gelder

Nederlands papierconcern, waarvan de voormalige papierfabriek Van Gelder Zonen te Wormer, niet alleen deel uitmaakte maar ook de oorsprong vormde. Terwijl elders gevestigde delen van deze onderneming zijn voortgezet, is de fabricage van papier in Wormer bij een algehele sanering in 1981 beëindigd. Zie voor de vroege bedrijfs- en familiegeschiedenis ook ondernemersgeslacht Van Gelder. Het windrecht voor oliemolen de Eendracht werd in 1685 verleend aan Simon Pietersz Fent.

De molen stond aan het Saardammer Padt in Wormer en is in 1727 verbouwd tot papiermolen door de toenmalige eigenaar Jan Pietersz Coopman. De Eendracht was niet de enige en toen zeker ook nog geen grote papiermolen, vergeleken bij de andere papiermakerijen in de Zaanstreek. Na nog enkele malen van eigenaar gewisseld te zijn, kwam hij in 1775 in handen van Maarten Schouten & Comp uit Wormerveer, die er, met inbegrip van de papiermakers gereedschappen, 3150 gulden voor betaalde, een voor die tijd bescheiden bedrag.

Met deze Maarten Schouten begon de voorgeschiedenis van Van Gelder Zonen. Maarten Schouten was aanvankelijk (meester-)knecht geweest op de grote grauwpapiermolen de Bok, na het overlijden van de eigenaar, zijn oom Jan Groot, was hij gaandehouder geworden, dus zelfstandig papierfabrikant, zij het dat de Bel toen in partenrederij werd gedreven. Ook bij de aankoop van de Eendracht werd het benodigde kapitaal door participanten bijeengebracht. Schouten werd hierdoor gaandehouder van twee papiermolens, maar nog in het jaar van aankoop van de Eendracht (1775) brandde de Bel tot de grond toe af.

En hoewel deze molen herbouwd werd, gaf Maarten Schouten voortaan vooral aandacht aan de Eendracht, die hij behoorlijk wist uit te breiden. Hij kocht bovendien, opnieuw in partenrederij, de papiermolen de Veering te Koog, die direct tot pelmolen werd omgebouwd. Waarschijnlijk zijn bij die transactie zowel de outillage als de klantenkring van de Veering naar Wormer overgebracht.

In 1784 werd Schouten's schoonzoon Pieter Smidt van Gelder in de leiding van de zaak opgenomen. Hij was, 21 jaar oud, enkele maanden tevoren met een dochter van Maarten Schouten getrouwd. Voordien was hij houtkoper in Zaandam geweest.

Het jaar 1784 wordt als beginjaar van de geschiedenis van Van Gelder Zonen gerekend, voor het eerst werd immers de naam Van Gelder verbonden aan de toen al befaamde Hollandse, lees Zaanse, papiernijverheid. Zoals uiteengezet bij de geschiedenis van het ondernemersgeslacht Van Gelder wist Pieter Smidt van Gelder ook na het overlijden van zijn schoonvader in 1797 de Eendracht door de toen moeilijke tijden te loodsen, en meer dan dat: hij zag kans de zaken uit te breiden, terwijl de andere Zaanse papiermolens wegkwijnden. In 1801 bestond de Papierfabriecq te Wormer uit 2 witte, 1 blauwe en 1 basterde kuypen. Dat wil zeggen dat er met vier schepkuipen werd gewerkt, waarvan er twee voor de witpapier-vervaardiging en twee voor het maken van blauw- en grauwpapier (= overwegend pakpapier) werden benut.

Bij het maken van papier is zeer veel water nodig en bij wit papier dient dat te worden gezuiverd. Dit vroeg in de vorige eeuwen, althans bij de Zaanse witpapiermolens, uitgebreide 'vijverranden', waarop het polderwater moest besterven alvorens te worden gefilterd. Bovendien moesten in deze molens alle metalen delen van koper zijn, omdat anders ijzerdeeltjes, hoe klein ook, tot roestvlekken in het product leidden. Vandaar dat Zaanse molens zich dikwijls beperkten tot de fabricage van grauw en blauw papier.

Smidt van Gelder maakte in de Eendracht, overigens lang niet als enige, dus al overwegend wit schrijf- en drukpapier, in een kwaliteit die de Hollandse papiermakerij in het buitenland grote roem bezorgde. Bovendien was zijn molen uitgegroeid tot een onderneming met een relatief grote personeelsbezetting: in totaal zestig mannen, vrouwen en kinderen, want voor het sorteren en scheuren van en knopen ziften uit de lompen, die de grondstof vormden, werden in alle molens de goedkoopste arbeidskrachten ingezet. Die zestig personeelsleden vormden naar schatting tien procent van het totaal aantal werknemers in de Zaanse papiermakerij, terwijl er 25 á 30 papiermolens in bedrijf waren.

Deze aantallen geven een aanwijzing over het belang dat toen al aan de Eendracht kon worden toegekend. In 1803 werd de molen op naam gesteld van de firma Van Gelder, Schouten & Comp. Voordien was nog steeds de naam Maarten Schouten & Comp. gehandhaafd. De naamswijziging was een gevolg van het overlijden van Smidt, van Gelder's schoonmoeder. In de witte papiersoorten werd sindsdien één van de watermerken met verwijzing naar de naam Van Gelder aangebracht. Een watermerk ontstond door op het geweven koperdoek van het schepraam eveneens met koperdraad een monogram aan te brengen; het geschepte papier werd ter plekke van dat monogram daardoor een fractie dunner.

Deze watermerken werden veelvuldig in het buitenland nagebootst, een bewijs voor de kwaliteit van het Zaanse papier. In hetzelfde jaar 1803 werd de grauwpapiermolen de Bok te Wormerveer aan het bedrijf toegevoegd en tegelijk was het nodig de pakhuisruimte uit te breiden. Korte tijd hierna werd de Eendracht uitsluitend voor het maken van wit papier ingericht, de andere kwaliteiten, bordpapier, grauw en blauw pakpapier, werden in De Bok vervaardigd. Opvallend is dat Van Gelder Schouten & Comp. zich in de Franse tijd zo goed handhaafde, terwijl sommige papiermolens zelfs werden stilgezet.

Dr. Jane de Jongh, die de geschiedenis van Van Gelder Zonen van 1784 tot 1935 beschreef, merkte op dat de redding van het witpapier-bedrijf in die jaren samenhing met de nieuw geïntroduceerde vervaardiging van de zogenoemde velin of velijn, glad en gelijmd papier, waarin de structuur van het zeefdoek der schepramen niet meer was terug te vinden, in tegenstelling tot het gevergeerde papier, dat deze structuur nog wel vertoonde. Smidt van Gelder kampte weliswaar ook met de algemene malaise, maar had tegen het einde van de Franse tijd toch nog 85 werkkrachten in dienst, 70 op de Eendracht en 15 op de Bok in oktober 1812. Uit deze aantallen wordt duidelijk dat de witpapier-vervaardiging nu aanzienlijk belangrijker dan die van pakpapier was geworden.

In 1816 nam Smidt van Gelder zijn drie zoons in het bedrijf op. Sindsdien zijn tot ver in de 20e eeuw Van Gelders bij de leiding van de onderneming betrokken gebleven. In hetzelfde jaar werd het maatschappelijk kapitaal uitgebreid tot f 200.000 De zaken gingen zeer gunstig, in de jaren 1816 tot 1820 werd aan de firmanten boven hun salaris een gemiddelde winst van ruim 18 procent uitgekeerd. In 1817 werd de kapitale witpapiermolen de Kruiskerk te Zaandam overgenomen.

Pieter Smidt van Gelder trok zich uit de dagelijkse leiding terug, zijn zoons breidden de zaken verder uit. In 1820 werd de basterd (= grauw-)papiermolen de Soldaat in Wormerveer bij de onderneming betrokken. Nu werkte men dus met vier molens: de Eendracht, de Bok, de Kruiskerk en de Soldaat, die alle werden uitgebreid en verbeterd. In 1830 beschikte men over zeven witte en zes basterd-kuipen. De firma had bovendien zes eigen pakhuizen in gebruik en was in bezit van verschillende andere onroerende goederen. Inmiddels begon het economische klimaat enigszins te verbeteren, na de diepe wonden door de Franse tijd geslagen. De industriële revolutie was met name in Engeland in volle gang en kreeg, hoewel in bescheiden mate, nu ook in Holland vorm. In dit proces speelde de verbeterde stoommachine uiteraard de voornaamste rol.

De papiermakerij kreeg daarenboven te maken met de in 1799 begonnen ontwikkeling van een machine die tot dan toe handmatige werkzaamheden kon verrichten. Na de vervaardiging van de natte papiermassa kon de verwerking daarvan, het scheppen, afnemen, persen en drogen in een arbeidsgang plaats hebben. Dat gaf een forse besparing op tijd, personeel en ruimte. Verder was ook de toepassing van chemische stoffen bij het bleken van wit papier in het buitenland ontwikkeld, terwijl het lijmen in de stof met hars mogelijk was geworden in plaats van de voordien toegepaste oppervlakte-lijming. De Hollandse papiernijverheid was door deze elders ontwikkelde uitvindingen op achterstand gekomen, zoals eerder de Veluwse papiermakerij was overschaduwd door de Zaanse ten gevolge van de hier toegepaste toen nog moderne productiemethoden.

De firma Van Gelder Schouten & Comp. richtte zich in 1835 met een brief tot Koning Willem 1. Hierin werd de achterstand van de Hollandse papierfabricage geanalyseerd, waarbij al werd opgemerkt dat de Zaanstreek, vanwege de mindere kwaliteit van het oppervlaktewater niet geschikt was voor de vestiging van papierfabrieken en waarin werd aangekondigd dat de firma daartoe in Gelderland of Overijssel over wenste te gaan. In 1837 werd het voornemen een papierfabriek te vestigen gestalte gegeven, echter niet in het oosten des lands, maar in Zaandijk. Daar werd de papiermolen het Fortuin aangekocht en ingericht met een door stoomkracht aangedreven installatie voor het maken van witpapier. Dat de illusies van de firma werden verstoord door enerzijds onkunde en knullig handelen van de machineleverancier en anderzijds door dwarsliggende Zaanse concurrenten, zij dwongen de firma tot het stoken met turf in plaats van met cokes, kon niet worden voorzien. De kosten liepen echter te hoog op en de resultaten bleven achter.

Het Fortuin leverde niet het verwachte fortuin, maar leidde tot jarenlange verliezen. Temeer doordat ook de nog niet verstoomde grauwpapiermakerij in de molens van de firma wegkwijnde, kreeg de onderneming het zeer moeilijk. In 1855 kwam het zelfs zo ver dat het Fortuin weer werd teruggebracht van stoomfabriek tot windmolen; het eerste industriële avontuur was volkomen mislukt. Intussen was in 1845 een derde jonge generatie Van Gelders aangetreden. Terwijl hun vaders zich de tanden braken op de witpapierfabricage in het Fortuin, de firma Van Gelder Schouten & Comp. zou nog tot 1857 worden voortgezet, begonnen de zoons onder de naam Van Gelder Zonen zelfstandig in de oude molen De Eendracht een machinale fabriek van pakpapier. En, om met de geschiedschrijfster dr. Jane de Jongh te spreken: Wat de vaders door zware tegenslag niet hadden kunnen bereiken, brachten zij tot stand; zij traden uit de strijd om de stoom zegevierend tevoorschijn.

Molen en fabriek de Eendracht kort voor 1889, het jaar waarin de molen werd afgebroken en naar Emst vervoerd

Met twee stoommachines en een tweedehands Engelse papiermachine ging de jonge firma Van Gelder Zonen aan de slag. Tussen 1846 en 1850 produceerden de drie neven in de Eendracht niet minder dan 45 verschillende soorten papier. Al snel volgden tussen 1851 en 1852 vernieuwingen en uitbreidingen, men werkte toen zelfs met acht stoommachines. Toen in 1855 de zaken van de vaders, de oude firma Van Gelder Schouten & Comp., waren overgenomen, bereikte men een omzet van ƒ260.000. Naast de productie kwam nu ook de groothandel in papier tot bloei. Wormerveer, waar het handelskantoor was gevestigd, was daarvoor niet de meest geschikte plaats; in 1858 werd de handelspoot naar Amsterdam overgebracht.

De neven lieten daartoe een pakhuis van zeven verdiepingen aan de Nieuwezijds Voorburgwal verbouwen. De in 1855 van de vaders overgenomen de Bok was inmiddels gesloopt, de productie werd naar de Eendracht overgeheveld. In 1859 bedroeg het aantal werknemers van VGZ 145, tien jaar later was het gestegen tot 222; het bedrijf was toen uitgegroeid tot het tweede papierbedrijf van Nederland.

Er zou verdere groei volgen, zodanige groei dat de belangrijkste activiteiten gaandeweg niet meer overwegend in Wormer, maar in fabrieken elders tot stand kwamen. Dit proces begon in 1869 met de aankoop van een kleine papiermolen in Apeldoorn, die toevallig ook de naam de Eendracht droeg. Hierdoor was men in staat naast pakpapier ook weer wit, geschept papier te fabriceren. Na omvangrijke investeringen maakte men in Apeldoorn handgeschept papier van zó verfijnde kwaliteit dat de roem zich snel in de hele wereld verbreidde. Het fabricaat werd dermate gerenommeerd dat al na vier jaar de naam mocht worden veranderd in Koninklijke fabriek van geschepte papieren.

In 1876-'79 werd de fabriek de Eendracht te Wormer uitgebreid. Er kwam een papiermachine met 160 cm werkbreedte bij, er werd een nieuwe malerij geïnstalleerd en een installatie voor de productie van bordpapier. Mede door de aanschaf van nieuwe stoommachines kon de productie in Wormer toenemen met 50 %. In 1884 trad weer een nieuwe groep familieleden aan als directeuren, de vierde generatie.

Ontwikkeling Van Gelder Zonen 1870-1913

  • 1870 fabrieken te Wormer en Apeldoorn. Kantoor te Wormerveer,
  • 1890 papiergroothandel, gevestigd te Amsterdam,
  • 1895 vestiging courantenpapierfabriek te Velsen,
  • 1900 verplaatsing vestigingszetel naar Velsen,
  • 1901 installatie eigen cellulosefabriek te Velsen,
  • 1907 overname papierfabriek te Renkum, Renkum I,
  • 1912 vestiging fabriek van courantenpapier, Renkum II,
  • 1913 verplaatsing van ondernemingszetel naar Amsterdam.

Ondanks de verbeteringen en uitbreidingen bleven de resultaten van de oude vestiging de Eendracht beneden de verwachtingen. Dit kwam vooral door buitenlandse concurrentie die de prijzen drukte beneden het niveau waarop nog winst kon worden gemaakt. In het buitenland werd namelijk al gewerkt met nieuwe grondstoffen: cellulose en houtstof of houtslijp, terwijl de Hollandse fabrieken nog uitsluitend schaarse en dure lompen verwerkten.

De firma Van Gelder Zonen had al wel met andere grondstoffen geëxperimenteerd, onder andere met stro en esparto, een grassoort uit zuidelijke landen, maar zat daarmee op een verkeerd spoor. Het duurde tot 1883 alvorens in Wormer geheel op productie met behulp van houtstof en cellulose werd overgeschakeld. Hierdoor werd overigens de oude molen de Eendracht een overbodige sta-in-de-weg; hij werd in 1889 gesloopt om als korenmolen te worden herbouwd in Emst op de Veluwe.

Uitbreidingen en nieuwe experimenten maakten het mogelijk om in 1890 in Wormer het eerste courantenpapier op de pakpapiermachines te vervaardigen. Men maakte dit nog in vellen, maar twee jaar later slaagde men er in om ook rotatiepapier, aan grote en zware rollen te produceren voor Het Nieuws van den Dag. Dit werd een mijlpaal en een nieuwe start in de geschiedenis van de inmiddels ruim honderdjarige firma. De vraag naar krantenpapier steeg zeer snel. Aanvankelijk ving men de toenemende vraag in Wormer op, maar al in 1895 werd in Velsen een geheel nieuwe fabriek voor krantenpapier geopend, die zou uitgroeien tot een complex van vier fabrieken en een der grootste papierfabrieken ter wereld. De vestigingsplaats aan het toen nog betrekkelijk nieuwe Noordzeekanaal maakte de aanvoer en opslag van de grondstof hout aanzienlijk eenvoudiger. Velsen werd voor Van Gelder Zonen veruit de belangrijkste onderneming.

Ook de groothandel in Amsterdam breidde zich gestaag uit, zodat verplaatsing naar een groot pand aan de Singel noodzakelijk werd. Er kwam bovendien een handelsvestiging in Rotterdam. In 1899 werd Apeldoorn uitgebreid en verbeterd, zodat het handmatig geschepte papier nu ook machinaal geschept kon worden gemaakt. In 1901 werd een eigen cellulosefabriek in Velsen gebouwd, waardoor import van deze grondstof uit voornamelijk Duitsland overbodig werd. Deze fabriek ging ook de benodigde cellulose voor Wormer en Apeldoorn leveren. In 1907 werd de papierfabriek Sanders in Renkum overgenomen. Na ingrijpende verbouwingen en verbeteringen werd Renkum I in 1912 geheel uitgebreid met een geheel nieuwe fabriek van krantenpapier, Renkum II. Door al deze ontwikkelingen ontstond binnen 25 jaar een machtig, goed geoutilleerd conglomeraat van papierfabrieken. Bij al deze veranderingen en uitbreidingen ging het in Wormer eigenlijk niet bijster goed. In de jaren '90 van de 19e eeuw werd de Eendracht enkele malen door brand geteisterd. Maar er waren andere oorzaken voor de zwakke positie van Wormer.

Het bedrijf van oorsprong bleef wel steeds pakpapieren fabriceren, maar deze sector kreeg, zeker nadat de vestigingsplaats van het concern was verplaatst, niet de meeste aandacht. De groei van het concern vond elders plaats, er werd geïnvesteerd waar de meeste winst werd behaald. Het gevolg voor Wormer was dat in een lange reeks van jaren de investeringen verhoudingsgewijs achterbleven. In feite begon dit proces al rond het jaar 1900. Het moederbedrijf werd van minder belang dan de zich spectaculair ontwikkelende dochterondernemingen elders. Weinigen beseften dat, als ooit de papierafzet zou stagneren of als door andere oorzaken de resultaten langdurig zouden terugvallen, de zwakkere onderdelen van het concern, dus de fabriek in Wormer, daaronder het eerst en het meest zouden lijden. Het is, volgens deze achteraf redenering, eigenlijk verwonderlijk dat de Eendracht het in deze verhoudingen, tussen twee wereldoorlogen en een tussenliggende crisis en vervolgens ook nog enkele tientallen jaren, kon bolwerken. Maar het einde kondigde zich aan.

In 1971 staken, terwijl een fusie tussen Van Gelder Zonen en de Koninklijke Nederlandse Papierfabrieken KNP te Maastricht in de maak leek, geruchten de kop op dat het tot massale ontslagen bij Van Gelder zou komen; het concern met in totaal 6000 werknemers zou de onrendabele takken afstoten en de rendabele reorganiseren. Wormer, waar 700 mensen werkten en waar pak-, asbest- en behangselpapier werden gemaakt, zou buiten schot blijven. De besprekingen over de fusie met de KNP werden al snel beëindigd, omdat er onenigheid bestond over de vraag hoeveel arbeidsplaatsen moesten worden weggesaneerd. In de ogen van de directie van Van Gelder wilde de KNP teveel banen schrappen. Kort daarna werd bekend gemaakt dat Van Gelder Zonen over 1970 een verlies van f 3.5 miljoen had gemaakt; een jaar later liep het verlies op tot ƒ11,8 miljoen gulden.

Na het mislukken van de fusie met de KNP zocht Van Gelder contact met de Amerikaanse Papierfabrikant Crown Zellerbach, die in 1972 50 % van de aandelen overnam. De jaren daaropvolgend leek het papierconcern zich te herstellen; over 1974 werd zelfs een winst van f 39 miljoen geboekt. In 1975 was er evenwel al weer verlies van f 25 miljoen en ook de jaren daarna zou dat zo blijven. In 1979 was het aantal arbeidsplaatsen bij het concern teruggelopen tot circa 4000 werknemers.

Het personeel verzette zich tot het uiterste tegen de voorgenomen sluiting van Wormer, hier tijdens een demonstratie in Amsterdam

Ook Wormer bleef niet langer buiten de concern-problemen. Terwijl actiegroepen zich steeds indringender keerden tegen de productie van asbestviltpapier om gezondheidsredenen van zowel werknemers van de fabriek als omwonenden, werd in januari 1977 aangekondigd dat ook in Wormer, met toen 730 werknemers, de eerste ontslagen zouden vallen. Nog geen maand later lekte een vertrouwelijk rapport van het onderzoekbureau McKinsey uit, waarin werd gesteld dat het hoogst onzeker was of de fabriek te Wormer, met over 1976 een verlies van f 16 miljoen zou kunnen blijven voortbestaan. Desondanks werd in juli 1977 nog een nieuwe installatie in bedrijf genomen voor de verwerking van oud papier: een investering van f 6 miljoen.

De raad van bestuur van het concern kondigde in mei 1978 aan dat Wormer rekening moest houden met een forse inkrimping en mogelijk zelfs volledige bedrijfssluiting. Acties van de gemeentebesturen van Wormer en Zaanstad en van Provinciale Staten volgden. In Wormer ontstond een actiecomité, waarin zestien organisaties samenwerkten. Op verscheidene protestbijeenkomsten werd opgeroepen tot behoud van werkgelegenheid. Het haalde weinig uit. In augustus 1978 werd bekend gemaakt dat per 1 januari 1979 twee van de vijf papiermachines zouden worden stilgezet, dat de asbestviltproductielijn zou worden afgebouwd, juist dit was nog de winstgevende activiteit in Wormer, en dat het bedrijf met de twee laatste machines een halfjaar de tijd zou krijgen om winstgevend te worden.

Dat lukte niet. In februari 1980, nadat een maand eerder het personeel het bedrijf twee dagen had bezet, werd bekend dat Wormer in de loop van 1981 gesloten zou worden. Op dat moment werkten er nog 370 personen; in juli daaropvolgend waren er nog 85 werknemers. In maart 1981 werd de productie in Wormer definitief beëindigd. De sluiting van de fabriek betekende voor Wormer en feitelijk voor de gehele Zaanstreek, een gevoelige klap. Het Van Gelder-concern werd op 18 augustus 1981 failliet verklaard. Onderdelen van het concern bleken evenwel zelfstandig levensvatbaar en werden heropgericht.

Cees Kingma verzamelde honderd foto's van medewerkers van Van Gelder Zonen op glasnegatieven.

  • gelder.txt
  • Laatst gewijzigd: 2019/09/27 13:58
  • door kelvin