andere Zaanse gemeenten verliep, veroorzaakt door de snelle industrialisatie in deze gemeente, de exploitatie van de particuliere fabriek van het begin af aan succesvol. Daarom was de gemeenteraad in 1866 niet bereid de concessie aan Schretlen te verlengen en werd de exploitatie van de fabriek overgenomen. De overname leidde wel tot conflicten met de gemeente Zaandijk; snel na de overname volgden de eerste klachten. In 1929 sloot het Wormerveerse gasbedrijf een overeenkomst met de gemeenten Wormer en Jisp; in datzelfde jaar werd een overeenkomst afgesloten met Hoogovens; het staalbedrijf ging cokes-gas aan de gemeente leveren. In 1930 werd de gasfabriek van Wormerveer buiten bedrijf gesteld; in datzelfde jaar had de aansluiting van West-Knollendam op het gasnet plaats.

Wormer

Wormer kreeg pas laat openbare straatverlichting. Pas in 1885 werden de eerste straatlantaarns geplaatst en eerst in juli 1912 kwam de particuliere gasfabriek in de gemeente in bedrijf. Deze bleef slechts twee jaar in particuliere exploitatie; daarna werd het een gemeentelijke fabriek, die tevens Oost-Knollendam en Jisp van gas voorzag. De moeilijke situatie in de Eerste Wereldoorlog (grondstoffengebrek) en de omstandigheid dat veel particuliere afnemers op elektrische verlichting overstapten, zorgden er voor dat de fabriek nooit rendabel werd. In 1929 werd de gasvoorziening van Wormer door Wormerveer overgenomen.

Oostzaan

Oostzaan was de enige Zaanse gemeente die onmiddellijk zelf een gasfabriek bouwde. In deze gemeente was nooit sprake van particuliere exploitatie van het gasnet. De fabriek werd in 1913 in gebruik gesteld. Door het grondstoffentekort van de Eerste Wereldoorlog, de Watersnood van 1916 en de aantasting van de buizen door veenzuur bleef de fabriek verliesgevend en tenslotte werd in 1931 een overeenkomst gesloten met de gemeente Zaandam over de gasvoorziening. De gebouwen van de gasfabriek werden eerst in 1968 gesloopt.

Ger Jan Onrust

Literatuur:

D. Kerssens: GEB.GZW. EZW. Van toen naar nu; Zaandam. 1989.

  • gasfabrieken.txt
  • Laatst gewijzigd: 2018/04/01 23:29
  • door zaanlander