gelder_van_ondernemersgeslacht

De geschiedenis van het Zaanse geslacht Van Gelder begon met Pieter Smidt van Gelder (1762-1842) die met het gezin van zijn vader in 1781 naar Zaandam was gekomen. De doopsgezinde dominee Hendrik van Gelder (1736-1808) was namelijk naar Westzaandam beroepen. Vader Hendrik was eerst getrouwd geweest met Maria Smidt (1736-1772) en hertrouwde later met Geertruid Eindhoven (1740-1800). Na het overlijden van zijn eerste vrouw beloofde hij dat voortaan de kinderen die naar zijn schoonfamilie werden vernoemd de familienaam Smidt van Gelder zouden voeren; dit betrof de Pieters en de Sara's. Daardoor werden in de volgende generaties de namen Smidt van Gelder en Van Gelder in een gezin gebruikt.

Pieter Smidt van Gelder (1762-1842)

Later zou een tak zich Smidt van Gelder blijven noemen.

Genoemde Pieter Smidt van Gelder had zich in de boekhouding bekwaamd en werkte op zijn 21e jaar als houtkoper in Westzaandam. Enkele maanden nadat hij in 1783 in het huwelijk trad met Dieuwertje Schouten (1760-1827) uit Wormerveer kwam hij in dienst van zijn schoonvader. Deze Maarten Jansz. Schouten, (1727- 1797), was gehuwd met Neeltje Jans Krayer (1728-1803). Hij handelde inmiddels als zelfstandig papiermaker met de molen De Eendracht te Wormer onder de naam Maarten Schouten & Comp.

Tot deze firma trad Pieter Smidt van Gelder in 1784 toe (zie voor het vervolg ook Van Gelder Zonen). Door zijn werkkracht en inzet loodste Pieter Smidt van Gelder deze firma door een aantal moeilijke jaren. De zaken rendeerden redelijk en het pakhuis De Klok te Wormerveer werd aangekocht. Maarten Schouten placht in latere jaren te zeggen Nu ik de noten te kraken krijg, heb ik de tanden niet meer. Hij overleed in 1797 en Pieter ging aanvankelijk met zijn schoonmoeder onder dezelfde firmanaam verder.

Toen in 1803 Neeltje Jans Krayer overleed, werd De Eendracht op naam van Van Gelder Schouten & Comp gesteld. Ook het watermerk droeg nu de naam Van Gelder hoewel in een gestileerde bijenkorf, van De Vergulde Bijenkorf, de oude initialen M S & C nog werden vermeld. De Eendracht ging nu alleen wit papier maken. In 1790 werden door de firma Adriaan Rogge de eerste proeven genomen met het maken van vellen papier dat tot dan toe alleen werd geïmporteerd. De andere Zaanse witpapier-makers volgden snel en de vervaardiging van deze papiersoort was de redding van de witpapier-makers in de uitermate slechte tijd van de Franse bezetting.

In 1816 nam Pieter zijn zonen

  • Martinus van Gelder (1787-1867), gehuwd met Maartje Mats (1787-1857),
  • Hendrik van Gelder (1788-1860), gehuwd met Aagje Mats (1789-1866), zus van de vorige en
  • Pieter (Smidt) van Gelder, gehuwd met Evertje Eindhoven (1788-1871) in de zaken op en verleende hun volledige volmacht. In 1820 kocht men de grauw-papiermolen De Soldaat te Wormerveer van de op uitsterven staande familie Ris. Enige tijd later trad ook de vierde zoon
  • Arend van Gelder (1795-1874), gehuwd met Dirkje Hoorn (1801-1842) tot de firma toe.

In 1830 trad Pieter Smidt van Gelder sr. geheel uit zaken terug en wijdde zich in het door hem in 1817 betrokken Zaanlust aan de Oostzijde te Zaandam aan zijn hobby de penningkunde. Tot zijn dood in 1842 bleef hij het middelpunt van zijn groot gezin. Zijn beroemde collectie munten werd in 1847 geveild en bevindt zich thans gedeeltelijk in het Rijksmuseum.

De jongere generatie werd geconfronteerd met een ontwikkeling die zich al in de Napoleontische tijd voltrok in Engeland. Daar had zich door invoering van de stoommachine, met als gevolg dat de papiermachine in één beweging kon scheppen, afnemen, persen en drogen, en voorts door chloorbleking en harslijming een productieverhoging en kostenverlaging voorgedaan.

Na 1815 volgden Frankrijk en Duitsland snel en ondanks invoerrechten en transportkosten werd het papier uit deze landen al snel goedkoop in Nederland aangeboden. In de jaren '30 werd de toestand steeds ernstiger en het was duidelijk dat er iets moest worden gedaan.

De Van Gelders waren de enige Zaanse papierfabrikanten die mechanisatie als redmiddel zagen en tenslotte was hun bedrijf het enige dat overleefde. Alle andere bekende papiermakersgeslachten, zoals Honig, Kool, Rogge, Blaauw & Briel en Van der Ley hebben de strijd tegen het machinale grootbedrijf moeten opgeven.

De Van Gelders kochten in 1837 de stilstaande molen Het Fortuin te Zaandijk en bouwden die om tot stoompapierfabriek. Op last van de toenmalige Minister van Nijverheid moesten echter de benodigde stoomwerktuigen en papiermachines bij de fabriek Fijenoord van de Rotterdamse Stoombootmaatschappij worden besteld die hierin geen enkele ervaring had. Dit bedrijf leverde tweedehands stoomketels en besteedde de bouw van de papiermachine uit bij een Engelse connectie, Treffey & Co, die ook al nooit eerder een dergelijke machine had gebouwd. Toen ook nog Zaanse collega-papiermakers dwars gingen liggen en met name Jan Honig Cz. gedaan kreeg dat men turf in plaats van steenkool moest gaan stoken was de ramp compleet.

De machines deugden niet en de brandstofkosten bleken buiten proporties hoog, zodat dit experiment de firma op de rand van de afgrond bracht. In 1845 trad de derde generatie aan. De drie oudste zonen van de drie oudste firmanten Martinus, Hendrik en Pieter, allen Pieter geheten, vormden samen de firma Van Gelder Zonen.

Het waren respectievelijk:

  • Pieter Smidt van Gelder (geb. 1819), gehuwd met Aagje van Vleuten (1817-1892),
  • Pieter Hendrik van Gelder (1822-1883), eerst gehuwd met Laurentina Elisabeth Sligcher (1831-1861) en daarna met Jeanette Maria Nijhoff (geb 1835), en
  • Pieter Smidt van Gelder Pz. (1821-1887) gehuwd met Henriette Coster (1824-1882).

De oude firma Van Gelder, Schouten & Co leidde een kwijnend bestaan, alle winst van de molen De Bok en van de handel, werd weer opgeslokt door Het Fortuin. In 1855 verkocht men deze fabriek aan C. Honig Jz., die hem weer terugbouwde tot windmolen, maar er evenmin weinig plezier aan beleefde.

De Bok en pakhuis De Klok werden in 1855 aan Van Gelder Zonen verkocht. Tenslotte werden in 1857 nog twee pakhuizen aan Hendrik van Gelder overgedragen en hiermee eindigde de zakelijke relatie tussen de twee firma's. Arend van Gelder bleef echter geïnteresseerd in de nieuwe firma, maar hij had geen kinderen. De drie neven Pieter besloten een tweede poging te ondernemen om een papierfabriek te stichten en namen De Eendracht van hun vaders over.

Men speculeerde dat de geruchten dat langs de oostkant van de Zaan een spoorlijn zou worden aangelegd juist zouden zijn. Dit pakte echter anders uit. Het jaar 1845 werd besteed om de fabriek op te bouwen en nadat men in 1846 was begonnen te draaien, bleek dat de mechanische papierfabricage ook succesvol kon verlopen. De economische toestand verbeterde en de handel breidde zich uit. Besloten werd een meer centrale vestigingsplaats voor de handel te kiezen en er werd een pakhuis betrokken aan de Nieuwe Zijds Voorburgwal te Amsterdam. Pieter Smidt van Gelder Pz. verhuisde naar Amsterdam om de leiding van de papierhandel op zich te nemen.

In 1875 trad de vierde generatie tot de firma toe:

  • Pieter Smidt van Gelder Pz. (geb 1851), eerst gehuwd met Eva Catherine Prins (1854-1880) en daarna met Maria Cornelia Kaars Sijpesteijn (geb 1861) en
  • Joan Gerard Kruimel (1845-1895), getrouwd met Amelia Christine van Gelder (geb 1848),

respectievelijk zoon en schoonzoon van Pieter Smidt van Gelder Pz. Zeven jaar werkte de firma in deze samenstelling tot in 1883 de heren Pieter Smidt van Gelder en Pieter Hendrik van Gelder zich terugtrokken.

Na het overlijden van hun (schoon)vader zetten Pieter en Joan de zaken samen voort. De oude molen De Eendracht werd in 1889 gesloopt en overgebracht naar Emst op de Veluwe om zijn jaren verder als meelmolen te slijten. In 1890 lukte het in Wormer om op de pakpapiermachine ook wit krantenpapier te maken. Nu zou van Gelder Zonen zich tot een vooraanstaande leverancier van krantenpapier opwerken.

Er kwam al gauw een machine bij in Wormer, maar men kon de vraag niet aan. Daarom werd besloten een geheel nieuwe fabriek te stichten in Velsen op basis van hout in plaats van lompen. In 1895 kwam deze fabriek in bedrijf.

Joan Kruimel was in 1895 overleden en Pieter zette de zaken alleen voort. De snelle groei was aanleiding de firma in 1900 om te zetten in een nv. NV Verenigde Koninklijke Papierfabrieken Van Gelder Zonen met Pieter Smidt van Gelder samen met Joh.H.A. Kruimel, als vertegenwoordiger der vijfde generatie, als directeuren.

In 1901 trad ook Pieter's zoon Pieter Smidt van Gelder tot de nv toe en hij werd in 1907 ook tot directeur benoemd. Het predikaat Koninklijk dat in 1900 in de bedrijfsnaam werd opgenomen, was al in 1873 verleend aan de fabriek te Apeldoorn. Om de productiecapaciteit te vergroten werd in 1907 de papierfabriek van W. Sanders te Renkum overgenomen, terwijl in 1912 met de bouw van een nieuwe krantenpapiertabriek te Renkum werd begonnen.

Om direct contact met de Russische houthandel te krijgen werd de Hollandse Houthandel Maatschappij opgericht. Toen ook werd besloten de papierhandel die in 1900 buiten de nv was gehouden in te brengen en de zetel naar Amsterdam te verplaatsen, betekende dat het einde van de periode als besloten Zaans familiebedrijf.

Pieter Smidt van Gelder, Joan H.A. Kruimel en Pieter Smidt van Gelder jr. werden commissaris van de nv. en als directeuren traden op Hendrik Smidt van Gelder (geb 1884), broer van Pieter jr., en de heren N.F. Allan, J. Beuke en D. Wiepkes.

Bij een familiebedrijf was het vaak een probleem dat de zaak niet aan alle zonen een plaats kon bieden. Van de derde generatie waren alleen de drie Pieters, als oudste zonen, bij de papierfirma betrokken.

  • De tweede zoon van Martinus, Gerardus Martinus van Gelder (1829-1878) gehuwd met Sara Salm (1832-1878), werd boekhandelaar en emigreerde later naar Amerika voor de muzikale opleiding van zijn zoon Martinus.
  • De tweede zoon van Hendrik, Gerrit Jacob van Gelder (1824-1894), gehuwd met Sara Boekenoogen, nam de peulvruchtenhandel van Wessanen en Laan over en stichtte in 1848 de firma G.J. van Gelder, die in 1989 nog bestaat.
  • De derde zoon, Hendrik Arend van Gelder werd dominee en de jongste zoon Jacobus Martinus van Gelder (geb. 1833) was aanvankelijk deelgenoot in de firma G.J. van Gelder, maar splitste in 1880 zijn zaak af.

De firma G. J. van Gelder ging later over op een neef, Hendrik Boekenoogen (1863-1933), zoon van Agatha Maria van Gelder en Lucas Frederik Boekenoogen en gehuwd met Jacoba Cornelia Vis. De dubbele binding van broer Gerrit Jacob en zus Agatha Maria van Gelder, met zus Sara en broer Lucas Frederik Boekenoogen zal hier een rol hebben gespeeld. Zoon van Lucas Frederik Boekenoogen, Martinus Lucas Frederik Boekenoogen (1893-1956), volgde zijn vader op in het bedrijf. De tweede zoon van Pieter, Hendrik Enno van Gelder (1822-1875), gehuwd met Johanna Catharina Boekenoogen stichtte in 1842 de houtzagerij en houthandel H.E.van Gelder & Co te Amsterdam, waartoe later ook de jongste zoon Lambertus Jacobus van Gelder (1850-1912), gehuwd met Lubina Amelia Endtz. toetrad. De stoomzagerij Welgelegen en de paltrok De Rozenboom te Wormerveer behoorden ook tot deze firma.

Twee zonen van Hendrik Enno:

  • Pieter van Gelder (1848-1924), gehuwd met Margaretha Adriane Prins (1849-1912), en
  • Jan Gerrit van Gelder (1850-1917), gehuwd met de dochter van dr. Nicolaas Beets en freule Alida van Foreest, Jeanette Agnes Beets (geb 1852), traden later tot de firma toe. In 1892 trad L.J. van Gelder uit de firma.

zie ook Van Gelder Zonen.

Ir. E. B. van Gelder

  • gelder_van_ondernemersgeslacht.txt
  • Laatst gewijzigd: 2017/05/14 01:23
  • door zaanlander